Lever en Galblaas

Aandoeningen aan de lever en galblaas

Aandoeningen aan de lever en galblaas

Dit artikel staat volledig in het teken van aandoeningen aan de lever en aan de galblaas. Deze aandoeningen kunnen onschuldig zijn, maar kunnen daarentegen ook levensbedreigend zijn. In dit artikel kunt u alles lezen over de aandoeningen van de lever en de galblaas, wat de symptomen zijn, en wat de (mogelijke) behandelingen van de aandoening zijn. Bij vragen en/of opmerkingen, kunt u onderaan het artikel een reactie plaatsen.


Stoornissen in de lever en/of galblaas geven nogal eens de verschijnselen van geelzucht (= icterus) te zien. Door de leverfunctie te onderzoeken door middel van een bloedonderzoek of een leverbiopsie kan men vaststellen om wat voor aandoening het gaat. Bij de leverbiopsie wordt met behulp van een naald een stukje leverweefsel afgenomen dat aan de patholoog-anatoom ter beoordeling wordt aangeboden. Om afwijkingen aan de afvoerwegen van de galblaas aan het licht te brengen, kunnen röntgencontrastonderzoeken gedaan worden. Hierbij wordt een middeltje in uw bloedbaan gespoten, of moet u een middeltje opdrinken, waardoor bepaalde delen van de galblaas zichtbaar worden op de röntgenfoto's, die anders niet te zien waren. Meestal wordt er in dit middeltje een metaal verwerkt.

Portale hypertensie

De lever is door middel van de poortader verbonden met het stroomgebied van de darm. Via deze ader wordt bloed met een hoog gehalte aan giftige stoffen, afkomstig van de darm, aangevoerd. De lever moet deze stoffen onschadelijk maken voordat het bloed in de grote circulatie terecht komt. Portale hypertensie is een te hoge bloeddruk in het portale systeem. Een te hoge bloeddruk in het portale systeem kan op drie manieren ontstaan:

  • Een proces vóór de lever (extrahepatisch). Een voorbeeld hiervan is trombose van de poortader. Dit kan leiden tot ernstige afsluiting en afvoerbelemmering van het bloed.
  • Een proces ín de lever (intrahepatisch), of een ziekte van de lever. De meest voorkomende oorzaak hiervan is levercirrose. Deze afwijking ziet men met name als gevolg van een leverontsteking (hepatitis) of als gevolg van ernstig alcoholmisbruik.
  • Een proces ná de lever (suprahepatisch). Dit is echter een minder vaak voorkomende oorzaak van portale hypertensie.

Symptomen
De symptomen bij portale hypertensie kunnen zijn:

  • Ascites. Door de hoge druk in de poortader stijgt de druk in de darmcapillairen waardoor hieruit veel vocht wordt geperst. Dit kan niet voldoende worden afgevoerd en komt daardoor in de buik terecht. Bij levercirrose zien we daarnaast ook een verminderde doorbloeding van de nieren. Daardoor worden minder zout en water uitgescheiden waardoor een grote hoeveelheid vocht in de buik terecht komt.
  • Oesophagusvarices, navelvarices en hemorroïden. De poortader heeft naast de verbinding met de lever ook nog drie verbindingen met de normale lichaamscirculatie, de zogenoemde collaterale vaten. Normaal gesproken stroomt door deze vaten nauwelijks bloed, maar bij portale hypertensie zoekt het bloed een uitweg. Deze uitweg wordt gevonden via een van deze drie verbindingen. De vaten zetten sterk uit wat kan leiden tot oesophagusvarices (spataderen van de slokdarm), navelvarices (spataderen rond de navel) en hemorroïden (aambeien).
  • Splenomegalie (een vergrote milt). Ook de druk in de miltader is verhoogd bij portale hypertensie, waardoor de milt groter wordt. Na behandeling van de portale hypertensie wordt de milt geleidelijk weer normaal van grootte.

