InfoNu.nl > Mens en Gezondheid > Aandoeningen > Verpleegkunde: decubitus signaleren bij zorgvragers

Verpleegkunde: decubitus signaleren bij zorgvragers

Verpleegkunde: decubitus signaleren bij zorgvragers Als verpleegkundige kom je veel in contact met de zorgvrager. Het is dan ook één van jouw taken om decubitus te herkennen en deze al in een vroeg stadium bij een zorgvrager te signaleren. Decubitus is een ernstige aandoening die bovendien erg pijnlijk is. Het veroorzaakt niet alleen veel ongemak bij zorgvragers, maar zorgt ook voor een langere opnameduur, intensieve behandeling en hoge zorgkosten. Daarom is het ook belangrijk de aandoening zo vroeg mogelijk te signaleren, om verergering te voorkomen. Maar wat kan je het beste doen als verpleegkundige om deze aandoening te bestrijden?

Inhoud


Wat is decubitus

Decubitus, ook wel doorliggen of doorligwond genoemd, is een lokale beschadiging van de huid en/of het onderliggende weefsel. Het komt meestal voor ter hoogte van een botuitsteeksel (zoals bij de knie, schouder, stuit, heup, enkel, hielbot), en ontstaat als gevolg van druk of druk in combinatie met schuifkracht.

De aandoening is ernstig en pijnlijk, en leidt bovendien tot een langere opnameduur van de zorgvrager, intensieve behandelingen en hoge zorgkosten. De belangrijkste oorzaken van decubitus zijn immobiliteit en verminderde activiteiten. Vooral oudere zorgvragers hebben een verhoogd risico op decubitus door druk-, schuif- en/of wrijfkrachten. Door het toepassen van wisselligging en door het gebruik van de juiste materialen kan veelal decubitus voorkomen worden. Dit zorgt niet alleen voor een beter resultaat voor de zorgvrager (minder pijn en ongemak), maar ook bespaart het veel geld. Bij decubituspreventie en bij de behandeling van decubitus dien je als verpleegkundige de protocollen op te volgen die gebaseerd zijn op de Landelijke Richtlijn Decubitus preventie en behandeling. Deze richtlijnen en protocollen worden regelmatig aangepast naar de nieuwste inzichten, dus zorg ervoor dat je de richtlijnen en protocollen regelmatig doorleest om te kijken of er veranderingen zijn aangebracht. De leidinggevende van de plek waar je werkt moet jou altijd de mogelijkheid geven om je in te lezen in de vernieuwde protocollen.

Hoe vaak komt decubitus voor?

Decubitus is een aandoening die in alle settings van de gezondheidszorg voorkomt. Echter zijn er wel grote verschillen per setting waarneembaar. Zo komt decubitus in categorie II t/m IV voor bij zorgvragers met een verhoogd risico op decubitus het vaakst voor in academische ziekenhuizen (14,9%) en het minst vaak in de thuiszorg (3,4%). Daarnaast komt decubitus vaker voor bij specifieke doelgroepen, te denken valt hierbij aan zorgvragers die palliatieve zorg ontvangen in een hospice, personen met een dwarslaesie of zorgvragers die op een intensive-careafdeling van een ziekenhuis verblijven.

Oorzaken en risicofactoren van decubitus

Oorzaken van decubitus worden simpelweg ingedeeld in uitwendige en inwendige factoren, en daarnaast zijn er ook nog risico-indicatoren te benoemen.

Uitwendige factoren die decubitus veroorzaken

Uitwendige factoren die decubitus kunnen veroorzaken zijn druk-, schuif- en wrijfkrachten. Druk ontstaat bij zitten en liggen op plaatsen waar botweefsel dicht onder het huidoppervlak ligt. Schuifkrachten ontstaan door druk vanuit een bepaalde richting, dus niet loodrecht op een plaats. Het wordt o.a. veroorzaakt doordat de zorgvrager onderuit zakt in bed of op een stoel. Hierdoor ontstaat druk en verschuiven weefsellagen ten opzichte van elkaar, met als gevolg afklemming en verscheuring van bloedvaten. Als je als verpleegkundige een onderuitgezakte zorgvrager weer rechtop wilt zetten, schuift de huid over de onderlaag waardoor er wrijving ontstaat. Hierdoor kan het weefsel wederom beschadigen. Druk- en schuifkrachten versterken ook elkaars effect. Oneffenheden, zoals broodkruimels, gekreukelde kleding of gekreukeld beddengoed, zorgen voor een extra hoge druk op de huid. Ook knellende verbanden kunnen een veroorzaker zijn van decubitus.

