InfoNu.nl > Mens en Gezondheid > Natuurgeneeswijze > Alternatieve geneeswijzen: bijgeloof of bewezen effectief?

Alternatieve geneeswijzen: bijgeloof of bewezen effectief?

In de periode 2010-2012 waren in Nederland gemiddeld bijna 1 miljoen mensen onder behandeling van niet-reguliere genezers. Van de verschillende richtingen binnen wat ook wel complementaire geneeskunde wordt genoemd, hebben vooral de homeopathische en orthomoleculaire geneeswijzen breed ingang gevonden. Toch vallen deze verwijten van kwakzalverij ten deel. Is dat terecht?

Placebo-effect

Met complementaire geneeswijzen worden in de praktijk goede ervaringen opgedaan, maar volgens critici is dan sprake van een placebo-effect: een middel werkt alleen omdat de patiënt denkt dat het werkt en er vertrouwen in stelt. Dat is echter een algemeen menselijk verschijnsel dat even goed bij een reguliere behandeling kan optreden. In de wetenschap wordt het zogeheten double blind placebo gecontroleerd onderzoek zelfs als de gouden standaard beschouwd. Het is er op gericht ‘inbeelding’ uit te sluiten:

  • één groep mensen krijgt een middel toegediend waarvan getest moet worden of het werkzaam is tegen een bepaalde kwaal
  • een tweede groep mensen krijgt een nepmiddel (placebo)
  • noch patiënten noch onderzoekers weten wie het echte middel en wie het nepmiddel krijgt (double blind).

Door op deze wijze het placebo-effect te elimineren, is het mogelijk de werkzaamheid van het middel vast te stellen. Anders dan vaak wordt beweerd, zijn naast reguliere ook niet-reguliere middelen via dergelijk onderzoek getest. Maar andere onderzoekvormen, waarin niet wordt gecorrigeerd voor placebo-werking, kunnen even goed zeer waardevol zijn.

Biochemische individualiteit

Het gaat bij de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek om een gemiddelde. Veelal is het zo dat maar een deel van de mensen baat heeft bij een medicijn, anderen maar een beetje en weer anderen helemaal niet. Dat komt door wat wel biochemische individualiteit wordt genoemd. Zoals niet één mens qua gedrag of karakter hetzelfde is als willekeurig welk ander mens, zo verschilt ook ieders lichaam van dat van ieder ander.

Het is dus goed er rekening mee te houden dat een medicijn bij iedereen weer anders werkt. Opzienbarend in dit verband was in 2003 de uitspraak van Allen Roses, topman van het grootste Britse farmaceutische bedrijf GlaxoSmithKline (GSK). In dagblad The Independent verklaarde hij:

‘De grote meerderheid van de medicijnen, ruim 90 procent, werkt slechts bij 30 tot 50 procent van de mensen.’

Deze opvallend on-commerciële uitspraak staat op gespannen voet met de pretentie ziektes met standaardbehandelingen aan te kunnen pakken.

Deze beperking geldt ook voor niet-reguliere geneeswijzen, met dit verschil dat deze meer geneigd zijn de individuele verschillen tussen mensen als uitgangspunt te nemen. Dat verklaart waarom onder anderen homeopaten uitvoerige anamneses afnemen, dat wil zeggen de medische voorgeschiedenis en omstandigheden van de patiënt in kaart brengen. Zo krijgen zij een goed beeld van de betreffende persoon en kunnen zij de voor deze meest passende behandeling kiezen.

Werkzaamheid en bijwerkingen

In kritieken op niet-reguliere geneeswijzen voert het vermeende gebrek aan bewijsvoering de boventoon, waar tegenover de reguliere geneeswijze zou worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Dat wordt Evidence Based Medicine (EBM) genoemd. De cijfers laten echter een heel ander beeld zien.

In een omvangrijke Amerikaanse publicatie, Complementary and Alternative Medicine in the United States (2005), werd geconcludeerd dat van de reguliere geneeskunde 41,3 procent effect heeft en van complementaire geneeswijzen 38,4 procent. Dat verschil is dus erg klein en valt in feite geheel weg wanneer we ook de schadelijke bijwerkingen erbij betrekken. De percentages daarvan liggen volgens de auteurs namelijk op 8,1 respectievelijk 0,69 procent.

