InfoNu.nl > Mens en Gezondheid > Kinderen > Slaapproblemen bij kinderen

Slaapproblemen bij kinderen

Dit artikel gaat over de problematiek van slaapproblemen met als gerelateerde stoornis, kinderinsomnia. In hoofdstuk 1 gaat het over de verschillende soorten slaapproblemen. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op adviezen met betrekking tot slaapproblemen. In hoofdstuk 3 wordt de stoornis insomnia voor kinderen besproken. En in hoofdstuk 4 wordt gekeken waar het slaapprobleem een voorspelling voor kan zijn.

Slaapproblemen


Inleiding

”Wat te doen tegen een nachtelijk 'feestbeest' van 2 jaar? Wij hebben een dochtertje van 2 jaar die 's nachts ontzettend kan feesten. Hiermee bedoel ik springen, gillen, zingen, praten en noem maar op. Dit doet ze al bijna een jaar lang, meestal begint ze om 24.00 uur en houdt pas op om ongeveer 4.30 uur”, zo vertelt een hulpeloze moeder. Een andere moeder vertelt: “Sinds de verhuizing naar haar nieuwe slaapkamer is onze dochter een slechte slaapster. Wij hebben een dochter van 3 jaar die sinds 6 weken op een nieuwe kamer slaapt op zolder, omdat er binnenkort een baby bijkomt. Sinds ze op de nieuwe kamer slaapt, wordt zij regelmatig wakker en is dan in paniek (Ouders van Nu, 2004).”

Deze twee moeders hebben iets gemeen, ze hebben beiden een kind met een slaapprobleem. Ze weten beiden niet goed wat ze met de situatie aanmoeten. Maar uit onderzoek blijkt dat van de kinderen van twee tot vijftien jaar 32% praat in de slaap, 31% nachtmerries heeft, 28% ’s nachts wakker wordt en 23% moeilijk in slaap valt (Mindell, 1993). Dus is het wel een probleem?

1. Slaapproblemen bij peuters en kleuters

Of er wel of geen sprake is van een probleem is niet zo makkelijk te bepalen. Wanneer de één bepaald gedrag ziet als een probleem kan de ander dit gedrag juist als positief ervaren. Dit heeft volgens Van de Ploeg (1998) te maken met de verschillende normen en waarden die verschillende personen er op na houden. Of er dus in een bepaalde situatie sprake is van een probleem is subjectief gekleurd.

Ditzelfde geldt vaak ook voor het slaapgedrag van kinderen. Ouders kunnen een onregelmatig slaappatroon van het kind al snel zien als een probleem, ook wanneer dit slechts een enkele keer voorkomt. Daarom is het van belang om bij gedrag wat problematisch dreigt te worden te kijken naar verschillende aspecten.

Vanuit de wetenschap zijn er verschillende aanwijzingen of bepaald gedrag zou kunnen leiden tot een probleem. Naast inhoudelijke aanwijzingen als onaangepast en psychisch ongezond gedrag vertonen (geen rekening houden met anderen, afhankelijk blijven) is het ook van belang om te kijken hoe ernstig het gedrag is. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de criteria van Rutter. Hierbij stelt men zichzelf de vragen:
  • Is het probleemgedrag bij de leeftijd passend?
  • Is het hardnekkig?
  • Treedt het frequent op?
  • Is het specifiek voor psychopathologie (insomnia)?
  • Is het situatiegebonden?
  • Is het recent of langdurig bestaand?
  • Is het op zichzelf staand of gaat het samen met andere problemen?
  • Zijn er nadelen (voor kind/gezin, voor verder omgeving, sociale beperking, verstoring van ontwikkeling)
  • Leidt het tot psychosociale stress?
  • Hoe is de socioculturele achtergrond?

Een kind dat bijvoorbeeld op zondag slecht in slaap komt vanwege de drukte van het weekend is minder ernstig dan een kind dat 5 avonden per week niet in slaap kan vallen zonder aanwijsbare reden.

Er is veel individuele variatie in wat een normaal slaappatroon is en bovendien verandert het slaappatroon gedurende de ontwikkeling. Zo ligt de gemiddelde slaaptijd van kinderen van één jaar rond de 12 uur.

Verder is het normaal wanneer een kind van één jaar niet doorslaapt ’s nachts of wanneer een twee jarige niet wil gaan slapen of nachtmerries heeft. Bij drie tot vijf jarigen is het normaal dat zij moeilijk in slaap vallen, ’s nachts wakker worden en nachtmerries hebben. Een kwart tot een derde van de kinderen heeft ’s nachts een slaapprobleem dat de familie ‘stoort’. Ook schoolgaande kinderen en adolescenten kunnen nog last hebben van slaapproblemen, en dus niet van slaapstoornissen (Wicks-Nelson & Israel, 2003).

Van der Ploeg (1998) onderscheidt drie hoofdvormen van slaapproblemen:
  • Het kind wil niet naar bed of heeft moeite met inslapen;
  • Het kind wordt ’s nachts regelmatig wakker en slaapt niet door;
  • Het kind slaapt kort en is ’s morgens al vroeg wakker.

Er zijn veel oorzaken te vinden voor slaapproblemen. Driesen (1997) benoemt bijvoorbeeld het temperament, pathologische gezinskenmerken, situationele factoren en het gedrag van de ouders. Vaak is er sprake van een inconsequente of inconsistente aanpak van het slaap/waakgedrag. Hier wordt later in het artikel op terug gekomen, bij de adviezen voor ouders. Eerst zullen we de drie hoofdvormen van slaapproblemen die Van der Ploeg (1998) onderscheidt verder uitwerken.

1.1 Het kind wil niet naar bed of heeft moeite met inslapen

Het probleem dat ouders hun kinderen niet meer naar bed krijgen begint vaak wanneer het kind zo’n 2 à 3 jaar is, of te wel midden in de kleuter/peuterfase. In deze fase ontwikkelt zich onder andere het eigen ‘ik’ dat zich uit in vaak en hardnekkig nee zeggen. Door de ontdekking van het eigen ‘ik’ gaat het kind de strijd aan met ouders. En door zich af te zetten tegen de ouders ontdekt het kind de mogelijkheden en de grenzen van zijn eigen wil. Zo kan het voorkomen dat het kind weigert in bed te gaan of te blijven liggen of het kan blijven roepen of huilen wanneer het in bed ligt. Ook kan het zijn dat de ouders niet bekwaam zijn in het stellen van een bedtijd of wil een kind extra aandacht. Een enkele keer kan het zijn dat een kind emotioneel verwaarloosd wordt en de enige kans op interactie een bedtijdstrijd is (Driesen, 1997; Schuil, 2000).

Kinderen kunnen angstig zijn om naar bed te gaan en hierdoor moeite hebben met inslapen. Zij hebben separatieangst of zijn bang voor het donker, geluiden of voor schaduwen. De separatieangst van het kind is normaal in de peuter/kleutertijd. Geleidelijk ontdekt het kind dat hij een ander individu is dan de ouder. Hierdoor kan de angst toenemen van het kind om zijn vertrouwde hechtingsfiguur, in dit geval dus de ouder, kwijt te raken. Doordat jonge kinderen vaak nog geen onderscheid kunnen maken tussen werkelijkheid en fantasie kunnen ze ook last hebben van hun eigen fantasieën. Hierdoor kunnen ze overtuigd zijn van bijvoorbeeld krokodillen of spoken op hun kamer. Ook kunnen nachtelijke angsten een traumatische basis hebben, zoals een overlijden, een ongeval of een echtscheiding van de ouders, en het inslapen bemoeilijken. Er is dus een verband te zien tussen de ontwikkelingsfase waarin de peuter/kleuter zich bevindt en het slaapprobleem ( Driesen, 1997; Schuil, 2000).Sommige kinderen zijn bang tijdens de slaap hun controle op de opnieuw ontdekte wereld (van overdag) te verliezen (Slaapproblemen bij kinderen, 2004).

