Motorische Ontwikkeling - Wat kan 'n kind op welke leeftijd?
De motorische ontwikkeling van kinderen van 1 maand tot 6 jaar. Wat moet een kind qua motoriek kunnen op een bepaalde leeftijd? Elk kind doorloopt diverse fasen van ontwikkeling. Hoewel het tempo per kind verschilt, is er een gemiddeld (doorsnee) profiel van de ‘normale’ motorische ontwikkeling als leid-raad te hanteren; welke vaardigheden een kind behoort te beheersen op 'n bepaalde leeftijd. Een duidelijk ontwikkelings-overzicht: van simpele grijpreflex tot complexe motorische vaardigheden.Motoriek / Motorische Ontwikkeling - Wat moet een kind kunnen op 'n bepaalde leeftijd?
Motorisch Ontwikkelingsprofiel. Er wordt hier een gedetailleerd overzicht gegeven van het motorische ontwikkelingsgebied van kinderen van 0 jaar tot en met 5 jaar, hetgeen een overzicht is van de gemiddelde leeftijd waarop kinderen qua motoriek bepaalde vaardigheden (zouden) moeten kunnen beheersen. Er dient echter uitdrukkelijk bij gezegd te worden dat er in de praktijk altijd sprake is van individuele verschillen. Niet alleen omdat kinderen verschillen in tempo van ontwikkeling, chronologie van de fasestappen en de eigen mogelijkheden, maar ook de omgevingsfactoren spelen een belangrijke rol in de ontwikkelingsfasen. Zo zal bijvoorbeeld ook de mate waarin een kind gestimuleerd wordt door de omgeving, ouders, broetjes en zusjes, peuterspeelzaal, creche, kinderdagverblijf, school etc. een wezenlijke factor zijn.Overzicht Motorische Ontwikkeling. Het onderstaande overzicht geeft een idee van wat de doorsnee leeftijd is, waarop kinderen bepaalde vaardigheden qua grove, fijne en bewegingsmotoriek moeten kunnen beheersen, gerelateerd aan het gemiddelde oftewel een ‘normaal’ verlopende ontwikkeling. Het overzicht kan gezien worden als een leidraad bij het volgen en observeren van de ‘normale’ motorische ontwikkeling van kinderen.
In Motorische Ontwikkeling - Signalen Ontwikkelingsproblemen kun je vinden welke signalen er zijn om eventuele achterstand in de motoriek -de motorische ontwikkeling- op het spoor te komen en eventuele ontwikkelingsproblemen of ontwikkelingsstoornissen te signaleren.
Fasen Motorische Ontwikkeling - Wat beheerst een Kind op de leeftijd van 0 tot 6 jaar?
| Leeftijd Fase Kind | Motorische Ontwikkelingsfasen van het Kind - Ontwikkeling Motoriek 0 tot 18 maanden |
|---|---|
| Tot 20 weken | Primitieve reflexen domineren |
| 1e maand | Zowel op de buik als op de rug liggend zijn de armen en benen meestal gebogen in de gewrichten (schouder, elleboog, heup, knie, enkel) |
| Vuistjes gebald | |
| Grijpreflex: wanneer de handpalm wordt aangeraakt klemt het kind de hand dicht; kan niet loslaten | |
| In rugligging is het hoofd nog opzij gedraaid | |
| Symmetrische, a-ritmische reflexbewegingen van armen, vnl. vanuit de schouders (gewrichten kunnen nog niet afzonderlijk gebruikt worden) | |
| In buikligging wordt het hoofd in een reflex opzij gedraaid | |
| Tilt het hoofd even op (reflex) | |
| Na 4 weken kan het kind, wanneer in zittende houding gehouden, het hoofd enkele seconden overeind houden | |
| 2e Maand | In rugligging a-ritmische trappelbewegingen met benen |
| In Rugligging: | Zwaaibewegingen met armen |
| Symmetrische stootbewegingen met armen en benen | |
| Ogen volgen bewegende objecten | |
| Fixatie ogen op schommelend speeltje | |
| In Buikligging: | Hoofd en schouders opgetild tot het gezicht 45° geheven is |
| Knieën niet meer steeds opgetrokken tegen de buik, strekbeweging van de heupen | |
| Ongerichte kruipbewegingen met armen en benen | |
| In zittende houding gebracht kan het hoofd iets langer omhoog gehouden worden | |
| 3e Maand | Hoofdbalans: in rugligging kan het hoofd in het midden gehouden worden |
| Spel met vingers na ‘toevallige’ ontmoeting | |
| In buikligging zijn kin en schouders even opgericht, steunend op de onderarmen; handen licht gebald; heupen meer gestrekt | |
| Drukke beweging in bad | |
