
Infectieleer voor de verpleegkundige
De infectieleer. Een uitgebreid thema om te behandelen, en te groot om in één enkel artikel te plaatsen. Daarom voor U verzameld de informatie van de infectieleer die bij de verpleegkunde van toepassing is.
Therapeutisch milieu
Het begrip therapeutisch milieu is een veelvoorkomend begrip in de verpleging en de verzorging. Wat verstaat men onder het begrip therapeutisch milieu?De omgeving van de zorgvrager/patiënt/bewoner/cliënt wordt ook wel het milieu genoemd. Het milieu wordt verdeeld in het levende en het dode milieu.
Levende milieu
Het levende milieu omvat alle mensen in de omgeving van de zorgvrager. Dit kunnen familieleden, vrienden, medebewoners of hulpverleners zijn. Het levende milieu kan heel omvangrijk zijn, bijvoorbeeld in een woongemeenschap voor mensen met een handicap. Het levende milieu kan echter ook erg weinig mensen bevatten, hierbij valt te denken aan een eenzame, alleenwonende bejaarde. Niet alleen mensen behoren tot het levende milieu. Ook dieren worden tot het levende milieu gerekend.
Dode milieu
Het dode milieu omvat alle materiële voorzieningen en het klimaat voor de zorgvrager. Het dode milieu omvat onder meer het gebouw waarin de zorgvrager zich bevindt, de inrichting van dat gebouw en het klimaat dat er heerst (temperatuur, vochtigheid, licht).
Aan de omgeving van de zorgvrager worden drie eisen gesteld. Deze eisen gelden zowel voor het dode als voor het levende milieu, welke twee aspecten hierboven zijn behandeld.
De omgeving van de zorgvrager moet:
- Gezondheidsbevorderend zijn
- Stimulerend zijn ten aanzien van zelfzorg en de mantelzorg
- Prettig zijn voor de zorgvrager
Als de omgeving van de zorgvrager aan deze drie eisen voldoet, is er sprake van een therapeutisch milieu. Het bereiken van een optimaal therapeutisch milieu is in de praktijk moeilijk.
Dit kan aan allerlei factoren liggen.
Dit kan aan allerlei factoren liggen.
Zelfzorg en mantelzorg
Zelfzorg en mantelzorg zullen voor velen een onbekend begrip zijn, maar welke wel erg van belang kunnen zijn om deze tekst goed te kunnen begrijpen.
Zelfzorg wordt beschouwd als deels aangeleerd en doelbewust gedrag dat bestaat uit activiteiten die mensen uitvoeren om:
- In leven te blijven
- Gezondheid en welbevinden te bewaren
- Zich verder te ontwikkelen en te kunnen functioneren in de maatschappij
Mantelzorg is de zorgverlening die binnen bepaalde sociale netwerken door de mensen in dat netwerk aan elkaar wordt gegeven, op basis van de bereidheid tot wederkerigheid.
Infectieleer
Het begrip therapeutisch milieu is nu bekend. Een van de kenmerken van een therapeutisch milieu is dat het milieu gezondheidsbevorderend moet zijn. De gezondheid kan door allerleid factoren verstoord worden. Enkele van deze gezondheidsverstorende factoren zijn micro-organismen die infectieziekten kunnen veroorzaken.De micro-organismen treffen we aan in het levende en in het dode milieu. Omdat de micro-organismen zo bepalend zijn voor het therapeutische milieu, bespreken we eerst de infectieleer. In dit artikel gaan we in op de infectieleer voor zover die van belang is voor het verpleegkundig handelen.
Wat zijn Micro-organismen
Micro-organismen zijn levende wezens die met het blote oog niet te zien zijn. Ze zijn alleen waar te nemen door een microscoop. Er zijn verschillende groepen micro-organismen. Deze groepen zijn: Virussen, bacteriën, schimmels en protozoën.Virussen worden wel omschreven als "een levend iets", omdat het onduidelijk is of dit wezen tot het plantenrijk of dierenrijk behoort. Virussen kunnen zich alleen vermeerderen in levende cellen. Bekende ziekten die door virussen veroorzaakt worden zijn de kinderziekten, griep, verkoudheid, aids en de vogelgriep.
