Orgaan en Weefsel

Orgaan en weefsel donatie

Dit artikel gaat over orgaan en weefsel transplantatie. De geschiedenis ervan, hoe de lange wachtlijsten komen, enz.


De geschiedenis van weefsel- en orgaandonatie

Cosmas en Damianus
In de vroege oudheid hielden Egyptenaren, Chinezen en Indiërs zich al bezig met huidtransplantaties. Het verhaal gaat dat in 287 na Christus door de chirurgen Cosmas en Damianus al een been getransplanteerd is. Zij vervingen het zieke been van een Romein door het gezonde been van een Moor die kort daarvoor was overleden. De Romein ging vanaf die tijd door het leven met een zwart en een wit been.

De eerste niertransplantatie
In 1954 werd in Amerika voor het eerst een niertransplantatie met succes uitgevoerd tussen twee tweelingbroers.In Nederland werd in 1966 in het Academisch Ziekenhuis van Leiden een nier van een moeder naar haar zoon getransplanteerd. In Wenen werd in 1905 al een hoornvliestransplantatie uitgevoerd. In Nederland is in 1978 de eerste levertransplantatie uitgevoerd in Groningen. De eerste Nederlandse harttransplantatie vond in 1984 in Rotterdam plaats. Sinds 1989 worden ook longtransplantaties uitgevoerd in Groningen waar in 1996 de eerste hartlongtransplantatie verricht werd. In de toekomst zal het aantal transplantaties steeds groter worden. De laatste jaren is het ook mogelijk om de dunne darm te transplanteren en in Amerika is voor het eerst een strottenhoofd van een donor gebruikt.

Toekomst, Xenotransplantatie
Het transplanteren van levende cellen, weefsels of organen van een dier naar mens noemen we xenotransplantatie (“xenos” is het Griekse woord voor “vreemd”). Dierlijke organen worden door het menselijk lichaam niet zomaar geaccepteerd. Het orgaan zal vrijwel direct worden afgestoten. Om te voorkomen dat het lichaam het dierlijk orgaan afstoot, zijn de organen voorzien van menselijke kenmerken. Dat gebeurt door genetische aanpassingen. Er is nog te weinig bekend over de gevaren van het gebruik van dierlijke organen om deze behandelingsmethode veel toe te passen. Xenotransplantatie is op korte termijn dan ook niet de oplossing voor het tekort aan donororganen. Wel is het tegenwoordig mogelijk om hartkleppen van varkens of een klep die gemaakt is van het hartzakje van runderen bij mensen te transplanteren. Deze dierlijke weefsels worden chemisch behandeld zodat zij niet door het menselijk lichaam worden afgestoten.

Welke technieken zijn er, en hoe worden ze toegepast?

