Hart en Bloedgroep

Samenvatting over het hart en alles daaromheen

Samenvatting over het hart en alles daaromheen

Iedereen weet dat van zichzelf dat je een hart hebt. Lang niet iedereen weet nou eigenlijk hoe het werkt, hoe de hartslag in elkaar zit, welke bloedgroepen er zijn en hoe de bloedsomloop gaat. Hieronder kan je het lezen.


Inhoud


Het hart

Het hart zit in het midden van je borst en neemt nooit rust. Het is zelf zo dat je hart al klopte voordat je geboren werd.
Je hart is een soort van spier en is even groot als een gebalde vuist. Wanneer je je vuist tegen het midden van je borst houdt, kan je hart voelen kloppen. Behalve voelen kan je het hart ook horen kloppen. Dit geluid hoor je omdat er in je hart hartkleppen zitten. Deze kleppen gaan open om je bloed erdoor te laten stromen, waarna ze zich weer sluiten om te voorkomen dat je bloedt weer terugstroomt. Bij het sluiten maken de kleppen het boem-keboem geluid.

De hartslag

Bloed stroomt niet zo maar, het wordt opgepompt door het hart. Je hart bestaat uit spieren die kunnen samentrekken en als dat gebeurt wordt het bloed weggepompt. Het hart pompt het bloed door je lichaam om je energie te geven. Met iedere slag wordt een kopje vol bloed door je aderen gepompt. Het geluid wordt gemaakt door de kleppen. Dat zijn een soort deuren in je hart. Deze sluiten zich iedere keer nadat er een stroom bloed doorheen is gegaan. Op deze manier kan het bloed niet terug en gaat het altijd de goede kant op. Je kunt het bloed in je aderen ook voelen bewegen. Je hartslag kun je op vele plaatsen voelen. Je voelt je hartslag door licht op een bepaalde plek te drukken. De makkelijkste plaats is waarschijnlijk je pols. Hier voel je dan ook je polsslag. Je kunt dit regelmatige ritme, of hartslag, voelen op bepaalde plaatsen van je lichaam waar slagaders dicht onder de huid lopen. Je hartslag is een maat voor de snelheid waarmee je hart klopt.

Hoe kleiner het lichaam, hoe sneller het hart klopt.
  • Baby´s: 120 slagen per minuut
  • Kinderen: 80-100 slagen per minuut
  • Volwassenen: 72 slagen per minuut

Als je je inspant, heeft je lichaam meer voedsel en zuurstof nodig om door te kunnen gaan. Daardoor gaat je hart sneller en luider kloppen en wordt je ademhaling sneller en dieper. Wanneer je je hartslag meet als je zit moet dit rond de 70 slagen per minuut zijn. Als je loopt zal dit iets hoger liggen namelijk ongeveer 90 slagen per minuut. En wanneer je hevig aan het huppelen of springen bent, dan zal het aantal slagen per minuut liggen rond de 110 per minuut. Door veel te bewegen worden je hart en longen sterker.

Bloedgroepen

Er bestaan verschillende bloedgroepen. De bloedgroepen worden bepaald door de bloedgroepantigenen, dit zijn eiwitten op de buitenkant van de rode bloedcellen. Wanneer iemand bloed krijgt dat vreemde bloedgroepantigenen bevat, dan wordt het afweersysteem geactiveerd en komt de productie van antistoffen op gang die het bloed met de lichaamsvreemde antistoffen afbreken. Er bestaan vier hoofdbloedgroepen: A, B, O en AB, afhankelijk van de aanwezigheid van A -, B -, A - en B -antigenen of helemaal géén antigenen (bloedgroep O) op de rode bloedcellen. Naast A en B, bestaat er nog een derde antigeen op de oppervlakte van de rode bloedcellen, namelijk de resusfactor. Wie rode bloedcellen heeft waarop deze resusfactor zit, is resus-positief. De anderen zijn resus-negatief.
  • 85 % van de bevolking heeft de resusfactor en
  • 15 % is resusnegatief.


