
De strijd met de dodelijke microben
Bacteriën en virussen kunnen ons en ons lichaam behoorlijk ziek maken. Gelukkig heeft de medische wetenschap zich ontwikkeld, en heeft het middelen uitgevonden om de strijd met deze dodelijke microben aan te gaan. Benieuwd naar het hoe en wat? Lees verder...
In 1935 (geen uitzonderlijk ongezond jaar in de Verenigde Staten) stierven 233.881 Amerikanen aan een infectieziekte als longontsteking en tuberculose. Ondanks een aanzienlijk gegroeide bevolking bedrog het aantal aan deze groep van ziekten overledenen 30 jaar later nog slechts 77.963.
Deze twee getallen illustreren een belangrijke triomf voor de wetenschap der geneesmiddelen - ja, tot nu toe de belangrijkste triomf. Veel meer dan in alle andere belangrijke takken der medische wetenschap kan de arts bij de behandeling van infectieziekten niet alleen verlichting, maar ook genezing brengen. Dankzij de moderne geneesmiddelen kan de dokter zeer vaak infectieziekten bij de wortel aanvatten.
De triomf der anti-infectiemiddelen is een toonbeeld van moderne wetenschappelijke vooruitgang. Net als de meeste wetenschappelijke ontdekkingen werden deze middelen ontdekt door een samengaan van inspiratie, geluk en hard werk bij het oplossen van de problemen van het fundamentele onderzoek. Toen proeven aangetoond hadden dat de middelen werkten, bleven er toch nog hinderpalen bestaan voor hun doeltreffend gebruik in de medische praktijk. Wijdverbreid gebruik van deze middelen vereiste het oplossen van een andere groep problemen, namelijk hoe men de middelen in grote hoeveelheid en tegen redelijke prijs zou kunnen produceren. En hoewel het wetenschappelijk genie wel een rol speelde bij de ontdekking en toepassing, zijn de middelen niet ontsproten aan het inzicht van enkele super-intelligente breinen; tientallen farmacologen, fysiologen en artsen speelden een rol, evenals honderden chemici, ingenieurs en technici - en ook, om precies te zijn, een Engelse politieagent, een stofje dat op de bacteriënkweek terecht kwam en een verrotte kanteloep in de vuilnisbak van een fruitstal.
De middelen die uit dit werk tevoorschijn kwamen omvatten zowel de antibiotica zoals penicilline en streptomycine, als andere chemicaliën zoals kinine en de sulfanomide-middelen. (Hoewel vaccins een belangrijke rol gespeeld hebben in de strijd tegen de infectieziekten, worden ze hier niet besproken, daar ze op zichzelf geen infectie tegengaan maar infectie voorkomen door de natuurlijke weerstand van het lichaam tegen infecties te versterken).
Deze middelen hebben niet alle problemen betreffende infectieziekten opgelost. Een hele klasse van infectieuze organismen, de virussen (verantwoordelijk voor zulke ziekten als griep, hersenontsteking en verkoudheid) heeft tot nu toe de triomferende vooruitgang van de moderne farmaceutische scheikunde kunnen weerstaan. Andere organismen hebben een zenuwslopende vaardigheid getoond in het 'leren leven met' middelen die eens dodelijk voor ze waren. In de langdurige strijd tegen infectieziekten heeft de wetenschap de oorlog bij lange na nog niet gewonnen, maar ongetwijfeld wel een reeks grote veldslagen.
In deze oorlog is de strategie, net als in alle oorlogen gebasseerd op een inzicht in de aard van de vijand - in dit geval de parasieten. Infectieziekten vormen een speciaal geval van parasitisme. Slachtoffers van kleerluizen, lintwormen en tuberculose lijden allemaal aan dezelfde narighijd: ze zijn gastheer van organismen waar ze best buiten zouden kunnen. De rol van de dokter is in alle drie de gevallen hetzelfde: de parasiet kwijtraken zonder daarbij de patiënt te verliezen.