Inwendige factoren die decubitus veroorzaken

De inwendige factoren die de kans op decubitus vergroten, worden ook wel patiëntgebonden factoren genoemd. En dan is vooral de weefseltolerantie van de zorgvrager een grote factor, in combinatie met het weefselvolume, de leeftijd en eventuele mate van uitdroging van de zorgvrager. Ook de zuurstofvoorziening van de weefsels behoort tot de inwendige factoren. Wanneer de zuurstoftoevoer daalt of wanneer de zuurstofbehoefte van het weefsel toeneemt, wordt de kans op decubitus verhoogd. Aspecten die de zuurstofvoorziening verminderen zijn onder andere koorts, anemie en atherosclerose. De weefselintolerantie heeft vooral veel invloed op de druk spreidende capaciteiten van de weefsels.

Risico-indicatoren van decubitus

Risico-indicatoren zijn aspecten waarvan niet bewezen is dat ze decubitus veroorzaken. Ze kunnen echter wel een voorspellende waarde hebben om de kans op decubitus vast te stellen. Risico-indicatoren kunnen bijvoorbeeld ondervoeding en incontinentie zijn. Deze twee risicofactoren spelen hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol bij het ontstaan van decubitus, maar zijn op zichzelf geen veroorzakers van decubitus. De bekende risicofactoren van decubitus zijn:
  • Beschadigingen van buitenaf, zoals wondjes
  • Ondervoeding
  • Inwerking van vocht op de huid (incontinentie, transpiratie, niet goed afdrogen na het wassen)
  • Bepaalde medicatie als barbituraten en corticosteroïden
  • Drukkrachten
  • Schuifkrachten
  • Wrijfkrachten
  • Oneffenheden in de onderlaag, zoals kruimels of plooien
  • Knellende verbanden
  • Voedingstoestand en conditie
  • Weefselvolume
  • Zuurstofvoorziening van de weefsels
  • Koorts
  • Anemie
  • Atherosclerose
  • Diabetes mellitus

Mensen die gezond zijn en een gezonde huid hebben ontwikkelen niet snel decubitus. Dit komt omdat deze groep mensen vaak gaat verliggen of verzitten, zodat niet steeds dezelfde huidplek op de onderlaag zit of ligt. Wanneer iemand echter immobiel is en dus niet kan bewegen, neemt het gevaar voor decubitus toe. Wanneer de huid op die plaats pijn gaat doen, kan hij hulp vragen om te gaan verliggen. Een bijkomend gevaar is als zorgvragers een verminderd gevoel in de huid hebben, zoals bijvoorbeeld bij diabetespatiënten soms het geval is. Een andere, belangrijke, factor is de toestand van de huid. Een dunne huid die atrofisch is, zal sneller kapot gaan dan een gezonde huid. Ook iemand met weinig tot geen onderhuids vetweefsel zal sneller decubitus kunnen ontwikkelen.

Indeling van decubitus in categorieën

Decubitus wordt ingedeeld in vier categorieën, namelijk:
  • Categorie I (1): niet-wegdrukbare roodheid bij intacte huid
  • Categorie II (2): verlies van een deel van de huidlaag of aanwezigheid van een blaar
  • Categorie III (3): verlies van een volledige huidlaag (het onderhuids vetweefsel is zichtbaar)
  • Categorie IV (4): verlies van een volledige weefsellaag (spier en/of bot is zichtbaar)

Categorie I

De aangedane huid is intact, lokaal rood en deze roodheid is niet weg te drukken. De roodheid is meestal ter hoogte van een botuitsteeksel. Ook kan er sprake zijn van een verkleuring van de huid, warmte, oedeem, verharding en pijn. Een donkergekleurde huid kan mogelijk geen zichtbare verkleuring tonen.

Categorie II

In deze categorie is er sprake van een gedeeltelijk verlies van een laag van de lederhuid (ook wel dermis genoemd). Hierdoor ontstaat een oppervlakkige, open wond met een roodroze wondbodem, zonder wondbeslag. Deze decubituscategorie kan zich echter ook uiten als een intacte of open/gescheurde blaar die met vocht of met serum en bloed gevuld is.

Categorie III

In deze categorie is de volledige huidlaag verdwenen. Subcutaan vet, ook wel onderhuids bindweefsel genoemd, kan zichtbaar zijn. Bot, pezen en spieren liggen echter niet bloot. Het is mogelijk dat er wondbeslag aanwezig is, evenals ondermijning of tunneling (de wond gaat onderhuids verder, terwijl de huid op die plaats nog wel intact is).

