
Grote en Kleine Hersenen
Elk dier, elk mens, elk levend wezen beschikt over een zenuwstelsel, welke bestaat uit de zenuwen en de hersenen.In dit artikel leest u alles over de Grote en Kleine Hersenen.
Grote Hersenen
De grote hersenen bestaan uit twee hersenhelften (hemisferen) die door een diepe overlangse groeve van elkaar zijn gescheiden. Door de hersenbalk (corpus callosum) staan ze met elkaar in verbinding. Elke hemisfeer bevat de volgende hersenkwabben:- Voorhoofdskwab (frontaalkwab)
- Wand(been)kwab (pariëtaalkwab)
- Slaapkwab (temporaalkwab)
- Achterhoofdskwab (occipitaalkwab).
Aan de buitenzijde bevindt zich de hersenschors (cortex) die bestaat uit grijze stof; de grijze kleur duidt op een opeenhoping van zenuwcellichamen en dendrieten. Het hersenoppervlak is sterk vergroot door groeven (sulcu) en windingen (gyri). Twee grote groeven zijn:
- De centrale groeve (sulcus centralis): een diepe verticale groeve die de scheiding vormt tussen de frontaalkwab en de pariëtaalkwab;
- De laterale groeve (sulcus lateralis = de groeve van Sylvius): een diepe hersengroeve tussen de temporaalkwab (onder) enerzijds en de pariëtaalkwab (boven) anderzijds.
In de grote hersenen worden de impulsen van zintuigen, aangevoerd via de sensibele en sensorische banen, bewust gemaakt. Ieder zintuig heeft zijn eigen gewaarwordingsgebied: zintuigcentrum. Achter de centrale groeve (in de gyrus postcentralis) bevinden zich de volgende schorsvelden:
- De sensibele schors. Hier komen de sensibele impulsen binnen (o.a. van druk en pijn);
- De sensorische schors waarbij men de optische en de auditieve schors kan onderscheiden. De optische schors (het gezichtscentrum) bevindt zich in het achterste deel van de occiitaalkwab. Hier komen de impulsen van de oogzenuw binnen. De auditieve schors bevindt zich in de bovenste winding van de temporaalkwab. Hier komen de impulsen van het gehoororgaan binnen. De sensorische centra kan men ook verdelen in primaire en secundaire centra. Wanneer bijvoorbeeld het primaire gezichtscentrum niet functioneert, ziet de desbetreffende persoon, die overigens goede ogen heeft, niets. Hij wordt 'schorsblind' genoemd. Het secundaire gezichtscentrum vervult de rol van een optisch herinneringscentrum. Iemand wordt 'zielsblind' genoemd wanneer dit centrum niet functioneert. Ofschoon zo iemand goed ziet, kan hij niets 'thuisbrengen'. Voor hem 'bekende' personen worden bijvoorbeeld alleen herkend door de spraak omdat het secundaire gehoorcentrum over het algemeen nog wel functioneert. Vóór de centrale groeve bevinden zich de motorische schorsvelden. Ze zijn gelegen in het achterste gedeelte van de frontaalkwab (in de gyrus precentralis) evenwijdig aan de centrale groeve, dus evenwijdig aan de sensibele schors. Dit schorsgebied verzorgt de willekeurige bewegingen. De hoeveelheid cellichamen is afhankelijk van de soort spieren. Voor het uitvoeren van fijne besturingen (bijv. bewegen van de hand) zijn meer zenuwcellichamen aanwezig dan voor het uitvoeren van grove bewegingen. De neurieten van de zenuwcellichamen in de motrosiche schors zijn verenigd tot piramidebanen. Ook in de motorische schors kan een onderscheid worden gemaakt tussen primaire en secundaire centra. Wanneer een primair centrum beschadigd is, kunnen bepaalde willekeurige bewegingen niet meer worden gemaakt. Bij beschadiging van uitsluitend secundaire centra zoals het spraak- en schrijfcentrum kunnen wel willekeurige bewegingen woren gemaakt, maar het spreken en normaal schrijven zijn onmogelijk. Tussen de reeds genoemde schorsvelden bevinden zich associatieve schorsvelden; hier wordt een integratie uitgevoerd van impulsen die via verschillende wegen binnenkomen.
Het inwendige van de grote hersenen, bestaande uit uitlopers (afferente en efferente banen) van zenuwcellen, wordt de witte stof (merg) genoemd. Deze kleur wordt veroorzaakt door de myelineschede van de neurieten.
In de grote hersenen zijn verschillende verbindingen aanwezig tussen verschillende onderdelen van de grote hersenen onderling en tussen de grote hersenen en andere onderdelen van het centrale zenuwstelsel. men onderscheidt hierbij verschillende typen verbindingen:
- Binnen de hemisferen; dit zijn associatiebanen, dat wil zeggen vezels die verbindingen vormen tussen de verschillende schorsgebieden, bijvoorbeeld vezels die van de optische schors naar de motorische schors lopen.