1.2 Het kind wordt ’s nachts regelmatig wakker en slaapt niet door

Het is normaal dat kinderen ’s nachts wakker worden, zelfs al is dit vaker dan een keer. Meestal valt het kind na wakker te zijn geworden ook vanzelf weer in slaap. Dit nachtelijk wakker worden kan wel een probleem worden wanneer het kind niet meer in slaap valt. Vaak voelen ouders zich verplicht om bij het kind te blijven zitten tot dat het weer inslaapt wat tot gevolg kan hebben dat het kind niet meer in slaap zal vallen zonder ouders in de buurt. Zij hebben het kind namelijk aangeleerd dat het alleen in slaap zal kunnen vallen wanneer de ouders erbij zijn. Dit gebeurt ook wanneer het kind in ouderlijk bed in slaap valt of wanneer het beneden bij de ouders op de bank in slaap valt (Driesen, 1997; Schuil, 2000).

Sommige kinderen eisen zelfs ’s nachts de aandacht van de ouders op als ze toevallig wakker worden. Wanneer zij die aandacht dan krijgen, zullen zij wakker gaan worden om aandacht te krijgen (Driesen, 1997). Nachtmerries kunnen er ook voor zorgen dat kinderen ’s nachts wakker worden. Bij nachtmerries zijn kinderen vaak angstig, maar zijn ze zich bewust dat ze gedroomd hebben. Op de leeftijd van 6 jaar is er een piek in het aantal nachtmerries; de eventuele angsten of conflicten van overdag blijven doorspelen tijdens de slaap (Driesen, 1997; Slaapproblemen bij kinderen, 2004).

Foute denkbeelden kunnen ook de oorzaak zijn van slaapproblemen. Een kind of ouder kan hebben gehoord dat het minstens 8 uur per nacht moet slapen, waardoor zij het idee kunnen krijgen dat ze slecht slapen. Hierdoor worden kinderen of ouders onzeker en gaat het kind extra vroeg naar bed, waardoor ze nog meer wakker liggen. Kinderen kunnen ’s nachts ook wakker worden omdat ze angstig zijn, honger, dorst of pijn hebben, zich alleen voelen of zich vervelen (Slaapproblemen bij kinderen, 2004).

Rond 1 jaar hebben sommige kinderen nog steeds geen regelmatig dag-nacht ritme. Onregelmatige wisselingen van omgeving of verzorgers kunnen hiervoor hebben gezorgd. Ook een te lawaaierige omgeving of een omgeving die te lang verlicht blijft kan voor een onregelmatig dag-nacht ritme zorgen (Driesen, 1997).

1.3 Het kind slaapt kort en is ’s morgens al vroeg wakker

Het vroeg wakker worden kan dezelfde oorzaken hebben als de hierboven genoemde oorzaken van het ’s nachts wakker worden. Kinderen kunnen uitgeslapen zijn, honger of dorst hebben of zich onveilig voelen wanneer het alleen op de slaapkamer is (Van de Ploeg, 1998).

1.4 Andere soorten slaapproblemen

Wanneer kinderen voor het slapen op een vaste manier heen en weer bewegen, heet dit bonken. Het houdt spontaan op voor het kind in slaap valt. Waarschijnlijk is het een manier om van activiteit over te gaan in rust. Slaapwandelen is een ander slaapprobleem. Een kind kan ’s nacht (voor middernacht) opstaan, zonder dat hij er zich bewust van is. De handelingen zijn ongecoördineerd en de oriëntatie is verminderd. Bij pavor nocturus lijkt een kind wakker te zijn, maar dat is het niet. Het kind komt angstig en gillend overeind, en is moeilijk wakker te krijgen. Bij ontwaken weet het kind er niets meer van. Deze drie slaapproblemen zijn normaal voor jonge kinderen en gaan wanneer ze ouder worden vanzelf weer over (Driesen, 1997).

2. Adviezen voor ouders over slaapproblemen

Ouders kunnen verschillende rollen spelen met betrekking tot de slaapproblemen van hun kind. Zij zijn de eerste die het kind kunnen helpen bij het overwinnen van de slaapproblemen, bijvoorbeeld door te zorgen voor een slaapritueel, het kind gerust te stellen en ervoor te zorgen dat ‘thuis’ een veilige plek is om te zijn. Een tweede rol die ouders kunnen spelen is dat ze door hun goed bedoelde gedrag de slaapproblemen juist in stand houden. Zonder het door te hebben belonen ze het kind voor het niet slapen. Zo mag het kind bijvoorbeeld langer opblijven, even naar beneden komen of bij de ouders in bed blijven slapen. Hierdoor kan het voor het kind fijn zijn om het slaapprobleem te laten bestaan. Een derde rol die ouders kunnen spelen bij slaapproblemen is wanneer ze zelf de oorzaak zijn van het probleem. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van mishandeling of verwaarlozing van het kind (Schuil, 2000)

Als kinderen niet naar bed willen gaan kunnen ouders van het slapengaan een ritueel maken. Het kind weet dan wat er gaat komen en krijgt zo een gevoel van vertrouwen en veiligheid. De rituelen vergemakkelijken het slapengaan en kunnen angsten wegnemen, maar zij moeten niet ellenlang duren zodat kinderen steeds weer de aandacht kunnen trekken. Belangrijk is ook dat voor het slapen geen drukke spelletjes (te opwindend) gespeeld worden, ouders moeten juist gebruik maken van slaaproutines met kalme activiteiten die het kind leuk vind (Driesen, 1997; Slaapproblemen bij kinderen, 2004; Wicks-Nelson & Israel, 2003).

Aangename en veilige dingen, zoals knuffels, kunnen een kind helpen over separatieangst heen te komen (Slaapproblemen bij kinderen, 2004). Ook kan het helpen om het kind voor het slapen te geven wat hij anders ’s nachts zou krijgen; een beetje drinken, nog even naar de wc gaan etc. Wanneer een kind dringend huilt, kun je dat als ouder het beste negeren. Ouders moeten dus leren luisteren naar het soort huilen van hun kind. Ook kunnen ouders het beste niet naar hun kind toegaan als ze boos zijn; de boosheid kan kinderen angstig maken. Het helpt soms om kinderen te belonen als ze hebben doorgeslapen. Ouders moeten vooral samenwerken en kunnen het beste in het weekend beginnen. Wanneer zij dan ook de buren van tevoren waarschuwen kunnen ze hun kind laten huilen, zonder dat zij bang hoeven te zijn achteraf klachten van hen krijgen (Driesen, 1997).

Overdag kunnen er ook al voorbereidingen worden getroffen. Zo kan door de ouders een duidelijke dagindeling gemaakt worden waar de avond dan in past. Wanneer voor kinderen hun slaapkamer een speel- of strafkamer is, dan kunnen ouders speelgoed, boeken en dergelijke beter weghalen en kinderen voor straf een andere ruimte insturen. De slaapkamer wordt zo weer alleen voor het slapen gereserveerd (Driesen, 1997; Slaapproblemen, 2004).