In het geval van de luis en de worm is dit vrij gemakkelijk, omdat deze organismen zichtbaar en kwetsbaar zijn. De wat grotere levende wezens op de menselijke huid kunnen gewoonlijk bij een oppervlakkige inspectie al waargenomen worden en ingewandswormen zijn niet veel moeilijker te ontdekken. Zelfs de vroegste beschavingen kenden deze organismen en de rol die zij bij ziekten speelden. Duizenden jaren geleden ontwikkelde de mens, met niets anders dan de primitiefste proefondervindelijke methoden, al medicijnen om dergelijke ongewenste gasten te verwijderen.
Deze parasieten worden zelfs door grove middelen aangetast, doordat hun grote afmetingen de steun van overeenkomstig ingewikkelde structuren en leefprocessen nodig maken. Al deze betrekkelijk grote parasieten houden zichzelf in stand door de wisselwerking van een groot aantal fysische en chemische reacties en een middel dat vrijwel elke willekeurige van deze reacties voldoende krachtig verstoort, kan de parasiet doden. In de woorden van de Duitse chemicus Gerhard Domagk, een van de grote namen op het gebied van anti-infectiemiddelen, 'hoe hoger een organisme ontwikkeld is, des te meer trefpunten biedt het aan een (chemische) aanval'. In feite illustreert de hele geschiedenis van de oorlog van de mens tegen de parasiet dat ze gemakkelijker klein te krijgen zijn naarmate ze groter zijn.
Het opsporen van een miniem doelwit
De kiemen die zulke ziekten als tuberculose veroorzaken zijn veel kleiner en sterker doelwitten dan luizen of wormen. Tot aan de uitvinding van de microscoop in de zeventiende eeuw waren ze volkomen onzichtbaar en dus onbekend. Zelfs nadat men ze kon zien duurde het nog ongeveer 200 jaar voordat hun rol bij het veroorzaken van de ziekte duidelijk werd. In die tijd, in de laatste helft van de negentiende eeuw, bezat de medische wetenschap slechts twee belangrijke kiemdodende middelen: kinine voor malaria en braakwortel voor amoeben-dysenterie, allebei uit plantardige stoffen vervaardigd. Hier werd in 1910 een derde aan toegevoegd, toen de Duitse scheikundige Paul Ehrlich het eerste door de mens vervaardigde anti-infectiemiddel synthetiseerde, nl. arsphenamine, om syfilis mee te behandelen.Het is van belang dat zowel malaria als amoeben-dysenterie door protozoën worden veroorzaakt, de grootste en ingewikkeldste van de ziektekiemen, terwijl het organisme dat syfilis veroorzaakt een spirocheet is en dus kleiner en minder ingewikkeld. Een succesvolle aanval op nog kleiner en eenvoudiger microben, zoals de longontstekingsbacteriën, moest nog een kwart eeuw langer wachten.
Achteraf gezien lijkt dit lange uitstel vreemd, want er bleven aanwijzingen optreden voor de toekomstige overwinning op de bacteriën. Zelfs al in 1917 merkten onderzoekers dat bepaalde synthetische verbindingen, sulfonamiden genaamd, bacteriën konden vernietigen. Jammer genoeg werd hieraan niet verder gewerkt. In 1928 kreeg men een nieuwe aanwijzing door een van de beroemdste toevalligheden in de geschiedenis der wetenschap. Een kweek in het ziekenhuis-laboratorium van een Engels bacterioloog, Alexander Fleming, raakte per ongeluk besmet met een schimmel van het geslacht Penicillium. Fleming merkte op dat bacteriën in de omgeving van de besmetting stierven en trok hieruit de conclusie dat de schimmel een vernietigende stof bevatte, die hij penicilline noemde. Hij voorspelde dat penicilline nuttig zou blijken in de strijd tegen ziekten, maar het bleek uitzonderlijk moeilijk uit de schimmel af te scheiden te zijn, en Fleming ging (naar hij later zei, 'uit gebrek aan chemische hulp') verder met ander werk.
