
Behandeling en prognose van kwaadaardige tumoren
Behandeling en prognose van kanker. Een onderwerp waar veel mensen over denken, maar waar relatief weinig over wordt gesproken. Hier een artikel over de behandeling en de prognose van kwaadaardige tumoren in het menselijk lichaam.
Behandeling
De pijlers waarop de behandeling van een kwaadaardige aandoening rust zijn: chirurgie, radiotherapie en chemotherapie.Genezing kan slechts volgen als alle tumorcellen zijn verwijderd of vernietigd of zich op zijn minst niet meer kunnen vermenigvuldigen.
Als er microscopisch kleine tumorresten achterblijven, kunnen die weer leiden tot een volledig uitgroeien van tumorweefsel.
Naast chirurgie, radiotherapie en chemotherapie wordt ook een aantal minder vaak toegepaste en meer ondersteunende behandelmethoden gebruikt, te weten: hormonale therapie, immunotherapie en ondersteunende therapie (waaronder we welke andere vorm van behandeling verstaan die het leven van de patiënt op dat moment verbetert).
Chirurgie
De methode die het langst wordt toegepast is de chirurgische behandeling, waarbij al het kwaadaardige weefsel wordt weggehaald. Het is noodzakelijk daarbij een vrij ruime rand gezond weefsel mee te nemen om alle niet met het blote oog zichtbare uitlopers van de tumor eveneens te verwijderen.
Zijn regionale lymfeklierstations oo kaangetast, dan moeten ook deze worden weggenomen.
Meestal vindt de resectie "en bloc" plaats. Dit betekent dat de oorspronkelijke tumor, de regionale lymfeklieren en een ruim deel van het omliggende normale weefsel worden verwijderd (dit heet radicale resectie).
Het doel van de chirurgische behandeling is in principe curatief.
Radiotherapie
De behandeling met behulp van ioniserende stralen - radiotherapie - berust op een ander principe dan op de chirurgische behandelingen. Men gaat hierbij uit van het feit dat tumorweefsel gevoeliger is voor straling dan het omringende weefsel. De tumor kan dan in principe volledig worden vernietigd, zonder noemenswaardige beschadiging voor het omringene weefsel.
Nu is het niet zo dat iedere tumor even gevoelig is voor straling; daarin is nogal wat verschil te vinden. Is de tumor minder stralingsgevoelig, dan is er dus meer straling nodig en daarvan ondervindt het omringende weefsel zeker wel beschadiging.
In die gevallen kan radiotherapie nauwelijks tot geen nuttige rol spelen.
Men gaat over op radiotherapie indien er voldoende gevoeligheid voor straling bestaat en in het geval dat de tumor door de chirurg moeilijk is te benaderen anders dan met uitgebreide verminkingen, zoals bij tumoren aan de nasopharynx het geval kan zijn.
Er wordt ook nogal eens besloten tot een gemengde behandeling, chirurgisch en radiologisch, omdat dan betere resultaten worden verkregen. Een voorbeeld hiervan is de behandeling van testistumoren.
Lokaal wordt zo'n tumor verwijderd, terwijl de eventueel aanwezige abdominale (in de buik) lymfekliermetastasen worden behandeld met bestraling.
De moderne radiotherapeutische apparatuur laat het toe bestraling uit te voeren met en minimum aan ongewenste bijwerkingen. Het passeren van straling door de huid kan tijdelijk roodheid, schilfering en pigmentatie geven. Als het maag-darmkanaal wordt bestraald, treden misselijkheid, braken en diarree op.
Als het beenmerg in het stralenveld ligt, kan de bloedcelvorming onderdrukt worden wat zich uit in anemie, leukopenie en trombocytopenie.
Dan is er nog de röntgenkater die vooral optreedt als grote weefseldelen worden bestraald. De verschijnselen hiervan zijn hoofdpijn, misselijkheid, braken en duizeligheid.
Chemotherapie
De Chemotherapie (cytostatica) heeft zich vooral in de laatste dertig jaar ontwikkeld en blijkt een waardevolle aanwinst te zijn in de strijd tegen kanker. In tegenstelling tot bij operatie en bestraling is er bij toediening van chemotherapeutica sprake van een algemene therapie.
