Verpleegkunde: decubitus voorkomen bij zorgvragers

Verpleegkunde: decubitus voorkomen bij zorgvragers Decubitus is een zeer ernstige aandoening die zich in een rap tempo kan ontwikkelen. Door druk of wrijving op/van de huid ontstaan er bij decubitus wonden, die kunnen variëren van roodheid en blaarvorming, tot necrotiserende wonden die zelfs de pezen, spieren en het bot blootleggen. Als verpleegkundige is het dan ook jouw taak om ervoor te zorgen dat decubitus bij zorgvragers voorkomen wordt, of in ieder geval dat het risico op decubitus zo klein mogelijk gehouden wordt. Dit doe je onder andere door de voedingstoestand te controleren, de risicoscorelijst decubitus in te vullen en door de huid van de zorgvrager minimaal twee keer per dag te controleren op signalen die kunnen duiden op decubitus.

Inhoud


Maatregelen om decubitus te voorkomen

De meeste zorginstellingen worden steeds meer bekend met hoe vaak decubitus voorkomt, in welke mate het voorkomt en vooral in welke omgeving/afdeling het vaker voorkomt. Voor instellingen als verzorgingshuizen, verpleeghuizen en ziekenhuizen is het belangrijk om maatregelen te treffen om decubitus te voorkomen. De instellingen hebben vaak ook een decubitusverpleegkundige in dienst die gespecialiseerd is in de behandeling van decubitus en de preventie ervan. De decubitusverpleegkundige kan door activiteiten, onderzoek en advies veel pijn, verdriet en complicaties voorkomen.

Echter wordt de decubitusverpleegkundige vaak pas ingeschakeld als er bij een zorgvrager al decubitus is ontstaan. De directe hulpverleners, met name verpleegkundige en verzorgenden, zijn echter de belangrijkste personen als het gaat om het voorkomen van decubitus.

Hoewel zorgprofessionals er alles aan doen om decubituswonden te voorkomen, lukt het niet altijd, ondanks de goede preventie. Sommige problemen zijn zo complex en de conditie van de zorgvrager kan zo slecht zijn dat er toch decubitus ontstaat, ondanks goede preventieve maatregelen. Er bestaan diverse maatregelen die genomen kunnen worden om decubitus te voorkomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke maatregelen om de aandoening te voorkomen.

Algemene maatregelen

Algemene maatregelen om decubitus bij zorgvragers te voorkomen, zijn:
  • Het decubitusrisico vaststellen m.b.v. een risicoscorelijst
  • De voedingstoestand van de zorgvrager vaststellen
  • Minimaal drie keer per dag de bedreigde of risicovolle decubitusplaatsen controleren
  • De zorgvrager zoveel mogelijk en zo snel mogelijk mobiliseren
  • Bij immobiliteit van de zorgvrager de zorgvrager een schone, droge, gladde en soepele onderlaag geven
  • De voedingstoestand en conditie van de zorgvrager zoveel mogelijk verbeteren
  • De zorgvrager voorlichting geven m.b.t. decubitus en het risico daarop.

Specifieke maatregelen om decubitus te voorkomen

Er bestaan ook specifieke maatregelen om decubitus te voorkomen. Deze maatregelen kunnen in principe bij iedere zorgvrager toegepast worden, maar worden vaker toegepast bij zorgvragers met een verhoogd risico op decubitus.
  • Op regelmatige basis de risicoscorelijst invullen
  • De huid goed verzorgen en beschermen met huidbeschermende middelen, m.n. op plekken waar de kans op wonden het grootst is
  • Druk- en schuifkrachten zo veel mogelijk verminderen door houding in bed en/of op de stoel te verbeteren
  • Druk- en schuifkrachten verminderen door op regelmatige tijden wisselligging te geven
  • Druk verminderen door antidecubitusmaterialen te gebruiken