De man die de eerste doeltreffende slag zou toebrengen aan de bacteriën die ziekten veroorzaken, werd niet in het minst gehinderd door gebrek aan chemische hulp. Gerhard Domagk werkte voor de grote Duitse chemische trust de I.G. Farbenindustrie, als hoofd van het pathologisch laboratorium. In 1935, na een studie van de anti-bacteriale effecten van een aantal kleurstoffen, rapporteerde hij dat een onlangs gepatenteerde rode verfstof, prontosil genaamd, muizen kon genezen die met streptokokken besmet waren. Toegediend aan een baby die aan 'strep'-infectie dreigde te overlijden bracht prontosil een volledige genezing teweeg.
Domagks ontdekking bracht anti-bacteriale middelen 'terug op de lijst'. Dat schreven een aantal Franse onderzoekers die zijn voorbeeld volgden en ontdekten dat de geneeskracht van prontosil eigenlijk toegeschreven moest worden aan een andere verbinding, sulfanilamide, die gevormd werd bij de afbraak van de verfstof in het lichaam. In talloze laboratoria begonnen chemici te experimenteren met het sulfanilamide-molecule, waarbij ze sulfapyridine, sulfadiazine en zo'n 6000 andere 'sulfonamide' middelen te voorschijn brachten. En naarmate het aantal middelen groeide, groeide ook de stapel medische rapporten over hun heilzame gevolgen.
In 1938 nam de jacht op bacteriën-dodende middelen een nieuwe wending, toen een Australische patholoog en een gevluchte Duitse scheikundige aan de universiteit van Oxford gingen samenwerken bij 'een systematisch onderzoek naar de chemische en biologische eigenschappen van de anti-bacteriele stoffen voortgebracht door schimmels en bacteriën'. H.W. Florey en Ernst Chain begonnen met de penicilline die Fleming in 1929 ter zijde had gelegd. Na een manier uitgewerkt te hebben om het middel gedeeltelijk te zuiveren, waren ze in staat om Flemings waarnemingen te bevestigen betreffende het uitzonderlijke vermogen van penicilline, zelfs in de miniemste concentratie (1 op 50.000) om een verscheidenheid van bacteriën te doden.
Een tijdelijke triomf
Het was een geluk dat penicilline krachtig was, want het was nog altijd duivels moeilijk om het af te scheiden uit de schimmel die het produceerde. In 1940, na twee jaar werken, was de Oxford-groep er in geslaagd genoeg ruw preparaat te verzamelen om precies 5 patiënten te behandelen. Twee stierven ondanks het middel. Het eerste geslaagde geval was een politieagent uit Oxford die aan bacteriale 'bloedvergiftiging' stervende was. Penicilline bracht een keer in het ziekteverloop - een deel van deze penicilline was door de onderzoekers teruggewonnen uit de urine van andere patiënten die ook penicilline hadden gekregen - maar zijn leven kon niet gered worden. Hij stierf toen de voorraad van het middel op ws.Deze dramatische tijdelijke triomf over de ziekte was bemoedigend maar kwellend, vooral in oorlogstijd in verband met de noodzaak om geïnfecteerde verwondingen te behandelen. Florey en Chain kweekten de schimmels uitsluitend in kleine flessen - en de inhoud van 300 flessen was benodigd om één enkele patiënt een halve dag te behandelen. Productie in het groot zou vele hectaren laboratorium-glaswerk geëist hebben - en het door de oorlog verscheurde Engeland, gebeukt door de nachtelijke bombardementen van de Luftwaffe, was niet de geschikte plaats voor een dergelijk project.