Er zijn veel verschillende technieken voor donatie. Het ligt er natuurlijk aan wat voor een donatie wordt toegepast, hieronder leggen we kort uit hoe de meest voorkomende donaties worden uitgevoerd. Deze zijn: niertransplantatie en bloedtransfusie.
Niertransplantatie,
Gezonde mensen hebben twee werkende nieren, maar kunnen ook goed leven met één nier. Daarom kunnen ze in principe al bij leven een nier afstaan. Omdat de donor meestal een nier afstaat aan een familielid of heel goede vriend heet 'levende donatie' ook wel 'relatietransplantatie'. Naast onderzoek van de algemene gezondheidstoestand, met speciale aandacht voor hart en bloedvaten, wordt van tevoren onderzoek gedaan naar bloedgroep en weefselkenmerken. Om de kans op afstoting zo klein mogelijk te maken moeten de weefselkenmerken van ontvanger en donor zoveel mogelijk op elkaar lijken. Dit onderzoek heet
weefseltypering. Deze typering gebeurt op basis van de weefselgroepen die aanwezig zijn op de witte bloedlichaampjes. Ook wordt gekeken of iemand bepaalde afweerstoffen in het bloed heeft, die de slagingskans van een transplantatie kunnen beïnvloeden.Met het zoeken naar een nieuwe nier wordt hiermee rekening gehouden. Zodra er een oproep is,met het nieuws dat er een nier beschikbaar is moet de patiënt zo snel mogelijk naar het ziekenhuis ter voorbereiding. Opnieuw volgt een aantal onderzoeken. Het belangrijkste onderzoek is de zogenaamde kruisproef. Deze moet op een enkele uitzonderingssituatie na, altijd voorafgaande aan de transplantatie worden uitgevoerd. Hierbij worden het bloed van de donor en de ontvanger bij elkaar gebracht. Soms blijkt bij deze proef dat er toch afstoting zal optreden, waardoor geen transplantatie kan plaatsvinden. Als de kruisproef gunstig uitvalt, er bij de overige onderzoeken geen bijzonderheden worden vastgesteld en de donornier in goede conditie is, kan de niertransplantatieoperatie doorgaan. Technisch gezien is een niertransplantatie geen ingewikkelde operatie. De nieuwe nier wordt onder in de buik geplaatst en verbonden met de blaas. In de meeste gevallen blijven de eigen nieren zitten, tenzij deze geïnfecteerd zijn, heel groot zijn of bloedingen veroorzaken. Na 2-4 dagen kunnen de meeste slangen en infusen eruit en is de patiënt in de regel op. Bij drie van de vier patiënten gaat de nieuwe nier binnen ongeveer twee tot drie dagen werken. Duurt het langer dan is in de tussentijd dialyse nodig. Het aantal dagen zegt overigens niets over het toekomstige functioneren van de nier. Het komt maar een enkele keer voor dat de nieuwe nier niet gaat werken. Gemiddeld bedraagt het verblijf in het ziekenhuis twee tot drie weken. Met een nier van een levend familielid of ander nabij persoon bestaat de mogelijkheid van familie- of relatietransplantatie. Wanneer iemand bij leven een nier afstaat, kan met de overgebleven nier zonder problemen verder worden geleefd. Een groot voordeel van familietransplantatie is dat de weefselkenmerken van de donornier vaak zeer goed overeenkomen met die van de patiënt. Dit is echter niet per definitie zo en moet van tevoren door onderzoek bevestigd worden. Naast deze weefseltypering zijn ook andere aspecten van belang. Er zijn grote vorderingen gemaakt om afstoting van getransplanteerde organen tegen te gaan. De verbeterde medicijnen tegen afstoting spelen hierbij een belangrijke rol. Daardoor komt het dat tegenwoordig ook partners, echtgenoten en vrienden steeds vaker als donor kunnen optreden. De verhoogde kans op overeenkomende weefselkenmerken is dan niet aanwezig. Daar tegenover staat dat de nier vaak in betere conditie is dan die van een overleden donor, onder meer door minder schade vanwege bewaren en transport. Een belangrijk aspect bij levende-donor transplantatie is de mogelijkheid om de dialysebehandeling te vermijden. Onderzoek heeft aangetoond dat transplantatie nog voordat met de dialysebehandeling is begonnen (zogeheten pre-emptieve transplantatie), een gunstige uitwerking heeft op de lange-termijn transplantaatoverleving. Belangrijk is dat de donor geheel uit vrije wil een nier afstaat zonder druk van buitenaf. Het afstaan van een nier s een ingrijpende gebeurtenis zowel lichamelijk als emotioneel.
Bloedtransfusie,
Een bloedinzameling gaat steeds door in aanwezigheid van een dokter. Hij overloopt samen met de medische vragenlijst en beslist na een kort medisch onderzoek of de donateur in aanmerking komt om bloed te geven. Dan gaat deze liggen op één van de bedden. De dokter of verpleegkundige legt een knelband aan rond zijn arm, geeft een prikje met een steriele naald en de bloedgift begint. Als de donateur dat wenst, krijg deze een knijpballetje, zodat het bloed sneller naar het bloedafnamezakje stroomt.

Bloed wordt enkel afgenomen door speciaal opgeleid personeel. Zij gebruiken steriel materiaal dat alleen voor de donateur bestemd is. Bloed geven is dus absoluut veilig.

Na de afname krijg je een drankje en kan je even rusten. Daarna kan je gewoon doorgaan met wat je bezig was: werken, studeren, sporten,... Het is dus een fabeltje dat je geen deeltje van je bloed kan missen. Je lichaam begint na de bloedgift onmiddellijk nieuwe bloedcellen aan te maken. We bouwen trouwens een extra zekerheid in. Je dient na elke bloedgift minstens twee maanden te wachten vooraleer je opnieuw bloed geeft. Per jaar kan je maximum vier maal bloed geven, maar laat hierover geen misverstand bestaan: het is niet zo dat je na een bloedgift verplicht bent om opnieuw bloed te geven. Je bent volledig vrij om terug te komen of niet.

Waarom laten mensen zich registreren als donoren?

