InfoNu.nl > Mens en Gezondheid > Diversen > Bloed geven, hoe gaat dat?

Bloed geven, hoe gaat dat?

Bloed geven, hoe gaat dat? Nederland kent nog steeds te weinig bloeddonoren. Terwijl het geven van bloed vrij simpel is, deinzen mensen er toch altijd nog voor terug. Ze vinden het eng, weten niet hoe het gaat of zijn bang dat ze flauw vallen tijdens het geven van bloed. Vanzelfsprekend is het geven van bloed ook niet voor iedereen weggelegd, maar wie het wel kan en het doet, kan er mensenlevens mee redden.
Wie bloeddonor wil worden moet zich daarvoor opgeven. Dit kan via www.sanquin.nl. Op deze pagina staat een formulier dat ingevuld moet worden. Op 300 plaatsen in Nederland kan bloed worden gegeven, dus er is bijna altijd wel een plaats in de buurt waar mensen terecht kunnen. Ook zijn er grotere centra waar altijd bloed kan worden gegeven.

Eerste oproep - onderzoek en controle

Heeft iemand het formulier ingevuld, dan krijgt hij of zij thuis een bevestiging en een uitgebreid pakket met informatie. Vervolgens is het wachten op de eerste oproep. Valt die door de bus, dan staat daar op waar de donor wordt verwacht en op welk tijdstip. Meestal is dat gedurende een langere periode op een dag. Aangekomen bij de locatie – die kan heel verschillend zijn: soms in een sporthal, soms in een ziekenhuis, soms in een dorpshuis of een school - moet de donor zich altijd melden. Hij of zij moet zich legitimeren en als hij vaste donor is, ook zijn oproepkaart en zijn pasje meenemen waarop staat welke bloedgroep hij heeft. Een eerste oproep betekent niet dat er ook direct bloed kan worden gegeven. Juist die eerste keer wordt de donor grondig gecontroleerd door een arts. Gewicht, bloeddruk, Hemoglobine (HB) gehalte (prikje in de vinger) en de ziektegeschiedenis van de donor wordt daarbij gecontroleerd en doorlopen. Ook wordt het bloed van de donor getest op overdraagbare ziekten en wordt gekeken welke bloedgroep iemand heeft. Pas als dit allemaal bekend is volgt een definitieve oproep waarin echt bloed kan worden gegeven.

Is iemand eenmaal goedgekeurd, dan moet bij alle bezoeken elke keer een vrij uitgebreide lijst met vragen worden ingevuld. De Bloedbank wil weten of iemand is ingeënt, een tatoeage of een piercing heeft genomen en of er seksueel verkeer is geweest met iemand dat een risico kan vormen voor het overdragen van ziekten via het bloed. Maar er wordt ook gekeken naar inentingen en vakanties. Iemand die bijvoorbeeld in een land is geweest waar malaria heerst, mag binnen een periode van 7 maanden daarna geen bloed geven om het risico van besmetting uit te sluiten. Zelfs een bezoek aan de mondhygiëniste of een griepje kunnen reden genoeg zijn om geen bloed te mogen geven. De ontvanger van het bloed is immers altijd al zwak of ziek en kan besmetting met iets anders er ook niet nog een keer bij hebben.

Bron: Sabinurce / PixabayBron: Sabinurce / Pixabay

Eerste bloedafname

Is de donor goedgekeurd, dan volgt de eerste bloedafname. Meestal zijn er meerdere mensen tegelijk bij een bloedafname dag, dus liggen mensen samen in een zaal bloed te geven. Wie voor het eerst komt of een keer een wat minder goede afname heeft gehad (flauwvallen, zich niet lekker voelen of andere zaken) wordt altijd uitermate goed in de gaten gehouden door de laboranten van Sanquin. Bovendien wordt altijd uitgebreid verteld wat er gaat gebeuren en wordt steeds gevraagd hoe iemand zich voelt.

Bepalen van de arm

Mensen die bloed geven, nemen plaats op een speciale stoel die in verschillende standen kan worden gezet. Het is afhankelijk van de prikbaarheid van de aderen voor welke arm wordt gekozen en daar hoort ook een stoel bij voor de linker dan wel de rechterarm. De arm rust namelijk op een soort kussentje. Als de persoon in kwestie heeft plaatsgenomen, ontsmet de laborante de arm eerst, vervolgens wordt er een band om de arm gebonden om er zo voor te zorgen dat er voldoende druk in de aderen ontstaat. Vervolgens wordt met een naaldje in de ader geprikt, die is verbonden met een slangetje. Dat slangetje loopt naar een zak waar het bloed in loopt. De zak wordt heen en weer geschud door een machientje, maar daar merkt de donor niets van. Vanzelfsprekend wordt de slang vastgeplakt op de arm zodat ook dit geen problemen kan opleveren. Eenmaal goed geprikt hoeft de donor eigenlijk niets te merken van het geven van het bloed. Wel kan het zo zijn dat het bloed – door koude of door onvoldoende beweging – te langzaam stroomt. Er gaat dan een lampje knipperen. Sanquin heeft overigens een hele goede oplossing voor dat probleem, want de donor krijgt dan een balletje waar hij in moet knijpen. Dit zorgt er weer voor dat het bloed stroomt. Afhankelijk van hoe snel het bloed stroomt, is een halve liter bloed meestal binnen een kwartier gegeven. Overigens staat de donor altijd onder strenge controle. Wie bloed komt geven, geeft ook tevens een aantal buizen bloed die worden onderzocht op ziekten. Niet op alle ziekten overigens, maar wel op een aantal overdraagbare aandoeningen zoals HIV. Tevens wordt iedere keer de bloeddruk van de donor gemeten en het HB gehalte in het bloed door middel van een prikje in de vinger. Is er iets mis met één van beide zaken, dan mag geen bloed worden gegeven. Verder wijst de lijst die iedereen keer ingevuld moet worden en waar elke keer een andere bepaling kan staan uit of iemand een keer niet in aanmerking komt voor het geven van bloed. De controles zijn overigens voor mensen een goede manier om erachter te komen of een aantal vitale zaken in hun lijf in orde zijn.