Omgaan met nieuwe inzichten en protocollen m.b.t. decubituspreventie

Als verpleegkundige is het belangrijk om je deskundigheid op peil te houden. Dit is niet alleen op het gebied van verpleegtechnisch handelen of hoe je het beste kan omgaan met zorgvragers, maar doe je ook door jezelf continu bij te scholen in je vakgebied. Zo kan je je deskundigheid op peil houden door het lezen van vakliteratuur, door websites te bezoeken over jouw vakgebied, ervaringen uit te wisselen met andere deskundigen en dergelijke. Op het gebied van decubituspreventie is het vooral belangrijk om informatie uit te wisselen met de decubitusverpleegkundige. Hij of zij is op de hoogte van alle nieuwe inzichten m.b.t. decubituspreventie en het is aan hen om dit ook aan andere verpleegkundigen door te geven, zodat er met zín allen gestreden kan worden om decubitus te voorkomen. Het kan dan ook voorkomen dat er nieuwe inzichten zijn gekomen in de strijd tegen decubitus, waardoor bestaande protocollen worden aangepast. Op deze manier kan jij samen met collegaís de beste zorg blijven verlenen aan zorgvragers.

Huidverzorging

De plaatsen van het menselijk lichaam waar de botten dicht onder het oppervlak van de huid liggen, worden het meest bedreigd door decubitus. Daarom is huidverzorging op die plekken het meest belangrijk bij het voorkomen van decubitus. Let wel op: het is gevaarlijk om de huid te masseren of in te wrijven met crème, dit verhoogt namelijk de kans op decubitus. Het onderhuidse bindweefsel kan door massage of wrijving met crème beschadigen, waardoor decubitus juist makkelijker ontstaat. Regelmatige huidverzorging is echter wel van levensbelang. Dit doe je door de huid van zorgvragers optimaal schoon en droog te houden, en wel door:
  • De huid dagelijks met een niet-ontvettende zeep te wassen, deppen en drogen, vervolgens luchtig insmeren met een huidcrème (deze niet wrijven of masseren). De niet-ontvettende zeep gebruik je om de natuurlijke vettigheid van de huid in stand te houden.
  • Bij hoge koorts en/of incontinentie moet de zorgvrager meerdere keren per dag (deppend) gewassen worden met water.
  • Bescherm de huid zo nodig met een dun laagje zinkoxidezalf. Oude zalflagen moeten vooraf schoongemaakt en verwijderd worden met zoete olie.
  • zorg altijd voor een schone, gladde en soepele onderlaag. Dit kan het beddengoed zijn, maar ook de stoel of rolstoel waar de zorgvrager op verblijft.
  • De kleding van de zorgvrager dient regelmatig verschoond te worden. Natte of klamme kleding moet gelijk verwisseld worden. Het liefst draagt de zorgvrager wijde en luchtige kleding, gemaakt van natuurlijke stoffen als katoen.
  • De kleding en het beddengoed moeten steeds goed gladgetrokken worden onder de zorgvrager.

De huid controleren op drukplekken

Wanneer je bezig bent met de huidverzorging van de zorgvrager, moet je de huid secuur controleren/inspecteren op de plaatsen die bekend staan om het ontwikkelen van decubitus, als knieën, enkels, stuit, ellebogen, schouderbladen, heupen, enzovoort. Je houdt ook in de gaten of er symptomen ontstaan van decubitus. Dagelijks moet je rapporteren wat je waarneemt bij zorgvragers met een verhoogd risico. Bij patiënten in de risicogroepen neem je direct preventieve maatregelen, zoals het toepassen van wisselligging en gebruikmaking van drukverlagende hulpmiddelen als speciale matrassen. Is er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een decubitusplekje ontstaan, dan moet je dit direct doorgeven aan de leidinggevende.

Huidbeschermende materialen

Als verpleegkundige kan je ook huidbeschermende materialen gebruiken om de kans op decubitus te verkleinen. Hierbij kan je denken aan speciale huidfolies en hydrocolloïdale folies of verbanden. Hydrocolloïdale folies en verbanden zijn huidbeschermende materialen, die wanneer ze in contact komen met wondvocht, een soort gel vormen. De gel bezit een aantal eigenschappen die de wondgenezing bevorderen.