Wanneer de slaapproblemen samengaan met andere gedragsproblemen kunnen ouders het gedrag algemeen aanpakken, bijvoorbeeld met een algemene gedragsaanpak overdag (Driesen, 1997). Bij het oplossen van angstproblemen is het van belang dat eerst het angstprobleem opgelost wordt, in plaats van het kind te over beschermen; dit kan namelijk het slaapprobleem verergeren. Een ouder kan bijvoorbeeld regelmatig bij het kind komen kijken of in de omgeving van de kinderslaapkamer blijven, zodat het kind de aanwezigheid van de ouder kan horen. Het kind kan ook bij een sibling op de kamer slapen (Driesen, 1997). Het is van belang dat ouders er geen drama maken als het kind ’s nachts wakker wordt, maar het kind kalmeren (Slaapproblemen bij kinderen, 2004). Ook angstige kinderen kunnen beloond worden als ze zonder hulp in slaap zijn gevallen (Driesen, 1997).

Als een kind wakker wordt kan een ouder even bij het kind blijven, maar de interventie wel beperken en het licht uitlaten zodat het kind weer snel in slaap kan vallen. Problemen kunnen daarom ook het beste in de slaapkamer van het kind opgelost worden. Ouders kunnen het verhaal van kinderen beter niet bevestigen (door een monster onder het bed te gaan zoeken), want dan kunnen ze denken dat er echt iets reëels is om bang voor te zijn. Ze kunnen het kind wel vertellen dat het inbeelding is en dat ze aan fijne dingen moeten denken (Slaapproblemen bij kinderen, 2004).

De ouders van kinderen die ’s nachts wakker worden en alleen in nabijheid van een ouder in slaap kunnen vallen, moeten leren de kinderen weer alleen in hun eigen bed leren slapen. Dit kan door de kinderen meteen in hun eigen bed te leggen (en niet al in het ouderlijk bed) en daarna de aanwezigheid van de ouders langzaam af te bouwen (Driesen, 1997).

Wanneer een kind ’s nachts de aandacht opeist, kunnen ouders hun aandacht voor het kind ’s nachts beter onthouden. Ook kan het gedrag (gedeeltelijk) genegeerd worden. Daarbij kan een beloning worden gegeven voor het gewenste slaapgedrag. (Driesen, 1997; Wicks-Nelson & Israel, 2003).

Als kinderen een nachtmerrie hebben gehad is het de taak van de ouders voor het kind realiteit en fantasie te onderscheiden. Bij jonge kinderen kan dit het beste met lichaamstaal; ze even vasthouden en knuffelen. Met de kleuter kan de ouder praten over de nachtmerrie zelf, laten zien dat het verbeelding was of het spel ‘magisch doorspelen’ door bijvoorbeeld samen uit het raam te gooien. Dit alles het liefs in de slaapkamer van het kind zelf. De achtergronden van angsten (bijvoorbeeld een overlijden) kunnen het beste overdag besproken worden. Hier kan het schematisch wakker maken, waarbij het kind ongeveer 30 min voor er normaal gesproken een angstaanval zou komen wakker gemaakt moet worden, een uitkomst bieden (Driesen, 1997; Wicks-Nelson & Israel, 2003).

Wanneer kinderen geloven dat ze zeker een bepaalde tijd moeten slapen kan men goede informatie geven; als een kind ’s ochtend spontaan wakker wordt, heeft het genoeg geslapen en is het uitgerust (Slaapproblemen bij kinderen, 2004).

Om kinderen niet bewust te maken van bonken, slaapwandelen en pavor nocturus, kunnen ouders hun kinderen beter niet wakker maken. Wanneer een kind bonkt, kan de ouder wel de harde randen van het bed met zacht weefsel bedekken. En als een kind slaapwandelt, kan de ouder zijn hand vastpakken en terug naar het bed leiden, waarna het kind vanzelf weer zal gaan slapen. Bij pavor nocturus kan de ouder het kind instoppen nadat de aanval over is (Driesen, 1997).

3. Kinderinsomnia

Of slaapproblemen zich ontwikkelen tot een stoornis is waarschijnlijk afhankelijk van een complexe wisselwerking tussen persoonlijke en omgevingsinvloeden (bijvoorbeeld moeilijk temperament en depressie van ouder).

Het is vaak moeilijk om een slaapprobleem van een slaapstoornis te scheiden. Om toch een poging te doen: slaapproblemen die frequent en voortdurend zijn en geassocieerd worden met andere problemen van het kind, zijn slaapstoornissen. Slaapproblemen die geen significante stress of beschadiging aan de sociale en/of schoolpraktijken of aan andere belangrijke gebieden van functioneren veroorzaken, worden niet gezien als slaapstoornis (Wicks-Nelson & Israel, 2003).

Een psychische stoornis die op een slaapprobleem lijkt, is de stoornis insomnia. Echter wordt kinderinsomnia niet erkend in diagnostische classificaties. In de DSM-IV (classificatiesysteem wat veel wordt gebruikt door psychologen en orthopedagogen) wordt alleen een specificatie gegeven over insomnia: het moeite hebben met inslapen of doorslapen, of niet uitgerust zijn na de slaap, gedurende ten minste één maand (DSM-IV-TR, 2002; bijlage 1). Hieruit blijkt dat de term meer beschrijvend is dan verklarend. Volgens Mindell (1993) bestaat de kinderversie van insomnia wel, het wordt dan Childhood Insomnia, Limit-setting Sleep Disorder of Disorder of Initiating or Maintaining Sleep’ (DIMS) genoemd. Dit is een omgeving gerelateerde stoornis, waarbij het kind moeite heeft met het inslapen wat gekenmerkt wordt door rekken en weigeren om naar bed te gaan.

Een classificatiesysteem dat insomnia voor kinderen wel beschrijft is de International Classification of Sleep Disorders (ICSD). De ICSD splitst slaapstoornissen op in parasomnias (stoornis in de slaap, gerelateerd aan de duur, kwaliteit en tijdstip) en dyssomnias (stoornis bij het inslaap komen en blijven, bijvoorbeeld nachtmerries of slaapwandelen). De dyssomnias kunnen weer onderverdeeld worden in extrinsiek (invloeden komen van buitenaf) en intrinsiek (invloeden komen van binnenuit). Kinderinsomnia maakt deel uit van de extrinsieke dyssomnias (Glaze, Rosen & Owens, 2002).

Insomnia kan een primaire, maar ook een secundaire stoornis zijn. Vaak is er bij insomnia sprake van een secundaire stoornis. Secundaire insomnia kan geassocieerd worden met een medische, psychiatrische of slaapstoornis. De stoornis die het meest voorkomt tezamen met insomnia is depressie. Bij insomnia kan er ook onderscheid worden gemaakt tussen chronische (afwezigheid, frequente ongelukken, geheugenverslechtering, en toenemende behoefte aan gezondheidszorg) en kortstondige (slapeloosheid en schade in psychomotorisch prestatie) insomnia (Roth & Roehrs, 2003).

3.1 Effecten op het gezin en het kind

Kinderen met slaapstoornissen, vooral de jongere, kunnen lichamelijk overactief, irritatieverwekkend, impulsief en snel afgeleid zijn. Maar of deze relatie (slaapstoornis en gedragingen) causaal is, is nog onbekend. Daar is meer onderzoek voor nodig, want de relatie zou ook andersom kunnen zijn. Dan zouden de gedragingen de slaapstoornis veroorzaken. En een derde, nog niet uitgesloten mogelijkheid, is dat een derde factor beide problemen veroorzaakt.