Dat wil zeggen dat de toegediende geneesmiddelen, de cytostatica, via de circulatie overal in het lichaam terecht komen. Daarom kan deze behandelingsmethode onder andere van nut zijn als er sprake is van een gematastaseerde tumor.
Cytostatica zullen het beste resultaat gevan als er voorafgaande aan de toediening voor is gezorgd (bijv. door operatie of bestraling) dat zo veel mogelijk tumorweefsel is verwijderd of vernietigd. Slechts in die gevallen is het soms alsnog mogelijk genezing te bereiken.
Alle cytostatica zijn in principe celdodende stoffen. De wijze waarop dit gebeurt is bij de diverse cytostatica telkens anders.
We kennen:
- Stoffen die het DNA dermate beïnvloeden dat de celstofwisseling verstoord raakt en de cel afsterft (alkylerende stoffen).
- Stoffen die de celstofwisseling op enzymatisch niveau blokkeren. Stoffen die daartoe in staat zijn lijken erg op voor de groei belangrijke stoffen en nemen dan ook de plaats van deze stoffen in de cel in. De cel sterft daardoor af.
- Stoffen die de vorming van m-RNA voorkomen, waardoor de celstofwisseling ernstig in gevaar komt.
- Stoffen die de celmitosen remmen.
Cytostatica hebben ernstige bijwerkingen omdat niet alleen de tumorcellen, maar ook heel wat normale (dus gezonde) cellen beschadigd worden, zoals in het beenmerg, de slijmvliezen en de huid.
Het betreft hier het beschadigen of doden van stamcellen die voor het onderhoud van de weefsels heel belngirjk zijn.
Ze zijn fylogenetisch jong en daarom zo kwetsbaar.
De verschijnselen die hierdoor optreden zijn:
- Misselijkheid, braken en diarree,
- Anorexie (gebrek aan eetlust),
- Gevolgen van beenmergonderdrukking zoals leukopenie (tekort aan leukocyten, wat gevaar voor infecties inhoudt) trombocytopenie (tekort aan bloedplaatjes met als gevolg een bloedingsgevaar) en anemie (vooral bleekheid en moeheid).
- Ontstekingen van het mondslijmvlies en ontstekingen van het darmslijmvlies.
- Uitval van de haren.
Cytostatica zijn verder vaak toxisch (giftig) voor de lever, de nieren en het zenuwstelsel. Ook kunnen ze, indien intraveneus toegediend (dus via de bloedbaan) soms aanleiding geven tot phlebitis. Dit laatste kan worden voorkomen door het cytostaticum in een snel lopend infuus te spuiten.
Cytostatica worden alleen toegepast bij tumoren die er gevoelig voor zijn, soms in combinatie met een operatie of bestraling teneinde micrometastasen te vernietigen.
Cytostatica worden veelal in combinatie met elkaar toegepast, maar dan wel volgens speciale eisen: ieder middel moet tegen die ene tumorsoort helpen waartegen het gegeven wordt, terwijl de toxiciteit van de verschillende middelen niet tegen hetzelfde weefsel gericht mag zijn.
Behalve de zojuist beschreven behandelmethoden kennen we nog enkele andere minder frequent gebruikte of meer aanvullende therapieën.
Hormonale Therapie
Sommige tumoren bezitten receptoren voor hormonen waardoor zij in hun groei worden gestimuleerd. Verwijdert men hormoonproducerende weefsels (klieren) of geeft men een antagonistisch hormoon, dan kan de groei van de tumor worden geremd of stilgelegd.
Enkele voorbeelden van tumoren waarbij dit aan de orde is, zijn:
- Het mammacarcinoom (borstkanker), dat kan worden gestimuleerd door oestrogene hormonen. Verwijdert men de ovaria via operatie of bestraling, dan kan dit soms een gunstig effect hebben (uiteraard alleen maar zinvol voor de menopauze).
- Het prostaatcarcinoom (prostaatkanker), dat sterk in zijn groei kan worden geremd door castratie of toediening van oestrogenen.
