Syndroom van (De Toni-)Fanconi

Syndroom van (De Toni-)FanconiHet syndroom van Fanconi wordt gekenmerkt door een aantal stoffen zoals Kalium, fosfaat, en Magnesium, die door de nieren onvoldoende worden vastgehouden en via de urine verloren gaan. Het defect zit in de proximale tubulus van de nier.

Het syndroom van Fanconi of het syndroom van De Toni

Bij het syndroom van Fanconi is er een resorptiestoornis/terugopnamestoornis van:
  • Aminozuren (bouwstoffen voor eiwitten)
  • Glucose
  • Fosfaat
  • Bicarbonaat
  • Laag moleculaire eiwitten
  • Organische zuren (bijvoorbeeld lactaat)
  • Af en toe urinezuur
  • Natrium
  • Kalium
  • Calcium
  • Magnesium

De resorptiestoornis bevind zich in de proximale tubulus van de nier. Het exacte mechanisme is nog niet bekend.

De proximale tubulus

De proximale (eerste/beginstuk) tubulus, het woord zegt het al, is het eerste stukje van de tubulus. De tubulus is een onderdeel van een nefron, een onderdeel van de nier. Bloed stroomt via de slagader naar de nieren en komt eerst in de nierschors, de buitenlaag van de nieren. In de schors bevinden zich de glomeruli. In een glomerulus bevind zich een heel dun bloedvat (capillair) dat bij elkaar gepakt zit en waar vocht uit kan door de druk en stroomsnelheid van het bloed, en door de doorlaatbaarheid van de glomerulaire wand. Zo gaat er in de glomeruli vocht uit het bloed. Niet alleen vocht, maar ook kleine eiwitten, mineralen en andere stoffen worden uit het bloed geperst. Dit stroomt in het Kapsel van Bowman, dat de glomerulus omgeeft. Vanuit het kapsel van Bowman stroomt het via de proximale tubulus weg.

Nierslagader --> nieren --> nierschors --> Glomerulus --> verzameling capillairen --> Kapsel van Bowman --> proximale tubulus

De stoffen die nu weg zijn gelekt en die door het lichaam nog gebruikt kunnen worden moeten weer opgenomen worden uit het vocht. Dit gebeurt gedeeltelijk in de proximale tubulus. Werkt deze tubulus niet goed, dan gaan er stoffen via de urine verloren. De proximale tubulus resorbeert Natrium, waterstofcarbonaat, Chloor, water, Kalium, Calcium, Magnesium, glucose, en aminozuren. En het zorgt voor uitscheiding van anionen en kationen.

Behalve in de proximale tubulus wordt in een stuk erna, de Lis van Henle, eveneens Natrium, Chloor, waterstofcarbonaat, water, Kalium, Calcium en Magnesium geresorbeerd. Zo gaat niet alles wat in de proximale tubulus niet wordt geresorbeerd verloren. Behalve resorptie wordt in de proximale tubulus nog actief Vitamine D gevormd.

Oorzaken

De erfelijke vorm van Fanconi syndroom gaat vaak samen met een andere genetische afwijking/ziekte, vooral cystinose (een autosomale recessieve ziekte). Andere erfelijke ziekten die weleens samen gaan zijn Lowe's syndroom, glycogeen stapelingsziekte, erfelijke fructose intolerantie, galactosemie, tyrosinemie, en de ziekte van Wilson.

Een niet erfelijke vorm kan veroorzaakt worden door:
  • Een vitamine D deficiëntie
  • Intoxicatie met zware metalen (zoals lood, zink of Cadmium)
  • Multiple myelomen
  • Amyloidosis
  • 6-mercaptopurine
  • Tetracycline die over datum is
  • Intoxicatie met chemische stoffen

Symptomen

Bij de erfelijke vorm zijn de hoofdsymptomen hypofosfatische rachitis, hypokaliemie, polyurie (veel plassen), polydipsie (veel drinken/dorst), en proximale tubulaire acidosis. Bij de cystinose vorm komen 'failure to thrive' en groeiachterstand frequent voor. De retina van de ogen kunnen een vlekkerige depigmentatie hebben. Er ontwikkeld zich interstiele nefritis en progressief nierfalen die dodelijk kan zijn voordat de adolescentie begint.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door de afwijkende nierfunctie aan te tonen, vooral glucosurie, aminozuren en fosfaten in de urine.
Bij cystinose kunnen er kristallen in de cornea zichtbaar zijn.

Behandeling

Er is geen behandeling bekend. Verzuring zou verminderd kunnen worden door toediening van natriumbicarbonaat. Een eventueel Kaliumtekort zou aangevuld kunnen worden. Hypofosfaatemie zou met orale fosfaattabletten kunnen worden verminderd of met isotone oplossingen. Niertransplantaties zijn succesvol geweest.
© 2014 - 2026 Sleurholts, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Vanaf 2021 is InfoNu gestopt met het publiceren van nieuwe artikelen. Het bestaande artikelbestand blijft beschikbaar, maar wordt niet meer geactualiseerd.
Bronnen en referenties
  • Berkow, R., Fletcher A.J., The Merck Manual of diagnosis and therapy, sixteenth edition, Merck research Laboratories, Rahway USA
  • Junqueira L.C., Carneiro J., Wisse E., Nieuwenhuis P., Ginsel L.A., Funtionele histologie, tiende druk, Elsevier gezondheidszorg.
  • Van der Meer J., Stehouwer C.D.A., Interne geneeskunde, dertiende druk, Bohm Stafleu van Loghum, Houten.
  • De Jong P.E., Koomans H.A., Weening J.J., Klinische nefrologie, Tweede, herziene druk, wetenschappelijke uitgeverij bunge, Utercht.
  • Van Everdingen J.J.E., Klazinga N.S., Pols J., Geneeskundig woordenboek, negende herziene uitgave, Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegum.