Ziekten en Wondgenezing

Wonden en wondgenezing

Wonden en wondgenezing

Voor wondgenezing is doorzettingsvermogen niet altijd noodzakelijk, geduld hebben is vaak wel belangrijk. Bij kleinere wonden hoeft de patiënt meestal niets specifieks te doen om het genezingsproces te stimuleren. Elke wond heeft namelijk een natuurlijke tendens om te genezen. Kleine, eenvoudige wonden genezen via een aantal stappen vanzelf. Het bloed dat uit de wond komt, vormt een beschermende korst, die de wond steriel afdekt.


Na voltooïng van de genezing, die onder de korst plaatsvindt, valt deze er weer af. Bij meer gecompliceerde verwondingen zal de chirurg deze genezingstendens trachten te bevorderen.

Indeling.

De indeling van wonden is belangrijk in verband met de soort behandeling die men moet toepassen bij de verschillende wonden. Evenals bij elk ander ziektebeeld moet eerst de diagnose van de wond worden gesteld alvorens men kan overgaan tot behandeling. Men kan wonden op verschillende manieren indelen.

Gecompliceerd of ongecompliceerd.

Allereerst kan een onderscheid gemaakt worden tussen gecompliceerde en ongecompliceerde wonden. Of men met de eerste dan wel met de laatste te maken heeft, hangt onder andere af van de plaats van de verwonding. Een kleine, diepe steekwond aan de mediale zijde van het bovenbeen, waar de grote vaten en zenuwen lopen, kan veel ernstiger zijn dan een veel grotere wond aan de laterale zijde.
Bij een gecompliceerde wond zijn ook andere weefsels dan huid, onderhuids vet en spieren betrokken, bijvoorbeeld grote vaten, zenuwen, botten, gewrichten en lichaamsholten.
Een ongecompliceerde wond reikt over het algemeen niet verder dan het onderhuids bindweefsel (subcutis).
De meest oppervlakkige wond is de schaafwond. Enige lagen van de lederhuid (dermis) zijn dan afgescheurd, de toppen van de papillen zijn net beschadigd. Hierdoor ontstaan puntvormige bloedingen die een korst vormen waaronder de genezing plaatsvindt.

Wondranden

Een andere indeling is die waarbij men uitgaat van de toestand van de wondranden. Bij een beschadiging met een uiterst scherp mes is het letsel van het omgevende weefsel minimaal. Dit is chirurgisch gezien de meest 'ideale' situatie.
Men spreekt dan van een snijwond.
Bij inwerking van stomp geweld sterven verschillende cellagen rond de wond af. Men spreekt dan van een kneuswond.
In het verkeer, waar grote krachten op het lichaam inwerken, worden vaak grote delen van het weefsel rond de wond verbrijzeld. Men spreekt dan ook van verbrijzelingswonden.
Ook schotverwondingen leiden hiertoe. De in- en uitschotwond is maar klein, maar daaromheen ligt een koker met een doorsnede van 5 tot 10 centimeter van verbrijzeld, dus necrotisch (afgestorven, dood) weefsel.

Ontstaanswijze.

Ten slotte kent men een minder belangrijke indeling van wonden, namelijk naar hun ontstaanswijze. Men spreekt dan van snij-, steek-, scheur-, bijtwonden enzovoorts.

Symptomen

In de chirurgie bedoelt men met een wond meestal een uitwendige wond. De huid is daarbij op een of andere manier beschadigd. Voorlopig beperken we ons tot de meest eenvoudige wond.
Iemand snijdt zich met een vlijmscherp mes in de onderarm, daarbij treedt dan een aantal verschijnselen op:
  • Het wijken (gapen) van de wondranden. Dit is afhankelijk van de grootte en diepte van de wond en de hoeveelheid onderbroken weefsel. Bovendien is de richting waarin de wond loopt van belang. Evenwijdig aan de splijtrichting van de huid wijkt de wondrand minder dan wanneer die er loodrecht op staat.
  • Bloeding.
    • capillair (uit de haarvaten), dat wil zeggen voortdurend sijpelend.
    • veneus (uit de aders), continu stromend.
    • arterieel (uit de slagaders), stootsgewijs bij elke hartslag.
  • Pijn. Door prikkeling van blootliggende zenuwuiteinden ontstaat pijn. Een snijwond is doorgaans het pijnlijkst.

Men vindt deze verschijnselen bij elke wond terug. Het principe van de wondgenezing is echter het beste te verklaren aan de hand van een oppervlakkige snijwond van de huid. In het navolgende wordt daarvan dan ook uitgegaan.

Fasen in de wondgenezing

De genezing van een wond verloopt schematisch gezien in drie fasen.