Categorie IV

Hierbij is een volledige weefsellaag verloren, waardoor spier en/of bot zichtbaar is. Ook kunnen bloedvaten en pezen aanwezig zijn. Een vervloeid wondbeslag of necrotische korst kan in dit stadium ook aanwezig zijn. Vaak is er sprake van ondermijning of tunneling van de decubituswond. In zeldzame gevallen kan een categorie IV-decubituswond ook voorkomen onder een intacte huid.

Risicoplaatsen van decubitus

Er zijn plaatsen op het lichaam waar decubitus makkelijker ontstaat dan op andere plekken. Decubitus ontstaat vooral goed op plaatsen waar de botten dicht onder de huid liggen en waar weinig vetweefsel aanwezig is. Op die plaatsen worden bloedvaatjes het makkelijkst dichtgedrukt tussen het harde bot en de harde onderlaag van een matras of stoel. Het gaat hierbij om de volgende plaatsen, ingedeeld per manier van zitten of liggen:
  • Zijligging: enkels, zijkant voeten, binnen- en buitenkant van de knieën, heupen, ellebogen, schouders en het oor waar de zorgvrager op ligt.
  • Rugligging: hielen, stuit, ellebogen, schouderbladen, wervelkolom (m.n. de stuit en tussen de schouders) en het achterhoofd.
  • Buikligging: wreef van de voet, tenen, scheenbenen, knieën, bekkenrand en ribben.
  • Zithouding: billen ter hoogte van de zitbeenknobbels, stuit, hielen en ellebogen.

Manieren om decubitus te signaleren

Om decubitus te voorkomen moet je als verpleegkundige oog hebben voor de diverse risicogroepen en risicoplaatsen, maar ook moet je het gevaar voor decubitus kunnen signaleren. Dit kan je onder andere doen door met regelmaat een risicoscorelijst of een decubitusscorelijst in te vullen. Daarnaast hou je ook rekening met andere factoren van de zorgvrager, zoals de voedingstoestand, of de zorgvrager gezond is of ziek is, of de persoon bedlegerig is en dergelijke. De risicoscorelijsten worden vooral gebruikt bij het inschatten van het risico op huidletsel en decubitus.

Naast de uitslag van zon risicoscorelijst zijn ook unieke kenmerken van de patiënt en de ervaring van de verpleegkundige belangrijk. Alleen het gebruik van een risicoscorelijst om de kans op decubitus vast te stellen is dus niet voldoende, er moet gekeken worden naar het algehele plaatje die bij die specifieke zorgvrager hoort. De reden dat je niet alleen mag afgaan op de uitslag van een risicoscorelijst is bijvoorbeeld omdat:
  • er situaties blijven bestaan waarbij sprake is van een lage score, maar waar toch een sterk verhoogd risico op decubitus aanwezig is
  • de risicoscorelijst aangeeft dat iemand een hoge kans op het ontwikkelen van decubitus heeft, terwijl deze persoon eigenlijk een laag risico heeft hierop.

Een risicoscorelijst voor decubitus invullen

Het invullen van een risicoscorelijst is al eerder in dit artikel naar voren gekomen. De risicoscorelijst is dus een maatregel om het risico op decubitus vast te stellen. Bij elke zorgvrager die korte of langere tijd op bed moet blijven, bepaal je aan de hand van deze lijst welke preventieve maatregelen je moet nemen. De uitkomst van een risicoscore geeft een indicatie om preventieve maatregelen te starten of de al genomen maatregelen uit te breiden. In Nederland worden de volgende drie risicoscorelijsten het meest gebruikt:
  • Bradenschaal
  • Nortonschaal
  • Waterlowschaal of Waterlow Score Card (Engelstalig)

Omdat de Nortonschaal het vaakst van allemaal wordt ingezet en deze volgens de meeste mensen de beste resultaten geeft, wordt alleen de Nortonschaal in dit artikel behandeld. Bij de Bradenschaal en de Waterlowschaal kan men ongeveer dezelfde vragen of richting verwachten.

Decubitusscorelijst van Norton

De decubitusscorelijst van Norton is één van de risicoscorelijsten die je kan gebruiken. Bij elk punt op de lijst kan je een score van 1 tot 4 toewijzen. Aan het eind van het invullen van de lijst tel je alle punten bij elkaar op, en dan kom je uit op een risico voor decubitus:
  • Meer dan 14 punten: geen verhoogd risico op decubitus
  • 12, 13 of 14 punten: verhoogd risico op decubitus
  • 11 punten of lager: extra verhoogd risico op decubitus

Zorgvragers die minder dan 15 punten scoren op de Nortonschaal moeten minimaal een keer per week deze schaal opnieuw laten invullen door de verpleegkundige. Zorgvragers met een verhoogd of extra verhoogd risico op decubitus moeten preventieve maatregelen gebruiken. Welke maatregelen dit zijn, is onder andere afhankelijk van de score die uit de test is gekomen, welke maatregelen al worden toegepast en de persoonlijke situatie van de zorgvrager. Wanneer je niet weet welke maatregelen je kan gebruiken voor een specifieke zorgvrager, kan je hierover altijd contact opnemen met de decubitusverpleegkundige.