De onderzoekers uit Oxford gingen naar Amerika. Daar werden ze in contact gebracht met het laboratorium van het Amerikaanse Ministerie van Landbouw. Eén van de specialiteiten van het laboratorium was fermentatie-onderzoek - een biochemisch proces dat zich, evenals penicilline-productie, in schimmels voltrekt. De deskundigheid van het laboratorium bleek onschatbaar. Een nieuwe methode om de Penicillium-schimmel te voeden bracht een 10 maal zo grote opbrengst teweeg. Maar toch verkreeg men in de eerste anderhalf jaar slechts genoeg penicilline om 200 patiënten te behandelen.
De zomer van 1943 zag eindelijk de oplossing van het produktieprobleem. Het geluk speelde hierin mee, in de vorm van een nieuwe varieteit van Penicillium met een hoge opbrengst, die gevonden werd op een beschimmelde kanteloep op de markt. Amerikaanse slimheid speelde ook een rol; drie farmaceutische concerns, werkzaam op een vrijwel nieuw gebied van techniek (nu biochemische techniek genoemd) ontwikkelden een methode om de schimmel in enorme vaten te kweken. In de loop van de volgende anderhalf jaar ging de penicillineproductie ongeveer 1500 maal omhoog. Tegen het einde van de oorlog was er genoeg voor elke gewonde soldaat die het nodig had en voor elke burger ook.
Penicilline en sulfonamide-middelen brachten vele infectieziekten een zware slag toe. In bacteriale longontsteking bijvoorbeeld (een van de algemeenste infecties in geïndustrialiseerde landen) was het sterftecijfer vroeger ongeveer 30%. Sulfonamide-middelen hebben dit getal tot ongeveer 10% verminderd en penicilline tot 5% of minder. Niet al dergelijke ziekten reageerden op de middelen, maar elk jaar werden er nieuwe middelen ontwikkeld om de beheersing van infecties uit te breiden. Een van de meest dramatische van deze prestaties was die van Selman A. Waksman aan de Rutgers-universiteit in New Jersey.
Bodemprodukten die levens redden
Als deskundige op het gebied van in de grond levende micro-organismen was het Waksman opgevallen dat de tuberkelbacil snel te gronde gaat als hij wordt begraven. Om hiervoor een reden te vinden begon hij in 1939 te zoeken naar een anti-tuberculose-middel in kweken van bodembacteriën. Net als Florey en Chain vóór hem gaf Waksman een nieuwe wending aan de jacht op anti-infectiemiddelen. Hij zocht naar een bacteriën-dodende scheikundige stof die niet van schimmels, maar uit de bacteriën zelf afkomstig was; in feite was hij van plan bacteriën te gebruiken om bacteriën te doden. Na vijf jaar, waarin hij en zijn medewerkers niet minder dan 10.000 soorten bodembacteriën bestudeerden, kwam hij met het eerste anti-tuberculosemiddel: streptomycine, afgescheiden uit een bacteriéngroep die Streptomyces heet. Hierna leverden de Streptomyces nog een zestal andere geneesmiddelen, waaronder de tetra-cycline-verbindingen, de eerste 'breedband'-antibiotica, die tientallen soorten bacteriën van sterk uiteenlopende aard aantasten.Deze grote ontdekkingen uit de jaren veertig en jaren vijftig hebben de artsen voorzien van een welgevuld wapenarsenaal - maar uitsluitend tegen bacteriën. Virussen bieden voor het grootste deel weerstand aan behandeling met geneesmiddelen. Vaccins hebben het voorkomen van virusziekten zoals pokken, kinderverlamming en mazelen drastisch verminderd. Maar deze ziekten zijn nog niet de wereld uit en zijn voor ongevaccineerden nog even gevaarlijk als ze altijd waren. En er zijn belangrijke virusziekten, zoals hersenontsteking en de maar al te veel voorkomende verkoudheid, waartegen geen enkel vaccin of middel helpt.
