Spiritueel en Zintuigen

Zintuigen: waarom we het zesde zintuig niet missen

Voor ons is het heel normal en volledig vanzelfsprekend dat we de buitenwereld kunnen zien, horen, betasten, ruiken en proeven. Maar waarom zijn we er dan nog steeds door gefascineerd?


Het zesde zintuig onderscheidt zich duidelijk van de andere vijf. Dit anders-zijn is meestal ook de reden waarom we met de zesde categorie niets kunnen of willen beginnen of ze aan de kant schuiven.

De structuur van de vijf zintuigen - zien, horen, voelen, ruiken en proeven - is absoluut gelijksoortig. Ze sorteren informatie uit de buitenwereld en brengen deze naar ons binnenste. In de hersenen wordt deze informatie uit de vijf categoriën samengebracht en krijgen we een afbeelding van de buitenwereld. Het lijkt op ee ngrote puzzel waarbij de aparte stukjes zichtbaar blijven.

Een blaffende hond is een geluid dat een beeld begeleidt of omgekeerd. De beide componenten geluid en beeld zijn, hoewel verbonden, toch duidelijk apart herkenbaar. Ze bouwen geen echte synthese, ze zijn niets nieuws. Het is alsof water en olie vermengd worden: beide bestanddelen gaan geen echte verbinding aan, maar blijven in hun eigen substantie.

Water en olie

De informatie van onze vijf zintuigen is vergelijkbaar met water en olie. We kunnen ze met elkaar mengen, maar er ontstaat geen nieuwe verbinding. Pas als we een emulgator of katalysator hebben, om in het chemische beeld te blijven, ontstaat een nieuwe, heel andere, uniforme substantie.

Het zesde zintuig kan deze taak op zich nemen en een geestelijke katalysator zijn!

Opbouw

De vijf zintuigen zijn zo opgebouw dat ze alleen de buitenkant van iets beschrijven, verschijningen kunnen aftasten. Zo krijgen we een grote voorstelling van vormen. We weten hoe iets eruitziet, hoe het klinkt, aanvoelt, ruikt of proeft.
Daardoor weten we ook dat iets echt bestaat. En we weten iets over de vorm waarin het bestaat.

We weten bijvoorbeeld dat een kinderbal rond en gekleurd is, naar rubber ruikt en bij het botsen tegen de grond een bepaald geluid maakt.

Daarom weten we aan de ene kant dat deze kinderbal bestaat en aan de andere kant in welke vorm hij dat doet, namelijk rond en gekleurd, naar rubber ruikend en een botsgeluid makend.
De emotionele betekenis van deze kinderbal blijft bij de vijf zintuigen verborgen. We zijn in het dagelijks leven eraan gewend geraakt altijd alleen deze soort vaststellingen te kunnen maken:

  1. Iets bestaat, en
  2. Het bestaat in een bepaalde combinatie van de vijf categorieën.

Daarmee zijn we tevreden. We steken onze voelsprieten uit en bemerken steeds meer bestaande objecten, en dat doen we eindeloos verder. Dikwijls hebben we niet veel zin om iets nieuws te ontdekken en trekken we onze voelsprieten iets van van de buitenwereld terug.

Maar dan zien we iets nieuws en dan steken we ze toch weer uit: hoe smaakt dat, hoe ruikt dat, hoe klinkt dat en hoe ziet dat eruit? Weer hebben we het bestaan en de vijfvoudige toestand van het bestaan door onze vijf zintuigen ervaren - nog een extra bestaan in onze innerlijke verzameling.

Overvloed

We leven in een wereld met een overvloed aan prikkels, onderbroken ontdekken onze zintuigen nieuwe objecten, levende wezens en situaties. Ononderbroken moet iets nieuws "afgetast" worden, en als beeld met de bevindingen over smaak, geur en tast wordt dit nieuwe in de innerlijke databank opgeslagen als een extra deel van de buitenwereld.