Het zou een te rooskleurig beeld schetsen van de reguliere geneeskunde en een belangrijk voordeel van niet-reguliere geneeswijzen aan het zicht onttrekken, wanneer alleen naar werkzaamheid werd gekeken en niet tevens de gezondheidsschade erbij werd betrokken. Reguliere medicatie kan immers dramatische gevolgen hebben. Zo schat de Food and Drug Administration (FDA), de officiële Amerikaanse instantie die beslist over toelating op de markt van medicijnen, dat per jaar meer dan twee miljoen patiënten in de Verenigde Staten te maken krijgen met ernstige bijwerkingen. Het jaarlijkse dodental ligt er op rond de honderdduizend, waarmee medicijngebruik de vierde doodsoorzaak is.

Uit de wetenschappelijke database Clinical Evidence, waarin de werkzaamheid van drieduizend behandelingen (en hun mogelijke schade) werd geïnventariseerd, blijkt dat EBM niet gangbaar is in de reguliere geneeskunde.

Van slechts 11 procent van deze behandelingen zijn de gunstige effecten bewezen en van nog eens 24 procent worden deze waarschijnlijk geacht. Bij elkaar opgeteld gaat het dus om niet meer dan 35 procent.

Voor bijna twee derde deel geldt dat de werkzaamheid onwaarschijnlijk wordt geacht, teniet wordt gedaan door gezondheidsschade, de nadelen groter zijn dan de voordelen of de effectiviteit onbekend is.

Bewijsvoering orthomoleculaire geneeskunde

Voor de orthomoleculaire geneeskunde werd de basis gelegd door wetenschapper en tweevoudig Nobelprijswinnaar Linus Pauling (1901-1994).

Linus Pauling ca. 1954 / Bron: US-Gov, Wikimedia Commons (Publiek domein)Linus Pauling ca. 1954 / Bron: US-Gov, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Uitgangspunt is dat voor een optimale gezondheid alle lichaamscellen met de juiste stoffen gevoed moeten worden. Voeding is steeds de eerste keuze, voor dat eventueel reguliere medicijnen nodig zijn. Benadrukt wordt vooral het belang van gezonde voedingsmiddelen, waar nodig aangevuld met voedingssupplementen.

Deze relatief recente geneeskunde werd direct vanaf haar ontstaan gekoppeld aan onderzoek vanuit de biochemie en de voedingswetenschap.

Vooral het gebruik van voedingssupplementen wordt bekritiseerd en veelal wordt ontkend dat daar een wetenschappelijke basis voor bestaat. Uit de volgende, beperkte selectie van onderzoeken met positieve uitkomst blijkt echter hoe onhoudbaar dit standpunt is. De meeste genoemde studies zijn zogeheten meta-analyses, waarin resultaten van vergelijkbaar onderzoek bijeen worden genomen.

Algemeen

Opvallend veel onderzoek wordt tegenwoordig gedaan naar vitamine D, vooral de vorm D3 die te vinden is in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong maar ook in de huid wordt geproduceerd onder invloed van zonlicht. Bij een reeks van ziektes is een verband aangetoond met een lage vitamine D-status, zoals bij multiple sclerose, sommige huidaandoeningen, diabetes, hoge bloeddruk, hartaandoeningen, de ziekte van Alzheimer en een aantal kankersoorten. Op basis van onderzoek wordt aangenomen dat zeer grote delen van de bevolking een vitamine D tekort hebben, namelijk 69,5 procent van de Amerikanen en 86,4 procent van de Europeanen. De aanname ligt dan voor de hand dat suppletie een belangrijke bijdrage kan leveren aan de bestrijding van deze ziektes.

Wetenschappers van tien Amerikaanse onderzoeksinstituten wilden weten wat de invloed van de vitamine D-status is op de levensverwachting en of suppletie met deze vitamine sterfte kan voorkomen. Allereerst analyseerden zij gegevens van 73 onderzoeken waaraan over een groot aantal jaren bijna 850.000 mensen in 26 landen deelnamen. Daaruit kwam onder meer naar voren dat in de Verenigde Staten vitamine D-tekort verantwoordelijk is voor 13 procent van alle sterfgevallen. Daarnaast bestudeerden zij 22 onderzoeken met controlegroepen onder bijna 31.000 mensen, waarbij suppletie met vitamine D3 over een periode van drie tot zeven jaar werd vergeleken met een placebo of helemaal geen middel. De vroegtijdige sterfte bleek er met 11 procent door af te nemen.

