Verpleegkunde: verandering signaleren bij persoonlijke zorg

Verpleegkunde: verandering signaleren bij persoonlijke zorg Als verpleegkundige verleen je persoonlijke (lichamelijke) zorg aan jouw zorgvragers. Tijdens deze persoonlijke zorg is het ook jouw taak om veranderingen op te merken en deze te rapporteren en eventueel actie hierop te ondernemen. Maar hoe kan je het beste veranderingen signaleren tijdens het verlenen van persoonlijke zorg aan jouw zorgvragers? Op welke dingen moet je allemaal letten? Daarnaast zijn er ook vragen die je kan stellen aan de zorgvrager en zijn er hulpmiddelen beschikbaar die je kan gebruiken om de verandering bij zorgvragers goed in beeld te krijgen.

Inhoud


Wat is ADL?

Als verpleegkundige doe je (een deel van) de ADL-zorg voor zorgvragers. ADL staat voor Activiteiten Dagelijkse Leven en betekent in de zorgsector vooral de persoonlijke en uiterlijke verzorging, voeding en vocht, uitscheiding en mobiliteit. Als verpleegkundige ondersteun je de zorgvrager bij deze activiteiten of neem je de zorg voor deze activiteiten volledig over van de zorgvrager. Doordat je deze zorg (deels) op je neemt, krijg je als verpleegkundige een goed beeld van hoe het met de zorgvrager is. Gaat hij vooruit, is er verslechtering in de situatie te zien of blijft zijn situatie stabiel? Tijdens de zorg ben je niet alleen aan het zorgen, maar signaleer je ook eventuele veranderingen.

ADL en veranderingen signaleren

De ADL kan veel duidelijk maken over de situatie en hoe goed of hoe slecht het met een zorgvrager gaat. Daarom is het belangrijk om bij de begeleiding of het volledig overnemen van de ADL goed te observeren en signaleren. Zo zal een zorgvrager met wie het goed gaat meer aandacht aan de persoonlijke verzorging besteden dan een zorgvrager die zich slecht of depressief voelt. Ook reageert de ene zorgvrager sneller op een verandering in zijn situatie dan een ander.

Maar voordat je als verpleegkundige veranderingen kunt signaleren, moet je op de hoogte zijn van het normale patroon van de zorgvrager. Er zijn mensen die er altijd voor zorgen dat ze er picobello uitzien, hoe slecht het ook met ze gaat. Iemand kan dan veel tijd besteden aan make-up of het kapsel. En er zijn ook zorgvragers die er nooit heel erg netjes en verzorgd uitzien, terwijl het met hun toch goed gaat en ze zich prima voelen. Het is dus erg belangrijk om goed te observeren en je zorgvrager te kennen. Pas wanneer jij je zorgvrager kent, kan je een poging doen zijn situatie goed in te schatten. Om de situatie van een zorgvrager in te schatten, kan je bijvoorbeeld de volgende vragen stellen over de ADL:
  • Welke gewoonten heeft de zorgvrager normaal gesproken bij de ADL?
  • Wat kan en wil de zorgvrager zelf doen op de gebieden van ADL?
  • Wat kan en wil de zorgvrager gedeeltelijk of met hulp zelf doen?
  • Wat kan of wil de zorgvrager niet zelfstandig doen?
  • Wat is de reden dat de zorgvrager iets niet of niet geheel zelfstandig wil of kan doen?

Meetinstrumenten voor tijdens de ADL

Om de ADL van een zorgvrager goed in kaart te kunnen brengen, heb je meetinstrumenten nodig. Een van de meetinstrumenten die in de Nederlandse zorginstellingen veel gebruikt wordt, is de Barthel Index uit Engeland. Naast de meest gebruikte is dit ook het oudste observatie-instrument voor het meten van de ADL (activiteiten van het dagelijkse leven). Een ander meetinstrument dat in Nederland nog wel regelmatig gebruikt wordt, is de GARS (Groningen Activiteiten Restrictieschaal). Het fijne aan de GARS is dat deze niet alleen metingen doet voor de ADL, maar ook de HDL (Huishoudelijke verrichtingen in het Dagelijkse Leven). De ADL-verrichtingen van zowel de Barthel Index als de GARS komen sterk overeen. Er wordt daarbij gekeken naar:
  • aan- en uitkleden
  • uit bed komen
  • uit een stoel overeind komen
  • gezicht en handen wassen
  • hele lichaam wassen en drogen
  • naar en van het toilet gaan
  • eten en drinken
  • rondlopen in huis (eventueel met stok)
  • trap op- en aflopen
  • buitenshuis rondlopen (eventueel met stok)
  • voeten en teennagels verzorgen
  • bewegen in bed

