
Skelet: Beenderen van de romp
Het skelet. Iedereen heeft ermee te maken, de mens, zoogdieren, vogels, enkele vissoorten en enkele amfibiën. Maak kennis met het indrukwekkende skelet van de mens, welke is onderverdeeld in enkele artikelen omdat het artikel anders veel te ingewikkeld wordt, wanneer het in één enkel artikel geplaatst zal worden. Dit is het derde deel van de serie van het menselijk skelet! Kom binnen in de wereld van de inwendige mens...
Het skelet van de romp bestaat uit de wervelkolom, de borstkas en het bekken.
Wervelkolom
De wervelkolom is opgebouwd uit (meestal) 33 wervels, die door tussenwervelschijven (kraakbeenschijven) en gewrichten met elkaar verbonden zijn. Van boven naar beneden onderscheidt men:- zeven halswervels (cervicale wervels)
- twaalf borstwervels (thoracale wervels)
- vijf lendenwervels (lumbale wervels)
- vijf heiligbeenwervels (sacrale wervels), vergroeid tot het heiligbeen (os sacrum)
- vier staartbeenwervels, vergroeid tot het staartbeen (stuitbeen).
Bij de wervelkolom zijn de volgende normaal voorkomende krommingen te onderscheiden:
- Lordose: een holle kromming aan de dorsale zijde (rugzijde). Deze is aanwezig in het cervicale en in het lumbale gebied.
- Kyfose: een bolle kromming aan de dorsale zijde. Deze is aanwezig in het thoracale en in het sacrale gebied.
- Scoliose: een geringe zijwaartse kromming, ook wel functionele scoliose genoemd. Deze staat tegenover een structurele scoliose: een abnormale zijwaartse kromming, waarbij de struktuur van één of meer wervels is veranderd.
Het wervelkanaal wordt gevormd door de opeenvolgende wervelgaten en loopt vanaf de eerste halswervel tot aan he tstaartbeen. In het wervelkanaal bevindt zich het ruggenmerg (medulla spinalis) dat loopt tot ongeveer de tweede lendenwervel.
Bouw van een wervel
Een wervel (vertebra) bevat de volgende onderdelen:
- een wervellichaam (corpus vertebrae) aan de ventrale zijde
- een wervelboog (arcus) aan de dorsale zijde
- een wervelgat (foramen vertebrae) tussen wervellichaam en wervelboog
- uitsteeksels (processus) op de wervelboog: twee dwarsuitsteeksels (processus transversus), één doornuitsteeksel (processus spinosus) en vier gewrichtsuitsteeeksels (processus articularis), twee aan de bovenzijde en twee aan de onderzijde. Door de gewrichtsuitsteeeksels kunnen de opeenvolgende wervels met elkaar gewrichten vormen.
Tussen de wervellichamen van de wervels (behalve tussen de eerste twee halswervels en bij de vergroeide wevels) bevinden zich de reeds genoemde tussenwervelschijven. Iedere tussenwervelschijf (discus intervertebralis) bezit een waterrijke, pulpachtige kern (nucleus pulposus) en een fibreuze ring (annulus fibrosus). Wanneer deze fibreuze ring plaatselijk is verzwakt kan de nucleus pulposus uitpuilen in het wervelkanaal waardoor zenuwen in de verdrukking kunnen komen. Men spreekt dan van een hernia nuclei pulposi (HNP), kortweg hernia genoemd, meestal voorkomend in de tussenwervelschijf tussen de vierde en de vijfde lendenwervel.
Aan de laterale zijden bevinden zich tussen de wervels openingen, de tussenwervelgaten (tussenwervelgat = foramen intervertebrale) voor het doorlaten van de ruggenmergzenuwen (spinale zenuwen).
Eigenschappen van verschillende soorten wervels
Halswervels (C1 t/m C7).
Bij de meeste halswervels is het doornuitsteeksel gevorkt. De dwarsuitsteeksels zijn doorboord voor de passage van de wervelslagader en de wervelader, die mede zorgen voor het vervoer van bloed naar en vanaf de hersenen. Ze bezitten een groot wervelgat en een klein wervellichaam.
De eerste halswervel heet atlas, een ringvormige wervel doordat het wervellichaam en het doornuitsteeksel vrijwel geheel ontbreken. De vier gewrichtsuitsteeksels ontbreken eveneens. De atlas bezit daarentegen vier grote gewrichtsvlakken, twee aan de bovenzijde (kommen waarin de achterhoofdsknobbels kunnen bewegen) en twee aan de onderzijde (voor de bewegingen tussen atlas en draaier).
