Gespreksvoering met jongeren in onderwijs en pastoraat

Gespreksvoering met jongeren in onderwijs en pastoraat De basis van zorg aan jongeren is het levensbeschouwelijk gesprek. Net als maatschappelijk werkers, therapeuten, en medici is de pastoraal jongeren werker of docent aangewezen op het gesprek. Elke professional heeft zo zijn eigen vorm en methode. De medici heeft bijvoorbeeld lichamelijk onderzoek en medicijnen, de jongerenpastor en onderwijzer op een christelijke school hebben gebed, Bijbellezen, muziek en vooral 'het praatje' tot hun beschikking. Het levensbeschouwelijk gesprek kan in het pastoraat gevoerd worden maar ook in het onderwijs.

Voorbereiding voor gesprekken met jongeren in onderwijs en pastoraat

Hoe bereid je het gesprek voor op de ontmoeting met de ander en in de relatie met God. Vraag jezelf af hoe jongeren jou zien. Hieronder een aantal beelden zoals jongeren jou kunnen zien.
  • Instrument van de Heilige Geest
  • Vertegenwoordiger van de kerk (en daarmee ook van God)
  • Religieus therapeut
  • Geïnteresseerd medemens
  • Vriend(in)

Aanzet

Beide gesprekspartners hebben verwachtingen van elkaar. Als uitgangspunt voor de pastorale zorg aan de jongere gesprek nemen we het verhaal van de jongere. Jongeren zijn nooit blanco. Hun levensverhaal begint niet op het moment van het gesprek. Er zijn al vele hoofdstukken achter de rug. Met deze voorgeschiedenis en interpretaties begint men een gesprek. We krijgen als het ware een tijdelijke of langdurige 'rol' in het verhaal van de jongere.

Vertrouwen in het onderwijs en jongerenpastoraat

Het is van groot belang dat we in deze eerste fase gericht zijn op vertrouwen. Leg de lat niet te hoog en kom niet direct 'to the point' Geduld is hierbij een schone zaak. men moet een uitzondering maken in een situatie waarin bijvoorbeeld sprake is van geweld, incest, suïcide of bedreiging.

Het verhaal als overdracht tussen jongeren, leraar en pastor

Men doet er verstandig aan om rekening te houden met de voorgeschiedenis van de jongere. Als pastor heb je ook verwachtingen. Denk aan beeldvorming door bijvoorbeeld kledingstijl, huidskleur, uiterlijke verzorging en taalgebruik. Deze beeldvorming kan de pastor onbewust overbrengen op de jongere. Daarom is het waardevol om de jongere zijn of haar verhaal te vertellen. Het gaat niet alleen om kennis te hebben van de leefstijl maar vooral van de levensloop.

Informatie en ambtsgeheim van de pastor

Houdt korte aantekeningen bij van een gesprek. Er kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van een ‘intakeformulier’ waarop in vervolggesprekken kan worden teruggekomen. Het is goed om ter voorbereiding op een gesprek voor jezelf dit formulier nog eens door te nemen. Vergeetachtigheid wekt de indruk dat je niet geïnteresseerd bent. Hierbij is het wel belangrijk om niet gelijk aan het begin van een volgend gesprek de voorgaande zaken te bespreken. De tijd heeft namelijk niet stilgestaan. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de situatie van het hier en nu van de jongere. Sluit in eerste instantie aan bij waar hij of zij nu is.

Ambtsgeheim voor vrijwilligers in het onderwijs en jongerenpastoraat

Ambtsgeheim is ook voor vrijwilligers van toepassing. Er zijn uitzonderingen als er bijvoorbeeld sprake is waarbij de jongere zelf of iemand anders in een levensbedreigende situatie zit. Andere voorbeelden zijn mishandeling en incest. Bespreek altijd met de jongere dat je deze zaken met bijvoorbeeld de predikant wil en zelfs moet bespreken.

Praktische zaken

Naast inhoudelijke zaken zijn er ook praktische zaken waarmee de pastor rekening moet houden. De duur van een gesprek is bijvoorbeeld heel belangrijk. Een goede lengte voor een gesprek met een jongere is ongeveer een uur. Niet langer. Er moeten geen storende geluiden zoals telefoon, muziek of andere mensen in de buurt zijn.