Deze constante registratie van nieuwe dingen, mensen en situaties maakt het leven niet alleen spannend en opwindend, maar het houdt ook heel onze aandacht bijeen.

Registratie

We zijn constant bezig om iets nieuws te registreren. In de tussentijd hebben we onze menselijke wereld zo opgebouwd dat deze nieuwsstroom niet ophoudt. Er is steeds iets nieuws op televisie, in kranten en boeken, er is nieuwe muziek, nieuwe mode, nieuw parfum, nieuwe recepten, nieuwe mensen, nieuwe situaties. We zijn er volledig mee beladen deze nieuwsvloed te bekijken. Het brengt ons niet alleen plezier om iets nieuws te ontdekken, maar we worden tgelijk de gevangene van deze "verkenningsdrang".

Want van nature is het voor ons van levensbelang om onze onmiddelijke omgeving met de vijf zintuigen "af te tasten".
We moeten weten van welke aard ze is om te weten hoe we ons tegen gevaren kunnen beschermen en zo zeker te kunnen overleven. En juist deze dwang lokt ons steeds met onze vijf zintuigen naar buiten om al het nieuwe dat op ons toestroomt te begrijpen en te registreren. Daarbij komen we, met het oog op de gegevensmassa die we nu al bijna nooit meer kunnen beheren, er bijna niet meer toe om deze gegevens ook zinvol en grondig te beoordelen.

En daarom valt het ook niet op dat we helemaal niet alles waarnemen wat we zouden kunnen waarnemen! We missen het zesde zintuig nie tomdat we nu al niet meer rondkomen met al die gegevens.

De vijf uiterlijke zintuigen zijn louter op kwantiteit gericht. Ze beslissen niet over de zin of onzin van de gegevens die ze doorspelen. Dat gebeurt pas door onszelf (bewustzijn, het onder- en bovenbewustzijn). Aangezien we zo hard bezig zijn met het beheer van de gegevensmassa, kunnen we ons niet meer bezighouden met een volledige, kwalitatieve beoordeling. Door alleen nieuwe indrukken te registreren, merken we op een gegeven ogenblik niet meer dat we eigenlijk kwalitatief weinig kunnen doen met deze massale informatie.

Voorbeeld
Een voorbeeld kan helpen onze dagelijkse toestand te beschrijven. We bevinden ons aan de oever van een rivier waarop ons huis staat. Het is hoog water. Onophoudelijk brengt de vloed nieuwe watermassa's naar de oever. Opdat ons land dat ons voedsel geeft, en ons huis dat ons bescherming en zekerheid biedt, niet zou overstromen en vernield zou worden, slepen we met als onze kracht zandzakjes naar de oever.

We laten in elk geval een klein kanaal open, omdat we het water toch ook nodig hebben voor de bevloeiing van onze velden. We zijn nu zo hard bezig om de zandzakjes daarheen te brengen en aan de gevaarlijke plaatsen te leggen, dat we denken dat we geen kracht en tijd meer over hebben om een intelligent plan te maken, zodat de oever langdurig en duurzaam beschermd wordt.

Er blijft dus ook geen kracht en tijd om de velden nog te bewerken en dus zijn we zo uitgemergeld, omdat we onvoldoende voeding krijgen. Het hoog water gaat niet terug en gedurende jaren tot decennia slepen we zandzakjes tegen de stijgende stroom in die steeds hoger en hoger stijgt.

Een echte oplossing zou zijn je een moment terug te trekken, uit te rusten en even te overleggen wat er nu eigenlijk aan de hand is met deze constante stroom en hoe we deze waterstroom zinvol en op lange termijn kunnen tegenhouden.

Als we dan ouder worden, ziek zijn of lijden onder acute uitputting, nemen onze krachten af. We kunnen dan niet meer zoveel zandzakjes verslepen en deze ook niet meer zo ver gaan halen. We verslepen dan minder zandzakjes dan vroeger en slechst zelden zal de waterstand van de vloed ook in dezelfde mate dalen.

