Huid en Huidcel

Het Menselijk Lichaam: De Huid en Het Hart

Het Menselijk Lichaam: De Huid en Het Hart

Het menselijk lichaam. Hoe steekt alles nou eigenlijk in elkaar? In deze serie van artikelen kun je over verschillende aspecten van het lichaam lezen. In het negende artikel gaat het over De Huid en Het hart.


De Huid

De huid omhult het menselijk lichaam. Ze isoleert het en beschermt het tegen de omgeving. Het uitwendige deel, de opperhuid, bestaat uit verschillende lagen. Op de huid bevinden zich dode huidcellen die een eiwit bevatten met beschermende functies. De laag eronder is rijk aan melanocynten en produceert melanine. Nog dieper bevinden zich de basale cellen die nieuwe cellen kunnen aanmaken die de dode cellen kunen vervangen. Het weefsel ertussen wordt de lederhuid genoemd. Die is rijk aan bloedvaten en haarzakjes. Het binnenste deel van de huid is de onderhuid. Die bestaat uit vet en isoleert dus goed.

De Haartjes
Haartjes helpen onze lichaamswarmte behouden. Als het koud is, richten ze op en houden ze een dun laagje lucht vast dat het lichaam isoleert van de omgeving. De wortels van de haartjes zitten in de lederhuid en worden door een klein bloedvaatje gevoed. Nieuwe cellen ontstaan in de papillen en duwen de oudere cellen naar boven. Uit die oude cellen groeien haartjes.

De Nagels
Onze vingers en tenen worden beschermd door de nagels. Het weefsel waaruit ze bestaan, is stevig en compact, maar toch beweeglijk. Het bevat hoornstof, hetzelfde eiwit als de huid, maar dan versterkt met minerale zouten.

De Huidskleur
Melanine is een donker pigment dat de huidskleur bepaalt. Het wordt geproduceerd door de melanocyten om ons te beschermen tegen de zon. In heel zonnige gebieden hebben de mensen meer pigmenten en daarom is hun huid donkerder.

De Tastzin
Het tastorgaan heeft zenuwuitlopers die verspreid liggen onder de bovenste lagen huid. De verschillende receptoren zijn gevoelig voor pijn, warmte, kou en druk die wordt uitgeoefend op de opperhuid. De concentratie aan uitlopers verschilt van lichaamsdeel tot lichaamsdeel. Daarom zijn bepaalde delen van het lichaam minder gevoelig voor aanrakingen.

Het Hart

De hartspier is de pomp die de bloedcirulatie in gang houdt. Dit holle orgaan bevindt zich tussen twee longen en is ongeveer zo groot als een gesloten vuist. De cellen zijn heel bijzonder en kunnen op autonome wijze samentrekken. Ze zijn gegroepeerd in gekruiste vezels en voeren een bijna ritmische beweging uit om het bloed rond te pompen.

De Hartspier
Het hart is verdeeld in vier holtes, namelijk twee boezems en twee kamers. De boezems vangen het bloed uit de aders op en sturen het naar de kamers. De kamers trekken zich dan samen en pompen het bloed in de slagaders. Het bloed moet altijd in dezelfde richting stromen, daarom zitten er tussen de boezems en kamers kleppen. Ook tussen de kamers en de slagaders zitten kleppen. De rechterboezem en de kamer eronder verwerken het zuurstofarme bloed uit de aders en sturen het naar de longen. De linkerkant van het hart vangt het bloed dat in de longen werd voorzien van zuurstof, op en pompt het door het lichaam.

De vier fases die het hart doorloopt:
  1. Fase 1 Isometrische diastole : De hartboezems vangen het bloed op en vullen zich terwijl de kamers leeg en ontspannen zijn.
  2. Fase 2 Isotonische diastole : De druk in de boezems is maximaal en daarom gaan de kleppen naar de hartkamers open. Het bloedt stroomt naar de kamers.
  3. Fase 3 Isometrische systole : Als de hartkamers vol zijn, trekken ze samen. De kleppen naar de boezems sluiten weer.
  4. Fase 4 Isotonische systole : De druk in de kamers is maximaal en daarom gaan de kleppen naar de slagaders open. Het bloed stroomt naar de slagaders.

Hartgeruis
Als het hart normaal werkt, maakt het een heel typisch geluid, het klopt namelijk. Dat kloppen is het geluid van de kleppen die open en dicht gaan. Als de kleppen niet goed werken, stroomt er een beetje bloed terug. Daardoor ontstaat een soort geruis, wat dus wijst op een slechte werking van het hart.

Hartkleppen
Tussen de boezems en de kamers zitten kleppen. Ook de doorstroming van het bloed van de kamers naar de longslagader en aorta wordt geregeld door kleppen. Elke klep regelt zijn eigen werking afhankelijk van drukverschillen tussen de holtes aan beide kanten van de klep. Als de druk het grootst is aan de kant die het bloed verder pompt, opent de klep zich. Hij sluit als de druk aan die kant wegvalt en het bloed probeert terug te keren. De klep verhindert dat.
© 2008 - 2009 Mondyluke, gepubliceerd in Diversen (Mens en Gezondheid) op 14-08-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Mondyluke is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Boek: Het Menselijk Lichaam

Reageer op het artikel "Het Menselijk Lichaam: De Huid en Het Hart"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.