Locatie voor een onderwijs leergesprek

De locatie van het gesprek is ook belangrijk. De voorkeur gaat uit naar een neutrale locatie. Een (gezellige) ruimte in de kerk bijvoorbeeld. Een wandeling is ook een goede manier. Als je zelf nog wat zakgeld over hebt is het ook aan te raden om een shoarmaatje te gaan eten. Overigens een jongere voelt zich opgelaten als hij getrakteerd krijgt. Als de jongere zelf wil betalen laat hen dit vooral zelf doen. Zo behoudt men hun onafhankelijkheid en zelfvertrouwen. Het doet hem of haar al goed dat je samen op pad bent. In de situatie van een dakloze jongere is het een ander verhaal. Maar daar gaan we hier niet van uit.

Voorbeeldfunctie

Kies je voor een gesprek thuis of in de kerk dan moet de ruimte rust, orde en gezelligheid uitstralen. Jongeren kijken tegen jou op en associëren jouw ‘huishouding’ met hoe je (geestelijk) bent. In hun ogen ben jeeen identiteitsfiguur. Een onopgeruimde huiskamer staat bijvoorbeeld gelijk met een chaotische werkwijze. Het geeft voor jongeren een symbolische belemmering om ‘open’ te zijn. De opstelling van de zitplaatsen is ook van belang. De voorkeur gaat uit naar twee laagzittende stoelen die zo opgesteld zijn dat men elkaar goed kan aankijken maar ook gemakkelijk weg kan kijken. Een vuistregel is een opstelling van de stoelen in een hoek van ongeveer 90 graden. Een gesprek aan de keukentafel kan ook goed zijn.

Opening

De opening of een eerste gesprek moet niet al te dwingend zijn. Niemand hoeft een pastor toe te laten in zijn leven. Ontmoeting met een jongere is al bijzonder genoeg. Spreek dit uit aan het begin van het gesprek om eventuele weerstand weg te nemen. Door eventuele weerstanden kenbaar te maken geef je aan dat je dat begrijpt. Bedank de jongere aan het eind van het gesprek voor zijn tijd en verhaal. Als er veel weerstand merkbaar is neem jezelf dan voor om niet ‘to the point’ te komen. Vertrouwen krijg je pas na enkele gesprekken. Er zijn voorbeelden waarbij het zelfs enkele maanden duurde. Kijk over gesprekken heen. Leer van elk gesprek.

Koetjes en kalfjes

Over ‘koetjes en kalfjes’ praten wil niet zeggen dat het gesprek zinloos is. De jongere kan het op dat moment juist belangrijk vinden. Eindelijk iemand die naar hem luistert. Hieruit blijkt de waarde van de pastor (anders dan bij andere hulpverleners) dat er niet gewacht hoeft te worden op een concrete hulpvraag. De pastor kan het initiatief nemen. In het teken van Gods aandacht voor het verhaal van de jongere mag de pastor dit initiatief nemen. Vervolgens doet hij dit vanuit zijn roeping en vanwege de kerk waarbij de pastor en jongere betrokken zijn.

Kern van het gesprek

De pastor heeft als taak om voor het verhaal van de jongere te zorgen en juist daarom moet hij ook het gesprek bewaken voor afleiding of vluchtwegen. Een pastor met ervaring zal tussen de regels door informatie opvangen die bij de ander van belang is om op door te gaan. Benoem eventuele ‘vluchtwegen’. Echter dit zal pas vruchtbaar blijken na een aantal gesprekken wanneer er een vertrouwensrelatie is opgebouwd.

Diagnostiek

Pastorale diagnostiek gaat steeds meer een belangrijke en formele rol spelen in de (geestelijke) gezondheidszorg. Voor instellingen in de gezondheidszorg is dit vooral beleidsmatig van belang. In het pastorale gesprek liggen andere vragen voor de hand dan in een gesprek met een arts of een psycholoog. In het pastorale gesprek gaat het meestal over zingevingsvragen. Over de vraag welke rol God speelt in het verhaal, hoe het verhaal aan God vertelt kan worden, of hoe God het verhaal zelf zou vertellen. Zelfs over de vraag of er überhaupt een God is. Jongeren verwachten niet van een pastor dat ze hun problemen oplossen. Het gaat om ondersteuning en coaching.

