mijn kijk opWel of geen euthanasie?
Euthanasie is een veelbesproken discussiepunt. Het wordt in Nederland legaal toegepast bij patiënten met een lichamelijke aandoening die een uitzichtloos en ondraaglijk leiden veroorzaakt. Het is een lastig ethisch vraagstuk. Moet euthanasie mogelijk zijn?
Dansend het leven uit
“Ze stonden samen, de armen om de schouders geslagen, in de deuropening van de slaapkamer. David Postma (86) en Willemke Postma-Kloosterman (84) kozen voor een einde in het bijzijn van hun vier zoons. David had de medicijnen afgewogen en door twee bekers yoghurt gedaan. Ze hadden afgesproken het tegelijk op bed op te eten.” Het is een voorbeeld een weloverwogen beslissing op gebied van euthanasie. Een goedkeuring van de huisarts kregen ze echter niet, omdat ze volgens de arts, los van hun afnemende gezondheid, nog in staat waren om gelukkig te leven.
Euthanasiebeleid
Euthanasie, een heet hangijzer. Het wordt in Nederland legaal toegepast bij patiënten met een lichamelijke aandoening die een uitzichtloos en ondraaglijk leiden veroorzaakt. Als een arts met de patiënt tot de conclusie is gekomen dat er voor de patiënt geen redelijke andere oplossing is, moet de betreffende arts ten minste een andere, onafhankelijke arts geraadpleegd hebben en deze bovendien schriftelijk hebben laten oordelen over de situatie. De regels voor euthanasie zijn streng, in sommige gevallen zelfs té streng.
Zeggenschap over het leven
Ten eerste moeten mensen zeggenschap over hun leven hebben tot aan de dood. Terwijl je leeft is alles mogelijk, maar wanneer je beslist dat het lang genoeg geduurd heeft gaat de overheid zich er mee bemoeien. Het is onbegrijpelijk dat na een leven vol eigen keuzes en verantwoordelijkheden het zeggenschap uit handen wordt genomen door de overheid.
Ten tweede worden psychische aandoeningen vaak niet erkend als ondraaglijk. Voor artsen is het haast onmogelijk om van een geestelijke aandoening zoals depressiviteit of schizofrenie vast te stellen dat er niet mee te leven valt en het nooit meer beter wordt. Echter, vanaf 2014 gaat de regelgeving binnen de geestelijke gezondheidszorg op de schop. Regelgeving wat betreft euthanasie bij psychische aandoeningen wordt nog niet versoepeld, maar het is goed dat het aan de kaak gesteld wordt.

Daarnaast is het zo dat euthanasie op aanvraag van de patiënt, in vrijwel alle gevallen een weloverwogen keuze is. De patiënt verlangt naar de dood omdat het lijden ondraaglijk is. In veel gevallen waar door de arts geen euthanasie wordt gepleegd, zoals bij meneer en mevrouw Postma, wordt er op een andere manier suïcide gepleegd. In het geval van meneer en mevrouw Postma ging het goed, maar dat is niet altijd het geval. Het nemen van een overdosis medicijnen gaat bij gebrek aan kennis vaak mis en het springen van een gebouw is erg naar voor de nabestaanden en de omgeving. Het is bij hevig verlangen van de patiënt beter om mee te werken met de euthanasieaanvraag, dan die te weigeren met risico op vervelende zelfmoordpogingen.
Economisch aspect
Het economische aspect speelt ook nog mee. Een patiënt die nog zeker twee jaar te lijden heeft voordat de rust gevonden is, houdt, hoe hard het ook klinkt, een bed bezet voor jongere patiënten vol toekomstplannen, met uitzicht op verbetering. Er moet voor de lijdende patiënt gedurende die twee jaar schoongemaakt en gekookt worden, wat de overheid geld kost.
Tegenstanders van euthanasie betrekken vaak het geloof bij hun argumentatie. Voor de betreffende arts en patiënt zou gelden dat alleen God kan beslissen wanneer het einde van het leven daar is. Dat is hoogst merkwaardig. Ten eerste omdat er vanuit wordt gegaan dat God voor ons zorgt en ons helpt in moeilijke tijden. God zou nooit voor een bitter, pijnlijk einde zorgen. Door de secularisatie in Nederland is het ook nog eens zo dat de groep orthodoxe aanhangers van het geloof die dit tegenargument beaamt, steeds kleiner wordt. Toekomstgericht denken is belangrijk en in die toekomst waarover wij denken zal wetenschap een steeds grotere rol spelen. Gelovigen hoeven zelf geen euthanasie te plegen als zij dat niet willen, maar dat wil niet zeggen dat het door de overheid verboden moet worden.
Rouwverwerking
Ten slotte komt euthanasie de rouwverwerking van nabestaanden ten goede. De vier zoons van meneer en mevrouw Postma geven aan het ‘fantastisch’ te vinden dat ze op deze manier afscheid hebben kunnen nemen van hun ouders. ‘We hebben het afscheid al gehad voor hun overlijden.’ Ook voor nabestaanden kan het ondraaglijk zijn om familielid of vriend constant te zien lijden. Hen zal altijd nablijven dat het een nare dood was, een lijdensweg. Het is in veel van die gevallen veel beter om te zien dat het de keuze was van de patiënt, zodat er kan worden teruggedacht aan een vredig einde.
Kortom
De regelgeving wat betreft euthanasie moet versoepeld worden. Ten eerste omdat zeggenschap oven hun leven moeten hebben tot aan de dood. Daarnaast moet het toegankelijker worden omdat de regelgeving binnen de geestelijke gezondheidszorg versoepeld wordt en geestelijke aandoeningen vaak wel een reden zijn voor euthanasie. Bovendien is euthanasie een prettigere manier van suïcide dan een poging van de patiënt op eigen houtje. De toekomst zal meer gericht zijn op wetenschap dan geloof. Gelovigen hoeven zelf geen euthanasie te plegen als zij dat niet willen, maar dat wil niet zeggen dat het door de overheid verboden moet worden. Euthanasie komt tevens de rouwverwerking van nabestaande ten goede. Verdriet wordt een stuk beter verwerkt wanneer je iemand ‘dansend het leven uit ziet gaan’.