Alternatief en Kristallen

Kristal: geologie van de edelstenen

Kristallen zijn natuurproducten die diep uit de aarde komen. Het zijn objecten vol licht en schoonheid. Al sinds mensenheugenis gebruiken we kristallen om ons leven te verrijken met hun therapeutische krachten.


Geologie van edelstenen

Mineralen zijn anorganische materialen die in de aarde worden gevormd. Mineralen van hetzelfde type hebben dezelfde chemische formule (behalve verontreinigingen) en dezelfde geordende kristalstructuur. Ze zijn de meest stabiele vorm van materie in het gehele universum.

De vorming van kristallen

Het mechanisme dat kristallen creëert, is de beweging van de aardkorst. Deze aardlagen drijven op de vloeibare mantel eronder en botsen tegen elkaar, wat breuken veroorzaakt waardoor oververhitte gassen en vloeistoffen, gevuld met verschillende elementen, snel naar het oppervlak bewegen.

Wanneer deze gassen en vloeistoffen afkoelen, kristalliseren ze vaak. De temperatuur, druk, het omliggende gesteente en de mix van elementen bepalen samen welke mineralen waar kristalliseren. Kristallen en gesteente dat op deze manier is gevormd, wordt stollingsgesteente genoemd.

Als kristallen en gesteente worden blootgesteld aan wind, vorst en water, beginnen ze te eroderen. Kleine deeltjes worden naar de zee gespoeld waar ze afzettingen vormen. Na miljoenen jaren extreme druk worden zo sedimentaire kristallen en gesteente gevormd.

Dit typen mineralen zijn vaak zachter dan stollingsgesteente, omdat ze bij lagere temperaturen en druk gevormd zijn.

Vulkaanuitbarstingen brengen het proces waarbij kristallen worden gevormd op explosieve wijze aan de oppervlakte. De helende steen obsidiaan wordt gevormd door snel afkoelend lava.

De derde manier waarop kristal gevormd wordt, is via metamorfose. Hierbij worden stollings- en sedimentaire mineralen opnieuw blootgesteld aan de hitte en druk in de aardkorst. Hoewel de deeltjes niet smelten, kunnen ze samen tot andere kristallen worden gevormd.

Omdat de aardkorst continu in beweging is, gaat dit kristallisatieproces ook continu door. We zien de resultaten ervan alleen als aderen of kristalbedden door erosie bloot komen te liggen of dicht genoeg naar het oppervlak worden getild dat ze kunnen worden ontgonnen.

Kristalsystemen

Kristallen blijven miljoenen jaren onveranderd, omdat de atomen in kristallen een regelmatig, stabiel patroon vormen, een krystalstructuur. Deze structuur herhaalt zich door het hele kristal heen en zorgt ervoor dat elk kristal van hetzelfde materiaal dezelfde geometrische kenmerken heeft, met hetzelfde aantal platte kanten die onder dezelfde hoeken bij elkaar komen. De uitwendige vorm van een kristal is een weergave van de inwendige atoomstructuur. Deze vormen hebben een grote invloed op de magische en helende eigenschappen van een kristal.

De soorten kristalstructuren kunnen worden opgedeeld in zeven groepen (zie onderstaande rooster). Verschillende mineralen met hetzelfde basispatroon hebben ook een vergelijkbare basisvorm. Helaas zijn deze basisvormen aan de buitenkant vaak niet te herkennen, omdat ze allemaal onder verschillende omstandigheden worden gevormd.

Als u echter goed kijkt, herkent U zeker bepaalde kenmerken (zoals de zeshoeken in een doorgesneden stuk kwarts of smaragd).

Kristalstructuren

Kubisch: Een kubusvormige structuur. De meeste kristallen met dit patroon bestaan uit een aantal door elkaar lopende kubussen in plaats van één kubus.
  • Voorbeelden: granaat, pyriet, sodaliet, diamant, haliet, fluoriet en koper.
  • Eigenschappen: verlicht spanning en stimuleert creativiteit

Tetragonaal: Dit patroon heeft de vorm van twee piramiden die met de onderkanten tegen elkaar liggen, met uitgerekte bovenste en onderste punten.
  • Voorbeelden: Apofyliet, zirkonia, rutiel en chalcopyriet.
  • Eigenschappen: herstelt balans en harmonie.

Orthorombisch: De vorm van een klein, ingedrukt luciferdoosje, waarvan alle zijden in lengte verschillen.
  • Voorbeelden: danbriet, peridoot, topaas en celestiet.
  • Eigenschappen: stimuleert de informatiestroom.

Trigonaal: Dit patroon heeft de vorm van een diamant- of tonvormige ruit.
  • Voorbeelden: saffier, alfakwarts, toermalijn en robijn.
  • Eigenschappen: geeft energie en aarding.

Monoklien: Vorm van een uitgetrokken, ingedrukt luciferdoosje.
  • Voorbeelden: selenietstaaf en kunziet.
  • Eigenschappen: beïnvloedt beweging en perceptie.

Hexagonaal: Vorm van een zeshoekig prisma.
  • Voorbeelden:aquamarijn, bètakwarts, smaragd en apariet.
  • Eigenschappen: organiseert en steunt.

Triklien: Dit patroon is het meest variabel en heeft geen vaste hoeken of lengten.
  • Voorbeelden kyaniet,labradoriet en ulexiet.
  • Eigenschappen: open en beschermend.
© 2007 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Alternatief (Mens en Gezondheid) op 15-05-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Kristal: geologie van de edelstenen"


Door A. Schipperijn op 09-10-2008

Merkwaardig dat nergens een goede definitie te vinden is van het woord/begrip: KRISTAL. Mijn definitie:
"Een kristal is een ruimtelijke, regelmatige, repeterende rangschikking van atomen." Maakt dus niets uit, of dat nu atomen van hetzelfde óf van verschillende elementen zijn. Uw reactie? Reactie infoteur op 02-05-2009:Ik vind dit een goede uitleg! Bedankt voor de toevoeging!