| De grijpreflex kan passief onderbroken worden | |
| Typerend bij verticaal houden zijn de gebogen gewrichten van de onderste ledematen: hurkhouding | |
| Houdt iets met 3e, 4e en 5e vinger vast (ulno-palmaire greep) | |
| Pakt iets alleen als dat de hand raakt | |
| 4e Maand | In rugligging kan het hoofd even opgericht worden |
| Wanneer het kind op de zij ligt, rolt het zich op de rug | |
| In buikligging kan het hoofd en de borst tot 90° opgericht worden, kind kijkt om zich heen; heupen volledig gestrekt | |
| In zithouding gebracht kan ‘t zelf het hoofd rechtop houden; blijft zitten met steun | |
| Bij het grijpen zijn er meebewegingen in de andere hand | |
| Het handje is meestal open | |
| Speelt met de handen midden voor zich | |
| Houdt iets met de hele hand vast | |
| Slaat met de handen op b.v. de tafel | |
| Draait het hoofd bij het nakijken van een bewegend object tot 90° | |
| 5e Maand | In rugligging kan het hoofd tot 45° opgericht worden |
| Wanneer aan de handen uit rugligging opgetrokken, komt het met hoofd en schouders mee omhoog | |
| Kan de benen omhooggestrekt heffen | |
| Kan van de buik naar de rug rollen | |
| In buikligging overwegend steun op de onderarmen | |
| Begint te steunen op de handpalmen | |
| Kan met enige steun zitten | |
| Bij het grijpen doen de ogen mee | |
| Grijpen met de vlakke hand; ‘pakt’ toevallige voorwerpen in de buurt | |
| Brengt een voorwerp middenvoor, gebruikt de beide handen tegelijk | |
| Kan iets doelbewust -maar wel langzaam- loslaten | |
| 6e Maand | Het hoofd energiek omhoog wanneer je aanstalten maakt het kind tot zittende houding op te trekken |
| In buikligging steunt het op de handen, armen en vingers gestrekt; bewegingsvrijheid voor hoofd en schouders | |
| Indien het iets wil pakken trekt het een been bij, zonder dat het al kruipen kan | |
| Kan eventjes alleen zitten | |
| Kan staan met steun onder de armen, benen dragen gewicht grotendeels; de voetzolen moeten plat neergezet kunnen worden | |
| Bij het grijpen pakt het kind voorwerpen van de ene in de andere hand over | |
| De handpalm zowel als de duim en vingers worden gebruikt wanneer het kind een voorwerp vastpakt (is radiaal-palmair grijpen). Dit is het begin van de duimoppositie (het tegenover de andere vinger plaatsen van de duim en het roteren van de duim om zijn eigen as, zodat de duimnagel naar boven gekeerd blijft) | |
| 7e Maand | Kan zich makkelijk van buik naar rug rollen, en van de rug via de zij naar de buik ( moeilijker dan ‘t 1e) |
| In staande houding (steun onder armen) kan het afwisselend de ene voet na de andere omhoog tillen | |
| Bij het grijpen pakt het alles, slaat ermee op tafel recht naar beneden | |
| Pakt handig en rechtstreeks een voorwerp op | |
| Uni-lateraal reiken naar objecten: vaker met één hand dan met beide tegelijk, echter niet consequent links of rechts; geen sprake van dominantie | |
| Radiaal digitaal-greep | |
| 8e Maand | In buikligging kan het kind nu op één hand steunen, waarbij de andere vrij is om iets te pakken |
| Probeert door armen en benen te bewegen een voorwerp te pakken | |
| Zit los, heeft tendens om op naar voren gerichte hand te steunen | |
| Wanneer het met steun staat is er een loopbeweging, zonder echter vooruit te komen | |
| Het kind gooit alles op de grond | |
| Het kan twee voorwerpen vasthouden, ieder in één hand | |
| 9e - 10e Maand | ‘Kruipt’ enigszins, met het lijfje op de grond |
| Zit los met rechte rug en kan naar voren leunen zonder het evenwicht te verliezen | |
| Goede coördinatie in zithouding | |
| Kan staan met steun | |
| Bij het grijpen gebruikt het de juiste kracht | |
| Pakt kleine dingen met de vingers | |
| Begin van de pincetgreep: een precieze greep met toppen van duim en wijsvinger | |
| Gebruikt de wijsvinger veel | |
| Opponeert de duim | |
| 11e - 12e Maand | Zit los en kan het bovenlichaam vrij bewegen om met voorwerpen te spelen |
| Kan zelf gaan zitten door op de buik te rollen, de benen te buigen en met de armen af te zetten | |