Vroeger werden er vaak hiel- en enkelbeschermers van schapenvachten ingezet als decubituspreventie. Dit is echter niet bevorderend en effectief. Je kan de hielen van een zorgvrager beter vrij leggen door middel van een speciaal kussen of door speciaal aangemeten schoenen. De voeten mogen ook niet ingepakt worden met vette watten, omdat deze juist druk veroorzaken doordat ze afknellen. Dit vergroot juist de kans op decubitus.

Badstofsokken worden vaak in de thuiszorg geadviseerd bij de voorkoming van decubitus. Deze sokken voorkomen geen druk, maar zorgen er wel voor dat er minder tot geen wrijving meer plaatsvindt van de huid over de onderlaag.

Daarnaast kan de dekenboog een preventieve functie bieden in de strijd tegen decubitus, zeker wanneer lakens en dekens druk veroorzaken op de voeten/benen en de zorgvrager niet in staat is de benen te bewegen. Een dekenboog is echter geen hulpmiddel dat de druk op drukplaatsen vermindert, maar kan wel druk van bovenaf (de dekens) verminderen of wegnemen.

De voedingstoestand van zorgvragers verbeteren

Om de voedingstoestand van zorgvragers te kunnen verbeteren, is het in eerste instantie belangrijk dat je de voedingstoestand gaat vaststellen. Een zorgvrager met een verhoogd risico of een oppervlakkige decubituswond hoeft in principe geen speciale of aangepaste voeding te krijgen, maar de voeding moet wel optimaal zijn volgens de Schijf van Vijf. Daarom moet je altijd nagaan wat de zorgvrager elke dag eet en drinkt, en bespreek dit met hem of haar. Daarnaast moet je de zorgvrager en diens naasten instrueren en voorlichten over goede voeding, daarbij is het vooral belangrijk dat je de nadruk legt op het feit dat een optimale voedingstoestand belangrijk is voor de wondgenezing.

Het kan voorkomen dat je als verpleegkundige twijfelt of de voeding van een zorgvrager optimaal is. Dan kan je altijd een diëtist inschakelen. De diëtist gaat dan samen met de zorgvrager en diens mantelzorgers kijken of het patroon volstaat of dat er aanpassingen gedaan moeten worden zodat er tot een optimaal voedingspatroon gekomen kan worden. De nieuwste landelijke richtlijnen geven onder andere aan:
  • Een zorgvrager die risico loopt op ondervoeding en decubitus moet minimaal 30 tot 35 kcal per kilogram lichaamsgewicht per dag krijgen. Daarnaast moet de voeding 1,25 tot 1,5 gram eiwit per kg lichaamsgewicht per dag bevatten en moet de zorgvrager dagelijks 1,5 tot 2 liter water per dag drinken.
  • Zorgvragers die risico lopen op ondervoeding en een verhoogd risico hebben op decubitus, ten gevolge van een chronische aandoening of na een chirurgische ingreep, moeten eiwitverrijkte voeding krijgen en/of sondevoeding, als aanvulling op het gebruikelijke dieet.

Houding in bed en op de stoel verbeteren

Het wisselen van houding is een van de belangrijkste acties bij decubituspreventie. Het doel van het wisselen van houding is langdurige constante druk op één plaats te voorkomen, en bovendien voorkom je ook dat de zorgvrager onderuit schuift in bed of op de stoel. Zorgvragers die in een stoel of rolstoel zitten, moeten daarom hun zithouding regelmatig veranderen en verbeteren. Indien mogelijk moet je de zorgvrager meerdere keren per dag een stukje laten lopen. Wanneer dit niet mogelijk is, moet de zorgvrager in ieder geval regelmatig wisselen van houding.