Voor al bovenstaande punten kan je 1 tot 4 punten scoren:
  1. De zorgvrager kan dit zelfstandig zonder enige moeite
  2. De zorgvrager kan dit zelfstandig wel met enige moeite
  3. De zorgvrager kan dit zelfstandig wel met veel moeite
  4. Nee, dat kan de zorgvrager niet zelfstandig, maar alleen met hulp van anderen

De uitkomsten van de vragen worden bij elkaar opgeteld. Hoe hoger de score, hoe meer hulp iemand nodig heeft bij de ADL.

Welke problemen je kan tegenkomen bij de ADL

Elk onderdeel van de ADL (zie de lijst hierboven) heeft zijn eigen signalen die wijzen op problemen, of waar in ieder geval een actie voor vereist is. Naast de individuele problemen die zich kunnen voordoen bij een zorgvrager, zijn er ook algemene aandachtspunten waar je op moet letten. Deze worden hieronder benoemd.

Mondproblemen

Bij de mondverzorging van een zorgvrager let je op:
  • Verwaarlozing of problemen met het gebit
  • Droge mond en lippen
  • Pijnlijke mond
  • Moeite met slikken
  • Slechte adem

Jij als verpleegkundige kan de zorgvrager extra laten drinken, hem ondersteunen bij het tandenpoetsen en eventueel een tandarts inschakelen. Mondproblemen geven verder een verhoogd risico op ondervoeding en pijn.

Voeding en vocht

Bij voeding en vocht let je op de volgende signalen:
  • Gewichtsverlies
  • Loszittende kleding
  • Onaangebroken maaltijden of een veranderd voedingspatroon
  • Ondergewicht
  • Overgewicht
  • Uitdroging

Als verpleegkundige kan je in deze situatie het beste ook de voedingstoestand vaststellen van de zorgvrager. Zo weet je zeker hoe de voedingstoestand van de zorgvrager is, en kan je deze blijven monitoren. Bij ondervoeding weeg je de zorgvrager regelmatig en geef je hem of haar wat vaker een tussendoortje. Bij uitdroging wordt extra drinken (en dan met name water) gegeven. Bij overgewicht kan je als verpleegkundige ook advies geven over voeding. Bovendien moet je letten op valgevaar en huidletsel wanneer er sprake is van ondervoeding.

Uitscheiding

Als verpleegkundige let je bij de uitscheiding op de volgende signalen:
  • Ongewild verliezen van urine en/of feces (incontinentie)
  • Obstipatie en diarree
  • Schaamtegevoelens van de zorgvrager
  • Blaasontsteking
  • Terugtrekken uit sociale omgeving (sociaal isolement)

Zorgvragers die last hebben van hun ontlastingspatroon of mictiepatroon (urineren), durven om die reden soms de deur niet meer uit waardoor ze steeds minder sociale contacten kunnen onderhouden. Als je merkt dat de zorgvrager naar urine ruikt, is het jouw taak als verpleegkundige om achter de oorzaak daarvan te komen. Wanneer een zorgvrager niet meer goed kan aangeven wanneer hij naar het toilet moet, kan je bijvoorbeeld vaste toilettijden afspreken om ongelukjes te voorkomen. Wanneer dat niet meer genoeg is, kan er bijvoorbeeld gekeken worden naar een blaaskatheter of bepaalde incontinentiematerialen.

Incontinentie vraagt extra aandacht van de verpleegkundige, omdat incontinentie extra risico geeft op decubitus en ander huidletsel, depressie en eenzaamheid.

Huidletsel

Tijdens het wassen en verzorgen van een zorgvrager kan je als verpleegkundige de huid van de zorgvrager goed observeren. Bij observaties van de huid let je op de volgende dingen:
  • Huidplooien
  • Transpiratie
  • Aantasting door incontinentie
  • Het niet kunnen veranderen van houding

Zorgvragers die wat zwaarder zijn (obesitas hebben) hebben vaak huidplooien die extra zorg nodig hebben. Maar ook zorgvragers die veel transpireren of incontinent zijn, moeten extra geobserveerd worden tijdens de zorg. Bij deze zorgvragers moet de kleding ook tijdig gewisseld worden. Minder mobiele zorgvragers of zorgvragers die zich moeilijk kunnen verplaatsen, kan je ondersteunen of helpen door ze te ondersteunen bij het wisselen van houding en door het inzetten van hulpmiddelen (denk aan extra kussens of een papegaai).

