Verpleegkunde: voedingstoestand zorgvrager vaststellen

Verpleegkunde: voedingstoestand zorgvrager vaststellen Als verpleegkundige is het belangrijk dat je de lichamelijke conditie van je zorgvragers in de gaten houdt. Dit houdt niet alleen in dat je bloeddruk, hartslag, zuurstofgehalte en dergelijke meet en registreert. Ook een belangrijk aspect van het werk van de verpleegkundige is het vaststellen van de voedingstoestand van zorgvragers. Dit doe je sowieso als de zorgvrager wordt opgenomen in de instelling, maar bij langdurige of intramurale zorg is het vaak zo dat elke paar maanden of elk half jaar de voedingstoestand van zorgvragers opnieuw vastgesteld moet worden. Door het registreren en vaststellen van de voedingstoestand van een zorgvrager, kan je vroegtijdig mogelijke problemen vaststellen, als ondervoeding en overgewicht, en bijtijds op zoek gaan naar de onderliggende oorzaak van de gewichtstoename of -afname.

Inhoud


Diverse meetmethodes om de voedingstoestand vast te stellen

Als je een juist voedingsadvies aan een zorgvrager wilt geven, is het belangrijk dat je de voedingstoestand van de zorgvrager vaststelt. Ook is het belangrijk om de voedingstoestand periodiek vast te stellen, wanneer een zorgvrager langdurig in een intramurale setting verblijft, of wanneer de zorgvrager langdurig onder behandeling is bij een arts. Dit zodat je eventueel tijdig kunt ingrijpen wanneer er een onderliggende aandoening is die eventuele over- of ondervoeding veroorzaakt.

De voedingstoestand van de zorgvrager kan worden vastgesteld door de zorgvrager te observeren, door te wegen en te meten, maar ook door de queteletindex of de body mass index (BMI) te bepalen. Verder kan er ook nog gebruik gemaakt worden van de SNAQ (Short Nutritional Assessment Questionnaire), om de voedingstoestand te beoordelen.

SNAQ (Short Nutritional Assessment Questionnaire)

De SNAQ, ook wel SNAQ-test genoemd, is een vragenlijst waarmee je op een simpele manier kunt vaststellen of een zorgvrager is ondervoed. De test bestaat uit drie vragen:
  • Is de cliënt de afgelopen zes maanden ongewenst meer dan zes kilo verloren (3 punten), of meer dan drie kilo in de laatste vier weken (2 punten)?
  • Heeft de cliënt last van een verminderde eetlust? (1 punt)
  • Heeft de cliënt in de laatste maanden sondevoeding of drinkvoeding gehad? (1 punt)

Tel de hoeveelheid punten die op de cliënt/zorgvrager van toepassing zijn bij elkaar op. Heeft de zorgvrager twee of meer punten? Dan krijgt hij twee tussenmaaltijden. Bij drie punten of hoger, is het van belang dat je een diëtist inschakelt voor de zorgvrager.

De zorgvrager observeren

Naast het verrichten van metingen kan je ook een hoop informatie over de voedingstoestand van een zorgvrager verzamelen door hem of haar goed te observeren tijdens de zorg. In het volgende schema vind je de signalen van het lichaam over de voedingstoestand.