Om er achter te komen waarom mensen zich laten registeren is het handig om te weten wanneer je je kunt laten registeren. In principe kan iedereen toestemming geven voor donatie, ongeacht gezondheid en leeftijd. Iemand van bijvoorbeeld 80 jaar kan nog donor zijn van hoornvliezen en huid. Of iemand uiteindelijk ook donor wordt, hangt af van het moment, de oorzaak en de plaats van overlijden. Ook de lichaamsconditie van de overleden donor en de kwaliteit van de organen en weefsels zijn hierbij van belang. Bij donatie gaat het om meerdere organen en weefsels. Daarom is het ook voor iemand die een bepaalde ziekte heeft, zinvol om toestemming te geven voor donatie. Mocht door de ziekte een bepaald orgaan of weefsel zijn aangetast, dan blijven er nog andere organen en weefsels over die wel in aanmerking kunnen komen voor donatie. Uitsluiten van gezondheidsrisico's van de ontvangende patiënt staat voorop. Daarom is een aantal uitsluitingsgronden (contra-indicaties) geformuleerd om te beoordelen of een overledene daadwerkelijk donor kan zijn. Deze contra-indicaties staan in het modelprotocol postmortale orgaan- en weefseldonatie. De belangrijkste zijn: leeftijd, ziekte,
risicovol seksueel
gedrag, tatoeage en piercing van de donor Nadat je dit weet kun je gaan nadenken of je dan ook daadwerkelijk donor wil zijn. Voor veel mensen is de reden om zich als donor op te geven dat ze toch nog wat goeds willen kunnen doen als ze overleden zijn. Voor sommige mensen is het zelfs zo belangrijk om te weten dat ze wat goeds kunnen doen wanneer ze sterven dat ze minder bang worden
voor de dood als ze geregistreerd staan. Maar er zijn ook donoren die zich opgeven omdat ze zelf iemand hebben verloren die niet op tijd transplantatie kon krijgen omdat er geen donor beschikbaar was, of juist omdat er iemand is gered door donatie. Het is ook belangrijk om je te laten registreren als donor zodat kan je je eigen wil tenminste kan laten horen ten aanzien van orgaan-en weefseldonatie. Dan hoeft men niet meer aan de nabestaande de moeilijke vraag te stellen of men toestemming geeft voor donatie. Ook voor een arts heeft dit weer zijn voordelen. Hij/zij hoeft die moeilijke vraag niet te stellen, omdat de overledene zelf heeft aangegeven wat hij wil namelijk, levens reden. Toch zijn er nog maar weinig mensen in Nederland die al voor dat ze dood zijn een transplantaties van bijvoorbeeld een nier goed vinden. Hier volgen een aantal jaarcijfers om aan te tonen dat er meer mensen zijn die pas als ze dood zijn laten gebruik maken van hun lichaam dan mensen die nog leven en bijvoorbeeld een nier af laten staan.

orgaandonoren (jaarcijfers)20032002+/-
heartbeating orgaandonoren136137-1%
non-heartbeating orgaandonoren876564 %
totaal22320210%
levende nierdonoren20032002+/-
niet-verwante donor6169-12%
verwante donor1341303%
totaal195199-2%


Hoe komen de lange wachtlijsten voor een donatie tot stand, en wat willen ze daaraan doen?

De lange wachtlijsten voor een donor weefsel of orgaan, kunnen ontstaan door verschillende factoren. Er wachten meer mensen op een orgaan dan dat er beschikbaar zijn. Als er meer organen beschikbaar zijn, worden de wachtlijsten dus kleiner.
Een reden kan zijn dat er te weinig mensen bereid zijn, om na hun overlijden donor te worden. Maar het kan ook zijn dat mensen zich om medische of technische redenen niet als donor kunnen aanmelden.
Een andere reden kan zijn dat de nabestaanden niet weten of de overledene donor zou willen worden of niet, daarom weigeren ze dan donatie.
De Wet op de orgaandonatie wil het verhogen van het donoraanbod bereiken door het registreren van de mensen die donor willen worden in het Donorregister. Dit centrale registratiesysteem is voor iedereen eenvoudig. Voor de burger is het makkelijk dat hij zijn beslissing kan laten registreren en geen donorcodicil of donorpasje meer bij zich hoeft te hebben. Voor de arts is het makkelijk omdat hij bij het overlijden in het register kan nagaan of de betreffende persoon donor is of niet, en zo ja, voor welke organen. Maar ook voor de nabestaanden is het duidelijk wat de overledene wil, zodat zij geen beslissing daarover hoeven te maken.
Donatie van één of meer weefsels is altijd mogelijk. Het maakt daarbij geen verschil of iemand thuis, in het ziekenhuis, een bejaardenhuis of in een verpleeghuis overlijdt. Bij donatie van de (vitale) organen is het noodzakelijk dat iemand op een intensive care afdeling in een ziekenhuis overlijd, aan de gevolgen van een dodelijke hersenletsel. In zo’n situatie is er sprake van hersendood. Omdat (vitale) organen constant zuurstof nodig hebben om geschikt te blijven voor transplantatie, is tot aan het moment van uitname een intacte bloedcirculatie vereist. Dit is alleen mogelijk als iemand hersendood is en de ademhaling kunstmatig in stand gehouden wordt. Nier- en leverdonatie is tegenwoordig ook mogelijk kort nadat iemand in een ziekenhuis is overleden aan een hartstilstand.