Verwachtingen

De verwachtingen in een gesprek zijn nogal verschillend. De meeste jongeren hebben het beeld dat een pastor alles in een geestelijk kader plaats. Hierbij is het voor de pastor van belang dat hij de taal afstemt op de leefwereld van de jongere. Dit is nodig als bijvoorbeeld de jongere het hele gesprek in geloofstaal plaats en niet tot een vernieuwing in zijn leven lijkt te komen. Het kan dan nuttig zijn om gewone dagelijkse taal te gebruiken. Andersom kan het ook zo zijn. Als een jongere het gesprek in een niet-religieus kader plaatst. Dan kan het nuttig zijn om zijn verhaal in het kader van de geloofstaal te bespreken.

Negatieve en positieve benadering

De pastor moet echter ook oppassen dat er niet teveel op het probleem wordt gefixeerd. Ook als er sprake is van een serie gesprekken is het belangrijk om niet steeds over het probleem bezig te zijn. Hierdoor wordt namelijk het leven van de jongere beperkt tot een aspect van zijn leven. De jongere waarmee we in gesprek zijn is meer dan dat ‘probleem’. De pastor doet er goed aan om het gesprek af te wisselen met levensgebieden die wel goed gaan en positieve betekenis geven. Op die manier wordt het zelfvertrouwen en de oplossingsvaardigheden verbetert. Dit noemen we de techniek van de ‘dereflectie’.

Gelijkenis

In het pastoraat wordt ook veel gebruik gemaakt van de gelijkenis. In de gelijkenis worden problemen vaak gerelativeerd terwijl andere zaken juist geproblematiseerd worden.

Vaardigheden

Over gespreksvaardigheden kan veel gezegd worden. We beperken ons slechts bij enkele zaken. De eerste is het gebruik van ‘niet-selectieve’ vaardigheden. De pastor stuurt hier niet het gesprek maar is vooraal luisterend en ondersteunend actief. Hierbij is ook de non-verbale communicatie van belang zoals lichaamshouding en gelaatsuitdrukkingen. De pastor geeft doormiddel van kleine verbale aanmoedigingen de jongere de motivatie om door te vertellen. Ook stiltes vallen onder de ‘niet-selectieve’ vaardigheden.

Selectieve vaardigheden

De andere groep is de ‘selectieve vaardigheden’. Hierbij is er sprake van sturing van de pastor aan het gesprek. De pastor stelt de vragen en geeft daarbij de richting aan. Open vragen zijn in deze fase van groot belang. Ook is hierbij het parafrasen belangrijk. Met parafraseren wordt bedoeld het onder woorden brengen van waarneembare gevoelens die bij de ander waargenomen worden en vervolgens het samenvatten van het verhaal.

Regulerende vaardigheden

Een derde element zijn de regulerende vaardigheden. Hier is de pastor luisteraar en bewaker van het proces. Hierbij worden doelen gesteld en verwachtingen uitgesproken. Dit alles moet de pastor bewaken en steeds op terug komen.
Een vierde element bestaat uit inhoudelijke vaardigheden. Hierbij worden verbanden gelegd tussen delen van het verhaal. Dit vraagt veel vaardigheid omdat men al te snel in de rol van ‘preken’ vervalt waardoor de gesprekspartner kan blokkeren.

Gespreksstijlen

Elke pastor heeft zijn eigen stijl. Om een dynamisch gesprek te willen voeren is het goed om verschillende stijlen te gebruiken.
  • Stijl 1 is de normatieve stijl. Hierbij speelt vooral de eigen overtuiging van de pastor een rol. Dit kunnen bijvoorbeeld Bijbelse principes zijn maar het blijven vooral de overtuiging van de pastor tegenover de jongere. Een gevaar is dat deze stijl te autoritair wordt.
  • Stijl 2 heeft de voorkeur voor een logisch-inhoudelijke dimensie. Kenmerken van deze stijl zijn het aanvoeren van argumenten en feiten door de jongere. De pastor is gericht op de kennis van de jongere. De pastor komt op deze manier veel over de inhoudelijk feiten van het verhaal te weten. Een valkuil van deze stijl is dat er geen diepgang in het gesprek komt waardoor er een afstand ontstaat tussen pastor en jongere.
  • Stijl 3 richt zich op het enthousiasmeren. De pastor kiest ervoor om naast de jongere te gaan staan. De pastor zoekt naar een gezamenlijk herkennen van geloofszaken. Het risico van deze stijl is dat de pastor ondanks door zijn enthousiaste uitstraling over het hoofd van de jongere heen praat omdat de jongere zich niet volledig herkent in het geloof wat de pastor hem voorhoudt
  • Stijl 4 is een relationele stijl. De jongere staat centraal en de pastor toont interesse en investeert in de relatie met de jongere. Deze stijl draagt bij aan een diepgaande en duurzame relatie waarbij de jongere zich begrepen voelt. Valkuilen van deze stijl zijn echter dat de pastor het gevaar loopt zich ‘uit te leveren ‘ aan de jongere. De visie en mening van de pastor verdwijnt naar de achtergrond. Een tweede valkuil is dat de pastor het gesprek uit handen geeft. Op die manier kan de jongere geen nieuwe en leerzame inzichten opdoen.