Na het geven van het bloed, wordt het wondje even afgedicht met een verbandje. Meestal is dat trouwens zomaar weer dicht, maar voor de zekerheid krijgt iedereen verband. De donor blijft dan nog even liggen en later wordt de stoel weer een beetje verzet zodat er ook weer meer bloed door het hele lijf kan stromen. Mensen kunnen namelijk wel wat licht in het hoofd worden van het geven van bloed. Daarom is het ook niet verstandig om direct daarna lang te gaan staan.

Rust en een kopje soep van het huis

Voelt iemand zich goed na het geven, dan mag hij of zij altijd naar een ruimte waar soep, thee en koffie, karnemelk en broodjes of koeken worden verstrekt. De voedingsstoffen zijn nodig om het afgestane bloed weer aan te vullen. Na het geven van bloed moeten niet direct al te inspannende zaken worden gedaan. Het lichaam moet toch even herstellen.

Het scheiden van bloed

Het bloed dat een donor geeft wordt gescheiden in concentraten van rode bloedcellen, bloedplaatjes en plasma. Dit gebeurt al in de 24 uur na het geven. Sanquin slaat het plasma, direct na afname, op bij -25°C tot -30°C. Daardoor behouden de plasma-eiwitten, met name de stollingsfactoren, hun werkzaamheid. Ongeveer een kwart van het ingezamelde plasma gaat naar de ziekenhuizen en wordt daar gebruikt voor directe transfusie; driekwart is bestemd voor de bereiding van geneesmiddelen. Het vers bevroren plasma dat bestemd is voor directe transfusie wordt minimaal een half jaar in quarantaine gehouden. Als dan blijkt dat tests hebben uitgewezen dat virussen die via het bloed kunnen worden overgedragen niet in het bloed zitten, mag het plasma worden toegediend aan de patiënt.

Een donor mag een aantal keren per jaar bloed geven. Voor mannen is dat maximaal 5 keer, voor vrouwen maximaal 3 keer. Overigens is het aantal keren ook afhankelijk van de bloedgroep. Voor sommige bloedgroepen is het veel moeilijker om aan bloed te komen. Mensen die die bloedgroep hebben, kunnen vaker worden opgeroepen.

  • Goed eten voor het geven van bloed is erg belangrijk. Met een lege maag is het risico groter om onwel te worden.
  • Mensen die niet zo goed tegen bloed kunnen, kunnen beter niet naar het hele proces kijken. Een boekje of tijdschrift kunnen in dat geval afleiding geven. Ook gezellig kletsen met de buurman of buurvrouw is een optie.
  • Na de tijd een beetje rustig aan doen is erg verstandig. Bovendien heeft het lichaam flink wat vocht nodig naar het geven van het bloed, dus na de donatie veel water, thee of karnemelk drinken is erg verstandig. Ook vloeibare andere zaken zoals vruchtensappen of soep zijn erg goed na een donatie.
  • Mannen die seksueel contact met andere mannen hebben, zijn uitgesloten van het donorschap.
  • Ook mensen die lijden aan bepaalde ziekten kunnen geen bloed geven.
  • Bovendien is er een leeftijdgrens aan het doneren van bloed. Mensen mogen tussen 18 en 65 jaar bloed geven.

Lees verder

© 2009 - 2017 Singalees, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Bloeddonor worden?Bloeddonor worden?Er wordt veel aandacht besteed aan het werven van orgaan- en weefseldonors. Maar ook bloed kun je doneren en ook voor de…
Bloeddonor zijn: Wanneer mag je geen bloed geven?Bloeddonor zijn: Wanneer mag je geen bloed geven?Bij bepaalde ziekten mag iemand geen bloed doneren. Zo mag iemand die gordelroos heeft, tijdelijk geen bloed geven. Ook…
Bloedtransfusie en bloeddonatieBloedtransfusie en bloeddonatieZiekenhuizen in Nederland hebben dagelijks duizenden liters bloed nodig voor levensreddende operaties en ingrepen. Dit b…
Bloed doneren, wel of niet doen?Bloed doneren, wel of niet doen?Bloeddonatie, je hebt er vast wel eens over nagedacht. Je kan iemands leven er mee redden! Maar zijn er ook risico’s aan…
Indringers in je lichaamIndringers in je lichaamSoms voel je je niet lekker en heb je en de griep of een kauwtje te pakken. Je lichaam probeert dit op te lossen door de…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Bloed geven, hoe gaat dat?"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

Visser, 15-12-2009 15:13 #1
Klopt dit verhaal bij veelvuldig achter elkaar zou jelichaam dit willen corrigeren door de dikte van je bloed teveranderen

Infoteur: Singalees
Laatste update: 31-10-2010
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Diversen
Special: Bloeddonaties
Bronnen en referenties: 3
Reacties: 1
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!