Diversen en C.difficile

Besmetting van Clostridium difficile in verzorgingscentra

Besmetting van Clostridium difficile in verzorgingscentra

Clostridium difficile is een anaërobe sporenvormende gram-positieve bacterie die zeer frequent teruggevonden wordt in de gastrointestinale tractus van gezonde baby’s jonger dan 1 jaar en bij volwassenen in 2 % (Zweden) tot 15 % (Japan). Asymptomatisch dragerschap wordt gerapporteerd bij 7 tot 30 % van ouderen verblijvend in chronische zorgcentra. Ziektesymptomen zijn gerelateerd aan de productie van twee toxines : het enterotoxine A en in mindere mate het cytotoxine B.


Clostridium difficile en besmettingsgevaar binnen de Verzorgingscentra:

Overdracht van dit microorganisme gebeurt d.m.v. contact, hetzij direct of indirect. Direct contact gebeurt tussen patiënten/bewoners onderling via faeco-orale weg.

Overdracht via indirect contact komt het meest voor en heeft plaats via de handen van gezondheidswerkers en via contact met de besmette omgeving (vnl. vloer, badkamer, toilet) of besmet materiaal (zoals thermometers, bloeddrukmeters (23), bedpannen, belknopje…).

Binnen de 24 uur na het afzonderen van een symptomatische patiënt in een individuele kamer, is de omgeving van de patiënt massief besmet (zie tabel 2). De omgeving wordt aldus een secundair reservoir. De sporen van C. difficile kunnen weken tot maanden overleven in de omgeving en zijn zeer bestand tegen uitdroging, verhitting en chemische ontsmetting.
Het materiaal en de oppervlakken waarop C. difficile kon worden aangetoond in de kamer van patiënten zijn talrijk en verscheiden: vloer, toilet, deurklink, bloeddrukmeter, bedlinnen, stethoscoop…

Algemene voorzorgsmaatregelen

Algemene voorzorgsmaatregelen hebben als doel de overdracht en de verspreiding van microorganismen te voorkomen en worden toegepast door elke gezondheidswerker ten aanzien van elke patiënt/bewoner (ongeacht de Clostridium difficile- status). De correcte toepassing van deze maatregelen biedt bescherming zowel aan de patiënten/bewoners tegen diarree veroorzaakt door Clostridium difficile, maar ook tegen andere infecties.

Tevens beschermt de gezondheidswerker daardoor ook zichzelf tegenover ziektekiemen van patiënten/bewoners. In aanwezigheid van een patiënt met een Clostridium difficile geassocieerde diarree (CDAD) neemt het risico toe dat er nog andere dragers op de afdeling voorkomen. Ook deze asymptomatische dragers zijn op hun beurt een potentiële bron van verspreiding. Vandaar het grote belang van een correcte toepassing van deze algemene voorzorgsmaatregelen. De algemene voorzorgsmaatregelen, zoals beschreven door de CDC (Centers for Disease Control and Prevention), zijn de volgende:
  • Iedere gezondheidswerker dient de handen te ontsmetten met handalcohol voor en na ieder contact met de patiënt/bewoner;
  • Indien de handen zichtbaar bevuild zijn, moet men ze eerst met water en zeep wassen en nadien ontsmetten met handalcohol;
  • Indien contact met bloed of lichaamsvochten van de patiënt/bewoner te voorzien is, moet men bijkomende barrièremaatregelen toepassen om direct contact met de huid van de
  • gezondheidswerker te voorkomen. Men doet daarom handschoenen, eventueel een schort en soms een mond- en neusmasker of een beschermbril aan; na het verwijderen van handschoenen dienen de handen ontsmet te worden met een handalcohol;
  • Alles moet in het werk gesteld worden om prik- en snijongevallen te voorkomen.

Deze filosofie zal men ook toepassen in een breder kader zoals bij het behandelen van het linnen, het verwijderen van de verzorgingsafval, het onderhoud/de schoonmaak van de kamer en dergelijke.
© 2007 - 2010 Elly, gepubliceerd in Diversen (Mens en Gezondheid) op 18-07-2007, laatst gewijzigd op 18-07-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Elly is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Besmetting van Clostridium difficile in verzorgingscentra"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.