Orgaan, lichaamsdeel of lichaamsstelselGoede voedingstoestandSlechte voedingstoestand
HarenGlanzend, stevig aanvoelendDof, droog, dun, fijn, piekerig, kleurveranderingen, haaruitval
GezichtEgaal van kleur, glad, gezond, niet gezwollenVlekkerig, kringen onder de ogen, schilferig, gezwollen
OgenHelder, glanzend, geen kloofjes in de hoeken, roze, vochtige slijmvliezen, geen opvallende haarvaatjes, geen weefselvorming op de oogrokBleke slijmvliezen, rode slijmvliezen, rode kloofjes in de ooghoeken, droge slijmvliezen, dof, zacht hoornvlies, littekens op het hoornvlies, bloedvaatjes rond het hoornvlies
LippenGlad, geen kloofjes, niet gezwollenRood, gezwollen, kloofjes of littekens in de mondhoeken
TongDieprood, niet glad of gezwollenGezwollen, paars, ruw, glad, zweertjes, rode, dikke papillen, atrofie van de papillen
TandenGeen gaatjes, geen pijn, helderAfwezig of onregelmatig, grijze, bruine of zwarte vlekjes, gaatjes
TandvleesGezond, rood, niet gezwollen, geen bloedingenSponsachtig, bloedt vaak, trekt van de tanden weg
KlierenIn gezicht en nek niet gezwollenStruma of gezwollen oorspeekselklieren
HuidGeen uitslag, zwellingen, donkere of lichte plekjesDroog, als schuurpapier, gezwollen, rood, donkere of lichte plekjes, blauwe plekken, geen onderhuids vetweefsel
NagelsSterk, rozeHorlogeglasnagels, bros, gestreept
Skelet en spierenKan wandelen of rennen zonder pijn, onderhuids vetweefsel, goede spiertonusKan niet goed opstaan of lopen, X- of O-benen, te laat sluitende fontanel, uiteinden van botten zijn gezwollen, dunne, zachte schedelbeenderen, spieren maken slappe indruk
Hart en bloedvatenNormale hartslag, geen ruis of ritmestoornissen, bloeddruk komt overeen met leeftijdPols sneller dan 100 per minuut, vergroot hart, ritmestoornissen, hoge bloeddruk
Maag-darmkanaalOrganen niet te voelenVergrote lever, vergrote milt
ZenuwstelselEvenwichtige indruk, normale reflexenPrikkelbaar, verward, brandende of tintelende handen of voeten, zwakte, verminderde of afwezige knie- en enkelreflexen

Het moet gezegd worden dat het voorkomen van één of meerdere symptomen van een slechte voedingstoestand niet hoeft te betekenen dat er ook daadwerkelijk sprake is van een slechte voedingstoestand. Mocht je het vermoeden hebben dat de symptomen behoren bij een slechte voedingstoestand, kan je verdere metingen verrichten als de BMI berekenen, de SNAQ-test en het wegen en meten van de zorgvrager. Ook kan je, bij gerede twijfel, altijd de leidinggevende of een behandelend arts inschakelen.

Lengte van de zorgvrager bepalen

Vaak wordt de lengte van zorgvragers alleen opgemeten als deze in een instelling wordt opgenomen, als de zorgvrager niet (meer) weet wat de lengte is of wanneer de arts dit heeft verzocht. Wanneer je een zorgvrager moet opmeten, let je op de volgende punten:
  • De lengte moet nauwkeurig bepaald worden
  • De zorgvrager moet gemeten worden zonder schoenen aan
  • De zorgvrager moet recht tegen de muur aanstaan, met de hakken tegen de muur en de voeten plat op de grond, de voeten moeten op schouderbreedte van elkaar geplaatst zijn.
  • De zorgvrager mag niet direct op de grond staan, leg een doek onder de voeten om een kruisinfectie te voorkomen.

Lichaamsgewicht bepalen

Bij het wegen van een zorgvrager zijn er ook een paar dingen waar je rekening mee moet houden, zoals:
  • De weegschaal moet geijkt zijn, zodat deze exact op 0 kg staat
  • De zorgvrager moet altijd op hetzelfde tijdstip gewogen worden, omdat het gewicht door de dag heen kan wisselen. Het beste tijdstip om de zorgvrager te wegen is vlak na het opstaan, als de zorgvrager al naar de wc is geweest, maar nog niet heeft gegeten of gedronken.
  • Weeg de zorgvrager altijd zonder schoenen
  • Laat de zorgvrager zoveel mogelijk dezelfde kleding aanhouden als hij gewogen wordt, zodat het gewicht van de kleding per weegmoment ongeveer gelijk is.
  • Als de zorgvrager vrouw is, moet je vaststellen in welke periode van de menstruatiecyclus zij zit. Vlak voor de menstruatie zijn vrouwen vaak 1 tot 2 kilo zwaarder
  • Het gewicht moet zo nauwkeurig mogelijk bepaald worden, het liefst tot een cijfer achter de komma. Zo is 70,1 beter dan 70,0
  • Tijdens het wegen moet je de privacy van de zorgvrager blijven waarborgen.