Hart- en vaatziekten

Toediening van vitamine C (intraveneus) en vitamine E, gevolgd door dagelijkse orale inname gedurende een maand, blijkt in vergelijking met een placebo de sterfte na een hartinfarct te verlagen. Ook leidt een supplement-combinatie van het mineraal selenium en co-enzym q10 (een belangrijke stof voor de energieproductie in de lichaamscellen) tot een sterke daling van de sterfte bij hartaandoeningen. Uit een analyse van 19 studies met bijna 533.000 deelnemers bleek een hoge inname van het mineraal magnesium de kans op hart- en vaataandoeningen met 15 procent te verlagen. Een grootschalige studie liet tevens zien dat door een hoge magnesiuminname de kans op vernauwing van de kransslagaders afneemt, in de betreffende analyse met 22 procent. Uit een ander onderzoek bleek dat een hoge magnesiuminname de kans op plotselinge hartdood sterk doet dalen.

Hoge bloeddruk

Een analyse van 29 verschillende onderzoeken met controlegroepen toont aan dat vitamine C in supplementvorm de bloeddruk verlaagt. Een vergelijkbaar effect op de bloeddruk is te bereiken met een supplement van magnesium, blijkend uit een overzicht van 22 onderzoeken met 1.200 deelnemers. Ook toonde het totaalresultaat van 70 studies aan dat de bloeddruk effectief verlaagd kan worden met supplementen van omega-3 vetzuren (visolie).

Herseninfarcten

Een ander effect van een hoge magnesiuminname is een verlaagde kans op een herseninfarct, zo bleek uit een analyse van een groot aantal onderzoeken met in totaal 241.000 proefpersonen. Het voorkómen van beroertes wordt tevens bevorderd door suppletie met B-vitaminen, een conclusie die werd getrokken uit het samengevoegde resultaat van 14 studies met bijna 55.000 deelnemers.

Kanker

In 2014 lieten wetenschappers middels dierproeven en bij vrouwen met eierstokkanker zien dat hoge doses vitamine C kankercellen vernietigen en – anders dan bij chemokuren - gezonde cellen intact laten.
Een verhoogde inname van vitamine E via de voeding of in supplementvorm verlaagt volgens een in 2012 gepubliceerde Chinese studie (1997-2006) onder 133.000 personen de kans op leverkanker.
Uit de Amerikaanse Nutritional Prevention of Cancer Trial, een elf jaar durend onderzoek met controlegroep, bleek dat suppletie met selenium het vóórkomen van prostaatkanker met 63 procent verlaagde.
Een zeven jaar durende Amerikaanse studie onder 7.728 vrouwen die na de menopauze borstkanker kregen, liet zien dat het slikken van een multi met vitaminen en mineralen de kans op overlijden met 30 procent deed afnemen.

Aids

Uit een studie in 2004 werd geconcludeerd dat een multivitamine-supplement het aantal doden door Aids met 27 procent verminderde, de progressie naar Aids halveerde en de bloedwaarden verbeterde. Uit een in 2013 gepubliceerd onderzoek bleek dat de combinatie van een multivitamine en selenium een verzwakking van het immuunsysteem afremt en de sterftekans doet dalen.

ALS

Langdurig gebruik van een vitamine-E supplement verkleint de kans op de spierziekte Amyotrofe Laterale Sclerose (ALS), blijkend uit een vijftal studies met meer dan een miljoen proefpersonen. Een dergelijk positief effect trad ook op bij een combinatie van vitamine E en meervoudig onverzadigde vetzuren en bij een hoge dosis vitamine B-12.

Ziekte van Alzheimer

Van een vitamine-E supplement toonden wetenschappers in 2014 aan dat het de voortgang van de ziekte van Alzheimer vertraagde. Het was effectiever, zowel in vergelijking met een placebo als met het reguliere middel memantine.

Bewijsvoering homeopathische geneeskunde

De al ruim twee eeuwen oude homeopathie, oorspronkelijk ontwikkeld door de Duitse arts Samuel Hahnemann (1755-1843), is gebaseerd op drie uitgangspunten.

Ten eerste de wet van de minimale dosering: de geneeskrachtige werking van een middel is het grootst bij een heel kleine hoeveelheid.
Ten tweede de wet van de gelijksoortigheid: na verdunning van een middel kan het worden ingezet tegen een kwaal die juist door datzelfde middel in onverdunde vorm wordt veroorzaakt.
En ten derde een holistische benadering: niet de ziektesymptomen staan centraal, maar (lichaam én geest van) de gehele mens.