Een goede houding om in een stoel of rolstoel te zitten is met een rechte rug, een goede drukverspreiding en goede steunvlakken. Daarnaast zit iemand het beste als hij licht achterover zit met voetsteunen. Ook kan je een hoger voetenbankje voor de stoel zetten, waarop de onderbenen liggen. Daarbij is het belangrijk dat de enkels, hielen en knieholtes vrij zijn, zodat er geen druk op die plaatsen ontstaat. Mocht de zorgvrager nog niet goed genoeg zitten, neem dan contact op met een ergotherapeut en/of fysiotherapeut. Deze personen kunnen voor de juiste hulpmiddelen zorgen, zoals zitkussens, rugkussens en zijkussens die van speciale antidecubitusmaterialen zijn gemaakt. Ook kan je voor een optimale zithouding informeren bij de diabetesverpleegkundige. Verder kan je de zorgvrager regelmatig laten liften. Hierbij drukt de zorgvrager zichzelf aan de armsteunen omhoog, waardoor hij iets van houding verandert. Het spreekt voor zich dat de armsteunen van de stoel of rolstoel dan wel veilig bevestigd moeten zijn en stevig.

Wisselligging geven

Wanneer je wisselligging geeft aan zorgvragers, moet je volgens de nieuwste richtlijnen andere aanbevelingen toepassen. Dit houdt in dat je bij gebruik van wisselligging de 30-graden-zijligging toepast (afwisselend rechterzij, rug, linkerzij, rug, rechterzij, enzovoort), of van de buikligging (dit wanneer de zorgvrager de buikligging verdraagt en de medische toestand van de zorgvrager dit toelaat). Houdingen die de druk verhogen moeten vermeden worden, zoals de 90-graden-zijligging of de halfzittende houding.

Een zorgvrager die bedrust heeft, hoort elke drie uur wisselligging te krijgen. Tijdens het toepassen van de wisselligging moet je voorkomen dat de huid over de lakens schuurt. Daarom moet je altijd de zorgvrager draaien en tillen op de correcte manier. Doe je dit niet goed, dan werkt wisselligging averechts. Het veranderen van de houding van de zorgvrager doe je altijd liftend. Daarbij maak je gebruik van een steeklaken, waar de zorgvrager op ligt. Het is belangrijk dat je de zorgvrager zoveel mogelijk zelf laat doen, en wanneer je als verpleegkundige moet tillen, doe je dit altijd met zín tweeën. Voor zorgvragers met een verhoogd risico op decubitus maak je een wisselliggingsschema. Hierin staat beschreven hoe laat de zorgvrager voor het laatst van houding gewisseld is, en in welke houding hij toen is gelegd.

De beste lighouding

De zorgvrager ligt het beste, met zo min mogelijk druk, als hij in een semi-fowler-30graden-ligging ligt. Bij deze houding wordt de ruggensteun 30 graden omhoog geplaatst, de bovenbenen liggen ook 30 graden omhoog. De onderbenen moeten verticaal liggen ten opzichte van de knieën.

De ideale houding in zijligging is de 30-graden-zijligging. Hierbij ligt de rug van de zorgvrager 30 graden naar achteren. Het onderste been ligt minimaal gebogen ter hoogte van heup en knie en het bovenste been 30 graden gebogen ter hoogte van de heup en 35 graden gebogen ter hoogte van de knie. Tussen het onderbeen en ovenbeen moet een kussen geplaatst worden, waarbij de enkels vrij moeten zijn.

Frequenties wisselligging bepalen

Gemiddeld genomen wordt wisselligging elke drie uur toegepast. Maar dit kan van zorgvrager tot zorgvrager en van situatie tot situatie verschillen. Factoren die van invloed zijn op hoe vaak je wisselligging toepast, zijn afhankelijk van:
  • het gebruikte matras
  • de weefseltolerantie
  • de mate van activiteit en de mobiliteit van de zorgvrager
  • de algemene lichamelijke conditie
  • de vastgestelde behandeldoelen
  • de beoordeling van de huidconditie van de zorgvrager

Wisselhouding toepassen op de juiste manier

De meeste decubitusrichtlijnen bevelen een regelmatige wisselligging aan om de druk op de huid te verminderen en om decubitus te voorkomen. Maar wanneer de wisselligging op een verkeerde manier wordt toegepast, heeft het juist een tegenovergesteld effect en wordt de kans op decubitus juist verhoogd. Omdat tillen een zware belasting is voor de zorgverlener, wordt er vaak getrokken of geduwd. Deze schuifkrachten tussen de huid en de ondergrond kunnen echter bij de zorgvrager voor enorme schade in de weefsels zorgen. Hierdoor wordt de kans op decubitus aanzienlijk vergroot.