Behandeling
De behandeling van portale hypertensie bestaat uit het aanleggen van een zogenoemde shunt. Dit is een kunstmatige verbinding tussen verschillende bloedvaten om een deel van de circulatie uit te schakelen. In dit geval legt men de portocavale shunt aan. Hierbij wordt de poortader dicht bij het punt waar hij de lever inkomt, doorgesneden. Het uiteinde aan de kant van de lever wordt gesloten, het ander uiteinde wordt verbonden met de holle ader. De ascites is moeilijker te behandelen. Men zal eerst met een streng zoutloos dieet (de nier houdt namelijk teveel zout vast), bedrust (om de nierdoorbloeding te verbeteren) en diuretica (plaspillen, plasmedicatie) proberen de ascites te verminderen.

Omdat dit vaak niet helpt, zal men een zogenoemde LeVeen-shunt inbrengen bij de patiënt. Dit is een buisje met aan een kant gaatjes en een klepmechanisme. Deze kant wordt in de buikholte gebracht, de andere kant in een ader in de hals. Wanneer nu door de in- en uitademing drukverschillen in borst- en buikholte ontstaan, wordt het ascitesvocht elke keer terug in de bloedbaan gepompt.

Hepatitis

Elk orgaan van ons spijsverteringsstelsel kan ontstoken raken, zo ook de lever. Wanneer deze ontstoken raakt, spreekt men van hepatitis. Hiervan bestaan een aantal vormen. De meest voorkomende vormen zullen hieronder besproken worden: Hepatitis A en Hepatitis B.

Hepatitis A

Hepatitis A is een leverontsteking op basis van een virusinfectie. Het is een besmettelijke ziekte die vooral voorkomt bij kinderen. Wanneer mensen in aanraking zijn geweest met het virus en vermoeden dat ze hiermee besmet zijn, kan een antistof toegediend worden waardoor ze voldoende beschermd zijn. Ondanks deze mogelijkheid moet men voorzichtig omgaan met materiaal dat afkomstig is van een hepatitis-A-patiënt. Patiënten met hepatitis A vertonen twee tot zes weken nadat ze besmet zijn met het virus de eerste verschijnselen. Ze voelen zich ziek en hebben meestal een afkeer van voedsel. Daarna ontstaat misselijkheid, zo nu en dan met braken. De patiënt klaagt over pijn rechtsboven in de buik. De urine zal donker van kleur worden, terwijl de ontlasting lichter wordt. Een groot deel van de patiënten krijgt geelzucht met ernstige jeuk. Na ongeveer twee weken neemt deze geelzucht geleidelijk af. De moeheid verdwijnt langzaam en de patiënt zal pas na enkele maanden opgeknapt zijn. Doordat het veroorzakende virus een afsluiting van de galwegen in de lever veroorzaakt, is er sprake van leverfunctiestoornissen. Dit kan in de urine en het bloed van de patiënt worden aangetoond. Complicaties komen zelden voor.

De behandeling van hepatitis A zal bestaan uit bedrust totdat de leverfuncties weer normaal zijn. Omdat de meeste patiënten een afkeer hebben van vet eten zal een vetarm, licht verteerbaar, eiwitrijk dieet voorgeschreven worden. Alcohol is uit den boze tot zeker zes maanden nadat de leverfuncties eer normaal zijn.

Hepatitis B

Hepatitis B is eveneens een leverontsteking die wordt veroorzaakt door een virus. Deze vorm van leverontsteking komt in tegenstelling tot hepatitis A vooral voor bij volwassenen. Het is een ziekte die hoort bij de groep van seksueel overdraagbare aandoeningen, omdat intiem (seksueel) contact meestal de veroorzaker is van hepatitis B. De incubatietijd (de tijd tussen de besmetting en het krijgen van de eerste ziekteverschijnselen) bedraagt bij deze vorm van hepatitis twee tot zes maanden.