Samuel Hahnemann / Bron: homeoint, Wikimedia Commons (Publiek domein)Samuel Hahnemann / Bron: homeoint, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Erkenning

De homeopathie ondervindt vanuit de reguliere geneeskunde veel tegenwerking, maar toch is ze in een aanzienlijk aantal landen geaccepteerd. Zo is homeopathie van overheidswege erkend in Hongarije (1977), Roemenië (1981), Tsjechië (1991), Rusland (1995), België (1999), Portugal (2003), Bulgarije (2005) en Spanje (2009).

In Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk hebben beroepsorganisaties van artsen de homeopathie erkend. In Barcelona, Berlijn en Wenen bestaan poliklinieken voor homeopathie, terwijl in het Verenigd Koninkrijk, waar al in 1950 erkenning plaatsvond, zelfs vijf homeopathische ziekenhuizen bestaan (Bristol, Glasgow, Liverpool, Londen en Tunbridge Wells). Zoals hierna nog zal blijken, kennen Zwitserland en bovenal India een lange homeopathische traditie die tot officiële erkenning heeft geleid.

Onderzoek

Wetenschappelijk gezien is de homeopathie nog aan een inhaalslag bezig, nu anders dan vroeger wordt verlangd dat medisch handelen door onderzoek wordt onderbouwd. Maar een reeks behandelingen wordt intussen door wetenschappelijke bevindingen, vooral van ná 2000, ondersteund.

Uit een overzicht van studies naar de toepassing van homeopathische middelen in de periode 1950-2014 blijkt dat bij 44 procent bewijs van werkzaamheid werd aangetoond, bij 5 procent sprake was van negatief resultaat, terwijl bij 47 procent geen conclusies over de werkzaamheid konden worden getrokken. De beste resultaten werden geboekt bij fibromyalgie (wekedelen-reuma), griep, slaapstoornissen en seizoensgebonden allergische neusverkoudheid. Ook bij een aantal andere aandoeningen zijn positieve resultaten van homeopathie bekend, zoals bij knieartrose, lage rugpijn, bijholteontsteking of het premenstrueel syndroom (PMS).

Zwitserland

In Zwitserland bestaat onder artsen relatief veel steun voor homeopathie. Dat is des te sterker onder de bevolking, waarvan 67 procent zich op 17 mei 2009 uitsprak voor opname van een aantal complementaire geneeswijzen, waaronder homeopathie, in het nationale gezondheidssysteem. Daarmee kreeg deze stroming een wettelijke status. Eind 2011 bracht de Zwitserse overheid een omvangrijk rapport uit, waarin de homeopathische geneeskunde op basis van de beschikbare onderzoeken als efficiënt en voordelig naar voren kwam.

Het Zwitserse rapportHet Zwitserse rapport
Eén van deze onderzoeken (2005), dat aan bod kwam in een door de Duitse tv-zender Bayerisches Fernsehen (BR) uitgezonden programma over homeopathie, verdient apart aandacht. Het was een double blind placebo gecontroleerd onderzoek, dat betrekking had op Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) onder kinderen. Het programma geeft een goed beeld van de successen die worden behaald met een homeopathische behandeling van deze aandoening.

Eerst kreeg één groep kinderen een homeopathisch middel en een andere groep een placebo. Vervolgens werd dat omgedraaid en in een derde periode kregen allen het homeopathische middel. Het resultaat was dat na vijf jaar bijna 90 procent van de kinderen alleen nog het homeopathische middel gebruikte of geen behandeling meer nodig had. Bij de minderheid van de kinderen die overstapte naar de reguliere ADHD-medicatie, omstreden vanwege haar bijwerkingen, verslechterden de symptomen.

India

Het meest opzienbarende nieuws komt echter uit India. Het land kent een lange traditie van homeopathie, die in de negentiende eeuw ontstond en al in 1878 leidde tot de oprichting van de eerste homeopathische hogeschool. Groot pleitbezorger aldaar was de legendarische vredesstrijder Mahatma Gandhi (1869-1948), die homeopathie beschreef als ‘een verfijnde methode om patiënten zo goedkoop en zachtaardig mogelijk te behandelen’. Homeopathie is in India een officieel erkende behandelmethode.

Het is in het Westen nauwelijks bekend, maar homeopaten weten in India op een verbluffend succesvolle manier kanker te behandelen en wel met uitsluitend homeopathische middelen. De aandacht gaat vooral uit naar het werk van de Prasanta Banerji Homeopathic Research Foundation, genoemd naar de artsen Prasanta Banerji en zijn zoon Pratip Banerji. In Nederland is de Stichting Hahnemann Homeopathie (SHH) het steunpunt voor de Foundation.