- Tussen de beide hemisferen; dit geschiedt via de hersenbalk (corpus callosum); bijvoorbeeld verbindingen (commissuren) tussen de beide gezichtscentra;
- Tussen de grote hersenen en het ruggenmerg; de verbinding van de sensibele banen (opstijgende banen) verloopt via de thalamus. De motorische verinding wordt gevormd door de piramidebanen (afdalende, motorische banen). Ze bestaan uit motorische zenuwvezels voor de beweging van willekeurige spieren. Deze motorische zenuwvezels zijn uitlopers van piramidevormige cellen in de motorische hersenschors. Ze kruisen ter hoogte van het achterhoofdsgat (bij de overgang van het verlengde merg naar het ruggenmerg) waarna ze tenslotte eindigen bij de motorische voorhoorncellen van het ruggenmerg.
- Tussen de grote en kleine hersenen bevindt zich de brug (pons). Via de pons lopen de verbindingen ovoor de coördiantie van houding en beweging.
Binnen de hemisferen van de grote hersenen bevinden zich de twee zijventrikels (hersenkamers). Deze staan in verbinding met de mediaal gelegen derde ventrikel door het foramen interventriculare (foramen van Monro). Door deze opening kan de liquor afvloeien. In de diepte van beide hemisferen liggen ophopingen van zenuwcellichamen (kernen) die betrokken zijn bij de regeling van de onwillekeurige bewegingen en de spierspanning (tonus). Ze behoren tot het extrapiramidaal systeem.
Samenvattend kan men de functies van de grote hersenen in vier categorieën verdelen: sensorische, associatieve, psychische en motorische functies.
Kleine Hersenen
De kleine hersenen (cerebellum) bestaan uit een ongepaard middengedeelte, de worm (vermis) genoemd, en de twee hemisferen. De grijze schors van iedere hemisfeer vertoont een groot aantal smalle, min of meer parallel verlopende windingen en groeven waardoor een geplooid oppervlak ontstaat. De groeven hebben veel vertakkingen zodat op doorsnede de witte stof van het merg zich boomvormig vertakt (de 'levensboom') onder de grijze schors. De beide hemisferen zijn gescheiden door een diepe groeve. Diep in de witte merglaag liggen een aantal centrale kernen (bestaande uit grijze stof).Door middel van drie paar kleine hersenstelen zijn de kleine hersenen met de drie delen verbonden van de hersenstam: de middenhersenen, de pons en het verlengde merg. In deze hersenstelen lopen alle afferente en efferente banen. Op deze wijze staan de kleine hersenen dus ook in verbinding met de grote hersenen en met het ruggenmerg.
De functie van de kleine hersenen bestaat in de coördinatie van de lichaamshouding en de beweging.
De kleine hersenen moeten daarom in verbinding staan met de rest van het centrale zenuwstelsel. Ze staan in verbinding met de motorische voorhoorncellen van de ruggenmergssegmenten. Hierdoor zijn ze in staat bewegingen te sturen nadat ze de nodige informatie afkomstig uit de grote hersenen, hersenstam en het ruggenmerg hebben verwerkt. Vanuit de grote hersenen worden er impulsen langs het cerebellum gestuurd over bepaalde bewegingen waardoor het geïnformeerd wordt over de aard van de bedoelde beweging. Vanuit de hersenstam krijgt het cerebellum informatie over de stand van het lichaam in de ruimte. Vanuit het ruggenmerg komt er informatie binnen van gewrichten, spieren en pezen, dus van de stand van de verschillende lichaamsdelen onderling. De kleine hersenen zijn dus te beschouwen als een groot schakelstation, waarbij ze vooral zorgen voor het samenwerken van de vele spierbewegingen en voor het bewaren van het lichaamsevenwicht.
De gehele motoriek wordt voortdurend bijgestuurd door de kleine hersenen. Wanneer men bijvoorbeeld naar een voorwerp grijpt, zorgen impulsen uit de kleine hersenen erovor dat men zijn doel niet voorbij schiet. De functie van het cerebellum kan men vergelijken met die van een automatische piloot. Afwijkingen in het voorgeschreven gedrag worden door terugkoppelingsmechanismen voortdurend gecorrigeerd.
Ernstige beschadiging van de kleine hersenen uit zich in slecht op elkaar afgestemde bewegingen, en kan onder meer leiden tot een 'dronkenmansgang' (cerebellaire ataxie). © 2007 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Diversen (Mens en Gezondheid) op 06-06-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Zenuwstelsel bij huisdieren: De hersenen: In het centrale zenuwstelsel liggen de zenuwcellen, die bestaan uit een cellichaam en enige korte en lange uitlopers. Deze zenuwuitlopers worden dendrieten en neurie…
- Het zenuwstelsel bij onze huisdieren: Bij de gewervelde dieren is het zenuwstelsel vóór in het lichaam geconcentreerd, waar het de hersenen vormt. Het zenuwstelsel wordt gekenmerkt door een duidelijke centra…
- Deelgebieden Biologie: Biologie is de leer van levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen. Biologie kent vele deelgebieden en indelingen zoals op niveau, taxonomisch, processen of ecologische indel…
- Circulatie: het hart, een kort overzicht: Het hart pompt gemiddeld vijf liter bloed per minuut rond. Het hart voorziet het lichaam van bloed met daarin zuurstof en voedingsstoffen. De actieve weefsels gebrui…
- Het Menselijk Lichaam: Het Sympathisch Zenuwstelsel: Het menselijk lichaam. Hoe steekt alles nou eigenlijk in elkaar? In deze serie van artikelen kun je over verschillende aspecten van het lichaam lezen. In…

Reageer op het artikel "Grote en Kleine Hersenen"