- Het baarmoedercarcinoom (baarmoederkanker), dat soms heel gunstig kan reageren op een progesteronpreparaat.
Hormonale behandeling leidt niet tot genezing, maar kan heel goed een remissie van de ziekte bewerkstelligen. Er is altijd sprake van een combinatie met één of meer van de eerder genoemde methoden van behandeling.
Immunotherapie
Alhoewel men grote verwachtingen heeft van deze behandelingsvorm, zijn de resultaten tot nu toe teleurstellend. De bedoeling van de behandeling is het immuunapparaat van buiten af zodanig te beïnvloeden, dat een actieve afweer tegen de kankercellen ontstaat.
Ondersteunende behandeling
Hiermee bedoelen we elke andere vorm van behandeling die de kwaliteit van het leven van de patiënt op dat moment verbetert. Belangrijk is in dit verband de pijnbestrijding of de bestrijding van misselijkheid en braken ten gevolge van het gebruik van cytostatica.
Maar ook het geven van 'packed cells' (erytrocyten) bij ernstige bloedarmoede en tijdige bestrijding van infecties ten gevolge van de verminderde weerstand horen erbij.
Behandeling van de kankerpatiént kan alleen dan goed gebeuren als er sprake is van een multidisciplinair overleg tussen specialisten (medici, verpleegkundigen en anderen) in een oncologisch team.
Na de behandeling moet een zo volledig mogelijke revalidatie plaatsvinden en integratie in het dagelijkse leven zowel lichamelijk als psychisch.
Kanker is voor idere patiënt belastend. Er is een angst voor de ziekte zelf, patiënten vragen zich voortdurend af wanneer het weer de kop op zal steken.
men ziet op tegen de langdurige behandeling en tegen de pijn die moet gaan komen.
Er bestaat angst om verminkt te raken, men ziet de dood in de ogen en moet dit verwerken.
Sommige mensen nemen hun toevlucht tot alternatieve geneeswijzen, de meeste pas wanneer de reguliere geneeskunde geen resultaat meer kan geven.
Daar moet begrip voor zijn, maar wat de patiënt ook probeert, de weg naar de reguliere geneeskunde moet voor hem een open weg blijven.
Prognose en verloop van de ziekte
De VijfjaarsoverlevingWanneer is iemand genezen van kanker? Wanneer is de kanker helemaal uit iemands lichaam? Deze vraag is vaak moeilijk tot zeer moeilijk te zeggen. Ook al is na intensieve behandeling geen tumorweefsel meer aantoonbaar, dan nog mag je nier spreken van genezing. De ervaring heeft geleerd dat ook na jaren de kanker terug kan komen. Toch valt er wel ites over genezing te zeggen.
Ingeburgerd is het begrip vijfjaarsoverleving. Daarmee wordt bedoeld dat na vijf jaar na het stellen van de diagnose geen tumorweefsel meer in het lichaam aan te tonen is. De ervaring heeft geleerd dat dit dan vaak zo blijft en de patiënt genezen verklaard kan worden.
Hoe loopt het af met de patiënt als de behandeling van kanker niet helpt??
Als kanker op zijn beloop wordt gelaten, zal het eigenlijk altijd eindigen met de dood. Echter, ook na uitgebreid te zijn behandeld kan kanker leiden tot het sterven van de patiént.
Deze belandt dan in een terminale fase, waarin allerlei ziekteverschijnselen optreden, die stuk voor stuk een correcte medische begeleiding behoeven.