| Kruipt met buik via de grond - gekruist patroon | |
| Kan staan op handen en voeten | |
| Kan lopen op handen en voeten (is berengang) | |
| Loopt een paar stappen wanneer het aan twee handen wordt vastgehouden | |
| Trekt zich tot staande houding op aan het meubilair | |
| Loopt langs voorwerpen | |
| Kan zelf gaan zitten - dit is een intentionele handeling | |
| De pincetgreep wordt goed uitgevoerd | |
| Kind moet op vlakke ondergrond stevig kunnen zitten (evenwichtsfunctie) | |
| 13e - 14e Maand | Eerste losse stappen met in drie gewrichten gebogen benen |
| Kind kan nog niet plotseling stilstaan | |
| Kan de trap opkruipen op handen en knieën | |
| Na het grijpen kan nu makkelijk losgelaten worden | |
| Naar binnen gedraaide dwarsgreep (de hele hand wordt dwars om een potlood heengeslagen en de arm wordt naar binnen gedraaid. De arm steunt niet!). Dit is een grove beweging vanuit schouders en ellebogen | |
| Kan eten met lepel, ondanks veel knoeien | |
| 15e - 16e Maand | Kind kan gaan zitten vanuit rugligging |
| Kan gaan staan vanuit liggende houding waarbij het zich op de buik rolt | |
| Loopt alleen, zonder rotatie van de wervelkolom op heupen, voeten uit elkaar recht naar voren; voeten worden niet afgewikkeld, maar plat neergezet; armen zijn uitgestrekt | |
| Stilstaan vraagt veel concentratie en inspanning | |
| Speelt in hurkzit, kan knielen | |
| Heeft bij het zitten een goed evenwicht | |
| Kan zelf op een stoel gaan zitten | |
| 17e - 18e Maand | Loopt enkele stappen zij- en achterwaarts |
| Rent, maar wel houterig | |
| Kan de trap op, met 1 hand vasthoudend | |
| Kan nog niet op 1 been staan; bij het schoppen tegen de bal stapt het er tegenaan | |
| Drinkt alleen uit een beker, waarbij de handen een adequate greep hebben | |
| Leeftijd Fase Kind | Motorische Ontwikkelingsfasen van het Kind - Ontwikkeling Motoriek van 1,6 tot 2 jaar |
|---|---|
| 1,6 - 2 jaar | De loopbewegingen worden met meer zekerheid uitgevoerd, knie en elleboog zijn nog licht gebogen; schouders en armen zijn licht naar achteren gestrekt; de voeten worden nog plat neergezet |
| Kind kan met hulp op 1 been staan | |
| Kan staand dingen oprapen van de vloer, zonder te vallen | |
| Kan rennen, met het lichaam licht naar voren gebogen | |
| Kan tegen een grote bal aanschoppen, zonder het evenwicht te verliezen | |
| Kan zelf de deur opendoen | |
| Gaat de trap af, vasthoudend met 1 hand en beide voeten op iedere trede plaatsend | |
| Eet zelf met een lepel (beheerst lepelgreep) | |
| Kan gooien, maar nog niet in een bepaalde richting | |
| Leeftijd Fase Kind | Motorische Ontwikkelingsfasen van het Kind - Ontwikkeling Motoriek van 2 tot 3 jaar |
|---|---|
| 2 - 2,6 jaar | Kind kan goed achteruit lopen |
| Kan eventjes op 1 been staan | |
| Kan op de tenen lopen | |
| Draait in het rond op muziek | |
| Schopt voorwerpen voort | |
| Kan plotseling stilstaan | |
| Kan met beide voeten tegelijk omhoog springen, landt op de vlakke voet | |
| 2,6 - 3 jaar | Kan springen, met de voeten uiteen |
| Springt van een traptrede af, met beide voeten tegelijk | |
| Begint alternerend (links/rechts afgewisseld) de trap te lopen, eerst met, later zonder hulp | |
| Kan tijdens het rennen van richting veranderen | |
| Beheerst nu het op de tenen lopen | |
| Kan op een driewieler fietsen | |
| Kan een grote bal vangen, met gestrekte armen en gooien zonder het evenwicht te verliezen | |
| Kan in een bepaalde richting gooien | |
| Vanaf deze fase zijn de lichaamsbewegingen vloeiender en evenwichtiger geworden | |
| Het grijpen is nu een dwarsgreep met gestrekte wijsvinger | |
| Kind kan nu eten met vork, eventueel met lepel en vork (of mes) | |
| Leeftijd Fase Kind | Motorische Ontwikkelingsfasen van het Kind - Ontwikkeling Motoriek van 3 tot 4 jaar |
|---|---|
| 3 - 4 jaar | Komt vanuit de rugligging overeind door slechts licht op de elleboog te steunen en op de zij te draaien |