Een van de redenen voor dit ontbreken van vooruitgang is, dat het tot redelijk kort geleden vrijwel onmogelijk was om virussen in het laboratorium te bestuderen. Een tweede reden is het feit dat ze uiterst eenvoudig van structuur zijn. Zelfs de minst ingewikkelde bacterie kan uitsluitend in leven blijven door verscheidene honderden chemische reacties uit te voeren, die elk geblokkeerd of in de war gestuurd kunnen worden door een geneesmiddel. Maar een virus heeft vermoedelijk genoeg aan een stuk of 12 reacties - en daarvan is er nog niet één vatbaar voor geneesmiddelen gebleken.
Een gevaarlijk fopmiddel
Als meer mensen begrepen dat virussen over het algemeen onkwetsbaar zijn voor alle bekende middelen, zou een ernstig gezondheidsprobleem vermeden kunnen worden. Dit probleem vloeit voort uit een te veelvuldig gebruik van antibiotica. Veel mensen, die geloven dat antibiotica alle infecties kunnen genezen, dringen bij hun dokter aan op een recept voor penicilline tegen viruskwalen zoals influenza of verkoudheid. En sommige doktoren zijn onverstandig genoeg om aan dit aandringen gehoor te geven en het antibioticum in feite als placebo te gebruiken. De patiënt kan wel of geen deugd ondervinden van het placebo-effect - maar wat hij er ook bij wint kan ver in de schaduw gesteld worden door het feit dat hij allergisch voor het middel wordt, zodat toekomstige behandeling ermee gevaarlijk of zelfs dodelijk is (ieder jaar sterven er ongeveer 300 mensen aan allergie-reacties op penicilline).Het verschijnsel van toenemende gevoeligheid betekent niet dat een middel vergiftigd is. Voor zover men weet heeft nog nooit iemand schade ondervonden van zijn eerste behandeling met penicilline; ja, de fatale dosis in het middel is zo hoog dat hij nog nooit is vastgesteld. Maar bij een behoorlijk aantal mensen (misschien wel 10 % van de bevolking) loopt een behandeling met penicilline uit op een allergie voor het middel, zodat volgende doses reacties kunnen veroorzaken die van ondraaglijke huiduitslag tot overlijden kunnen lopen.
Een tweede gevaar, voortvloeiend uit een te veelvuldig gebruik van antibiotica, heeft vooral te maken met de breedband-tetracyclinen, die schade kunnen veroorzaken omdat ze sommige, maar niet alle bacteriën doden. Gewoonlijk bevat het lichaam een grote verscheidenheid aan soorten bcterién. Deze bacteriën houden elkaar meestal in toom; geen enkele soort kan zich zodanig vermeerderen dat hij schade doet. Maar als een antibioticum de meeste van deze concurrerende soorten elimineert - en geen enkel middel kan ze allemaal elimineren - kunnen de bacteriën die het overleven zich explosief vermeerderen en zo een gevaarlijke 'superinfectie' veroorzaken. Deze gang van zaken is bijzonder gevaarlijk als de overlevende microben resistent zijn voor anti-infectiemiddelen. Dit is tegenwoordig dikwijls het geval. Resistentie voor geneesmiddelen is voor de artsen een probleem geworden, voor hun patiënten een gevaar en een voortdurende uitdaging aan farmacologen.
Resistentie ontwikkelt zich doordat microben, net als mensen, variëren in hun reactie op geneesmiddelen; sommige overleven een dosis waaraan andere snel overlijden. Bovendien kunnen microben hun resistentie aan hun nazaten doorgeven. En zo onderwerpen middelen die de 'ongeschikte' (d.w.z. kwetsbare) variéteiten van microben er uit zeven, de soort aan een zekere onnatuurlijke selectie. In de loop van verscheidene generaties (een generatie microben kan minder dan een uur lang zijn!) kan dit evolutieproces stammen voortbrengen die door geen enkele medisch verantwoorde dosis van het geneesmiddel meer aangetast kunnen worden. Het gebruik van streptomycine heeft in feite stammen van schadelijke bacteriën doen ontstaan die zonder streptomycine letterlijk niet in leven kunnen blijven.