Daarnaast is het belangrijk dat je de zorgvrager altijd het gewicht vertelt. Het gewicht kan de zorgvrager motiveren, maar hij kan zijn gewicht ook als onprettig ervaren. Ga altijd in op de reactie die de zorgvrager geeft. Wanneer het gewicht sterk is gestegen of gedaald, kan je de zorgvrager altijd vragen naar mogelijke oorzaken en geef je dit door aan de arts of diëtiste.

Queteletindex of BMI bepalen

De queteletindex (QI), of de Body Mass Index (BMI) is ontwikkeld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Hiermee kan het gewicht van de zorgvrager objectief berekend worden. De QI is van toepassing op volwassenen vanaf 18 jaar tot de leeftijd van ongeveer 70 jaar. Mensen uit andere culturen, kinderen, jongeren en bejaarden gelden andere waarden. De BMI kan je berekenen door het gewicht in kilo’s te delen door de lengte in het kwadraat (lengte x lengte). De lengte moet daarbij uitgedrukt worden in meters. De uitkomst van deze berekening geeft aan of iemand ondergewicht heeft, een normaal gewicht heeft of matig tot ernstig overgewicht heeft. De BMI is echter niet helemaal betrouwbaar als maat voor overgewicht bij een zorgvrager, omdat zorgvragers verschillen in lichaamsbouw, zoals de verhouding tussen spier-, bot- en vetweefsel.

Voedingsvoorschriften hanteren

Afhankelijk van de voedingstoestand van de zorgvrager, die jij o.a. hebt berekend met bovenstaande testen, zal de arts een voedingsvoorschrift voorschrijven. De diëtist zal aan de hand van dit voedingsvoorschrift een dieet samenstellen, vaak in overleg met de zorgvrager. In de meeste gevallen gaat het om een medisch dieet, dat bijvoorbeeld omschrijft dat er juist meer of minder calorieën in de dagelijkse voeding moeten zitten, of dat iemand meer vezels of eiwitten tot zich moet nemen. Zorgvragers met een normaal lichaamsgewicht kunnen soms toch behoefte hebben aan extra of minder calorieën of voedingsstoffen. Dit kan veroorzaakt worden door ziekte, waardoor er meer eiwitten nodig zijn om goed te kunnen herstellen. Een actief iemand die opeens bedlegerig wordt, heeft ook minder calorieën nodig dan hij eigenlijk gewend is.

Voedingsadvies geven

Als verpleegkundige moet je ook voedingsadvies kunnen geven. Namelijk niet alle zorgvragers weten welke voedingsstoffen geadviseerd worden voor hun individuele lichamelijke behoefte. Jij kan dan als verpleegkundige de basisinformatie hierover verschaffen. Heeft de zorgvrager daarna nog meer vragen over de voeding of voedingsmiddelen, kan je altijd een diëtist inschakelen die hierover met de zorgvrager in gesprek kan gaan. Enkele adviezen die je kan gebruiken bij het voedingsadvies, zijn:
  • Stem de voedselkeuze af op de voedingstoestand van de zorgvrager. Iemand die 10 kilo moet aankomen, ga je natuurlijk geen suikervrije limonade geven.
  • Overleg altijd met de zorgvrager over diens gewoonten, behoeften en mogelijkheden en pas die toe op de voedselkeuze
  • Motiveer en adviseer de zorgvrager tot een gezonde voedingskeuze. Leg hem ook uit hoe de Schijf van Vijf werkt en de top 10 voor lekker en gezond eten.
  • Overleg indien nodig met arts en/of diëtist en hou je aan de adviezen en richtlijnen die hun geven
  • Hou rekening met religieuze en culturele achtergronden van de zorgvrager. Zo mogen bepaalde culturen of geloven sommige voedingsmiddelen niet nuttigen, hebben ze bepaalde voedingsmiddelen die ze wel gebruiken, enzovoort.