| Kan met aaneengesloten voeten een paar maal achter elkaar springen | |
| Kan op 1 been het evenwicht bewaren | |
| Kan goed alternerend (links/rechts afgewisseld) traplopen | |
| Bij het lopen zwaait het kind met de armen, de voeten bij elkaar | |
| Kan nu enkele sprongen hinkelen | |
| Kan over een touw heen springen (± 5 cm hoog) | |
| Kan vèrspringen, zich met beide voeten tegelijk afzettend (± 20 cm) | |
| Gooit de bal overhands (± 1 m) | |
| Vangt de bal met beide handen, maar drukt deze nog tegen het lichaam; buigt wel de armen | |
| Het kind is nu zeer druk in zijn bewegingen, en doet graag evenwichtsoefeningen; het heeft veel ruimte nodig | |
| Schrijfgereedschap wordt niet langer met de gehele hand, maar met de vingers vastgepakt, de hand nog steeds naar binnen gedraaid (is penseelgreep). De pols beweegt al wel, de vingers nog niet | |
| Leeftijd Fase Kind | Motorische Ontwikkelingsfasen van het Kind - Ontwikkeling Motoriek van 4 tot 5 jaar |
|---|---|
| 4 - 5 jaar | Kind heeft nu een goede algemene lichaamsbeheersing |
| Het kind beweegt nu economisch | |
| Voortdurende wisseling van houding tussen zitten, staan, hurken | |
| Heeft plezier in hollen, klimmen, springen | |
| Kind kan nu ook hinkelen | |
| Het evenwicht moet goed zijn (kan over streep, balk lopen) | |
| Kan een kleine bal vangen | |
| Kan vanuit de rugligging direct overeind komen | |
| Begin van mogelijkheid tot rolschaatsen, fietsen, steltlopen etc | |
| Leeftijd Fase Kind | Motorische Ontwikkelingsfasen van het Kind - Ontwikkeling Motoriek vanaf 5 jaar |
|---|---|
| Vanaf 5 jaar | Oefening van gecompliceerde bewegingen |
| Kan goed vangen en gooien | |
| Gooit met totaalbeweging | |
| Sport en spel met wedstrijdkarakter | |
| Gecompliceerde bewegingen als touwspringen (draaien + springen) zijn nu mogelijk | |
| Kan eten en tekenen met een ‘volwassen’ greep | |
| Kind kan nu bewegingen imiteren | |
Andere Ontwikkelingsgebieden en Ontwikkelingsfasen van Kinderen - Signalen van Ontwikkelingsproblemen
Gerelateerde artikelen
Motorische Ontwikkeling - Signalen Ontwikkelingsproblemen De motorische ontwikkeling van kinderen verschilt. De één zal z…Motorische Stoornissen; ontwikkeling, invloed en achterstand Dit artikel zal aandacht besteden aan de motorische ontwikke…
Ontwikkeling Zelfredzaamheid Kind - Wat op welke leeftijd? Een kind is in eerste instantie nog niet zelfredzaam en moet m…
Joods medische ethiek: borstvoeding - betere gezondheid De Wereldgezondheidsorganisatie raadt vrouwen aan om hun kind min…
Spel & Spelontwikkeling - Wat kan 'n Kind op welke Leeftijd? De spelontwikkeling van kinderen van 1 jaar tot en met 7 jaa…
Reageer op het artikel "Motorische Ontwikkeling - Wat kan 'n kind op welke leeftijd?"
Maria van Beelen, 28-12-2011 16:47
Graag zou ik uw term: 'Naar binnen gedraaide dwarsgreep' voor een kader in Ouders van Nu. Rest van de tekst: Hierbij wordt de hele hand dwars om een lepel heengeslagen en de arm naar binnen gedraaid. Dit alles - heel knap - zonder steun. Deze grove beweging vanuit de schouders en de ellebogen zorgt er voor dat de yoghurt zijn mond (bijna) bereikt.
Alvast dank voor uw reactie,
Maria van Beelen
Reactie infoteur, 29-12-2011
Beste Maria,
Ik begrijp je vraag / verzoek niet?
Kan je het toelichten?
Mvg
Mayelle Tuijn, 08-10-2011 15:40
Graag zou ik willen weten wanneer een kind de vaardigheid van het knippen zou moeten kunnen beheersen. Ik ben zelf peuterleidster en heb hier een discussie over met een kleurterjuf. Ik zie uw reactie graag tegemoet.
Bronnen en referenties
- P.H. Mussen. The psychological development of the child. Prentice Hall Inc.
- F.J. Monks & A.M.P. Knoers. Ontwikkelingspsychologie. Van Gorcum BV
- M.Davies, F. Alkema. VTO dat doe je zo! Vragen, twijfels, zorgen over de ontwikkeling van kinderen. Assen/Maastricht: Van Gorcum i.s.m. de Landelijke Commissie VTO
- S. van Dijk. Gegeven colleges Ontwikkelingsproblemen. Vroegtijdige onderkenning & Hulpverlening (Eigen artikel)