Klinefelter syndroom: oorzaak, symptomen, vruchtbaarheid

Inhoud artikel
- Chromosomen: dragers van erfelijke eigenschappen
- Oorzaak Klinefelter
- Hoe komt de aandoening aan de naam Klinefelter?
- Hoe vaak komt Klinefelter voor?
- Andere namen voor Klinefelter
- Erfelijkheid Klinefelter
- Symptomen Klinefelter
- Diagnose Klinefelter
- Behandeling Klinefelter
- Prognose Klinefelter
- Klinefelter en vruchtbaarheid
- Nederlandse Klinefelter Vereniging
Chromosomen: dragers van erfelijke eigenschappen
We hebben 23 paar chromosomen in totaal: 46 chromosomen in totaal dus. 22 paar zijn gelijk voor man en vrouw, het 23ste paar zijn de geslachtschromosomen. Zoals de naam het al zegt, zij bepalen het geslacht van een persoon. Een vrouw heeft twee X-chromosomen als geslachtschromosomen, een man een X-chromosoom en een Y-chromosoom als geslachtschromosomen.Oorzaak Klinefelter
- Bij Klinefelter heeft een man één of meer extra X-chromosomen. Dus in plaats van 46 chromosomen, 47 of meer chromosomen. Meestal gaat het om 47-XXY, maar er zijn ook andere mogelijkheden zoals 48-XXXY of 49-XXXXY is ook mogelijk. Waarom een eicel of een zaadcel meer dan een geslachtschromosoom levert is niet duidelijk. Het wordt wel frequenter gezien bij ouders die pas op wat oudere leeftijd een kind krijgen.
- De fout kan ook pas tijdens de celdelingen na de bevruchting ontstaan. Een deel van de cellen heeft dan gewoon een X-chromosoom en een Y-chromosoom, het andere deel heeft meerdere X-chromosomen: mozaïcisme.
Hoe komt de aandoening aan de naam Klinefelter?
De aandoening is genoemd naar Dr. F. Klinefelter, een Amerikaans arts die het ziektebeeld in 1942 heeft vastgesteld en heeft beschreven.Hoe vaak komt Klinefelter voor?
Hierbij is een onderverdeling te maken in de verschillende vormen:- 47-XXY: bij circa een op de zevenhonderd jongens.
- 48-XXXY bij circa twee op de honderdduizend tot zes op de honderduizend jongens.
- 49-XXXXY bij circa een op de vijfentachtig- tot honderduizend jongens.
Andere namen voor Klinefelter
- Syndroom van Klinefelter
- SvK
- Klinefelter syndroom
- Klinefelter syndrome
- 47 XXY syndrome
- XXY trisomie
- XXY syndroom
Erfelijkheid Klinefelter
Klinefelter lijkt geen erfelijke aandoening te zijn. Wel neemt bij toenemende leeftijd van de moeder de kans op een zoon met Klinefelter licht toe. Bij behandeling van de vruchtbaarheid in verband met Klinefelter is de kans op een zoontje met Klinefelter iets groter.Symptomen Klinefelter
Welke verschijnselen er optreden kan heel verschillend zijn per persoon, het hangt ook samen met de vorm van Klinefelter. Is er sprake van meer dan één geslachtschromosoom te veel dan is de achterstand in ontwikkeling vaak ernstiger. Symptomen die mogelijk op kunnen treden:Kinderleeftijd
- Op jonge leeftijd zie je soms dat de motorische ontwikkeling wat trager verloopt zoals later lopen, minder goed in sport.
- Taal- en spraakstoornissen, gevoelens en gedachten minder gemakkelijk onder woorden kunnen brengen. Het zich niet goed kunnen uiten kan leiden tot driftbuien.
- Meer behoefte hebben aan slaap dan leeftijdsgenoten.
- Sneller moe, minder kracht hebben en daarom de voorkeur hebben voor rustige spelactiviteiten.
- Verlegen, zich wat sneller terugtrekken.
- Het zelfvertrouwen is niet zo groot, snel op de kop laten zitten door dominante kinderen.
- Concentratievermogen kan minder zijn.
Ouder kind, volwassene
- Langer qua lichaamslengte dan gemiddeld, langere armen, langere benen.
- Minder baardgroei.
- Ontwikkeling spiermassa is wat minder.
- Enige ontwikkeling van de borsten: gynaecomastie (iets meer kans om borstkanker te ontwikkelen als volwassene).
- Vrouwelijke vetverdeling.
- Groei van de testikels blijft wat achter in de puberteit.
- Minder aanmaak van testosteron (dit zijn mannelijke geslachtshormonen).
- Leerproblemen.
- Moeilijkheden wat betreft gedrag.
- Sneller last hebben van vermoeidheid.
- Concentratieverlies.
- Moeite met zeggen wat gedacht wordt.
- Na puberteit is de kans op spataderen wat groter.
- Soms is er sprake van een hartklepafwijking.
- Ernstige vruchtbaarheidsproblemen (niet altijd bij mannen bij wie niet in alle cellen een extra X-chromosoom aanwezig is).