Uitleg
De informatie die onze vijf zintuigen onophoudelijk doorsturen, zijn de waterstromen. De zandzakjes zijn onze omgang daarmee: we proberen ze in te dammen en terug te dringen. Daarbij staan we met onze volledige aandacht onmiddelijk aan de oever en kijken we geboeid naar de stromen. Onze eigenlijke opdracht was om genoeg water door het kanaal naar onze velden te leiden en daardoor kwalitatief goed voedsel te produceren!

Als we ons van de buitenste waterstromen afwenden en kijken naar onze velden aan de binnenkant, zal de waterspiegel zakken! Als we onze aandacht van buiten naar binnen richten, zijn wen iet meer overbelast door te veel infromatie, want die neemt daardoor af. De hoeveelheid zintuiglijke indrukken hangt uitsluitend af van onze aandacht! Met de naar binnen gerichte aandacht zouden we ons eigenlijke werk moeten doen; dat is de velden bewerken. Onze echte taak is dan de gegevensstroom van de zintuiglijke indrukken te veranderen in iets heel anders; in onze beeldspraak zijn dat de vruchten en het voedsel.

Dit proces levert in vergelijking met de onophoudelijke opeenstapeling van grondstoffen - in onze beeldspraak water, aarde en zaaigoed - een kwalitatief volledig nieuw ding.

Belangrijk
Het werk met naar binnen gerichte aandacht kan uit de grondstoffen van de zintuiglijke indrukken iets kwalitatief hogers creëren dat voor ons veel belangrijker is.
  • Op geestelijk vlak, want daarover gaat het, heeft de kwalitatief hoogwaardige vrucht van de innerlijke omzetting inzicht.
  • Er wordt niets anders bedoeld als we over innerlijke transformatie spreken, ook al bestaan er op dit vlak stijgende graden.

Gegevensmassa

Omdat in het dagelijks leven onze gehele aandacht toegespitst is op de gegevensmassa die van buiten geleverd werd door onze vijf zintuigen, merken we niet dat we nog een ander, namelijk zesde zintuig hebben. We kunnen het ook niet bewust waarnemen, want het doet niet mee met de kwantitatieve verzameling van gegevens. Aangezien we toch gewend zijn om onze aandacht alleen te richten op de externe vorm, op het onophoudelijk registreren van nieuwe, beschrijvende gegevens, wordt het zesde zintuig nooid bewust gebruikt en denken we dat er helemaal geen andere toestand mogelijk is.

We denken dat het alles is wat ons leven te bieden heeft: het onophoudelijk verzamelen van indrukken. Daarbij vergeten we dat het alleen gaat over grondstoffen. We vergeten dat er bovendien een taak is waarvoor we deze grondstoffen verzamelen! We blijven vaststeken om de bepalingen voor onze eigenlijke innerlijke arbeid te verkrijggen waar we dan nooit meer mee beginnen.

We gedragen ons in het dagelijks leven met zijn overvloed aan prikkels alsof we met ongelooflijke ijver een fabriek gaan bouwen en constant vergroten. We kopen alle nieuwigheden op de markt voor het machinepark en voegen steeds nieuwe delen toe, tot het gebouw totaal onoverzichtelijk wordt.

Maar ondertussen zijn we vergeten waarvoor we deze fabriek eigenlijk gebouwd hebben. We weten nie tmeer wat we daar eigenlijk willen produceren, daarom kopen we alle machines en nie talleen de gespecialiseerde die we werkelijk kunnen gebruiken. Het kost ons alle kracht, ons hele vermogen, want omdat we niet produceren, verbruiken we al het geld - de levensenergie - en komt er niets binnen.

Er worden ook geen medewerkers opgenomen, omdat we vergeten hebben waarvoor we ze nodig kunnen hebben. Wel merken we dat er af en toe "iemand" bij ons langskomt die de bergen verzamelde grondstoffen voor ons zou willen verwerken, maar we begrijpen toch nie techt wat die "persoon" eigenlijk wil.