Hulpmiddelen toepassen

Als verpleegkundige kan je diverse hulpmiddelen gebruiken om de kans op decubitus te verkleinen. Zo worden antidecubitusmatrassen veelvuldig gebruikt. Er zijn daar diverse varianten van, waardoor er in dit artikel ook diverse besproken worden. Wanneer je als verpleegkundige een geschikt matras, een geschikt kussen of bed moet selecteren voor een zorgvrager met een verhoogde kans op decubitus, moet je rekening houden met de volgende factoren:
  • De mate van mobiliteit in bed van de zorgvrager
  • Het comfort van het bed
  • Of er behoefte is aan microklimaatbeheersing (het lokale temperatuurs- en vochtigheidsniveau tussen lichaam en onderlaag)
  • De plaats waar de zorgverlening plaatsvindt (in de thuissituatie of in een instelling)
  • De omstandigheden waarin de zorgverlening plaatsvindt.

Hulpmiddelen kunnen worden onderverdeeld in
  • Drukreducerende (drukverlagende) of statische materialen
  • Drukopheffende of dynamische materialen

Drukreducerende materialen

Drukreducerende materialen zijn enkel in staat de druk te verlagen, waarbij de druk over een zo groot mogelijk oppervlak verdeeld wordt. Er blijft echter altijd enige druk over. De gebruikte materialen zijn zacht, waarbij de zorgvrager diep in het matras hoort weg te zakken. Voorbeelden van drukreducerende materialen zijn:
  • schuimrubber (foam) matrassen
  • vezelmatrassen
  • watermatrassen
  • gelkussens
  • luchtmatrassen
  • low air loss matrassen/bedden
  • air fluidised bedden

Ook moet je bij dit type hulpmiddel rekening houden met het feit dat je geen hulpmiddelen met uitsparingen mag gebruiken, er geen ring- of donutvormige hulpmiddelen worden ingezet of het gebruik van handschoenen die met water gevuld zijn.

Drukopheffende materialen

Onder drukopheffende of dynamische materialen worden vooral de alternerende matrassen bedoeld. Er bestaan twee soorten matrassen die drukreducerend werken, namelijk statische en dynamische matrassen. De statische matrassen hebben een constante druk, terwijl er bij een dynamisch matras juist sprake is van een wisselende druk.

Drukreducerende, statische materialen zijn onder andere:

Schuimrubber matrassen
Matrassen van schuimrubber (foam), deze zijn soepel en werken drukverlagend. Dit type is beschikbaar als matrasvervanger en als oplegmatras op een bestaand (ziekenhuis)matras. Deze matrassen worden vaak ingezet bij zorgvragers met een laag risico op decubitus. Ook zijn er matrassen van traagfoam op de markt waar vierkante blokken weggehaald kunnen worden op plaatsen van het lichaam die ernstig risico lopen op decubitus of waar al decubitus is ontstaan.

Vezelmatrassen
Vezelmatrassen zijn gevuld met holle, gesiliconeerde vezels. Dit matras voelt als een dik soort dekbed en wordt enkel preventief ingezet om het comfort te verhogen van zorgvragers met een laag risicoprofiel. Het is niet geschikt voor patiënten met een hoog lichaamsgewicht. Ze zijn beschikbaar als matrasoplegsysteem of als zitkussen in de (rol)stoel. De drukverdeling is niet erg groot en het matras dient dagelijks goed opgeschud worden omdat het de neiging heeft te pletten.