De tweede halswervel, de draaier (axis), bezit op het wervellichaam een tand (dens). Bij het jaknikken beweegt het hoofd met de achterhoofdsknobbels over de gewrichtskommen van de atlas: atlas en draaier zijn in rust; bij het 'nee' schudden draait het hoofd met atlas om de tand van de draaier.
Borstwervels (Th1 t/m Th12.
Bij deze wervels zijn de doornuitsteeksels schuin naar beneden (dorsocaudaal) gericht. Aan de laterale zijden bezitten ze extra gewrichtsvlakken voor de bevestiging van de twaalf paar ribben.
Lendenwervels (L1 t/m L5.
De lendenwervels bezitten een zeer groot wervellichaam en een relatief klein wervelgat. Op de wervelboog staan grote uitsteeksels. Het doornuitsteeksel vormt een verticale plaat die vrijwel horizontaal gelegen is. Het ruggenmerg eindigt ongeveer bij de tweede lendenwervel.
Heiligbeenwervels (S1 t/m S5).
De heiligbeenwervels zijn vergroeid tot een driehoekig beenstuk, het heiligbeen (os sacrum), dat vier openingen bezit. Het heiligbeen is naar achteren gebogen (kyfose) waardoor het bekken vrij groot is. De doornuitsteeksels zijn nauwelijks ontwikkeld. De bovenstaande rand (basis) van het heiligbeen die naar voren uitsteekt heet promontorium. In dit verband dient opgemerkt te worden dat de voorkant van de erboven liggende tussenwervelschijf ook wel promontorium wordt genoemd.
Staartbeenwervels.
Deze kleine wervels (meestal vier, soms 3, soms 5) zijn vergroeid tot het staartbeen (stuitbeen) of koekoeksbeen (os coccygis).
Het wervelkanaal loopt tot aan het staartbeen.
Borstkas
De borstkas (thorax) omsluit de borstholte en wordt gevormd door het borstbeen, de 12 paar ribben en een gedeelte van de wervelkolom, namelijk de 12 borstwervels met de bijbehorende tussenwervelschijven.Het borstbeen (sternum) is van boven naar beneden opgebouwd uit het handvat (manubrium) waaraan het eerste paar ribben is bevestigd, het lichaam (corpus) en het zwaardvormig aanhangsel (processus xiphoideus, xifoïd) dat soms nog grootendeels uit kraakbeen bestaat. De 12 paar ribben woren onder verdeeld in 7 paar "ware" ribben en 5 paar "valse" ribben. De ware ribben staan ieder door middel van kraakbeen direct in verbinding met het borstbeen. Het eerste paar is bevestigd aan het manubrium, terwijl de overige 6 paar met het corpus zijn verbonden.
De 5 paar valse ribben staan indirect met het borstbeen in verbinding doordat ze verbonden zijn met het kraakbeenstuk van het zevende paar of doordat ze vrij eindigen. Dit laatste geldt voor de onderste twee paar ribben die daarom "zwevende" ribben genoemd worden.
Bekken
Het bekken (pelvis) is opgebouwd uit de volgende beenderen:- twee heupbeenderen: ieder heupbeen (os coxae) is een vergroeiing van de volgende beenderen: darmbeen (os ilium), zitbeen (os ischii) en schaambeen (os pubis). Elk heupbeen heeft een diepe gewrichtskom (acetabulum) waar de kop van het dijbeen in past. Het acetabulum wordt gevormd door delen van darmbeen, schaambeen en zitbeen.
- heiligbeen (os sacrum).
- staartbeen.
Verwante artikelen
- Het menselijk skelet: Het skelet geeft jou lichaam stevigheid en de mogelijkheid om rechtop te staan. Ze ondersteunen de bewegingen van het lichaam en beschermen de inwendige organen. Het menselijk skelet ba…
- Het beenderstelsel of skelet: Hoewel veel mensen bij het woord skelet direct aan ernstige misdaden en enge horrorfilms denken, is het skelet veel meer dan dat. Ons skelet hebben we nodig, we kunnen niet zond…
- De anatomie van de voet: De voet, een gewricht dat bij mensen veel te doorstaan heeft. Met zijn tweeën moeten ze een heel mensengewicht dragen. Ze lopen wat af op een dag en moeten zo veel kunnen doorstaan.…
- De anatomie van de hand: We gebruiken onze handen elke dag zonder er bij na te denken. Toch is het uniek wat wij, als mensheid, kunnen uitvoeren met onze handen. We hebben een ver ontwikkelde fijne motoriek.…
- Het Menselijk Lichaam: Het Skelet en De Schedel: Het menselijk lichaam. Hoe steekt alles nou eigenlijk in elkaar? In deze serie van artikelen kun je over verschillende aspecten van het lichaam lezen. In dit…

Reageer op het artikel "Skelet: Beenderen van de romp"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