In de eindeloze oorlog tussen geneesmiddelen-vervaardigers en microben is het uitvinden van een doeltreffend middel slechts één kleine overwinning; de microbe slaat altijd op de een of andere manier terug, zodat de volledige overwinning op een infectieziekte altijd nét buiten ons bereik blijft. Zie het geval van de malaria, die eigenlijk volkomen onder controle zou moeten zijn, maar het niet is.
Malaria heeft de mens al sinds mensenheugenis gekweld met zijn hevige periodieke kou en koorts en waarschijnlijk sinds lang vóórdat we enige vorm van geschreven geschiedenis hadden. Nauw verwante soorten van de parasiet infecteren zowel de mens als de apen en de gezamenlijke voorouder van deze parasiet wordt verondersteld de gezamenlijke voorouder van de hogere primaten gekweld te hebben. Vroeger was de ziekte wijdverbreid in vrijwel alle vochtige tropische en subtropische streken ter wereld en tegenwoordig bedreigt hij nog altijd bijna een miljard mensen. Hoewel de meest algemene vormen slechts zelden direct dodelijk zijn, werken ze uiterst verzwakkend; in de door armoede geteisterde landen, waar ze endemisch zijn, verzwelgt de ziekte een enorme hoeveelheid menselijke energie die anders gebruikt zou kunnen worden voor het verbeteren van de levensstandaard.
Miraculeuze resultaten in Lima
De eerste chemische slag die de malaria werd toegebracht, werd vermoedelijk geslagen door de een of andere anonieme maar slimme Indiaanse medicijnman in Peru, die ontdekte dat de gestampte schors van de kinaboom soms een door de koorts verteerde krijger weer op de been kon helpen. In ieder geval kenden omstreeks 1630 de Spaanse veroveraars van Peru de werking van de schors (in omstreeks 1633 schreef een Spaanse monnik, 'het heeft miraculeuze resultaten opgeleverd in Lima').Tegen het einde van de negentiende eeuw werd het middel - Peruaanse Schors, Jezuietenpoeder of Kina genaamd - vrij algemeen gebruikt als medicijn voor de hevige periodieke koortsen die ten slotte als malaria-symptoom herkend werden en als een middel om ze te voorkomen. (Het werd ook voor andere soorten koorts gebruikt, die het, evenals aspirine, kan verlichten maar niet genezen). Jammer genoeg was de schors, of liever het actieve ingrediënt, kinine, soms niet werkzaam, dikwijls giftig en onveranderlijk duur. Maar gedurende ongeveer 300 jaar bleef kinine het enige nuttige anti-malariamiddel.
In de jaren tussen de twee wereldoorlogen werden er verscheidene synthetische anti-malariamiddelen ontwikkeld, voornamelijk door Duitse scheikundigen, aangedreven door het gebrek aan kinine in hun land gedurende de Eerste Wereldoorlog. Ironisch genoeg trokken niet de Duitse maar de geallieerde troepen in de Tweede Wereldoorlog hieruit het meeste voordeel. Honderdduizenden soldaten kregen een dosis van de synthetische medicijn kinacrine, voor het eerst in Duitsland vervaardigd uit een koolteerderivaat. (Kinacrine kan - evenals kinine - malaria genezen zowel als bij regelmatig innemen de symptomen voorkomen.) Maar kinacrine hielp de malaria niet de wereld uit. Van de geallieerde troepen die de invasie op Sicilië uitvoerden, moesten er meer in het ziekenhuis opgenomen worden met malaria dan met verwondingen.
Geallieerde onderzoekers maakten een groots programma op voor het ontdekken van nieuwe en nog betere anti-malariamiddelen; in de loop van dit programma testten ze meer dan 18.000 verbindingen. Onder de ontdekkingen was chlorokine, waarvan het molecuul op die van kinine en kinacrine lijkt. Kort na de oorlog werd dit het standaardmateriaal tegen vrijwel alle soorten malaria.
