Diversen en Bouw

Skelet: bouw en ontwikkeling van het bot

Skelet: bouw en ontwikkeling van het bot

Het skelet. Iedereen heeft ermee te maken, de mens, zoogdieren, vogels, enkele vissoorten en enkele amfibiën. Maak kennis met het indrukwekkende skelet van de mens, welke is onderverdeeld in enkele artikelen omdat het artikel anders veel te ingewikkeld wordt, wanneer het in één enkel artikel geplaatst zal worden. Dit is het eerste deel van de serie van het menselijk skelet! Kom binnen in de wereld van de inwendige mens...


Bouw en functie van het bot

Bij botten onderscheidt men altijd een hard, compact deel (compacta) en een sponsachtig deel (spongiosa). Bij compact been liggen de beenlamellen in concentrische lagen dicht tegen elkaar aan. De spongiosa wordt gevormd door talrijke beenbalkjes en kleine holten, waarin zich rood beenmerg bevindt. Ook de beenbalkjes zijn uit lamellen opgebouwd. Het verloop van de beenbalkjes is steeds zodanig dat de druk op de meest ideale manier wordt opgevangen. Botten zijn omgeven door periost (beenvlies), een bindweefsellaag met bloedvaten en zenuwen.

Holle beenderen, zoals bijvoorbeeld pijpbeenderen, zijn ook aan de binnenzijde bekleed met een vlies dat endost (inwendig beenvlies) wordt genoemd.
Bij beenderen zoals het borstbeen en de ribben is de compacta beperkt tot een dunne schorslaag ('korst') die daarom corticalis wordt genoemd. Spongiosa komt in alle botten voor. Bij pijpbeenderen is het voorkomen vrijwel altijd beperkt tot de uiteinden, die epifysen worde ngenoemd.

Aan de buitenzijde van de epifyse bevindt zich altijd een dunne laag compact been. De mergholte in een bot is gevuld met geel beenmerg (vetweefsel). Het is vooral duidelijk aanwezig in de schacht (diafyse), het lange middenstuk van de pijpbeenderen.

Alle botten samen vormen ons skelet, dat de volgende functies vervult:
  • het geeft vorm en steun aan het lichaam;
  • het biedt bescherming aan organen zoals hersenen, ruggenmerg en longen;
  • het is een aanhechtingsplaats voor spieren;
  • het biedt samen met het spierstelsel bewegingsmogelijkheden;
  • vorming van bloedcellen in het rode beenmerg (ongeveer 2.5 miljoen per seconde!!). Een volwassen mens bezit in de spongiosa ongeveer 2.5 kg rood beenmerg!!

Soorten beenderen

Men kan drie soorten beenderen onderscheiden:
Platte beenderenDeze zijn plat en vaak breed. Ze bevatten overwegend spongiosa met aan de buitenzijde ene schorslaag (corticalis) van compact been. Voorbeelden zijn de beenderen van de hersenschedel, schouderbladen, het heupbeen, de ribben en borstbeen.
PijpbeenderenDeze zijn lang en dun. Ze worden gekenmerkt door epifysen (met spongiosa) aan de uiteinden en de diafyse in het midden. Voorbeelden van pijpbeenderen zijn het scheenbeen, dijbeen en de vingerkootjes.
Onregelmatig (korte) beenderenDeze zijn in alle richingen ongeveer even groot. Aan de binnenzijde bevindt zich spongiosa met aan de buitenzijde een compacte schorslaag (corticalis). De wervels zijn een voorbeeld van deze soort beenderen.

Ontwikkeling van het bot; dikte- en lengtegroei

Het bot kan zich op twee manieren ontwikkelen, en wel door directe en indirecte botvorming. De directe botvorming vindt plaats vanuit het beenvlies (periost) en wordt daarom ook wel vliezige (desmale) verbening genoemd. Hierbij worden vanuit het beenvlies osteoblasten (beenvormende cellen) aangevoerd waaruit zich osteocyten (beencellen) vormen. Deze botvorming treedt onder andere op bij diktegroei van pijpbeenderen, de vorming van vele schedelbeenderen en bij genezing van botbreuken (callusvorming).

De indirecte botvorming vindt plaats vanuit kraakbeen (chondros) en wordt daarom enchondrale botvorming genoemd. Een bekend voorbeeld van deze botvorming is de lengtegroei bij pijpbeenderen, die in het kort als volg verloopt:

  • Nadat het kraakbeen eerst gedeeltelijk is verkalkt door de aanvoer van calciumzouten, dringen chondroclasten (kraakbeenvreters) het verkalkte kraakbeen binnen, waarna de kraakbeencellen worden vernietigd;
  • Via de nu gevormde kanalen voet het bloed osteoblasten aan, waardoor de eerste beenkern ontstaat in het kraakbeen (in de diafyse);
  • Na enige tijd ontstaan er in de beide epifysen nieuwe beenkernen die door een kraakbenige schijf, de epifysaire schijf (groeischijf), van de eerste beenkern zijn gescheiden.
  • Aan de naar de eerste beenkern gerichte zijde van de groeischijf wordt kraakbeen omgezet in been, terwijl aan de andere zijde nieuw kraakbeen wordt gevormd. Hierdoor schuiven de groeischijven steeds verder op. Zo ontstaat er dus lengtegroei vanuit de epifysaire schijven;
  • De lengtegroei komt tot stilstand als de groeischijven zijn verbeend (omstreeks het twintigste jaar); de epifysaire lijn blijft over

N.B. De aanwezigheid van verbeningskernen biedt de mogelijkheid om de leeftijd te bepalen.