Slaapstoornissen zouden niet alleen het humeur en het gedrag van de kinderen veranderen, maar ook het cognitieve functioneren. Uit onderzoek bleek een afname in selectieve aandacht, geheugen en waakzaamheid. Voor het gezin zijn de problemen van andere aard. Vooral de ouderlijke rust en slaap wordt aangetast door de slaapstoornissen van het kind. Dit slaaptekort kan effect hebben op het humeur en gedrag van de ouder en dit kan op zijn beurt weer invloed hebben op de interacties tussen ouders en kind met de slaapstoornis. Een vergelijking laat het volgende zien: 46 % van de moeders van een kind met slaapstoornis laat depressief gedrag zien. Terwijl dit voor moeders met kinderen zonder slaapstoornis 19% is.

Interventie moet overwogen worden als de slaapstoornis de korte -en lange termijn gezondheid van het kind en het welzijn van het gezin beïnvloedt (Glaze, et al, 2002)

3.2 Assessment van de slaapstoornis

Om een slaapstoornis bij een kind vast te stellen moet men van meer gebruik maken dan alleen de ouderlijke aangeboden informatie, want hetzelfde gerelateerde slaapgedrag kan door verschillende mensen anders uitgelegd worden. Zo kan de beschrijving van de ouders verschillen van die van de leraar of de arts of zelfs de patiënt zelf. Het kind zelf kan ook een bruikbare bron van informatie, uit onderzoek bleek namelijk dat kinderen zelf meer of sterkere slaapproblemen rapporteren dan de ouders. De ouders kunnen ook een bijdrage leveren in de vorm van een slaapdagboek/logboek of een videotape met het slaapgedrag van het kind. Als extra aanvulling voor de diagnose zouden gestandaardiseerde gedragsvragenlijsten gebruikt kunnen worden, die ingevuld kan worden door bijvoorbeeld de leraar (Glaze, et al, 2002).

3.3 Etiologie

De oorzaken van kinderinsomnia kunnen gevonden worden in constitutionele en omgevingsfactoren in de kindertijd. Voorbeelden hiervan zijn chronische/medische ziekte, ademhalingsstoornissen (bijv. astma), ziekenhuisopname of gebruik/misbruik van medicatie (maar ook alcohol of cafeïne) (Glaze et al, 2002).

Camhi, Morgen, Pernisco en Quan (2000) hebben de factoren die slaapstoornissen veroorzaken onderzocht, hierbij keken ze ook naar de slaapstoornis ‘Disorder of Initiating or Maintaining Sleep’ (DIMS).

Mogelijke factoren die volgens dat onderzoek de slaap beïnvloeden zijn sekse, leeftijd, corpulentie, astma en andere bronchiale problemen, hoesten en slijmproductie, piepen/hijgen en rhinitis (term omvattend voor symptomen die door neusirritatie of ontsteking worden veroorzaakt, zoals lopende neus, het jeuken, niesende en verstopte neus). En uit het onderzoek is dan ook gebleken dat er een sterke associatie is met ademhalingsstoornissen en de symptomen van DIMS. Hoesten en slijmproductie en piepen/hijgen en rhinitis kwamen vaker voor bij kinderen met DIMS dan bij kinderen zonder DIMS. Hoe meer symptomen een kind heeft, hoe meer kans op DIMS (Camhi, Morgen, Pernisco, & Quan, 2000).

Men kan echter ook denken aan de oorzaken van de lichtere problematiek, kinderen met inslaapproblemen kunnen bijvoorbeeld net een nieuw broertje of zusje hebben gekregen en overal graag bij willen zijn. Maar je kunt ook denken aan gebeurtenissen zoals een verhuizing, verlies van opa/oma of ruzies tussen de ouders.

3.4 Prevalentie vergelijking:

Prevalentie van slaapproblemen:
Mindell (1993) beschrijft in haar artikel verschillende uitkomsten van onderzoeken. Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat 25% van de kinderen van 1-5 jaar last hebben van slaapproblemen. Uit een ander onderzoek blijkt dat 60% van kleuters last heeft van slaapproblemen (Psychische problematiek bij kinderen en jongeren, 2004).

En in een onderzoek bij kinderen van 2-15 jaar bleek dat 32% praat in de slaap, 31% nachtmerries heeft, 28% ’s nachts wakker wordt en 23% moeilijk in slaap valt. Uit een ander onderzoek onder 3-15 jarigen bleek dat 53% praat in hun slaap, 42% last heeft van een rusteloze slaap, 42% weigert naar bed te gaan en 26% moeilijk in slaap valt (Mindell, 1993).

Prevalentie van slaapstoornis (Disorder of Initiating of Maintaining Sleep):
De prevalentie van de Disorder of Initiating or Maintaining Sleep (DIMS) was 17,9% bij jongens van 3-6 jaar en 14,1% bij de meisjes van die leeftijdscategorie.

Op jonge leeftijd is er dus nog weinig verschil tussen de beide geslachten. Dit verandert vanaf ongeveer elf jaar. Dan is er een significant hoger voorkomen van DIMS bij meisjes (30,4%) dan bij jongens (15,6%). De percentages komen ongeveer overeen met het voorkomen van insomnia bij volwassenen vrouwen (Camhi, Morgen, Pernisco, & Quan, 2000). Mindell (1993) noteert een lagere prevalentie voor childhood insomnia of limit-setting sleep disorder. In haar artikel staat dat 5-10 % van de kinderen deze slaapstoornis ervaren.

De exacte prevalentie van slaapstoornissen bij jonge kinderen is niet bekend maar studies schatten dat 25% van peuters/kleuters hier last van hebben (Social work treatment of sleep disturbance in a 5 year old boy, 2000)

De prevalentiecijfers wat betreft de slaapstoornissen en de slaapproblemen zijn erg uiteenlopend, waardoor er dus niet echt een bepaald percentage te noemen is. Maar door vergelijking van de cijfers blijkt toch dat de prevalentie van slaapproblemen groter is dan de prevalentie van slaapstoornissen.

4. Slaapproblemen als voorspelling

Uit een onderzoek van Kataria et al. bleek dat 85% van de kinderen met leeftijd 15-48 maanden met een slaapstoornis drie jaar later dit nog steeds had. En maar 3% had na eerdere diagnose van geen slaapstoornis, na drie jaar slaapstoornissen (Glaze et al., 2002). Dus wanneer er eenmaal een slaapstoornis is vastgesteld dan is deze grotendeels stabiel.

Volgens onderzoek van Richman (1975) komt het regelmatig voor dat een slaapprobleem maanden tot meer dan een jaar stand houdt (Social work treatment of sleep disturbance in a 5 year old boy, 2000)

Ook Mindell (1993) zegt in haar artikel dat slaapproblemen de neiging hebben om blijvend te zijn, vooral vanaf de kleutertijd tot ongeveer 10 jaar. En dat slaapproblemen in oudere kinderen vaak geassocieerd (kunnen) worden met slaap-waakstoornissen in het eerste levensjaar. Bovendien hebben kinderen die al op jonge leeftijd een stoornis hebben bij het slaap-waak ritme, later vaak meerdere slaapproblemen. Een sterke relatie kan echter niet worden gelegd.