De ziekte begint meestal sluipend met lichte temperatuurverhoging en pijn aan de gewrichten. De geelzucht ontwikkeld zich later dan bij hepatitis A maar blijft langer bestaan, evenals de leverfunctiestoornissen. Verder verschillen de klachten nauwelijks van de klachten bij hepatitis A. Een klein deel van de patiënten met hepatitis B krijgt een chronische hepatitis met een geleidelijk achteruitgaande leverfunctie. Een deel van de patiënten geneest na enkele jaren, bij de rest van de patiënten zijn de genezingskansen klein. In onder andere bloed, speeksel en urine kunnen antigenen worden aangetoond, wat het bewijs levert voor het bestaan van hepatitis B.

Complicaties komen bij deze vorm van leverontsteking vaker voor dan bij hepatitis A. Naast de chronische hepatitis kan zich ook een levercirrose (zie het onderwerp hieronder) ontwikkelen. Een ernstig (soms dodelijk) verloop van de ziekte komt bij hepatitis B vaker voor dan bij hepatitis A. De behandeling van hepatitis B is verder hetzelfde als bij hepatitis A.

Levercirrose

Een andere, zeer vervelende aandoening van de lever is levercirrose. Dit is een verbindweefseling van de lever. Meestal is dit het gevolg van een lang bestaande, langzame levercelbeschadiging. De belangrijkste en meest voorkomende oorzaak van leverrcirrose is alcoholmisbruik. Of dit ook echt leidt tot levercirrose is afhankelijk van de frequentie, de duur en de hoeveelheid alcohol die gedronken wordt.

Een andere oorzaak is de levercirrose ten gevolge van hepatitis B. Doordat de bloedstroom door de lever ernstig verstoord raakt, kan er portale hypertensie ontstaan. Wanneer een patiënt wordt opgenomen, zullen dan ook niet de levercirrose, maar eerder de portale hypertensie en de leverfunctiestoornissen op de voorgrond staan. De levercirrose wordt dan vaak als oorzaak van de klachten ontdekt. Naast de problemen die de portale hypertensie en leverfunctiestoornissen met zich meebrengen, kunnen zich ook hersenaandoeningen voordoen. Dit komt doordat de voor de hersenen schadelijke stoffen niet meer in de lever afgebroken kunnen worden, en dus in de hersenen terecht kunnen komen.

Om tot de diagnose levercirrose te komen zijn een aantal onderzoeken mogelijk. Bloedonderzoek kan een indruk geven van de oorzaak van de icterus die voorkomt. Daarnaast is urineonderzoek van belang. Het gehalte aan urobiline (bruine galkleurstof die door de darm aan de lever wordt afgegeven) is bij levercirrose steeds verhoogd. Dit komt doordat urobiline niet meer kan worden verwerkt en daardoor door de nieren weer wordt uitgescheiden. Een leverbiopsie kan levercirrose met zekerheid aantonen, evenals een laparoscopie waarbij het leveroppervlak kan worden beoordeeld.

Behandeling van levercirrose
Behandeling van levercirrose is moeilijk, een echt curatieve therapie is niet mogelijk. De behandeling zal zich dan ook richten op preventie en op de bestrijding van aanwezige symptomen.

  • Bedrust. Dit is alleen genoodzaakt zolang de leverfuncties gestoord zijn.
  • Dieet. Wanneer er nog geen sprake is van hersenaandoeningen zal een calorie- en eiwitrijk dieet gegeven worden om oedeem (het vasthouden van vocht) en ascites tegen te gaan.
  • Medicijnen. Omdat patiënten met levercirrose altijd veel vocht vasthouden, zullen hiertegen medicijnen gegeven worden. Deze medicatie wordt ook wel 'plasmedicatie' genoemd. Dit omdat het een vochtafdrijvend medicijn is, waardoor men vaker moet urineren dan normaal. Daarnaast kan men medicijnen geven die de bindweefselvorming remmen.
  • Punctie. Wanneer bovenstaande middelen allemaal niet helpen, kan men het ascitesvocht door middel van een punctie af laten vloeien. Dit heeft echter als nadeel dat met het ascitesvocht ook kostbare eiwitten aan het lichaam worden onttrokken. Het aanleggen van de LeVeen-shunt (zie portale hypertensie) heeft het voordeel dat deze eiwitten terug in het bloed worden gebracht.
  • Operatie. De portale hypertensie en de gevolgen daarvan verdwijnen niet door een punctie of het aanleggen van een shunt. Het aanleggen van een portocavale shunt (zie portale hypertensie) is meestal alleen palliatief. Naast complicaties als portale hypertensie en leverfunctiestoornissen zien we bij levercirrose soms het ontstaan van een primair levercarcinoom (zie hieronder).