Watermatrassen
Het watermatras bestaat uit twee of drie elementen en wordt als oplegmatras gebruikt op een bestaand matras in een schuim- of luchtkussenomlijsting. Het is bedoeld als preventief materiaal voor zorgvragers met een laag risicoprofiel op decubitus. Dit systeem wordt echter niet meer vaak gebruikt, mede omdat de drukverdeling niet ideaal is en de hoes beperkt elastisch is. Wanneer iemand erin zit of ligt, ontstaat er een hangmateffect, met als gevolg dat druk- en schuifkrachten op weefsels toenemen.

Gelkussens en gelmatrassen
Gelkussens en gelmatrassen zijn redelijk zacht en gevuld met vloeibare siliconen elastomeren. De materialen zijn als oplegmatras verkrijgbaar en als zitkussen in de (rol)stoel. Het is een preventief materiaal voor zorgvragers met een laag risico op decubitus. De silicone past zich aan de lichaamscontouren van de zorgvrager aan. Hierdoor wordt de druk verdeeld over het oppervlak. Echter kunnen veel gelkussens de druk niet verlagen, waardoor dit type kussen steeds minder vaak toegepast. Ook kunnen er bij gebruik van een gelkussen problemen ontstaan met de vochtregulatie.

Luchtmatrassen en luchtkussens
Luchtmatrassen en luchtkussens worden opgeblazen met lucht. De druk van de lucht dient afhankelijk van het gewicht van de zorgvrager ingesteld te worden met een bedieningselement op de pomp. Het type systeem is verkrijgbaar als zitkussen, oplegmatras, matrasvervanger en bedvervanger. Het is toepasbaar bij zorgvragers met een laag decubitusrisico. Een groot nadeel van dit systeem is het hangmateffect, waardoor de druk verplaatst en de schuifkrachten toenemen.

Low air loss systeem
Het low air loss systeem is een bed met een maximaal verspreide drukverdeling door middel van lucht. Het systeem biedt continu dezelfde druk en berust op het principe van continu lucht laten ontsnappen om zo het comfort van de zorgvrager te vergroten. Ook wordt er zo getracht de transpiratie te reduceren en de huid droog te houden. De systemen zijn preventief bij zorgvragers met een matig tot hoog risico op decubitus.

Air fluidised systeem
Air fluidised systemen staan ook bekend als zandbedden. Er worden zeer fijne gesiliconeerde glasvezelkorrels in beweging geblazen, waardoor zeer lage interfacedrukken bereikt kunnen worden. Omdat er een constante luchtstroom door het bed gaat en de druk daardoor verdeeld wordt, wordt dit middel tot de statische systemen gerekend. Dit systeem is alleen als bedvervangend systeem verkrijgbaar en is geschikt voor zorgvragers met een zeer hoog risico op decubitus.

Drukopheffende, dynamische materialen

Dynamische materialen zijn erop gebaseerd dat de contactdruk tussen ondergrond en zorgvrager verandert. Alleen alternerende systemen zijn in staat de contactdruk te veranderen. Alternerende systemen, ook wel wisseldruksystemen genoemd,zijn inzetbaar voor zorgvragers met elk decubitusstadium en bij elke risicogroep voor decubitus. De systemen worden dus preventief ingezet, maar ook bij zorgvragers die al decubitus hebben.

Dit type bed bestaat uit een pompsysteem en een matras die uit diverse compartimenten bestaat. De compartimenten worden afwisselend opgeblazen en leeggepompt. Er bestaan ook nog systemen die zich door een sensor helemaal aanpassen aan het gewicht en de houding van de zorgvrager. Alternerende systemen zijn als oplegmatrassen en als matrasvervangers verkrijgbaar.