Ook noemt Mindell (1993) nog een ander onderzoek waarbij meerdere gedragsproblemen werden onderzocht. Daarbij bleken slaapstoornissen het meest blijvend te zijn, hoewel slaapproblemen in de kleuterjaren het minst blijvend zijn. 5-10% Van de slaapstoornissen aan het eind van de kindertijd en in de adolescentie kunnen voorspeld worden aan de hand van gedrag vanaf 4 jaar. Dit percentage is erg laag, dus voorspellingen over vroeg gedrag en latere slaapstoornis zijn onwaarschijnlijk.

Bovendien vermelden Wicks-Nelson en Israel (2003) dat slaapproblemen deel uitmaken van de neuropsychologische ontwikkeling en dat het vanzelf weer over gaat.

Samenvatting

Volgens van der Ploeg (1998) kun je bij problemen in de slaap bij peuters en kleuters drie hoofdvormen onderscheiden;
  • Het kind wil niet naar bed of heeft moeite met inslapen,
  • Het kind wordt ’s nachts regelmatig wakker en slaapt niet door,
  • Het kind slaapt kort en is ’s morgens al vroeg wakker.

Naast oorzaken als honger of dorst hebben en inconsequentie van de ouders wat betreft slaaproutines van hun kind(eren), kun je ook oorzaken benoemen die verband houden met de ontwikkelingsfase waarin de peuter/kleuter zich bevindt.

Voor de ouders is het van belang dat ze het kind voor het slapen gaan op hun gemak stellen. Ook het werken met een vast slaapritueel en het vergroten van de veiligheid voor het kind kunnen dienen als oplossing bij slaapproblemen.

Een psychische stoornis die lijkt op het slaapprobleem is insomnia. De kinderversie hiervan wordt Childhood Insomnia, Limit-setting Sleep Disorder of Disorder of Initiating or Maintaining Sleep (DIMS) genoemd. Het gaat hierbij om een omgeving gerelateerde stoornis waarbij het kind moeite heeft met inslapen en wat gekenmerkt wordt door tijdrekken en weigeren om naar bed te gaan.

Oorzaken kunnen gevonden worden in constitutionele en omgevingsfactoren in de kindertijd. Wanneer er eenmaal een slaapstoornis vastgesteld is, dan is deze grotendeels stabiel over de tijd. Wat betreft de prevalentie cijfers van slaapproblemen zijn er veel verschillen te zien. Zo constateert Mindell (1993) uit onderzoeken dat 25% van de kinderen van 1 tot 5 jaar last hebben van slaapproblemen terwijl uit een ander onderzoek blijkt dat 60% van de kinderen last hebben van slaapproblemen (Psychische problematiek bij kinderen en jongeren, 2004). De prevalentie van de Disorder of Initiating or Maintaining Sleep (DIMS) is bij jongens van drie tot zes jaar 17,9% en bij meisjes van dezelfde leeftijd 14,1% (Camhi, Morgen, Pernisco, & Quan, 2000).

Lees verder

© 2008 - 2019 Brigitte_, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
Probleem of stoornis: Primaire insomnia‘Primaire insomnia’ is de aanduiding voor moeilijkheden bij het in slaap vallen of in slaap blijven die niet te wijten z…
Primaire slaapstoornis (insomnia/slapeloosheid)Primaire slaapstoornis (insomnia/slapeloosheid)De primaire slaapstoornis (insomnia) is een aandoening waar vrij veel mensen mee te kampen hebben. Centraal staan slaapp…
Tips om baby te laten doorslapenTips om baby te laten doorslapenOuders met pasgeboren baby’s zijn vaak op zoek naar manieren om hun baby langer te laten doorslapen. Het kan heel vermoe…
Slaapproblemen bij kinderen: verkeerde slaapassociatiesOuders weten niet altijd instinctmatig hoe ze een baby of kind in slaap moeten krijgen, en ook voor een kind is slapen n…
Bed- en slaaptijd voor baby's en dreumesen van 0-2 jaarBed- en slaaptijd voor baby's en dreumesen van 0-2 jaarIeder jong kind (baby, of dreumes) heeft een eigen slaapritme. Sommige baby's kunnen gerust zestien uur slapen op een da…
Bronnen en referenties
  • Brophy, G. (2000). Social work treatment of sleep disturbance in a 5 year old boy: a single case evaluation. Research on social work practice. 10, 748-759.
  • Camhi, S.L., Morgan, W.J., Pernisco, N., & Quan, S.F. (2000). Factors affecting sleep disturbances in children and adolescents. Sleep Medicine, 1, 117-123
  • Driesen, L. (1997). Slaapmoeilijkheden bij kleuters en lagere school kinderen: Wat aan ouders adviseren?. 17 september, 2004, http://www.clb-net.be/clb01/inhouden/inhouden09/art09_1_16.html.
  • Gezondheid.be (2000). Slaapproblemen bij kinderen. 17 september, 2004, http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=91#1
  • Glaze, D.G., Rosen, C.L. & Owens, J.A. (2002). Toward a Practical Definition of Pediatric Insomnia. Current Therapeutic Research, 63, B4-B17
  • Mindell, J.A. (1993). Sleep Disorders in Children. Health Psychology, 12, 151-162
  • Psychische problematiek bij kinderen en jongeren. 30 september, 2004, http://www.rivm.nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/psychjeugd/psychjeugd_omvang.html
  • Roth, T., & Roehrs, T. (2003) Insomnia: Epidimiology, Characteristics, and Consequences. Clinical Cornerstone, 5, 5-15
  • Schuil, P.B. et al. (2000). Nederlands leerboek jeugdgezondheidszorg. Assen: Van Gorcum.
  • Van der Ploeg, J. (1998). Had me dat eerder verteld: Opvoedkundige antwoorden op veel voorkomende problemen. Utrecht: SWP.
  • Wicks-Nelson, R., & Israel, A.C. (2003). Behavior Disorders of Childhood. New Jersey: Pearson Education.

Reageer op het artikel "Slaapproblemen bij kinderen"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reacties

Jessica, 22-03-2014 19:57 #16
Help! Wij zijn ook het spoor bijster… Onze dochter van bijna 2 slaapt na vage rituelen en alle adviezen die wij altijd toegepast hebben, ineens niet meer door. Ze is een lieve schat met een temperamentvol karakter. Ze krijgt met regelmaat driftbuien en 'ramt' dan met haar hoofd op de vloer of tegen de deur. Ze gilt het dan uit en er is geen manier om haar dan te troosten ( vasthouden, afleiden, beetje water, etc… ). Ze slaapt na ongeveer 1 uur in, in haar eigen bedje. Maar wel met mijn partner of mij op de gang zittend… Als ze ook naar denkt dat we weg zijn, komt ze uit bed en begint te gillend en bonken. Ze ligt daarbij altijd rond 19.00 in bed en wordt tussen 05.30 - 06.30 wakker. Dit is erg vroeg, haar later naar bed brengen heeft geen effect. We zitten qua gedrag en slapen met onze handen in het haar en deze situatie heeft ook een doorwerking in onze relatie en sfeer in huis. Er raken langzaamaan uitgeput en steeds meer gefrustreerd. Misschien nog goed om te weten: onze dochter heeft na de geboorte erg veel gehuild. Sliep snachts redelijk, maar huilde overdag vrijwel de hele dag…
We hopen dat iemand raad weet of waar we terecht kunnen voor hulp…