Deze aanvragen zijn in overdrachtelijke zin de momenten waarop onze intuïtie tevoorschijn komt. Er klopt iemand aan, en die vraagt figuurlijk: "moet ik uiet de lap leder misschien schoenen maken voor u?"

De intuïtie herkent namelijk wat er uit de berg materiaal die voorhanden is, gemaakt kan worden.

Intuïtie herkent welk materiaal er voor "schoenen" gebruikt wordt en is als "overdreven ijverige fabrieksarbeider" af en toe zo driest dat hij ongevraagd iets samenstelt. We komen dan verwonderd aan en vragen wat dat betekent. Daarop toont "hij" ons de afgemaakte "schoenen". We zijn verwonderd: dat hadden we van deze grondstof niet verwacht!

Meestal herkennen we helemaal niet dat deze afgemaakte schoenen afkomstig zijn uit onze berg grondstof - we kunnen de samenhang in deze hectische verzameling gewoonweg niet zien.

Intuïtie

Op zulke momenten waaro ons onverwachts "schoenen" voorgehouden worden, dringt onze intuïtie door ons naar buien gericht bewustzijn door en levert het verrassende inzichten. We zijn mateloos verwonderd, kunnen het niet verklaren, stellen onszelf meestal ook geen vragen, maar gaan gewoon verder als voordien: grondstoffen verzamelen.

We weten vaag dat daar nog "ergens iets" anders in ons is dat dikwijls aan de deur van ons bewustzijn klopt. Af en toe vertellen andere mensen ook over het bestaan van iets buiten de vijf zintuigen. Maar aangezien onze bewuste aandacht altijd bij deze vijf zintuigen is, geloven we meestal niet dat we dit iets eventueel zelf bezitten.

We houden onverklaarbare inzichten voor uitzonderlijke verschijningen van de buitenwereld en komen eenvoudigweg niet op het idee dat we ze helemaal niet kunnen vinden in deze buitenwereld!

Inzichten

Zo zijn de meeste mensen gewend om bijzondere inzichten, intuïtie, het zesde zintuig of het derde oog als iets geheimzinnigs te zien. FVoor velen is het bijna akelig dat er zoiets echt zou bestaan.

Mensen die intuïtief waarnemen, worden bijna beschouwd als mutanten die sterk afwijken van de normaliteit van de doorsneepersoon of ze worden uitgeroepen tot genie.

Toch trekken geheimzinnigheden ons heel hard aan. We zijn nieuwsgierig wat deze buitengewone mensen dan waarnemen dat voor ons normale zintuigen verborgen blijft. Dus interesseren we ons heel erg voor dit fenomeen en komen nooit op het idee dat we over precies dezelfde vaardigheid beschikken en evengoed bekwaam zijn tot deze andere belevenissen.

Onze dagelijkse klopjacht naar nieuwe gegevens, nieuwe zintuiglijke indrukken drijft ons ertoe om ook deze "zeldzame" soortgenoten na te kijken. Aangezien onze vijf zintuigen in elk geval niet svan deze schijnabre bijzonderheid kunnen begrijpen, denken we meestal dat er uiteindelijk toch niet zoiets bestaat als een zesde waarneming.

Of we zijn stomverbaasd dat iemadn iets "ziet" wat we niet overal kunnen "zien"...
© 2007 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Spiritueel (Mens en Gezondheid) op 10-05-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Zintuigen: waarom we het zesde zintuig niet missen"


Door Hans vsser op 04-02-2008

Heel erg onduidelijk, het zesde zintuig krijgt geen duidelijke synthese toebedacht met de andere zintuigen. De meneer van dit artikel heeft de levensweg bewandeld welke hij in zijn artikel beschrijft, maar snapt zelf niet wat hem overkomen is.