Van de plantaardige micro-organismen zijn de bacteriën het meest bekend als ziekteverwekker. Er zijn verschillende bacteriën:
| Kokken | Dit zijn bolvormige bacteriën. We kennen onder meer stafylokokken, die vooral bekend staan als veroorzaker van etterende ontstekingen. Andere kokken zijn streptokokken en pneumokokken |
| Bacillen | Deze hebben de vorm van staafjes. Er zijn diverse bacillen, bijvoorbeeld de tuberkelbacil en de tetanusbacil |
| Spirochaeten | Zij zijn onder meer de verwekker van de geslachtsziekte syfilis en hebben de vorm van een kurkentrekker |
Er bestaan verschillende soorten schimmels die een schimmelinfectie kunnen veroorzaken. Bekende schimmelinfecties van de huid zijn voetschimmel (ook wel zwemmerseczeem genoemd) en ringworm.
De protozoën zijn de dierlijke micro-organismen. In ons land komen ze als ziekteverwekker niet zo vaak voor. Tegenwoordig reizen de mensen steeds meer en dit heeft tot gevolg dat er de laatste jaren een lichte toename is in ziekten veroorzaakt door dierlijke micro-organismen. Malaria en dysenterie zijn hier voorbeelden van.
Virussen, bacteriën, protozoa en schimmels kunnen dus van invleod zijn op de gezondheid van onszelf en van de patiénten die verpleegkundige zorg biedt.
De invloed van micro-organismen op het lichaam kan verschillend zijn:
- Micro-organismen kunnen een nuttige invloed op het lichaam hebben. Een voorbeeld hiervan is de colibacil in de darmen. Deze colibacil speelt een rol bij de productie van de vitaminen B en K.
- Ook kunnen ze een schadelijke invloed op het lichaam hebben. Ze kunnen het lichaam ziek maken, het zijn Pathogene Micro-Organismen. Pathogene micro-organismen kunnen het lichaam binnendringen, zich ontwikkelen en vermenigvuldigen. Wanneer het lichaam hier met ziekteverschijjnselen op reageert, spreken we van een infectieziekte
- Ten slotte zijn er die geen invloed op het menselijk lichaam hebben. Als voorbeeld kunnen genoemd worden micro-organismen die ziekten bij planten veroorzaken en die voor de mens verder onschadelijk zijn.
Enkele infectieziekten
Pathogene micro-organismen kunnen ons ziek maken. De verpleegkundige heeft in haar werk kans een aantal specifieke infectieziekten op te lopen. Dit geldt met name voor de infectieziekten hepatitis, aids en infecties veroorzaakt door MRSA.Hepatitis
Hepatitis wordt veroorzaakt door een virus. Het veroorzaakt een leverontsteking. Er zijn verschillende vormen van hepatitis. Hepatitis B is een veel voorkomende vorm waar je als verpleegkundige in de praktijk me in aanraking kunt komen wanneer je onzorgvuldig te werk gaat en je je bijvoorbeeld prikt aan een gebruikte naald van een zorgvrager die besmet is met het hepatitisvirus. Hepatitis is een ernstige ziekte omdat:
- Er blijvend letsel aan de lever kan optreden
- Iemand die besmet is zijn hele leven lang besmet kan blijven en zo dus een gevaar voor andere mensen kan zijn en blijven
Het hepatitisvirus bevindt zich in bloed en sperma van de mensen die besmet zijn. Het virus wordt overgedragen wanneer iemand zich verwondt met een voorwerp (een naald) waar besmet bloed aan zit. Drugsgebruikers loepn daardoor meer risico, maar ook het zetten van een piercing of tatoeage is niet zonder risico's. Het hepatitisvirus kan ook bij onbeschermd seksueel contact overgedragen worden.
Wanneer je besmet bent met het Hepatitis virus, merk je eigenlijk nog niets. Het duurt soms wel drie tot zes maanden voor de eerste verschijnselen van een leverontsteking merkbaar worden. De verschijnselen zijn:
- moeheid,
- slechte eetlust,
- donker verkleurde urine,
- gele verkleuring van de huid en het oogwit
He tis niet altijd zo dat mensen die besmet zijn met het hepatitisvirus alle verschijnselen hebben. Sommige mensen zijn alleen moe, anderen hebben alleen een gele verkleuring van de huid en weer anderen hebben geen van de verschijnselen. Wanneer je besmet bent geraakt, maakt het lichaam antistoffen aan tegen het hepatitisvirus. De antistoffen moeten het virus gaan bestrijden. Het herstel kan soms wel maanden duren. Er zijn geen medicijnen die het virus kunnen bestrijden. In één op de honderd gevallen kent de zieke een dodelijke afloop.