Ondervoeding

Ondervoeding is een voedingstoestand die vaak pas te laat wordt herkend. Naast het feit dat iemand dan te mager is, kan ondervoeding voor andere aandoeningen zorgen, zoals decubitus. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de kans op decubitus afneemt als er op de dag dat een zorgvrager wordt opgenomen gelijk een uitgebreide voedingsanamnese wordt afgenomen en de risicoschalen worden ingevuld.

Partiële en totale ondervoeding

Ondervoeding kan zowel partieel of totaal zijn. Bij partiële ondervoeding is er een gebrek aan één of enkele voedingsstoffen. Hierbij kan je denken aan een gebrek aan ijzer (veroorzaakt bloedarmoede), of een gebrek aan eiwitten. Bij totale ondervoeding is er echter een gebrek aan meerdere voedingsstoffen.

Ondervoeding kan daarnaast onderverdeeld worden in acute en chronische ondervoeding. Acute ondervoeding ontstaat als er een hoger energiegebruik is dan normaal, omdat iemand bijvoorbeeld een ziekte doormaakt of grote verwondingen als brandwonden heeft. Chronische ondervoeding ontstaat bij een chronische ziekte, waarbij het energiegebruik continu verhoogd is. Er is dan meer energie nodig dan er wordt ingenomen, wat leidt tot gewichtsverlies.

Graadmeter voor ondervoeding

Het is soms nogal lastig om te bepalen wanneer iemand ondervoed is, of last begint te krijgen van ondervoeding. Een richtlijn die je kan gebruiken om te bepalen of er sprake is van ondervoeding, ziet er als volgt uit:
  • Ongewenst gewichtsverlies van meer dan 5% van het gewicht in een maand
  • Ongewenst gewichtsverlies van meer dan 10% in een half jaar tijd.

Om het gewichtsverlies goed te kunnen beoordelen, is het belangrijk dat je als verpleegkundige nagaat of er medicatiewijzigingen zijn geweest bij de zorgvrager, waardoor vochtverlies of vochtretentie kan optreden. Ook kan er gekeken worden naar nieuwe of andere medicatie die het hongergevoel vermindert.

Overvoeding

Overvoeding begint in de westerse wereld een steeds groter probleem te vormen. Er wordt in Nederland, maar ook in veel andere landen, veel aandacht besteedt aan de conditie en het lichaamsgewicht in samenhang met voeding. Dit is niet heel vreemd, want veel ziekten – die ook wel welvaartsziekten worden genoemd – hangen nauw samen met te veel en te vet eten. De gevolgen van deze eetstijlen zijn:
  • Een verhoogde kans op tandcariës (gaatjes)
  • Hart- en vaatziekten
  • Suikerziekte
  • Galstenen
  • Gewrichtsklachten

Deze ziekten, die veroorzaakt kunnen worden door te veel en te vet eten, vloeien vaak voort uit overvoeding, ook wel overgewicht of obesitas genoemd. Er is sprake van objectief overgewicht als iemand te zwaar is volgens de gangbare medische normen.

Oorzaken overgewicht

Overgewicht kent vele oorzaken, en de oorzaken zijn vaak complex. Er is meestal niet een bepaalde factor aan te wijzen waardoor het overgewicht is veroorzaakt, het is vaak een combinatie van meerdere factoren. Denk hierbij aan te veel en te vet/ongezond eten, te weinig lichaamsbeweging en/of stress gerelateerde problemen.