Levercarcinomen

Primaire levertumoren komen maar zelden voor, maar hebben een duidelijke relatie met levercirrose. De klachten beperken zich tot een vage pijn in de bovenbuik. De algemene toestand van de patiënt gaat achteruit en soms ontstaan of verergeren de verschijnselen van portale hypertensie. De diagnose is moeilijk te stellen en de behandeling levert eveneens grote problemen op. Een mogelijke therapie is de levertransplantatie.

Secundaire tumoren, dat wil zeggen metastasen (uitzaaiingen) van primaire tumoren elders in het lichaam, komen veel vaker voor. Hierbij zit de primaire tumor meestal in de longen of in het maag-darmkanaal. Wat grotere metastasen zijn met behulp van echografie aan te tonen.

Een CT-scan zal ook kleinere metastasen aan kunnen tonen. Een leverbiopsie kan uitsluitsel geven over de aanwezigheid van levermetastasen. Eigenlijk zijn levermetastasen niet te behandelen. Doordat de ontgiftende werking van de lever door de metastasen natuurlijk steeds slechter wordt, zullen levermetastasen vrij snel tot de dood van de patiënt leiden. Dit komt, omdat door de verminderde werking van het lichaam, op den duur steeds meer giftige stoffen in het lichaam zullen circuleren.

Galstenen

Cholelithiasis, letterlijk vertaald de aanwezigheid van galstenen in de galblaas, komt veel voor. Deze aandoening ziet men het meest bij enigszins gezette vrouwen in de vruchtbare leeftijdsperiode. Er kunnen één of meer stenen in de galblaas aanwezig zijn. Deze geven pas klachten wanneer ze een obstructie (verhindering, verstopping) veroorzaken. Patiënten kunnen dan koliekaanvallen hebben.

Er zijn veel factoren die eenrol spelen bij het ontstaan van galstenen. Galstenen kunnen spontaan ontstaan wanneer de samenstelling van gal niet normaal is. In Westerse landen komt het vaak voor dat de concentratie cholesterol in de galblaas te hoog is, waaruit galstenen ontstaan. Ook tijdens infecties kunnen galstenen ontstaan doordat cholesterol en kalk zich rond een kern van bacteriën en leukocyten afzetten.

Ongeveer 20% van de galsteendragers heeft één of meer van de onderstaande klachten:

  • Soms een vol gevoel in de bovenbuik, met name na grote, vetrijke maaltijden.
  • Galsteenkoliek. De koliek, een zeer hevig pijn die in aanvallen komt, treedt op na kramp van de galwegen. Dit kan ontstaan doordat een steen in de galbuis vastzit. De pijn zit in de rechterbovenbuik en straalt soms uit naar een plek tussen de schouderbladen. Zo'n koliekaanval gaat meestal gepaard met misselijkheid en braken. Een patiënt zal altijd zoeken naar een houding die het minst pijn doet. Omdat de houding van een patiënt in het geval van galstenen voor de pijn geen verschil maakt, zal de patiënt voortdurend in beweging blijven.
  • Icterus, jeuk, donkere urine en stopverfontlasting. Wanneer de galsteen de galbuis volledig afsluit, ontstaat stuwing. De galkleurstof komt via de bloedvaten van de lever in de grote circulatie terecht en van daaruit in de huid en de urine. In de ontlasting komt juist geen galkleurstof meer voor en dus wordt deze bleek-grijs van kleur. Dit wordt ook wel 'stopverf-ontlasting' genoemd.