Gespreksstrategie

De pastor moet kijken welke strategie of ´plan van aanpak´het meest vruchtbaarst is. Het gaat hier om een reeks gesprekken en doorverwijzen. We beperken ons tot enkele keuzes die we in het werkveld tegenkomen.

Korte gesprekken

We moeten goed beseffen dat niet alle gesprekken in een professionele interventie gevangen kan worden. De meeste pastorale gesprekken zijn korte vluchtige gesprekken. Vaak zijn ze oppervlakkig maar zeker niet betekenisloos. In het jongerenwerk in de kerk maar vooral op de straat gaat om de structurele ‘smal talk’. Als dit goed gebeurt wordt de drempel verlaagd en ontstaat er vertrouwen en respect. De pastor kan op tijd in actie komen als er hulp geboden moet worden. Jongeren zijn het best te benaderen op een eigentijdse wijze waar niet veel tijd mee gemoeid is. Als het korte gesprekken zijn staat men zelfs open om elke week een kort praatje te houden. Dit is het meest basale niveau van pastorale zorg is. Na een praatje van vijftien of twintig minuten kan al veel gebeuren waardoor een jongere al weer verder kan. Dit geldt ook voor het verjaardagsbezoek. Het korte gesprek heeft pas een goede uitwerking als de pastor het gesprek ook bewaakt. De pastor blijft zo dicht mogelijk bij het hier en nu of de hulpvraag op dat moment. Er moet voorkomen worden dat de jongere uitwaait naar verleden of toekomst. Is dat wel het geval kun je hem uitnodigen voor een vervolggesprek.

Gespreksreeksen

Een andere gespreksstrategie is een gespreksreeks afspreken. Dit zijn meestal een vijftal gesprekken. Dit komt meestal ter sprake als er een hulpvaag is. Tijdens deze gesprekken wordt een bepaald doel nagestreefd. Aan het eind van de reeks wordt de balans opgemaakt. Dit kan dan een afrondingsgesprek zijn maar er kan ook een nieuwe hulpvraag zijn. Doordat de pastor structuur aan de gesprekken geeft, geeft aan dat de jongere serieus wordt genomen en dat hij of zij hun leven zelf kan leiden. De pastor activeert de jongere om dit te doen. Dit kan zelfs de kern van begeleiding zijn. Jongeren zoeken geen hulp omdat ze problemen hebben maar zijn vaak gedemoraliseerd. Men is dan niet in staat om zelf een oplossing te vinden. Als de demoralisering is doorbroken kan de jongere weer verder. Vaak kan men een volgend ‘probleem’ zelf weer aanpakken. Hieronder volgt een eenvoudig model die gebruikt kan worden in een reeks van vijf gesprekken.
  • Wat is het probleem en waaruit bestaat de demoralisatie? Met andere woorden; op welke manier is het verhaal gestagneerd?
  • Wat is het verhaal uit het verleden van de jongere?
  • Wat is het verhaal voor de toekomst?
  • Wat is haalbaar en welke stappen moeten hierbij worden genomen?
  • Wat heeft de reeks van vijf gesprekken opgeleverd? Is er een vervolg nodig?

Doorverwijzen

De pastor kan na een of meerdere gesprekken de jongere doorverwijzen naar andere hulpverlener. Dit is nodig wanneer er bijvoorbeeld sprake is van verslaving of psychiatrische problematiek. Blijf niet aanmodderen en overleg bij twijfel altijd met de predikant of iemand van het pastorale team. Nadat de jongere doorverwezen is mag het contact niet verbroken worden. Spreek dat ook duidelijk met elkaar af. De jongere blijft immers lid van de gemeente.

