Gezichtsvermogen en Oog

Het Menselijk Lichaam: Het Gezichtsvermogen, Geur en Smaak

Het Menselijk Lichaam: Het Gezichtsvermogen, Geur en Smaak

Het menselijk lichaam. Hoe steekt alles nou eigenlijk in elkaar? In deze serie van artikelen kun je over verschillende aspecten van het lichaam lezen. In het achtste artikel gaat het over Het Gezichtsvermogen, de Geur en de Smaak.


Het Gezichtsvermogen

Het oog is het gezichtsorgaan. Het heeft een ronde vorm en wordt omgeven door drie vliezen die een doorschijnende en gelatineachtige substantie, het oogvocht, bevatten. De buitenkant van het oog, de harde oogrok genoemd, is dik en ondoorschijnend. Vooraan is het oog doorschijnend, daar zit het hoornvlies. Het vaatvlies, dat in het midden van het oog zit, bevat veel bloedvaten. Het vaatvlies vormt samen met het hoornvlies de iris, een geheel van spieren die de doorgang van het licht naar het netvlies regelen. De iris is rijk aan pigmenten die het oog moeten beschermen tegen te veel licht. De hoeveelheid pigmenten verschilt van mens tot mens en bepaalt de kleur van de ogen.

Kegeltjes en Staafjes
Het menselijk oog kan kleuren onderscheiden dankzij zenuwcellen in het netvlies, kegeltjes genoemd. Andere cellen, de staafjes, zijn gevoelig voor de sterkte van het licht en zorgen ervoor dat we verschillende grijswaarden kunnen onderscheiden. Nachtdieren bijvoorbeeld hebben veel staafjes, zodat ze in het donker kunnen zien, maar ze hebben geen kegeltjes en kunnen dus geen kleuren onderscheiden.

Omgekeerd zicht
Het licht dat door voorwerpen wordt gereflecteerd, dringt onze oogbol binnen door een eerste lens, het hoornvlies. Daarachter zit de iris die de hoeveelheid licht filtert door het gat in het midden, de pupil, te vergroten of te verkleinen. Achter de pupil zit de lens die het licht concentreert op één punt van het netvlies. Het systeem van lenzen creëert een omgekeerd beeld achter op het oog, dat door de hersenen weer wordt omgedraaid.

De Spieren
De oogbol kan bewegen dankzij de samenwerking van 6 spieren. Vier liggen recht achter het oog en bewegen het oog naar omhoog, naar beneden, naar rechts en naar links. Twee andere liggen schuin en zorgen ervoor dat je alle andere richtingen uit kunt kijken.

Oogafwijkingen
Veel mensen zien niet goed, omdat het beeld niet goed wordt doorgegeven. Een oogbol die te lang of te kort is, een lens die niet goed werkt, het zijn allemaal redenen waarom het beeld niet juist op het netvlies verschijnt. Gelukkig kun je een bril of lenzen dragen die je zicht verbeteren.

De Geur

Het reukorgaan zit binnen in de neus. De twee neusholtes openen zich naar de buitenkant via de neusgaten. Aan de binnenkant zijn de neusholtes verbonden met keelholte. De achterkant van de neusholte is bedekt met een speciaal slijmvlies dat bovenaan het reukslijmvlies wordt gemoemd. Lucht die je inademt via de neus, bevat geurende moleculen die zo bij de reukreceptoren terechtkomen. Men weet nog niet heel precies hoe de neus verschillende geuren kan onderscheiden, maar waarschijnlijk zijn alle receptoren anders en nemen ze slechts bepaalde geurende moleculen waar. Omdat telkens een andere combinatie van cellen wordt geprikkeld, kunnen we dus duizenden geuren onderscheiden.

Neusslijmvlies
De reukcellen hebben een langwerpige vorm en een centrale verdikking met daarin de kern. Aan één kant eindigen de cellen in een bundeltje kleine trilhaartjes die de echte geurreceptoren zijn. Aan de andere kant is de cel heel lang en dun en behoort ze tot de vezels van de reukzenuw. De cellen beslaan slechts een heel klein deel van de neusholte, we kunnen geuren dus maar in beperkte mate opmerken. Toch kunnen we ze in slechts heel kleine hoeveelheden opmerken.

De Smaak

Alle smaakpapillen zitten boven op de tong. Bij kinderen is de hele tong bedekt, terwijl bij volwassenen alleen nog de cellen aan de randen gevoelig zijn. De smaken die we proeven, ontstaan dankzij de smaakpapillen die worden geholpen door geuren. Ze nemen de smaak waar van stoffen die in vloeistoffen zitten, de enige die de smaakbekers bereiken.

Zoet of Bitter
De smaakbekers kunnen vier hoofdsmaken onderscheiden. Zoete smaken worden waargenomen door de papillen op het puntje van de tong. Zoute smaken worden waargenomen door de papillen erachter en opzij. De papillen achter op de tong stellen vast of een smaak bitter is of niet en de papillen aan de zijkant van de tong nemen zure smaken waar.

De Papillen
De vorm van de papillen kan verschillen. Op het puntje van de tong zitten vooral draadvormige, smalle, lange papillen die worden gebruikt om te tasten. De smaakcellen zitten in de paddestoelvormige papillen. De grootste papillen zijn de omwalde waarop de smaakbekers zitten aan het uiteinde van de zenuwen.
© 2008 - 2009 Mondyluke, gepubliceerd in Diversen (Mens en Gezondheid) op 14-08-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Mondyluke is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Boek: Het Menselijk Lichaam

Reageer op het artikel "Het Menselijk Lichaam: Het Gezichtsvermogen, Geur en Smaak"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.