In de periode 1990-2005 behandelde de Banerji Foundation 21.888 patiënten met kwaadaardige tumoren door het inzetten van homeopathische middelen, zonder gebruik te maken van conventionele behandelingen als chemotherapie of bestraling. Daarmee bleven de patiënten gespaard voor ernstige bijwerkingen.

Uit de rapportages bleek dat in 19 procent van de gevallen (4.158 personen) de tumoren na behandeling niet meer aantoonbaar waren en de situatie bij 21 procent (4.596 personen) stabiel bleef of verbeterde. Dat betekende een hoog succespercentage van 40 procent.

Bij onder meer slokdarm-, borst- en longkanker boekten de artsen van de Banerji Foundation belangrijke successen, maar de resultaten waren vooral heel goed bij hersentumoren - een zeer moeilijk te behandelen kankersoort. Zo vond bij zes van de zeven patiënten met een glioom (een tumor vanuit de zogeheten glia-cellen in de hersenen) een complete regressie plaats.

Het Amerikaanse National Cancer Institute (NCI) deed onafhankelijk onderzoek middels een gedetailleerde analyse van de genezing van zestien patiënten met een hersentumor. Het instituut bevestigde de zeer gunstige uitkomsten van de behandelingen die zij in India hadden ondergaan.

Integratie

Gezien de goede praktijkervaringen met en de wetenschappelijke onderbouwing van complementaire behandelingen verdient het aanbeveling te streven naar een integratie van geneeswijzen. In Nederland, dat bepaald niet voorop loopt in erkenning van complementaire geneeskunde, zijn daar tegenwoordig vaker pleidooien voor te horen. Buitenslands – niet alleen in de besproken landen Zwitserland en India, maar bijvoorbeeld ook in Canada en de Verenigde Staten - is deze ontwikkeling echter al veel verder voortgeschreden.

Een belangrijke voorwaarde om de verworvenheden van reguliere en complementaire geneeskunde te kunnen bundelen, is dat vanuit het medisch establishment niet langer wordt ontkend dat niet-reguliere behandelingen in veel gevallen effectief zijn, nauwelijks schadelijke bijwerkingen kennen en door onderzoek zijn onderbouwd. Het is een kwestie van tijd voordat duidelijk zal worden dat degenen die deze geneeswijzen blijven verwerpen een achterhoedegevecht leveren.
© 2014 - 2019 Vitas, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
Alternatieve geneeswijzenNaast de reguliere geneeswijze die wij in Nederland kennen, van de huisarts en de ziekenhuizen met hun specialisten, bes…
Zorgverzekering: vergoeding alternatieve geneeswijzenZorgverzekering: vergoeding alternatieve geneeswijzenAlternatieve geneeswijzen zijn geneeswijze waarvan het niet wetenschappelijk is vastgesteld of ze daadwerkelijk werken.…
Paranormale geneeswijzenParanormale geneeswijzen zijn geneeswijzen die gebruik maken van technieken die wetenschappelijk niet of nog niet kunnen…
IOCOB de vraagbaak over complementaire geneeswijzenIOCOB de vraagbaak over complementaire geneeswijzenDe complementaire geneeskunde biedt therapieën aan die in de zogeheten reguliere geneeskunde niet erg gangbaar zijn. Toc…
Alternatieve geneesmiddelenAlternatieve geneesmiddelenEr zijn verschillende alternatieve geneesmiddelen die u kunt gebruiken. Er is een verschil tussen alternatieve geneeswij…
Bronnen en referenties
  • Gegevens zijn vooral ontleend aan databases van medische onderzoeken, in het bijzonder de wereldwijd geraadpleegde PubMed Health: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmedhealth. De exacte plaats van de gegevens is bij mij op te vragen.
  • Het televisieprogramma, waarvan sprake is in het gedeelte over homeopathie in Zwitserland, kan bekeken worden via https://www.youtube.com/watch?v=GNXud8bkHDs.
  • Voor het deel over het werk van de Banerji Foundation is vooral de special geraadpleegd van het tijdschrift Medisch Dossier (mei 2012): http://www.medischdossier.org/archief/jaargang_14/nummer_5/artikel_803
  • Afbeelding bron 1: US-Gov, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: homeoint, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Alternatieve geneeswijzen: bijgeloof of bewezen effectief?"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Vitas
Laatste update: 26-10-2014
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Natuurgeneeswijze
Bronnen en referenties: 5
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!