Astrid, 26-12-2011 08:51 #15
Onze zoon van net 1 jaar slaapt sinds maanden zeer onregelmatig. Toen hij een maand of 2 a 3 was sliep hij door, maar dat was over toen hij zo'n 5 a 6 maanden was. Sinds die tijd slapen wij hier zeer slecht. Hij heeft een vast ritueel en gaat overdag nog voor een tukje. 's avonds rond 19.00 uur in badje en dan precies als alle andere dagen op dezelfde manier naar bed. Soms wordt hij om 23.30 uur wakker (altijd precies wanneer wij net heerlijk in slaap doezelen.) en dan gebeurt het vaak dat hij dan tot 02.00 - 03.00 uur wakker ligt. Is dan klaarwakker en brabbelt dan en maakt geluiden door met zijn speen tegen het bed te slaan. Vervolgens gooit hij hem uit zijn ledikant en begint te jammeren en daarna luid te huilen. Hier stopt hij niet mee tot je er naartoe gaat. We hebben alles al geprobeert, tot en met homeopatische hulpmiddeltjes als kindival en Sleepzz slaapsiroop voor kindjes. Het hielp vaak maar enkele nachten. Het cb adviseerde om bij erg huilen elke tien minuten te gaan kijken zonder het licht aan te doen en niet uit bed halen maar een aai over het bolletje, slokje water en weer toedekken, en dan weglopen. Het hielp wel, hij viel dan in slaap, maar werd dan ieder half uur wakker tot een uur of 03.00 uur. Ik wordt er soms stapelgek van en ook aggressief van machteloosheid en totale uitputting. Dan loop ik naar beneden en smijt iets door de kamer om dat gevoel kwijt te raken. ( de tv gids bijvoorbeeld) soms ben ik te moe en gefrustreerd om verder te slapen, te moe om te huilen en voel me geradbraakt en gesloopt. Pijn heeft hij niet, er mankeert verder niets. Hem wakker houden overdag helpt juist averechts, als hij oververmoeid raakt gaat alles nog moeizamer. Dit was echt een heel zwaar jaar, onze dochter van 12 was nooit zo moeilijk. We zijn in 1 jaar tijd tien jaar ouder geworden! Leuke dingen doen met hem zoals babyzwemmen en urenlang wandelen daar heb ik de energie niet eens voor, ben al blij als ik de boodschappen gedaan heb. Nu sliep hij deze week twee na nachten door, en kregen we weer een beetje hoop. Wat volgde was dat hij om 05.00 uur klaarwakker was. Ik hoop nu eindelijk eens een keer uitgerust te raken en een beetje te gaan genieten. Natuurlijk maakt dat heerlijke smoeltje alles goed maar o wat is dit verschrikkelijk zwaar…

Mamavandrie, 07-12-2011 23:29 #14
Leuk artikel om te lezen. Gezien mijn kinderen in het buitenland zijn geboren, heb ik een hele andere kijk op het slaapgedrag van kleintjes. In Nederland word verwacht dat een baby al vanaf de geboorte zelfstandig in een wiegje slaapt, het liefst op een eigen slaapkamer. Hoewel dit wenselijk is voor de vermoeide jonge ouders gaat dit tegen alle oergevoelens van een baby in. Een baby en ook een jong kind, wil maar een ding, bij mama/papa zijn, of het nu overdag of 's nachts is. Mijn eerste baby sliep heel slecht in zijn wiegje en overdag moest ik hem de hele dag vasthouden. Uiteindelijk kreeg hij een vast plekje naast mij in bed en werd hij daardoor een stuk rustiger. Mijn 2e kind sliep vanaf zijn geboorte bij mij in bed en had al meteen een goed dag/nachtritme en werd zo om de drie uur wakker voor een voeding, maar viel dan ook weer meteen in slaap. Onze kinderen hebben allemaal ons grote bed gedeeld en nooit problemen gehad met niet naar bed willen (we bleven even erbij todat ze sliepen) en ze werden als baby wakker voor een voeding, maar als peuter sliepen ze zo goed als door. Het was een cultuur waar dit aangemoedigd werd… niet voor iedereen een goede oplossing, maar voor ons gezin werkte dit en slaap was nooit een issue. Ook 's nachts heeft een kind behoefte aan je nabijheid. Er ging een wereld voor mij open toen mij werd verteld dat een kind gewoon bij je in bed kon slapen, het geeft echt een geborgen gevoel. Je vecht tegen de natuur als je een baby/kind alleen op een kamer laat slapen. Klinkt raar, maar volgens mij wel waar! Mijn oudste is nu 5 en slaapt nu heel fijn in eigen bedje. De kinderen gaan met plezier naar bed en slapen heeft geen negatieve associaties zoals veel kinderen dat wel hebben. Het zal niet iedereen aanspreken om een kind in bed te nemen, maar probeer het eens uit en merk het verschil in uw kind!

Mervouw R., 05-12-2011 08:19 #13
Wat is dit ontzettend herkenbaar voor mij als ik dit artikel lees zeg. Ik heb een dochter van 3 met een slaapprobleem. Soms gaat het met periodes goed maar meestal is het elke nacht raak. naar vanalles geprobeerd te hebben wordt je als ouder erg radeloos. Ook nadat je hulp hebt igeschakeld. Dan is zo'n artikel best fijn om te lezen. Wij hebben een vast bed ritueel. zeggen van te voren wat we gaan doen datze nog mag spelen daarna gaat slapen dan pyjama aan tandepoetsen boekje lezen knuffel en slapen. ze slaapt dan en dit gaat tot snachts goed dan wordt ze wakker en begint ze zeuren en ons te roepen als we er bij komen valt ze in slaap als wij weg gaan wordt ze weer wakker. soms kan ze de hele buurt uren alng bij elkaar schreeuwen echt gek wordt je er van. we hebben alles geprobeerd als dod voorwerp in de kamer zitten. alleen aai over de bol en duidelijk maken dat ze moet slapen en dan weer weg gaan. stikkers lakken op een vel als ze wel goed slaapt. continu terug leggen in haar peuterbed maarja daar heb je om 3 uur snachts ook niet echt zin in haar campingbed ernaast gelegt en haar daarnaat inleggen. gedrag negeren. knuffels afpakken. we weten eht gewoon echt niet meer ze blijft maar door gaan.
wie heeft er tips.

Marieke, 11-05-2011 09:40 #12
Wat een fijne site om eindelijk wat meer informatie te krijgen over dit probleem!
Ons zoontje is ruin 1,5 jaar en we hebben al ruim 9 maanden nachtelijke problemen met hem. Het begon met vaak wakker worden en huilen. Naar een osteopaat geweest en dat hielp tijdelijk wat, maar het verslechterde weer. Ook een homeopaat geprobeerd dit hielp niets. Momenteel wordt ons zoontje elke nacht minstens 1 keer wakker en is dan ook klaarwakker, maar niet verdrietig. Hij roept allerlei nieuwe woordjes die hij geleerd heeft en ik hoor hem veel lachen. Als ik naar hem toe ga is hij erg vrolijk. Geprobeerd hem na 5 minuten steeds terug te leggen in het donker en alleen te zeggen, Nee, nu ga je slapen maar dit kan ik eindeloos volhouden, het helpt niet! Ook als ik een hele nacht niet naar hem toe ga (en zelf oordoppen indoe tegen het roepen) maakt dit geen verschil, hij blijft dan ook vrolijk. Ik heb dus niet het idee dat het een schreeuw om aandacht is, maar dat hij gewoon zijn energie kwijt moet. Pffff ik weet het ondertussen ook niet meer. De huisarts wist ook geen oplossing. Overdag is het een superlief ventje maar 'snachts een draakje… Iemand tips?