Aids
Aids wordt veroorzaakt door een virus. De afkorting AIDS staat voor Acquired Immune Deficiency Syndrome. Vrij vertaalt dus een ziekte van het immuunsysteem. Syndroom staat voor een combinatie van symptomen. Aids ontstat na infectie met het HIV (Humaan Immunodeficiëntie Virus). HIV tast het immuunsysteem aan. HIV wordt net als hepatitis over gedragen door bloedcontact en door seksueel verkeer. Het HIV-virus kun je bij je hebben zonder dat te weten en je kunt het op deze manier via bloedcontact of seksueel verkeer overdragen aan een ander. Bij het HIV-virus kan het vijf tot vijftien jaar duren voordat een zorgvrager aids ontwikkeld. Het HIV-virus kent verschillende gradaties waarbij sommigen agressiever zijn dan de anderen.
MRSA
De afkorting MRSA staat voor Methiciline Resistente Staphylococcus Aureus. Stafylokokken komen veel voor. Veel gezonde mensen dragen de bacterie gewoon in de neus of op de huid. Je merkt er niets van. Alleen bij een verminderde afweer kunnen stafylokokken aanleiding geven tot infecties, zoals: steenpuist, wondinfecties, nagelomloop. Deze infecties zijn uitstekend te behandelen.
Het verschil tussen MRSA en de gewone stafylokok is dat MRSA ongevoelig is voor de meeste antibiotica (dat wordt bedoelt met methiciline resistent).
Doorgaans is er nog maar één antibioticum waarvoor MRSA gevoelig is. Omdat ziekenhuizen nie twillen dat MRSA ook ongevoelig wordt voor dit laatste middel, zijn ze erop gebrand de introductie en verspreiding van MRSA binnen ziekenhuizen te voorkomen. Daarom nemen ziekenhuizen altijd veel maatregelen om te kijken of er meer besmettingen hebben plaatsgevonden.
De infectiecyclus
Voor het ontstaan van infectieziekten moet er sprake zijn van een infectiecyclus. De infectiecyclus geeft de voorwaarden aan die er moeten zijn, wil er een infectieziekte op kunnen treden. Als aan een van de voorwaarden uit de cyclus niet voldaan is, kan er geen infectie optreden. De voorwaarden voor het kunnen optreden van een infectie worden hieronder genoemd:- Er moeten micro-organismen aanwezig zijn.
- Er moet een geschikte leefomgeving zijn voor de micro-organismen. Dat wil zeggen een omgeving waar micro-organismen in kunnen blijven leven en zich kunnen vermenigvuldigen. Vak is dat een vochtige, warme omgeving. Het kan echter ook een zuurstofrijke of juist een zuurstofarme omgeving zijn, afhankelijk van het soort micro-organisme.
- De micro-organismen moeten de leefruiimte kunnen verlaten. Wanneer deze leefomgeving een mens is, kan dat bijvoorbeeld via de ontlasting, braakse, uitgeademde lucht en bloed.
- De micro-organismen moeten na het verlaten van de leefomgeving verder getransporteerd worden. Dit kan op verschillende wijzen, bijvoorbeeld via de lucht, water en voedsel, insecten, gebruiksvoorwerpen of via de mens.
- Wanneer de micro-organismen getransporteerd worden, moet er bij de nieuwe leefomgeving wel een toegangspoort zijn; een mogelijkheid om binnen te dringen dus. Een toegangspoort tot het menselijk lichaam kan bijvoorbeeld een wond zijn, of de luchtwegen.
Om infectie te voorkomen moet dus een schakel uit de infectiecyclus verwijderd worden.
Uitschakelen van micro-organismen
Er zijn twee manieren om micro-organismen uit te schakelen:Sterilisatie en
Desinfectie.
Sterilisatie
De meest effectieve manier om micro-organismen uit te schakelen is sterilisatie. Gebruiksvoorwerpen kunnen gesteriliseerd worden, menselijk weefsel echter niet. Sterilisatie betekent het doden van alle bacteriën, sporen, schimmels en virussen. Sterilisatie kan bereikt worden door verhitting, met behulp van chemische stoffen en door straling (gammastralen). Verhitting kan door middel van droge hitte, door hete stoom en door uitkoken. Deze methoden worden over het algemeen niet uitgevoerd door verpleegkundigen. Voor deze methoden wordt gebruik gemaakt avn een speciale sterilisatieafdeling. Toch komt het voor dat je als verpleegkundige materialen moet steriliseren, bijvoorbeeld een voedingsfles voor een pasgeborene. Je kunt dan de fles uitkoken. Deze activiteit kan wel tot het verpleegkundige domein (gebied) behoren. Het is een activiteit die met name in de thuissituatie voorkomt.
Wijze bij sterilisatie door uitkoken:
Het uitkoken van materiaal kan met leidingwater, gedestilleerd water of met water met een sodaoplossing gebeuren. Bij gebruik van leidingwater is het verstandig om een scheutje azijn toe te voegen. Dit wordt gedaan om kalkaanslag te voorkomen.