Welke verschijnselen zijn, ziet U in onderstaande tabel.
| Cachexie (uittering, atrofie van alle weefsels) | Dit is een gevolg van de in het lichaam aanwezige negatieve eiwitbalans. Alle weefsels worden daardoor slecht onderhouden, cellen voor onderhoud worden niet tijdig aangemaakt. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de weerstand tegen infecties afneemt, er een bloedarmoede ontstaat en zich gemakkelijk decubitus ontwikkelt. De patiënt wordt uiteindelijk heel mager. | -- | -- | Darmafsluiting als gevolg van doorgroei van de tumor. | -- |
| Trombosevorming. | Deze trombosevorming vindt plaats op plaatsen waar bloedvaten zijn aangevreten, waardoor bloedingen kunnen ontstaan. In de eindfase van de ziekte kunnen zich verspreid in het bloedvatenstelsel kleine stolseltjes ontwikkelen die vaak het sterven inleiden. We spreken in dat geval van een Algemene Intravasale Stolling (AIS). | -- | -- | Botmetastasen. | Botmetastasen zijn vaak aanwezig bij de terminale patiënt. Deze geven aanleiding tot ernstige pijn en kunnen bovendien leiden tot pathologische botfracturen zoals ingezakte wervels. Bij wervelmetastasen kunnen eveneens letsels van ruggenmerg en zenuwwortels optreden. |
| Lokale Oedeemvorming. | Deze lokale oedeemvorming is ten gevolge van het samengedrukt/aangevreten worden van aders of het verstopt raken van het lymfevatenstelsel. | -- | -- | Belemmering van de afvloed van urine vanuit de nier naar de blaas kan ontstaan doordat de ureters worden dichtgedrukt. Daardoor kan zich zelfs uitval van de nierfunctie ontwikkelen. | -- |
| Ischemie. | Ischemie doordat slagaders afgesloten raken. | -- | -- | Leverafwijkingen. | Aandoeningen van de lever kunnen ontstaan doordat het functionele leverweefsel wordt verdrongen en vervangen door tumorweefsel. Hierdoor kunnen ook galgangen vernauwd of afgesloten raken, waardoor naast leverfunctiestoornissen ook geelzucht (icterus) ontstaat. |
| Verlammingen, gevoelloosheid, incontinentie en pijn. | Dit doordat het zenuwstelsel is aangedaan. | -- | -- | Benauwdheid en verstikking. | Verstikking en benauwdheid kunnen zich voordoen door het dichtgroeien of dichtdrukken van de grote luchtpijp en/of het doorgroeien in de longen van tumorweefsel. Ernstige gasuitwisselingsproblemen kunnen ontstaan door het volwoekeren van de longen met tumorweefsel. |
| Als tumorweefsel zich in de schedel bevindt geeft dit aanleiding tot een verhoogde druk in de schedel, waardoor ernstige hoofdpijnen ontstaan en coma en 'inklemming' mogelijk zijn. | -- | -- | -- | -- | -- |
Deze lijst is zeker niet volledig. Wat zich gaat voordoen wordt voor een belangrijk deel ook bepaald door de aard van de tumor, de lokalisatie van het oorspronkelijke proces en de wegen waarlangs metastasering is opgetreden. © 2007 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Ziekten (Mens en Gezondheid) op 04-03-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Tumoren, oftewel kanker: Tegenwoordig hoor je veel om je heen over mensen die kanker hebben (gehad). Het woord ‘kanker’ heeft dezelfde werking als het woord ‘pest’ vroeger had. Het wordt geassocieerd met de…
- Aard van de tumor: Bij tumoren valt er een verschil te maken tussen goedaardige tumoren en kwaadaardige tumoren. Goedaardige tumoren zijn in principe niet levensbedreigend, kwaadaardige tumoren daarentegen l…
- Bottumoren, goedaardig en kwaadaardig: Men onderscheidt primaire bottumoren en secundaire bottumoren (metastasen). Primaire tumoren kunnen zowel goed- als kwaadaardig zijn. De secundaire zijn uiteraard altij…
- Goedaardige tumoren; kanker: Zoals U misschien al zult weten, is kanker onder te verdelen in goedaardig en slechtaardige kanker. In dit artikel zal het uitsluitend gaan over goedaardige tumoren, ofwel goedaa…
- Goedaardige tumoren kunnen ook gevaarlijk zijn: Gelukkig hoeft een tumor niet altijd kwaadaardig te zijn en daarmee ook niet levensbedreigend. Een voorbeeld van zo'n goedaardige tumor is een vetknobbel. Ook…

Reageer op het artikel "Behandeling en prognose van kwaadaardige tumoren"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