Galstenen kunnen met verschillende methoden aangetoond worden. Echografie is een onderzoek dat voor de patiënt weinig belastend is. Röntgencontrastonderzoeken als de cholecystografie en de ERCP zijn ingrijpender. Bij de cholecystografie neemt de patiënt de avond voor het onderzoek per os (= via de mond) een contrastmiddel in. De dag van het onderzoek is het middel terecht gekomen in de galblaas. Hier wordt dan een röntgenfoto van gemaakt, waarop de stenen zichtbaar worden in de vorm van uitsparingen in het contrastmiddel.

Behandeling bij koliekaanvallen
De behandeling bij een koliekaanval zal bestaan uit het toedienen van pijnstillers, eventueel in combinatie met spierverslappers. De conservatieve therapie (bij matige klachten) bestaat verder uit een vetarm dieet, waarbij kleine maaltijden worden voorgeschreven. Als er sprake is van kleine cholesterolstenen kan geprobeerd worden deze met medicijnen op te laten lossen. Dit lukt niet altijd en de kans dat de stenen terugkomen is vrij groot. Wanneer de conservatieve behandeling niet genoeg resultaat heeft of wanneer de stenen vaak terugkomen, zal de patiënt geopereerd moeten worden om de galblaas te verwijderen. Soms worden tijdens zo'n operatie ook de galwegen geopend om de stenen die zich daarin bevinden te verwijderen. Evenals bij nierstenen is het ook mogelijk om galstenen te vergruizen.

Cholangitis
Een ontsteking van de galwegen (cholangitis) is meestal het gevolg van stuwing door een ingeklemde galsteen. Dit gaat gepaard met hoge koorts en koude rillingen. Omdat er een groot gevaar is voor pus-ophoping in de galwegen en de verspreiding van pus in het bloed, zal er operatief ingegrepen moeten worden. Wanneer het pus in de bloedbaan terecht komt, ontstaat er een sepsis (bloedvergiftiging) die, wanneer er niet op tijd wordt ingegrepen, bijna altijd een dodelijke afloop heeft.

Galblaascarcinoom

Deze vorm van kanker komt weinig voor en kan een (late) complicatie zijn van galstenen. De tumoren ontwikkelen zich vooral in de galblaashals. Klachten treden pas op als de tumor al is doorgegroeid naar de lever. De algemene gezondheidstoestand van de patiënt gaat achteruit en er is sprake van een niet-pijnlijke icterus (geelzucht). Wanneer een galblaascarcinoom eenmaal klachten geeft, is er geen curatieve (operatieve) behandeling meer mogelijk. Het symptoom jeuk kan echter wel worden bestreden.

Andere informatie

Klik hier om informatie te vinden over de aandoeningen van de buik.
© 2007 - 2008 Hikari, gepubliceerd in Ziekten (Mens en Gezondheid) op 01-02-2007, laatst gewijzigd op 01-11-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Aandoeningen aan de lever en galblaas"


Door Mariet op 13-09-2007

Gedurende 26 jaar heb ik galsteenkoliekjes. Met buscopan heb ik daarmee de klachten kunnen bestrijden.
12 weken geleden ging ik erg braken gedurende een uur en had pijn in li-borst en schouderbladen. Had ik altijd tijdens aanvalletjes. Ik belandde op de e.h.b.o in het Vlietlandziekenhuis, o.a. vanwege het braken. Diagnose galstenen.

Omdat ik mijn galblaas niet wil missen, heb ik eerst een alternatieve kuur geprobeerd. Heeft niet geholpen.
Had ik maar geweten dat je dus ook een carcinoom kunt krijgen, dan was ik al van alles af geweest.

Ook ik ervaar jeuk bij de galblaas. Om deze reden schrok ik erg van dit artikel!