Margreet Bausch, 09-03-2011 12:28 #11
Er staat goede info op jullie site. Die kan ik goed gebruiken voor mijn indicatie huisbezoeken bij kinderen met slaapproblemen.

Vanhove, 15-02-2011 19:37 #10
Mijn dochter van 4 jaar heeft nog geen enkele nacht doorgeslapen. Toen ze nog baby was moest ik haar overdag bezig houden zodanig ze niet in slaap viel omdat ze dan 's nachts niet sliep, m.a.w. ze nam haar dag voor nacht.
Toen ze 1 jaar was begon ze eindelijk 4 u na elkaar te slapen maar kwam dan wakker, niet omdat ze honger had gewoon ze was klaarwakker, ik heb dan de tips gevolgd die hiervoor dienden, toen ze 1,5 jaar was klom ze uit haar bed en kroop bij ons in bed, dan was het de remedie haar telkens terug te leggen zonder iets te zeggen en zonder licht aan te steken en zo was dat om de 2 u en dat is tot de dag van nu nog niet verbetert. Ze slaapt met een nachtlampje omdat ze bang is in het donker, de deur staat open omdat ze anders panikeert en het lukt om haar telkens terug te leggen maar tegen dat ik goed en wel terug in slaap val is ze daar al terug. Heb al siropen gebruikt voorgeschreven door een kinderarts om te kunnen slapen maar de arts zegt dat ze geborgenheid zoekt om te kunnen slapen. Ze is heel actief overdag en 's nachts is haar slaappatroon zo: 19u30/20u tot 23u, 23u30 tot 1u, … en om 5u30/ 6u is ze klaarwakker als we geluk hebben.
Iemand tips of zo ben echter te einde raad m.v.g. isabelle

David, 09-11-2010 08:27 #9
Sinds een tweetal maanden begint ons zoontje van 2,5j spontaan te "bonken" in zijn bed: continu met zijn hoofdje tegen zijn bed stampen, heen en weer bewegen met zijn bovenlichaam en ondertussen een ontzettend vervelend geneurie te produceren. Het rare is dat dit bijna altijd op dezelfde momenten gebeurd: iets voor 23u30, vervolgens rond 02u00 en de laatste reeks rond 05u30. Is er iemand die dit ook meemaakt(e) met zijn/haar kind? Is dit van voorbijgaande aard? Het weegt in ieder geval ontzettend zwaar door op de mentale toestand en de fitheid van onszelf overdag…

Melanie, 20-10-2010 20:37 #8
Mijn zoontje is 4 jaar en heeft slaapproblemen sinds minstens 2,5 jaar. Ik ben er ondertussen echt wel klaar mee. Heb al advies gevraagd bij het consultatiebureau, maar daar hadden ze ook niet de oplossing zoals ik alles heb verteld ligt het niet aan het ritme van naar bed gaan of iets dergelijks. Hij heeft heel veel fantasie en droomt ook vaak. Is ook vaak bang s`nachts. In het begin kwam hij bij ons in bed (had me eigen beloofd dit nooit te doen)Maar na een paar nachten op wilde ik gewoon slapen. Na een jaar tot 1,5 jaar was ik hier wel klaar mee en sinds die tijd slaapt hij op een matras op de grond als hij wakker wordt. Het naar bed gaan gaat eigenlijk wel goed, maar dan word hij s`nachts wakker en is dan bang of heeft gedroomd. Ondertussen weet ik het ook niet meer weet alleendat ik er moe en shagerijnig van wordt wie heeft voor ons de gouden tip?

Egni, 16-06-2009 11:43 #7
Weet iemand raad? Mijn dochtertje van 5 jaar met Down syndroom weigert sinds enkele weken om in haar bedje te blijven liggen 's avonds. Ze komt er steeds uit en bonkt/slaat op de deur (dewelke ik al op slot doe, anders kan ze de trappen op). We leggen haar consequent zonder iets te zeggen terug in haar bedje, 10sec later is uit haar bed. Ongelooflijk met slaapzakje en al aan. Als we dan de deur openmaken begint ze te wenen.
Wat kunnen we doen? Het is zeer belastend voor ons gezin (nog andere kinderen) om dit elke avond mee te maken. Heeft iemand concrete tips? Belonen verstaat ze ook niet echt, dus daar kunnen we ook niet mee werken.

Cindy, 20-05-2009 21:23 #6
Ons zoontje van bijna 2 jaar is eigenlijk altijd goed gaan slapen en slaapt doorgaans ook de hele nacht door.
Nu is eind april plotseling zijn opa gestorven. We hebben hem dit voorzichtig verteld: opa is weg en komt nooit meer terug, opa is een sterretje en vooral ook benadrukt dat wij er wel gewoon zijn en blijven voor hem. Het is nl duidelijk dat hij bang is om alleen te zijn. Dit betekent helaas dus dat hij 's avonds echt niet meer wil inslapen… We zijn soms tot 2,5 uur bezig om hem in slaap te krijgen.
In het verleden heeft hij ook last van (toen leeftijdsgebonden) verlatingsangst gehad en dat hebben we door de wekkermethode consequent toe te passen binnen vier dagen weer 'verholpen'.
Nu lijkt hij echter alleen nog maar meer in paniek te raken als we snel weer weg zijn bij hem. We weten zo langzamerhand echt niet meer hoe te handelen. Toch kort en consequent zijn, ondanks zijn wellicht echte angst, of toch maar wat langer bij hem blijven, soms uit bedje halen enz enz. Momenteel hebben we afwisselend succes met bij hem zitten, mee naar beneden nemen of in ons eigen bed leggen. Maar wat gisteren werkt, werkt vandaag niet.
Wie heeft er tips voor ons?

Brigitte_ (infoteur), 07-05-2009 21:00 #5
Beste Marije,
Ik kan uit je verhaal niet echt halen wat de oorzaak volgens jullie is voor haar slaapgedrag. Heeft er vier maanden geleden iets specifieks plaatsgevonden? Of is zij in de loop der tijd wellicht gewend geraakt aan het feit dat jullie haar aandacht geven. Als je verhaal zo leest lijkt het alsof jullie dochtertje steeds meer eisen stelt aan het slapen, eerst alleen op haar eigen kamertje, toen bij jullie in bed en ook nog op de buik. Het is het proberen waard om dit langzaam aan weer terug af te bouwen. Een hele nacht laten huilen is geen doen. Maar jullie dochtertje moet wel leren in haar eigen bedje te slapen.
Begin met het inslapen met een controle van om de vijf minuten. En bouw dit dagelijks af met een 1 minuut, dus dag 2: om de 6 minuten, dag 3: 7 minuten, enz. Hierdoor weet jullie dochtertje dat jullie er zijn, maar went ze geleidelijk aan het feit dat het normaal is om door te slapen. En niet gelijk aandacht te krijgen.
Als ze wakker wordt pas dan dezelfde methode toe, niet gelijk gaan kijken, maar eerst 5 minuten wachten. Gebruik hier eventueel een horloge/wekker voor om jezelf hiertoe te verplichten. Ook dit bouw je af. Wacht elke dag een minuut langer totdat je naar haar toe gaat.
Dit zou je ongeveer 1 week moeten proberen en als je merkt dat het effect heeft zet je het door. Heeft het ondanks het consequent inzetten van deze methode, geen effect dan moet er verder gekeken worden.
Slaap jullie dochtertje met een knuffeltje of een slaapliedje? Zo niet probeer dit dan eens.
Succes, ik hoor graag of jullie de methode hebben toegepast en hoe het voor jullie heeft gewerkt.
Groetjes Brigitte