Preventief

Een pastoraal contact wat structureel plaatsvindt heeft een preventieve werking. Juist wanneer hij in behandeling bij een andere hulpverlener is want deze hebben vaak geen oog voor (christelijke) geloof en zingevingsvragen. De pastor kan hierbij ook een motiverende rol vervullen om de jongere aan te sporen om een eventuele behandeling te blijven volgen en af te maken. Vooral verslaafde jongeren hebben dit nodig. Een (structureel) bezoek aan de jongere tijdens een opname in ene kliniek bijvoorbeeld is heel belangrijk. Ook bij ontslag uit de kliniek is nazorg belangrijk. Contact met ouders of verzorgers is hierbij gewenst. De pastor moet terughoudend blijven om zich niet te bemoeien met de zorg die andere hulpverleners bieden.

Pastoraat en de sociale kaart

Kennis van de sociale kaart is belangrijk. De pastor moet in ieder geval weten welke zorg beschikbaar is in de eigen regio. Doorverwijzen kan bij jongeren echter ook het gevoel geven dat men afgewezen wordt en dat de pastor geen contact meer wil. Als jongeren daar moeite mee hebben kan het zijn dat de relatie tussen pastor en jongere te persoonlijk is geworden en de professionaliteit op de achtergrond is geraakt. Tijdens de doorverwijzing ontstaan onderhandelingen die dikwijls positief uitpakken. De grenzen van de pastor worden duidelijk voor de jongere en het geeft tevens duidelijkheid over de rol van de pastor. De pastor geeft hierdoor ook aan altijd beschikbaar te zijn voor de wijze van contact zoals dat er is geweest.

Afronding

Een vuistregel wanneer een gesprek tot een afronding is gekomen is wanneer de jongere dat vindt. Je kunt bijvoorbeeld de volgende vraag stellen ‘ik wilde zo gaan. Misschien is er nog iets dat je zeggen wilt’. Zo geef je aan dat het gesprek tot een afronding moet komen. Ook geeft het gelegenheid om de jongere nog iets belangrijks te laten zeggen als hij dat nog niet heeft gedurfd. Vervolgens kan er aan de orde gesteld worden of er een vervolg nodig is en hoe dat eruit zal gaan zien. Het gebruik van de bijbel en gebed in de afronding van het gesprek is per situatie verschillend. Voor de een is het vanzelfsprekend en voor de ander niet. In twijfelgevallen kan het gevraagd worden. Het is goed om de gevolgen te beseffen wanneer het gesprek wordt omgezet in een ‘gesprek met God’ en in de ‘taal van God’.

Lees verder

© 2009 - 2020 Hessel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
Pastoraal bezoek aan zieke jongere in het jongerenwerkPastoraal bezoek aan zieke jongere in het jongerenwerkPastoraat aan jongeren in de geestelijke gezondheidszorg of in het ziekenhuis is van grote waarde. In dit kader kunnen w…
Drie fasen voor het voeren van een slechtnieuwsgesprekDrie fasen voor het voeren van een slechtnieuwsgesprekEen slecht nieuws gesprek is meestal niet plezierig om te doen. Je moet de ander iets bekendmaken wat grote invloed en g…
Jongerenpastoraat: Tieners drugs en alcoholJongerenpastoraat: Tieners drugs en alcoholEr zijn niet één of twee redenen te noemen waarom jongeren tot drugs of alcoholgebruik komen. Er is vaak een scala van i…
Depressie bij jongeren kan zich anders uitenDepressie bij jongeren kan zich anders uitenVroeger dacht men dat depressiviteit alleen voor kon komen bij volwassenen. Inmiddels is bekend dat niet alleen jongeren…

Jezelf snijden verzachtEen behoorlijk onderschat probleem onder jongeren is het jezelf snijden. Meer aandacht vanuit familie, vrienden en hulpv…
DTO: Direct naar de oefentherapeut zonder verwijskaartDTO: Direct naar de oefentherapeut zonder verwijskaartVanaf 1 juli 2008 kunnen mensen niet alleen rechtstreeks naar de fysiotherapie, maar ook naar de oefentherapeut Cesar/Me…
Bronnen en referenties
  • Zorg voor het verhaal. Achtergrond, methode, en inhoud van pastorale begeleiding. Ganzevoort&Visser

Reageer op het artikel "Gespreksvoering met jongeren in onderwijs en pastoraat"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Hessel
Laatste update: December 2019
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Diversen
Special: Gesprekstechniek
Bronnen en referenties: 1
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!