Diversen en Lichamelijk Onderzoek

Anamnese en Lichamelijk Onderzoek

Anamnese en Lichamelijk Onderzoek

Wanneer U wordt opgenomen in een ziekenhuis, zijn het anamnese gesprek en het lichamelijke onderzoek één van de eerste dingen die plaatsvinden. Een anamnesegesprek en het lichamelijk onderzoek maken het voor de verpleging/artsen en ander behandelend personeel makkelijker om te oordelen over hoe uw gezondheid er momenteel bij staat.


Inleiding:

Ziekte gaat meestal gepaard met klachten. Voordat de behandeling kan worden ingesteld, moet eerst de diagnose bij u worden gesteld. Bij het stellen van de diagnose speelt de anamnese een belangrijke rol. In de anamnese kunnen aanwijzingen worden gevonden voor de ziekte waaraan de patiënt lijdt; op grond hiervan kunnen nadere, gerichte onderzoeken plaatsvinden; de anamnese en het resultaat van deze onderzoeken leiden meestal tot een diagnose.

Anamnese:

De anamnese (herinnering) is de voorgeschiedenis van de ziekte zoals die uit mededelingen van de patiënt (auto-anamnese) of van anderen (hetero-anamnese) is te reconstrueren; deze gegevens worden volgens een vast patroon gerangschikt:

  • Persoonlijke gegevens: Naam, geslacht, burgelijke staat, adres, leeftijd, beroep, godsdienst.
  • Speciële anamnese: Hoofdklacht en eventueel bijkomende klachten.
  • Algemene anamnese: Systematische vragen naar de functies van de belangrijkste organen/orgaansystemen (voor zover niet aan de orde gekomen in de speciële anamnese).
  • Medisch verleden: Vroegere ziekten, opnames en operaties.
  • Allergie: Penicilline of jodium overgevoeligheid.
  • Intoxicaties: Alcohol, roken, medicijnen, drugs.
  • Voedings-anamnese: wel/geen dieet.
  • Familie-anamnese: wel/geen erfelijke ziekten of familiaire aandoeningen (hart/vaatziekten, suikerziekte).
  • Sociale anamnese: Situatie thuis en op het werk.

Het Lichamelijk Onderzoek:

Na het afnemen van de anamnese heeft de arts meetal al een idee over de mogelijke oorzaken van de klachten. Het lichamelijk onderzoek kan er nu bij helpen meer zekerheid te krijgen omtrent de diagnose.
Het lichamelijk onderzoek omvat:
  • observatie/inspectie (kijken, ruiken en horen)
  • auscultatie (luisteren met de stethoscoop)
  • percussie (kloppen)
  • palpatie (voelen)

Bij het lichamelijk onderzoek hoort ook het vaststellen van lengte en gewicht evenals het meten van de lichaamstemperatuur en de bloeddruk.

Observatie en inspectie
Vaak al tijdens het afnemen van de anamnese probeert de arts een eerste indruk te verkrijgen door observatie en inspectie omtrent:
  • De zieke indruk die de patiënt geeft
  • De psychische toestand: is de patiént zenuwachtig, angstig, somber of iets dergelijks
  • De bewustzijnstoestand: is de patiënt tijdens het gesprek goed aanspreekbaar?
  • Afwijkingen in de lichaamshouding en in de vorm van de verschillende lichaamsonderdelen: kan de patiënt zich normaal bewegen.
  • Het aspect van de huid en de slijmvliezen: zijn er afwijkingen zichtbaar en hoe is de kleur van de huid en de slijmvliezen? Bij bloedarmoede (anemie) is de patiënt bleek, bij leverziekten kan de patiént geel gan zine (icterus) en patiënten met slechte longen zien vaak wat blauwig (cyanose).
  • De voedingstoestand
  • Een afwijkende en/of hoorbare ademhaling: is de patiënt kortademig, hoest de patiënt of heeft hij een piepende ademhaling?
  • De geur van de patiént: patiëten met suikerziekte kunnen soms ruiken naar aceton, een teken van een niet goed functioneren van de stofwisseling. Zijn er problemen met het plassen, dan ruikt de patiënt naar urine, terwijl leverziekten vergezeld kunnen gaan van een grondlucht. Ook een alcohollucht laat zich niet miskennen.

Soms wordt meer gericht gekeken zoals bij inspectie van keel, neus of oren.

Auscultatie
Bij auscultatie wordt met behulp van de stethoscoop geluisterd naar geluiden afkomstig van organen in het lichaam, zoals de longen, het hart of de ingewanden. De geluiden die organen maken zijn bij iedereen ongeveer gelijk. Bij een ziekte kunnen de geluiden echter totaal van karakter veranderen, toenemen of afnemen. Het vaststellen hiervan helpt bij de diagnostiek. Het meten van de bloeddruk kan eveneens met behulp van de stethoscoop worden uitgevoerd (auscultatoire bloeddrukmeting).

Percussie
Bij percussie klopt de arts met de vingers van de ene hand op de vinger van de andere hand. Het daarbij voortgebrachte geluid echoot terug, al naar gelang de dichtheid van de weefsels steeds weer met een andere toon. Bij percussie van de longen zal de toon sonor (hol) klinken, vanwege de luchthoudendheid van de longen. Is er sprake van een longontsteking, danzal door de dichtheid van het onstekingsweefsel ter plekke een matte toon ontstaan.

Percutert men boven de lever of boven het hart, dan is de toon eveneens mat. Het is mogelijk het hartfiguur met behulp van percussie als het ware op de thorax te projecteren. Zo is een door ziekte vergroot hart al met behulp van percussie vast te stellen. Boven holle organen zoals de maag en ingewanden klinkt de toon tympanitisch (minder donker en iets muzikaler dan boven de longen).

Palpatie
Bij palpatie voelt de arts naar afwijkingen in de vorm, de consistentie en het oppervlak van de organen. De drukpijnlijkheid wordt vastgesteld evenals afwijkingen in de beweeglijkheid. Voorbeelden zijn het waarnemen van oedemen aan de huid (in de huid is een tijdelijk putje te drukken) en het palperen van de lever (deze heeft normaliter een scherpe rand en komt aan de zijkant niet onder de ribbenboog uit). Ook rectaal en vaginaal toucher behoren tot de palpatore onderzoeken. Bij het rectaal toucher wordt met een gehandschoende vinger omhooggegaan in de anus, waarbij afwijkingen aan anus en rectum en aangrenzende organen kunnen worden gevoeld. Het vaginaal toucher houdt in palpatie via de vagina van met name de inwendige geslachtsorganen bij de vrouw.

met de rug van de hand is het beste een lokaal temperatuurverschil waar te nemen. Het voelen van de pols moet eveneens tot het palpatore onderzoek worden gerekend.

Met de gegevens verkregen tijdens de anamnese en het lichamelijk onderzoek zal de arts komen tot een differentiële diagnose. Dit houdt in een lijst van mogelijke diagnoses, met de meest waarschijnlijke (de waarschijnlijkheidsdiagnose) bovenaan de lijst. Het aanvullend onderzoek nu is bedoeld om hieromtrend zekerheid te verkrijgen.

Voor het laatst bijgewerkt op: 1 maart 2007
© 2007 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Diversen (Mens en Gezondheid) op 04-01-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Anamnese en Lichamelijk Onderzoek"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.