De zorgvrager voorlichten

Het is van groot belang dat de zorgvrager en diens naasten op de hoogte zijn van het decubitusrisico dat hij loopt. De zorgvrager moet weten wat hij zelf kan doen om decubitus te voorkomen en wat jij als verpleegkundige hem daarbij te bieden hebt. Geef de zorgvrager altijd een folder over decubituspreventie en geef aan dat er op internet ook veel informatie over te vinden is. Zo kan de zorgvrager kiezen uit de mogelijkheden die er zijn om decubitus te voorkomen. Om zorgvragers zo goed mogelijk voor te lichten is het erg belangrijk dat jij als verpleegkundige op de hoogte bent van de nieuwste methodes, inzichten en hulpmiddelen om decubitus te voorkomen.

Als de zorgvrager ouderwetse inzichten heeft

Het komt voor dat de zorgvrager vast wilt houden aan een methode die vroeger veel ingezet werd om decubitus te voorkomen, maar die tegenwoordig niet meer gebruikt wordt omdat de werking ervan nooit is bewezen, of het juist decubitus kan veroorzaken. Ga hierover in gesprek met de zorgvrager en breng de zorgvrager op de hoogte van de nieuwe inzichten en waarom hetgeen hij wilt doen, niet meer gebruikt wordt. Vertel hem wat er nu op de markt is en waarom deze materialen of dingen wel voldoen om aan decubituspreventie te doen. Wanneer de zorgvrager toch bij zijn mening blijft, mag je hem of haar niet verbieden die maatregelen te blijven gebruiken. Je kan eventueel de decubitusverpleegkundige inschakelen om nogmaals met de zorgvrager in gesprek te gaan, en stel de zorgvrager bijvoorbeeld voor om in ieder geval een of twee weken een ander hulpmiddel te proberen.

Lees verder

© 2020 Infodebster, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
Decubitus of "doorliggen"Het woord decubitus betekent eigenlijk "het neerliggen". Deze betekenis geeft hiermee een van de belangrijkste oorzaken…
Decubitus of doorligwonden. Hoe ontstaan ze?Decubitus betekent letterlijk een doorligwond, dit komt met name voor bij mensen die bedlegerig zijn.
Verpleegplan Decubitus en ObstipatieDit artikel bevat een twee tal verpleegplannen namelijk een verpleegplan decubitus en een verpleegplan obstipatie. Decub…
Wat is een rode wond?Wonden kunnen voor komen op verschillende lichaamsdelen, ze kunnen zowel groot als klein zijn. Er bestaan verschillende…

Tomatenallergie of intolerantie voor tomaatTomatenallergie of intolerantie voor tomaatKlachten na het nuttigen van rauwe of bewerkte tomaten kunnen ofwel ontstaan door een tomatenallergie of een intoleranti…
Huidschade door blootstelling aan UV-straling van de zonHuidschade door blootstelling aan UV-straling van de zonHoewel de blootstelling aan voldoende zonlicht belangrijk is om de vitamine D-waarden te behouden, leidt een overmatige…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: GDJ, Pixabay (bewerkt)
  • Zorgpad,
  • Eigen kennis
  • https://www.wcs.nl/wp-content/uploads/897_Nieuws-2002-5-Nies.pdf
  • https://www.nursing.nl/3-aandachtspunten-bij-decubituspreventie-1413682w/
  • http://www.platformouderenzorg.nl/bestanden/Multidisciplinaire%20richtlijn%20Decubitus%20preventie%20en%20behandeling%202011.pdf
  • https://www.nhg.org/themas/publicaties/landelijke-multidisciplinaire-richtlijn-decubitus-preventie-en-behandeling
  • https://www.umcg.nl/NL/Zorg/Volwassenen/zob2/Decubitus_voorkomen_maatregelen/Paginas/default.aspx
  • https://mijn.venvn.nl/databanken/richtlijnen/Lists/Databank%20richtlijnen/Dispform_custom.aspx?ID=19

Reageer op het artikel "Verpleegkunde: decubitus voorkomen bij zorgvragers"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Infodebster
Laatste update: 15-06-2020
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Aandoeningen
Special: Verpleegkundige taken
Bronnen en referenties: 9
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!