Aantal in Nederland wachtende patiënten per 1 augustus

organen20042003
nier11201236
alvleesklier met nier2814
alvleesklier32
lever150114
hart3927
art met long41
long(en)7558
dunne darm00


weefsels20042003
hoornvliezen305342
hartkleppen34
bot127


Kun je als je zelf al een donor orgaan in je hebt, ook zelf nog donor worden?

Iedereen kan toestemming geven voor donatie, ongeacht gezondheid of leeftijd. Pas op het moment van overlijden stelt een arts vast of iemand daadwerkelijk donor kan zijn. Factoren die bij deze beoordeling een rol spelen zijn het moment, de plaats en de oorzaak van het overlijden. Ook de lichaamsconditie van de overledene en de kwaliteit van de organen en weefsels hebben invloed op het uiteindelijke besluit.
Iemand die een donororgaan heeft ontvangen, kan ook gewoon donor zijn. Er zijn namelijk nog andere organen die geschikt kunnen zijn om na je dood te transplanteren. Bijvoorbeeld als je een nier als donororgaan hebt gekregen. Kan je zelf toch nog een ander orgaan afstaan. En als je donornier nog goed in stand is, kan je die ook afstaan.
Uitsluiten van gezondheidsrisico's van de ontvangende patiënt staat voorop. Daarom is een aantal uitsluitingsgronden geformuleerd om te beoordelen of een overledene daadwerkelijk donor kan zijn. Deze contra-indicaties staan in het modelprotocol postmortale orgaan- en weefseldonatie. De belangrijkste zijn: leeftijd, ziekte, risicovol seksueel gedrag, tatoeage en piercing van de donor.

Interview

Interview met: Erik van Pruim, van de donorvoorlichting

Is er voldoende tijd om afscheid te nemen van de overleden persoon?
Ja. Er is altijd voldoende tijd om afscheid te nemen van de overleden dierbare. Zowel voor als na de uitname-operatie van donororganen/weefsels. Maar je hebt wel iets minder tijd, als normaal.

Kan de begrafenis of crematie op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden?
Ja. De begrafenis of crematie hoeft niet uitgesteld te worden vanwege de donatieprocedure.
Ze zijn maar een halve dag mee bezig om de bruikbare organen en weefsels uit het lichaam te halen. En daarna krijgt de familie het lichaam direct weer terug.

Hoe ziet het lichaam eruit na de donatie?
Je ziet niks bijzonders aan het lichaam. Hij heeft gewoon kleren aan. Het lichaam is wel wat bleek, maar dat komt door het bloedverlies bij de uitname-operatie. Als de nabestaande willen, kan daar wel wat aangedaan worden, zodat het lichaam niet meer zo bleek is. Er kon wat camouflage op het gezicht gedaan worden door verplegen personeel.

Zijn er voor de nabestaanden kosten verbonden aan de donatie?
Nee. Voor nabestaanden zijn geen kosten verbonden aan de donatie. Deze worden vergoed door de ziektekostenverzekering van de ontvangende patiënt.

Worden de kosten van de begrafenis/crematie vergoed als iemand organen en/of weefsels heeft gedoneerd?
Nee. Deze kosten worden niet vergoed. De familie krijgt niks voor de donatie van de overledene.

Krijgen de nabestaanden informatie over het resultaat van de transplantatie?
Ja. Ze krijgen te horen of alles goed was gelukt. En of de ontvanger van het orgaan een man of een vrouw was, de leeftijd en het land waar de ontvanger woont.

Weet de ontvangende patiënt wie de donor is geweest?
Nee. De ontvangende patiënten krijgen de naam van de donor niet te horen.
© 2007 - 2009 Xpetrax, gepubliceerd in Leven (Mens en Gezondheid) op 09-01-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Xpetrax is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • http://www.stnu.nl
  • http://www.wordorgaandonor.nl
  • http://www.transplantatiestichting.nl
  • http://www.donorvoorlichting.nl
  • Erik van Pruim, van donorvoorlichtingen

Reageer op het artikel "Orgaan en weefsel donatie"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.