Grofweg zijn de oorzaken van overgewicht onder te verdelen in inwendige en uitwendige oorzaken. De inwendige oorzaken kunnen zijn:
  • Te trage werking van het schildklierhormoon
  • Erfelijke factoren
  • Stoornissen in het honger- en verzadigingscentrum in de hersenen

Uitwendige of externe oorzaken van overgewicht kunnen zijn:
  • Medicatiegebruik
  • Te veel eten
  • Ongezond eten
  • Te weinig beweging

Medicijnen die erom bekend staan dat ze tot gewichtstoename lijden, zijn de anticonceptiepil en corticosteroïden als prednison. Deze medicijnen zorgen ervoor dat het lichaam vocht vasthoudt en laten de eetlust toenemen. In veel gevallen is het niet mogelijk om het medicatiebeleid te veranderen om op die manier overgewicht te voorkomen. Vooral bij het gebruik van corticosteroïden kan het gewicht binnen zeer korte tijd enorm toenemen. Soms wel 10 kilo extra in een paar maanden tijd.

Ook psychische factoren spelen een rol bij overgewicht. Hierbij kan je denken aan spanningen en stress, die er vaak voor zorgen dat mensen zich overeten om het negatieve gevoel te verzachten. Overvoeding kan heel makkelijk gesignaleerd worden door naar het uiterlijk van de zorgvrager te kijken, de zorgvrager te meten en te wegen en door de queteletindex of de BMI vast te stellen.

Lees verder

© 2020 Infodebster, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
De oorzaken voor ondervoeding bij ouderenDe oorzaken voor ondervoeding bij ouderenBij ondervoeding krijgen ouderen te weinig eiwitten, vitamines en mineralen binnen. Hierdoor heeft men een te laag gewic…
Wat kan ik doen bij ondervoeding?Wat kan ik doen bij ondervoeding?Sinds 30 jaar is het zo dat ook in welvarende landen ondervoeding voorkomt. Maar wat is nu eigenlijk ondervoeding? Onder…
Ondervoeding bij ziekte: oorzaken en gevolgenOndervoeding bij ziekte: oorzaken en gevolgenIemand die ondervoed is, heeft een tekort aan voedingsstoffen. Dit heeft gevolgen voor het functioneren van je lichaam.…
Verpleegkunde: verandering signaleren bij persoonlijke zorgVerpleegkunde: verandering signaleren bij persoonlijke zorgAls verpleegkundige verleen je persoonlijke (lichamelijke) zorg aan jouw zorgvragers. Tijdens deze persoonlijke zorg is…

Verpleegkunde: de urinelozing en urine observerenVerpleegkunde: de urinelozing en urine observerenAls verpleegkundige ben je het eerste contact van de zorgvrager en sta je als professional het dichtst bij de zorgvrager…
Verpleegkunde: continentietraining geven aan zorgvragersVerpleegkunde: continentietraining geven aan zorgvragersContinentietraining wordt bij kinderen ook vaak aangeduid als zindelijkheidstraining. Toch hebben niet alleen kinderen c…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: TeroVesalainen, Pixabay (bewerkt)
  • Zorgpad
  • Studiemateriaal
  • Eigen ervaringen
  • http://www.stuurgroepondervoeding.nl/wp-content/uploads/2015/02/polikliniek-POS-SNAQ-en-prevalentie.pdf
  • https://www.geldersevallei.nl/gevoed-met-kennis/ondervoeding/voedingstoestand-bepalen
  • https://www.stuurgroepondervoeding.nl/diagnostiek-voedingstoestand
  • https://maagdarmstoornis.nl/v2/index.php/voedingstoestand-en-ondervoeding
  • https://www.oncoline.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&id=40394&richtlijn_id=1027

Reageer op het artikel "Verpleegkunde: voedingstoestand zorgvrager vaststellen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Infodebster
Gepubliceerd: 16-01-2020
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Diversen
Special: Verpleegkundige taken
Bronnen en referenties: 9
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!