Hou ook rekening met het feit dat zorgvragers met huidletsel een groter risico hebben op pijn en depressie.

Mobiliteit

De zorgvrager krijgt een gevoel van zelfstandigheid als hij zelfstandig kan bewegen. De zorgvrager kan dan letterlijk staan en gaan waar hij wil. Bij het observeren van de mobiliteit van de zorgvrager let je als verpleegkundige op de volgende signalen:
  • Minder goed in staat zijn om te bewegen
  • Vallen
  • Verkeerde houding in bed
  • Stoornissen in de balans
  • Duizeligheid
  • Lichamelijke veranderingen die de mobiliteit beperken
  • Stoornissen die het denkvermogen beïnvloeden

Veiligheid is een belangrijk onderdeel van de mobiliteit. Het zelfstandig bewegen van de zorgvrager moet verantwoord zijn en hulpmiddelen die worden ingezet om zelfstandig te blijven bewegen, moeten betrouwbaar zijn en goed functioneren. Een van de grootste problemen die wordt gezien bij mobiliteitsproblemen is vallen en valgevaar door geestelijke en lichamelijke achteruitgang, en wordt dus vaak gezien bij ouderen. Mensen die veranderingen ondergaan in het gezichtsvermogen, reactievermogen, de afname van spierkracht en balans hebben een groter gevaar op vallen en letsel door het vallen. Verandering in mobiliteit geeft bovendien een extra risico op letsel, eenzaamheid, huidletsel, depressie en pijn.

Wat te doen als verpleegkundige

Wanneer jij als verpleegkundige een verandering signaleert bij een zorgvrager, rapporteer je dit altijd in het zorgdossier van de betreffende zorgvrager. Veranderingen geef je ook altijd door aan jouw leidinggevende en indien nodig in overleg met de leidinggevende wordt er ook een arts of iemand van een ander specialisme als een fysiotherapeut ingeschakeld.

Lees verder

© 2020 Infodebster, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
Omgaan met grote en belangrijke veranderingen in je levenOmgaan met grote en belangrijke veranderingen in je levenMoe van alle illusies? Ben je toe aan een grote beslissing in je leven? Weet je dat je toe bent aan verandering? Aan een…
Pijn en pijnbeleid, rol van de verpleegkundigeIn veel gevallen hebben verpleegkundigen regelmatiger en frequenter contact met patiënten dan andere zorgverleners en da…
Change Management: veranderingen in een bedrijfChange Management: veranderingen in een bedrijfVerandering in een bedrijf is een proces wat valt of staat met de medewerking van degene die het moeten uitvoeren. Voldo…

Verpleegkunde: smetten (intertrigo) voorkomen en signalerenVerpleegkunde: smetten (intertrigo) voorkomen en signalerenIntertrigo, ook wel smetten genoemd, is een aandoening die redelijk vaak voorkomt en manifesteert zich in de huidplooien…
Verpleegkunde: rekening houden met besmetting en infectieVerpleegkunde: rekening houden met besmetting en infectieAls verpleegkundige is het belangrijk hygiënisch te werken. Op deze manier voorkom je de zogenaamde kruisbesmetting, waa…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Peggy Marco, Pixabay
  • Zorgpad
  • https://www.zusterjansen.nl/zorgkompas/specifieke-chronische-aandoeningen/adl-algemeen-dagelijkse-levensverrichtingen/
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Algemene_dagelijkse_levensverrichtingen
  • https://www.gezondheidsplein.nl/dossiers/zorg-en-hulpmiddelen/wat-zijn-algemene-dagelijkse-levensverrichtingen/item43434
  • https://www.meetinstrumentenzorg.nl/Home/SearchPost?meetinstrument=27
  • http://www.platformouderenzorg.nl/bestanden/barthelindex.pdf

Reageer op het artikel "Verpleegkunde: verandering signaleren bij persoonlijke zorg"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Infodebster
Laatste update: 15-06-2020
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Diversen
Special: Verpleegkundige taken
Bronnen en referenties: 7
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!