Voedingstoestand beoordelen

De voedingstoestand van een zorgvrager geeft veel informatie over het decubitusrisico. De voedingstoestand van een zorgvrager kan je als verpleegkundige heel goed beoordelen aan de hand van de antwoorden op een aantal vragen:
  • 1) Heeft de zorgvrager meer dan 3 kilo gewicht verloren binnen een maand of meer dan 6 kilo in zes maanden?
  • 2) Krijgt de zorgvrager chemotherapie of radiotherapie, of heeft de zorgvrager een buikoperatie ondergaan?
  • 3) Heeft de zorgvrager klachten als diarree, braken, misselijkheid? Of is er een fistel of een obstructie aanwezig in het maagdarmkanaal?
  • 4) Heeft de zorgvrager langer dan een week minder gegeten dan normaal?

Wanneer 2 of meer vragen met ja beantwoord zijn, verkeert de zorgvrager in een slechte voedingstoestand. Een zorgvrager met open wonden loopt bovendien ook een extra risico vanwege vochtverlies uit de wond. Wanneer er geen rekening wordt gehouden met dit vochtverlies en de zorgvrager drinkt daarbij te weinig, dan droogt de zorgvrager uit.

In nieuwe landelijke richtlijnen wordt een aantal aanbevelingen gedaan ten aanzien van de voeding bij zorgvragers. Zo moet er voor iedere zorgvrager gezorgd worden voor adequate voedingsinterventies wanneer zij (een risico op) ondervoeding en decubitus hebben. Dit doe je volgens onderstaande methode:
  • Beoordelen van de voedingstoestand
  • Inschatten van de voedingsbehoefte van de zorgvrager
  • De voedingsinname vergelijken met het geschatte behoefte
  • Passende voedingsinterventie toepassen en een passende toedieningsvorm kiezen (normale voeding, drinkvoeding, sondevoeding, enzovoort)
  • Monitoring en evaluatie van de uitkomsten van de voedingsinterventie met een regelmatige her-evaluatie van de voedingstoestand, gedurende de periode dat de zorgvrager risico loopt.

Lees verder

© 2020 Infodebster, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
Verpleegplan Decubitus en ObstipatieDit artikel bevat een twee tal verpleegplannen namelijk een verpleegplan decubitus en een verpleegplan obstipatie. Decub…
Decubitus of "doorliggen"Het woord decubitus betekent eigenlijk "het neerliggen". Deze betekenis geeft hiermee een van de belangrijkste oorzaken…
Decubitus of 'doorliggen'Wanneer er gevraagd wordt: 'Wat is decubitus?' krijgen mensen vaak het antwoord dat dit doorliggen is. Decubitus is echt…
Decubitus/Doorligwond: symptomen, diagnose en behandelingDecubitus/Doorligwond: symptomen, diagnose en behandelingAls er open wonden in de huid ontstaan als gevolg van doorliggen is er sprake van decubitus. Doorligwonden komen voor in…
De hospice: een bijna thuis huisDe hospice: een bijna thuis huisVoor mensen die hun laatste momenten willen slijten in een huiselijke sfeer, met constante zorg aanwezig.
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: GDJ, Pixabay (bewerkt)
  • Zorgpad
  • Eigen ervaringen
  • https://www.umcg.nl/NL/Zorg/Volwassenen/zob2/Decubitus_doorliggen_drukplek/Paginas/default.aspx
  • http://www.doorliggen.nl/over-doorliggen/hoe-herkent-u-het/
  • https://www.geldersevallei.nl/patient/aandoeningen/decubites#
  • https://www.rijnstate.nl/media/13075/het-voorkomen-en-behandelen-van-doorligwonden-decubitus.pdf
  • https://www.nhg.org/?tmp-no-mobile=1&q=node/1758
  • http://www.decubitusbehandeling.nl/

Reageer op het artikel "Verpleegkunde: decubitus signaleren bij zorgvragers"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Infodebster
Gepubliceerd: 17-01-2020
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Aandoeningen
Bronnen en referenties: 9
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!