Marije, 05-05-2009 14:08 #4
Onze dochter van 1 slaapt elke dag heel slecht en dat duurt nu al een dikke vier maanden, ze valt wel vaak snel in slaap maar wordt na drie kwartier gillend en krijsend en helemaal trillend wakker, soms lukt het ons haar weer in haar eigen bed te laten en slapen, maar naar drie kwartier hebben we weer het zelfde probleem en dit gaat zo de hele nacht door. Dus na zo'n nacht is niemand uitgerust, Ze slaapt wel als ze bovenop mijn buik ligt. Zelfs alleen bij ons in bed is niet voldoende. we beginnen nu toch wel erg uitgeput te raken, dus wie kan ons helpen? het consultatieburo heeft wel eens gezegd laten huilen, maar dat was voor osn geen oplossing omdat ze gewoon een een hele nacht door blijft gaan en dan pas rond een uur of 6 in slaap valt. Reactie infoteur, 07-05-2009
Hoi Marije, op de site heb ik een bericht voor je achtergelaten.
Met vriendelijke groet, Brigitte

Kim, 20-12-2008 23:42 #3
Ojjaaa, wat ik nog vergeten was om te melden is dat de slaapproblemen eigenlijk verergerd zijn toen zijn babybroertje (nu 5 maanden) is geboren. Ik ben één week naar het ziekehuis geweest en het huishouden stond gewoon even op zijn kop! De verandering, het grip krijgen op zijn wereld, zal zeker geen makkie zijn maar nu hoop ik dat u voldoende info heeft om mij eventueel tips te geven.

Kim, 20-12-2008 23:37 #2
"Gelukkig, het is normaal!" Dat was eigenlijk mijn eerste gedachte. Je bent altijd bang dat er iets mis is met je kind. Onze zoon van 2,5 jaar wordt elke nacht wakkker en sluipt dan stiekem naar onze kamer. Hij kruipt tussen ons in en valt dan weer als in blok in slaap. Superfout dat hij in ons bed kruipt want zo te lezen belonen we onze kleine vent door onze goedkeuring. Echter, als hij niet bij ons mag komen zet hij het op een vreslijk gillen. Hij is bang, bang voor spoken, griezels en heksen. Een leuk cadeautje van de Halloween. Ik wou dat die hele happening niet bestond.
Tevens heeft hij angst dat hij ons nooit meer ziet. Hij zet regelmatig bij het inslapen "mama, jij gaat nooit weg hè? En papa ook niet hè? Bang om verlaten te worden. Het is zo ontzettend zielig.
Kan ik als ouder zijn verlatingsangst wegnemen of moet hij dat zelf doen? Die vraag houdt mij regelmatig bezig. Ik zorg dat hij mij tijdens het inslapen hoort en dat stelt hem enorm gerust. Het duurt even maar onze vent valt uiteindelijk dapper in slaap.
Ik heb al vanalles geprobeerd: boos zijn, deur dicht, deur open, licht aan/uit… deduld is volgens mij het woord. Echter met oogleden lager als mijn knieën maak je als ouder al snel bewust de fout… "laat het ventje maar bij ons in bed komen". Het zou fijn zijn als er een handleiding bestond hoe je zoiets stap voor stap moet aanpakken terwijl je zelf nog gewoon in topconditie blijft. Heeft er iemand nog tips? Graag want van alle dingen die we lezen gebruiken we datgene waaruit we onze voordelen kunnen halen.

M. Ten Kley, 22-09-2008 21:55 #1
Onze peuter van 2 jaar heeft sinds 3 weken inslaapproblemen (huilen en roepen/schreeuwen om mama), wordt s 'nachts wakker en slaapt moeilijk in. In de gezinssiutatie zijn er veranderingen: ik ben 18 weken zwanger. Naast de separatieangst die leeftijdsgebonden is, lijkt hij mij nu meer te claimen (ook s'nachts). Hij wil sterk mijn nabijheid voelen om te kunnen slapen! Mijn vraag is: Is het ondanks meerdere factoren toch goed om dit gedrag te doorbreken en met de wekker methode te starten? En hoe los je dit s'nachts op? Ik weet ook dat ik het nu in stand hou, terwijl ik hem juist will leren dat hij veilig is in zijn eigen bedje! Ook denk ik (zoals staat beschreven), deze periode is tijdelijk en is inherent aan de veranderingen binnen het gezin. Dus misschien wel uit schuldgevoel of overbescherming…, ontzie ik hem en mijzelf? Wat misschien ook wel meespeelt bij mij als ouder is een onveilige hechting in mijn eigen jeugd?

Hoe kan ik mijzelf en mijn kind het beste helpen hierin? Ik hoop dat er meedere moeders of vaders dit probleem en gevoel herkennen, en ook bespreekbaar durven maken. Reactie infoteur, 28-09-2008
Hoi M. ten Kley,
Ten eerste gefeliciteerd met uw zwangerschap!
Ten tweede vervelend dat u op dit moment met uw peuter inslaap problemen ervaart. Ik lees uit uw verhaal dat u een heleboel signalen bij uw kind herkend en dat is zeer positief.
In uw verhaal noemt u een aantal problemen: nieuw broertje/zusje, leeftijdgebondenheid en onveilige hechting.
Het laatste probleem ervaart uw kind alleen als dit in uw gedrag doorklinkt: dus als u een goede band heeft met uw kind: liefdevol maar ook grens aangevend, dan hoeft dit probleem niet een weerklank te hebben bij uw kind.
Maar hoe kunnen de inslaapproblemen dan opgelost worden?
1) De wekkermethode: in bed leggen volgens vast ritueel en afspreken om over 5 minuten terug te komen (je hier ook echt aan houden) zorg ook dat kindje kan zien wanneer het 5 minuten later is (klokje, horloge). En dit elke dag steeds verder uitbreiden (na 10 minuten treug komen, na 15 minuten en na 20 minuten). Als het kindje verdrietig is kort troosten en zeggen weer over 7 minuutjes terug te komen (of 12, enz). Maak de tussenpozen op de dag zelf ook steeds iets langer.
2) stap voor stap methode (steeds verder van zijn bedje gaan zitten, dag 1: aan zijn/haar bed zitten, dag 2) twee meter verder gaan zitten (niet ingaan op verhaaltjes/iets willen drinken), dag 3) op de gang zitten, rommelen op dezelfde verdieping, enz.
Ik kan uit je verhaal niet echt opmaken of hij/zij nu bij jullie slaapt, of jullie bij hem liggen, enz. Maar belangrijkste is als jullie een methode gaan proberen, deze goed vol te houden als er een dipje is gewoon doorzetten want dit betekent een omslagpunt van het gedrag. Dus consequent doorzetten!
Heel veel succes! Ik hoop nog iets van jullie te horen, hoe het is uitgepakt.
Ook nodig ik andere ouders uit om hun ervaringen te delen en wellicht tips te geven!
Groetjes Brigitte

Infoteur: Brigitte_
Gepubliceerd: 12-03-2008
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Kinderen
Bronnen en referenties: 11
Reacties: 16
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!