De bloedgroep wordt weergegeven door beide types van antigenen. Bent u bijvoorbeeld A positief, dan dragen uw rode bloedcellen zowel A-antigenen als resusfactor. Bent u A negatief dan dragen uw rode bloedcellen A-antigenen maar geen (negatief) resusfactor. De resusfactor komt voor bij 85% van de Europese bevolking. De overige 15% is resus-negatief. Wanneer iemand met resus-negatief bloed een bloedtransfusie krijgt met resus-positief bloed, dan gaat het bloed van de ontvanger antistoffen maken tegen de resusfactor en gaat het bloed samenklonteren. Zelfs indien beide dezelfde A, B, AB of O-bloedgroep hebben. Tegenwoordig wordt het bloed van donor en ontvanger eerst in het laboratorium gekruist alvorens met een bloedtransfusie toedient.

De bloedsomloop

Het bloed moet rond gepompt worden, omdat alle organen dan zuurstof krijgen en hun afval kunnen achterlaten in het bloed. Dit rondpompen gebeurt via het hart. De hartspier pompt bloed door gangen of vaten, de slagaders. Dit zijn de wijdste vaten die je hebt. De ader vertakt zich elke keer in kleine aders, de haarvaten. Je kunt het vergelijken met een boomstam. Dit is de dikste 'tak', daarna 'haakt' er elke keer een tak af, die de bladeren aan de tak voedsel geeft. Zo gaat dat ook ongeveer bij de bloedvaten in je lichaam. Vanuit het hart loopt er een groot vat, de slagader dus, door het lichaam. Deze slagader noemen we de aorta en is eigen de stam van een boom. Elke keer vertakt dit vat en loopt er een klein vaatje, een haarvat, naar een orgaan. Daarna loopt het bloed weer verder via een haarvat en komt het weer terecht in een groot bloedvat. Dit bloed stroomt weer naar het hart. Daar wordt het weer hard weg geduwd, zodat het bloed weer vaart krijgt.


De vijf liter bloed die door je lichaam stroomt, bevat zoveel verschillende stoffen en voert zoveel verschillende taken uit, dat het moeilijk is om er een complete opsomming van te geven. De belangrijkste taak van je bloed is ieder gedeelte van je lichaam van zuurstof en verteerd voedsel te voorzien. Bovendien voert het afvalstoffen af naar je longen, lever en nieren, die deze verder verwerken. Bloed vervoert of bevat heel wat speciale chemische stoffen. Het verdeelt bijvoorbeeld hormonen – dat zijn stoffen die zaken regelen zoals je groei en je seksuele ontwikkeling – over je lichaam. De stollingstoffen (bloedplaatjes) van het bloed dichten wonden van je huid. Verder bevat het witte bloedlichamen, die infecties helpen bestrijden. (Bij een infectie raak je besmet door een ziekmakende stof kun je ziek worden.) En ook helpt je bloed de lichaamstemperatuur te regelen. Het hart pompt bloed door buizen die slagaderen heten. Deze vertakken zich in steeds kleinere buizen. Ze worden zo klein dat je ze niet meer kunt zien.

Deze microscopisch kleine buisjes, die maar een honderdste millimeter in doorsnede zijn, worden haarvaten genoemd. Ze reiken tot in iedere uithoek van het lichaam. De wanden zijn zo dun, dat zuurstof en andere stoffen vanuit het bloed erdoorheen sijpelen naar de omringende weefsels. Na het kleinste punt voegen de haarvaten zich weer samen, worden groter en groter en vormen uiteindelijk weer aderen, die het bloed weer terugvoeren naar het hart.
© 2007 - 2009 Luckyjob, gepubliceerd in Diversen (Mens en Gezondheid) op 30-09-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Luckyjob is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Samenvatting over het hart en alles daaromheen"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.