Vaatvernauwing

Direct na het ontstaan van een wond reageert het weefsel met een vaatvernauwing. Dit duurt ongeveer tien minuten, waarin het ontstekings- en stollingsmechanisme worden geactiveerd. Het stollingsmechanisme leidt tot de vorming van een stolsel dat verdere bloeding voorkomt. Uit het stolsel ontstaat een korst die de wond van de buitenwereld afsluit.
Na de vernauwing volgt de vaatverwijding, waardoor ontstekingsverschijnselen optreden. Hierdoor ontstaan onder andere wondoedeem met witte bloedcellen die het dode weefsel, het vreemde materiaal en de bacteriën opruimen.

Herstelwerkzaamheden

Nadat de witte bloedcellen hun werk hebben gedaan komt de wond in de tweede fase. De herstelwerkzaamheden gaan allereerst uit van de bloedvaten. De haarvaten langs de wondranden botten uit en groeien het bloedstolsel in. Met de vaten worden de cellen aangevoerd die bindweefsel produceren. Het weefsel dat op deze wijze ontstaat, ziet er rood (omdat het vaatrijk is) en korrelig uit. Men noemt het daarom ook granulatieweefsel (granula = korrel).
In de smalle eenvoudige wond die hier wordt behandeld, is van dit weefsel weinig of niets zichtbaar, doordat het proces zich geheel onder de korst afspeelt.

Voltooiïng.

In de derde fase, als het hele bloedstolsel vervangen is door granulatieweefsel, groeit de opperhuid (de huid die zichtbaar is) aan beide zijden van de wond naar elkaar toe. Is dit eenmaal voltooid, dan valt de korst er vanzelf af.
Gedurende deze periode worden de wondranden steeds verder naar elkaar toe getrokke. In het algemeen is dit gunstig, omdat dit leidt tot een verkleining van het wondoppervlak.
Wannere de samentrekking echter te sterk is, ontstaat een contractuur. Dit is een dwangstand van een gewricht of lichaamsdeel die veroorzaakt kan worden door schrompelend (litteken)weefsel.
Naast verkleining van het wondoppervlak treedt vergroting van de littekensterkte op. Dit vindt plaats door een toename van de hoeveelheid en van de treksterkte van het bindweefsel.
Meestal ontstaat hierdoor een mooi en strak litteken.

Na de genezing...

Kort na de genezing is het litteken rood en vast, omdat het vaat- en celrijk is. Geleidelijk neemt de hoeveelheid cellen en vaten af (atrofie) en wordt het litteken soepel en bleker van kleur. Soms treedt geen atrofie op, maar zelfs het tegengestelde: er worden te veel vezels aangemaakt en te weinig afgebroken (hypertrofie). Het litteken blijft groeien en er ontstaat keloïd. Dit is een scherp begrensde verheven littekenvorming, die zich tot buiten het oorspronkelijke gebied uitbreidt.

Genezing van een kneuswond vindt in principe op dezelfde wijze plaats, mara er moet meer dood weefsel worden opgeruimd, waardoor de eerste fase (vaatvernauwing) langer duurt. Al dit wefsel wordt in de vorm van pus uitgestoten of geresorbeerd, waarna herstel begint.
De wondranden liggen niet mooi dicht bij elkaar zodat er een grotere kloof moet worden overbrugd. Ook deze fase (Herstelwerkzaamheden) duurt dus langer.

Huidgenezing.

De manier waarop de huid geneest, is in eerste instantie afhankelijk van de diepte van de verwonding en de hoeveelheid beschadigd weefsel.
Bij een oppervlakkige wond, zoals een schaafwond of een oppervlakkige brandwond, vindt het herstel plaats vanuit de kiemlaag. Vanuit deze laag worden ook voor de gezonde huid voortdurend nieuwe cellen aangemaakt.
De snelheid van het herstel is afhankelijk van het wondklimaat. Gezien het feit dat de natuurlijke genezing onder de korst en dus in een droog milieu plaatsvindt, kan men de wond, indien nodig, het beste met een droog verband bedekken.
Bij elke verbandwisseling wordt de genezing van de huid weer verstoord, zodat dit dus tot een minimum beperkt moet blijven.
Bij een diepere wond is de genezing afhankelijk van de aanblik van de wond.
  • Primaire wondgenezing. Bij een diepe wond met weinig dood weefsel en gladde wondranden kunnen de randen met behulp van hechtingen tegen elkaar aan worden gelegd. De randen zullen daardoor verkleven, waardoor een smalle(re) wond ontstaat. Het uiteindelijke litteken is klein en zeer effectief.
  • Secundaire wondgenezing. Bij een brede en wijkende wond, al dan niet met veel necrotisch (dood) weefsel, verloopt het herstel trager. Het defect wordt allereerst opgevuld met granulatieweefsel, daarna groeien er vanuit de wondranden epitheelcellen overheen. Het litteken is breed, lelijk en niet zo sterk. Secundaire wondgenezing moet men dan ook zoveel mogelijk voorkomen.