Een middel om een ziektedrager te doeden
Intussen had een totaal ander middel, het krachtige insenctendodende middel DDt, het uitzicht geopend op wat een nog betere manier scheen om de ziekte uit de weg te ruimen: het uit de wereld helpen van de muskieten die de malariaparasiet overbrengen - beter dan het aanpakken van de parasiet als die al in het lichaam is. In de Verenigde Staten hebben DDT en chlorokine samen de malaria vrijwel uitgeroeid (nog in 1935 maakt de zeikte in de Verenigde Staten zo'n 100.000 nieuwe slachtoffers per jaar). Na overeenkomstige successen geboekt te hebben in de Sovjet-Unie en andere Europese landen, begon in 1955 de Wereld-Gezondheidsorganisatie aan een wereldomvattend programma om malaria uit te roeien.De resultaten zijn imposant. In nauwelijks meer dan een decennium ws de jaarlijkse tol van een kwart miljard malariagevallen met 44% verminderd; het jaarlijkse sterftecijfer van ongeveer 2 miljoen ws tot op de helft verminderd. En de 'bijkomstige verschijnselen' van het programma weren even uitzonderlijk. In bepaalde delen van Cambodja is de waarde van het land in voorheen door malaria beheerste streken verdubbeld, nu men er vrij veilig kan werken; op Ceylon is de rijstbouw vertienvoudigd sinds het elimineren van malaria.
Maar de vooruitgang wordt langzamer. Geen van de malariamiddelen is meer zo doeltreffend als voorheen. De muskieten worden snel resistent: meer dan een kwart van de muskietensoorten die malaria van mens op mens overbrengen is nu tegen DDT bestand - en tegen de meeste andere beschikbare insecticiden ook.
Nog erger, de malariaparasiet blijkt even vaardig in aanpassing als de muskiet, zijn insecten-partner in de ziekte. In 1960 kregen twee Amerikaanse geologen, die in Zuid Amerika werkten, een soort malaria die niet op chlorokine bleek te reageren. Eerst wilden de deskundigen het niet geloven - maar al spoedig doken er soortgelijke resistente variéteiten van malariamicroben op aan de andere kant van de wereld, in Thailand, Cambodja en Maleisië. En in de herfst van 1965 kregen Amerikaanse soldaten in Vietnam bij honderden tegelijk chlorokine-resistente malaria. In de woorden van een deskundige: 'De belangrijkste anti-malaria medicijn ter wereld kon op de vuilnishoop gegooid worden'. Wat voor de malaria geldt, schijnt voor vrijwel de meeste overige infectieziekten te gelden. © 2009 Hikari, gepubliceerd in Aandoeningen (Mens en Gezondheid) op 09-01-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Infecties en afweer: Het lichaam van mens en dier is instaat om infecties te bestrijden. Dit proces is hoogst fascinerend en uniek op aarde. Tijd dus om er wat meer over te weten te komen.
- Het verschil tussen een virus en een bacterie: Bacteriën en virussen zijn allebei erg klein. De mens kan van beiden behoorlijk ziek worden. Voor beiden geldt dat hoe sterker je immuunsysteem is, hoe kleiner…
- Waterpokken (Varicella) / Gordelroos (Herpes zoster): Waterpokken (varicella) en gordelroos (herpes zoster) worden veroorzaakt door een infectie met het varicella-zoster-virus. Een eerste infectie met dit vi…
- Anthrax (Miltvuur): symptomen en behandeling: Anthrax (of miltvuur) is een accute ziekte in mensen en dieren veroorzaakt door de bacterie Bacillus anthracis. Vroegtijdige diagnose en behandeling van de ziekt…
- Thuistest virus baarmoederhalskanker: Voor alle vrouwen in Nederland is het mogelijk om een online thuistest te bestellen waarmee zelf in alle privacy onderzocht kan worden of er sprake is van een besmetting…

Reageer op het artikel "De strijd met de dodelijke microben"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