Als er glazen gebruiksvoorwerpen gesteriliseerd worden, moet het glas in koud water gelegd worden dat vervolgens aan de kook wordt gebracht.
Wanneer voorwerpen beschadigd raken tijdens het koken, moet je deze voorwerpen omwikkelen met bijvoorbeeld een gaasje. Wil er sprake zijn van steriliteit, dan moet het water, met het voorwer erin, tien minuten koken.
Desinfectie
Als sterilisatie niet mogelijk is, kunnen micro-organismen onschadelijk gemaakt worde ndoor desinfectie met desinfecterende middelen. Desinfectie wordt ook wel toegepast voordat men gaat steriliseren of wanneer sterilisatie niet echt noodzakelijk is. Bij desinfectie worden allerlei pathogene (ziekameknde) micro-organismen gedood, maar de kiemen (sporen) blijven leven. Deze kiemen kunnen weer pathogene micro-organismen worden.
Desinfecterende middelen zijn meestal chemisceh stoffen. De chemische stoffen die dienen voor desinfectie van de huid, worden ook wel antiseptische middelen genoemd.
Desinfecterende middelen hebben altijd een bepaalde concentratie. Deze concentratie wordt in procenten uitgedrukt. Om goed te desinfecteren is het belangrijk de juiste concentratie van ee ndesinfecterend middel te gebruiken.
Op verpakking met desinfecterende middelen staat het percentage altijd aangegeven, bijvoorbeeld jodiumtinctuur 2 procent of alcohol 70 procent. Soms wordt het desinfecterende middel i neen hoge concentratie aangeboden. Het middel moet dan verdund worden met water. Het is dan belangrijk de gebruiksaanwijzing goed te lezen, zodat de juiste hoeveelheid water toegevoegd kan worden.
Bij gebruik van desinfecterende middelen moet de verpleegkundige met een aantal factoren rekening houden, wil de desinfectie betrouwbaar zijn:
- Aard van de aanwezige ziektekiemen: het desinfecterend vermogen van bepaalde desinfecterende middelen is op bepaalde groepen micro-organismen groter dan op anderen. Dettol heeft een snelle bacteriedodende werking en houdt deze werking lang vast.
- Aard van het te ontsmetten materiaal: bepaalde desinfecterende middelen zijn geschikt voor de huid, anderen juist voor materiaal. Betadine heeft een productenlijn om de huid te desinfecteren en een andere lijn met producten om materiaal te desinfecteren.
- Temperatuur van de desinfecterende middelen: sommige desinfecterende middelen werken optimaal bij een bepaalde temperatuur. De desinfectans die je na het handen wassen op je handen doet, werkt optimaal bij kamertemperatuur.
- Tijdsduur van inwerking: bij bepaalde micro-organismen is een langere inwerking van het desinfecterende middel vereist. Meestal staat dit op de verpakking of in de gebruiksaanwijzing van de desinfectans vermeld.
- Concentratie van het desinfecterend middel: om goed te desinfecteren is het belangrijk de juiste concentratie van een desinfecterend middel te gebruiken. We kennen bijvoorbeeld alcoholoplossingen van 10 procent, maar ook van 70 procent.
Verwante artikelen
- Infectieziekten bij kinderen – De ziekte van Pfeiffer: Iedereen heeft wel eens wat over de Ziekte van Pfeiffer gehoord. Kinderen kunnen deze ziekte ook hebben. Wat houd het in, wat zijn de verschijnselen en…
- Infectieziekten bij kinderen – Middenoorontsteking (loopoor): Middenoorontsteking is een vervelende infectieziekte. Een kindje met Middenoorontsteking heeft vaak erge pijn aan dit oor. Is deze infectieziekte…
- Florence Nightingale; verpleegkunde: Florence Nightingale. De vrouw die ervoor gezorgd heeft dat de verpleging echt een beroep werd. Voor haar tijd was het alleen 'liefdadigheid' om voor zieke en/of oude men…
- Infectieziekten: De meeste ziekten die voorkomen, zijn infectieziekten. Deze worden veroorzaakt door micro-organismen. Deze zijn onder te verdelen in de 'niet ziek makende', 'mogelijk ziek makende' en 'ziek…
- Pijn en pijnbeleid, rol van de verpleegkundige: In veel gevallen hebben verpleegkundigen regelmatiger en frequenter contact met patiënten dan andere zorgverleners en dat plaatst hen in een unieke positie. Zo…

Reageer op het artikel "Infectieleer voor de verpleegkundige"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