Behandeling

Veruit de meeste verwondingen worden buiten het ziekenhuis opgelopen. Adequate eerste hulp kan in alle gevallen de ernst van de gevolgen helpen beperken. Soms is deze eerste hulp zelfs belangrijker dan de behandeling door de arts erna.
Voorbeelden hiervan zijn het direct langdurig koelen van brandwonden en bij chemische letsels het zo snel mogelijk van de huid verwijderen van de veroorzakende stoffen.
In het algemeen ziekenhuis is de wondbehandeling een onderdeel van het takenpakket van de chirurg. Door een juiste behandeling tracht deze het genezingsproces optimaal te laten verlopen. Hij neemt maatregelen die gericht zijn op:
  • Beperking van de gevolgen van de verwonding.
  • Reiniging van de wond.
  • Sluiten van de wond.
  • Bescherming van de wond.

Alleen een schone wond kan genezen. Besmetting van een wond vindt altijd plaats, het al of niet optreden van een infectie hangt af van de behandeling. Het lichaam kan zelf micro-organismen opruimen, mits ze niet in te groten getele aanwezig zijn.
Wanneer er dood weefsel of een slechte vaatvoorziening aanwezig is, is het gevaar van infectie groot.
Deze omstandigheden bieden namelijk een uitstekende voedingsbodem voor bacteriën.
Tot de patiëntgebonden factoren die bij de genezing een rol spelen, rekent men plaatselijke en algemene factoren.

Plaatselijke factorenAlgemene factoren.
Plaats van de wondleeftijd van de patiënt
Vorm en diepte van de wondweerstand van de patiënt (ondervoeding, cytostatische behandeling)
Aard van de verwonding (mes, kogel enz.)ziekten van de patiënt (suikerziekte, arteriosclerose, deficiënties)
mate van weefselbeschadiging
verontreiniging van de wond
aanwezigheid van lichaasmsvreemd materiaal (kleding, aarde enz.)
aantal en aanvalskracht van de ziektekiemen
plaatselijke bloedvoorziening

De procedure van de wondbehandeling is uiteraard afhankelijk van de ernst van de wond. De volledige, uitgebreide procedure is als volgt:

Wegnemen van kleding.
Schoonmaken van de omgeving van de wond.Wassen, eventueel scheren, desinfecteren (bijv. met betadinezalf)
verdoving.
schoonmaken van de wond zelf.lichaamsvreemd materiaal met een pincet verwijderen, schoonspoelen
steriel afdekken van de omgeving van de wond
wondexcisie (uitsnijden), met als doel:verwijderen van dood materiaal; creëren van gladde wondranden.
nu zijn er 4 mogelijkheden:Primaire sluiting; dit gebeurt bij een weinig gecontamineerde wond met rijk doorbloed weefsel.secundaire sluiting: Sterk verontreinigde wonden die een slechte vaatvoorziening hebben, worden in de eerste instantie opengelaten. Geproduceerde pus kan dan makkelijk afvloeien. Nadat de infectie is overwonnen, wordt de wond alsnog gesloten.Open wondbehandeling: Hierbij laat de chirurg de wond open, dat wil zeggen hij bedekt de wond slechts met een verband. Er vindt granulatie plaats en de huid groeit hier vervolgens overheen. Dit wordt gedaan bij sterk verontreinigde wonden met goede vaatvoorziening.Adapterende situatiehechtingen met drainage: soms kan de wond niet primair worden gesloten en is open laten van de wond ook niet de behandeling van de eerste keuze. Men legt dan vaak enkele hechtingen aan die de wondranden los tegen elkaar brengen. Via drains kan het geproduceerde weefselvocht afvloeien.
afdekkend verband:Nat verband voorkomt uitdroging, beschermt e epithelisatie en is in die zin dus gunstig voor het genezingsproces. Het nadeel van dit verband is dat het geen absortie of drainage bewerkstelligt. Pus, bloed en dergelijke blijven dus in de wond, hetgeen een uitstekende voedingsbodem voor bacteriën vormt en derhalve ongewenst is.Droog verband staat juist een goede absorptie en drainage toe, maar heeft als nadeel dat het tot uitdroging van de wond leidt. Een verbandwisseling verooraakt dan voortdurend een beschadiging.
immobilisatie.Een wond heeft rust nodig (spalk of mitella).
beschermingBescherming van de wond tegen contaminatie (besmetting) is uitsluitend de eerste 48 uur nodig. Na deze periode is de wond reeds voldoende gesloten.Een hematoom (bloeduitstorting), een uitstekende voedingsbodem voor bacteriën, kan met een drukverband worden voorkomenTetanusinfectie, moet zo nodig door toedieninge van een vaccin of antiserum worden voorkomen.
© 2007 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Ziekten (Mens en Gezondheid) op 10-01-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Wonden en wondgenezing"


Door Wendy Bisschop op 04-12-2007

Mooi heldere informatie.