Beenverbindingen

Botten kunnen op verschillende manieren met elkaar zijn verbonden:
  • Door onbeweeglijke beenverbindingen: naadverbindingen (suturen), bijvoorbeeld bij de botten van de hersenschedel.
  • Door beweeglijke beenverbindingen, waarbij er nog twee mogelijkheden zijn: verbindingen door middel van kraakbeen en door middel van gewrichten.

Bij kraakbeenverbindingen is er slechts een geringe beweging mogelijk, bijvoorbeeld de symfyse (tussen de schaambeenderen) en de kraakbeenverbinding tussen ribben en borstbeen).
Gewrichten zijn zeer beweeglijke beenverbindingen (bijvoorbeeld het kniegewricht).

Bouw van een gewricht

Bij een gewricht (articulatio) kan men de volgende onderdelen onderscheiden:
  • De uiteinden van de botten (kop en kom) zijn bekleed met hyalien kraakbeen.
  • Gewrichtskapsel; dit is een stevig kapsel met veel collagene vezels, met aan de binnenzijde het synoviaalvlies. Het kapsel omsluit de gewrichtsholte (gewrichtsspleet), die gevuld is met synovia (gewrichtssmeer), een helder, slijmbevattend vocht. De synovia wordt geproduceerd door het syonviaalvlies (gewrichtsvlies), dat onder andere bloedvaten bevat. De synovia heeft enerzijds een smeerfunctie terwijl het anderzijds zorgt voor de voeding van het kraakbeen. Door het bezit van gewrichtskapsels met synoviaalvliezen worden de gewrichten ook wel syonviale verbindingen genoemd.
  • Ligamenten (gewrichtsbanden); het zijn zeer stevige collagene structuren die samen met de spieren ertoe bijdragen dat de botten hecht met elkaar verbonden blijven

De botten van een gewricht worden door de vorm, de luchtdruk (de gewrichtsholte is luchtledig), kapsels, banden en spieren goed op elkaar gehouden. Bij een verstuiking zijn de kapsels en banden gerekt of zelfs gescheurd, terwijl bij een ontwrichting kop en kom zodanig uit elkaar zijn teruggetrokken, dat ze niet meer vanzelf in de oude positie terugkeren.

Bij een aantal gewrichten onderscheidt men bijzondere structuren als:
  • Menisci articulares; dit zijn halvemaanvormige kraakbeenplaatjes waarvan er zich in ieder kniegewricht twee bevinden (de laterale en mediale meniscus). Ze vergroten de stabiliteit van het kniegewricht doordat door hun aanwezigheid de gewrichtsvlakken beter aan elkaar zijn aangepast. He tzijn tevens schokdempers;
  • Discus articularis; dit is een kraakbeenschijf die men onder andere aantreft in het kaakgewricht, en tussen het borstbeen en het sleutelbeen. Ook hierdoor worden de gewrichtseinden beter op elkaar aangesloten.
  • Slijmbeurzen; het zijn met synovia gevulde platte zakjes die tot taak hebben de wrijving tussen botten en de weke delen te beperken. Vooral bij het kniegewricht bevinden zich veel (ongeveer 10) slijmbeurzen.

Indeling van de gewrichten

Op grond van de bewegingsmogelijkheden kan men de gewrichten als volgt indelen:
  • Kogelgewricht: Er is beweging mogelijk in vele richtingen (vlakken), bijvoorbeeld schoudergewricht en heupgewricht.
  • Rolgewricht: Het ene beenstuk draait om het andere, bijvoorbeeld spaakbeen om ellepijp, atlas (met hoofd) om de tand van de draaier.
  • Scharniergewricht: Er is slechts beweging mogelijk in één richtingsvlak (bijvoorbeeld ellebooggewricht, kniegewricht).
  • Zadelgewricht: Er is beweging mogelijk in twee vlakken loodrecht op elkaar, bijvoorbeeld tussen het middenhandsbeen voor de duim en het aangrenzende handwortelbeentje.
  • Straf gewricht: Er is zeer weinig beweging mogelijk door de aanwezigheid van talrijke ligamenten, bijvoorbeeld de gewrichten tussen heiligbeen en darmbeen (Sarcroiliacale gewrichten), de gewrichten tussen scheenbeen en kuitbeen en de gewrichten tussen de handwortel- en voetwortelbeentjes onderling.
© 2007 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Diversen (Mens en Gezondheid) op 12-03-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Skelet: bouw en ontwikkeling van het bot"


Door Yeliz erkan op 02-11-2008

Ik vind dit een goed artikel. Ik moest voor mijn examen van Anatomie informatie hebben over het bot. In dit artikel heb ik het gevonden. Ik was heel blij.
Groetjes, Yeliz Reactie infoteur op 02-11-2008:Hoi Yeliz,

Fijn dat je wat aan mijn artikel had!

Groet, Hikari

Door Ingrid Gordts op 11-12-2007

Ik vind dit een goed artikel. Ik moest voor mijn examen van Anatomie informatie hebben over het bot. In dit artikel heb ik het gevonden. Ik was heel blij.
Groetjes, Ingrid