22q11.2 deletiesyndroom: Multisystemische aandoening
Het 22q11.2-deletiesyndroom is een genetische aandoening die ontstaat door het ontbreken van een klein segment van chromosoom 22. Deze deletie resulteert in een slechte ontwikkeling van verschillende lichaamssystemen, waaronder het hart, de hersenen, het immuunsysteem, de bijschildklieren, het skelet en het gehemelte. De symptomen van deze aandoening zijn zeer variabel en kunnen zich op verschillende manieren manifesteren, meestal duidelijker naarmate het kind ouder wordt. De behandeling vereist vaak een multidisciplinair team van specialisten, aangezien er anno augustus 2024 nog geen genezing mogelijk is. De prognose varieert sterk afhankelijk van de ernst van de symptomen en de betrokken orgaansystemen.- Synoniemen van 22q11.2-deletiesyndroom
- Epidemiologie van het 22q11.2-deletiesyndroom
- Incidentie en prevalentie
- Leeftijd en geslacht
- Geografische spreiding
- Mechanisme
- Genetische basis
- Invloed op genexpressie
- Verstoringen in embryonale ontwikkeling
- Oorzaken: Willekeurige deletie van chromosoom 22
- Risicofactoren
- Genetische oorzaken
- Erfelijkheid en genetische variabiliteit
- Omgevingsfactoren en externe invloeden
- Risicogroepen
- Gezinnen met een voorgeschiedenis van het syndroom
- Draagsters van de genetische deletie
- Vrouwen die zwanger zijn na bepaalde leeftijd
- Symptomen
- Alarmsymptomen
- Hartafwijkingen
- Immuundeficiëntie en infecties
- Ontwikkelingsvertragingen en psychiatrische symptomen
- Diagnose en onderzoeken
- Behandeling
- Beperkte thymusklierfunctie
- Gespleten gehemelte
- Hartafwijkingen
- Hypoparathyreoïdie
- Psychische stoornissen en geestelijke gezondheidszorg
- Prognose van het 22q11.2-deletiesyndroom
- Levensverwachting
- Impact op kwaliteit van leven
- Complicaties
- Preventie
- Genetisch advies
- Prenatale diagnostiek
- Praktische tips voor het leven met 22q11.2 deletiesyndroom
- Zoek steun bij een specialist
- Let op mentale gezondheid en emotioneel welzijn
- Ondersteun de ontwikkeling van sociale vaardigheden
- Pas het voedingspatroon aan indien nodig
- Plan regelmatige medische controleafspraken
- Misvattingen rond 22q11.2 deletiesyndroom
- Het 22q11.2 deletiesyndroom is zeldzaam en heeft weinig impact
- Alleen kinderen hebben last van het 22q11.2 deletiesyndroom
- Mensen met het 22q11.2 deletiesyndroom hebben allemaal dezelfde symptomen
- Het 22q11.2 deletiesyndroom kan alleen worden gediagnosticeerd bij jonge kinderen
- Er is geen behandeling voor het 22q11.2 deletiesyndroom
- Mensen met het 22q11.2 deletiesyndroom kunnen niet een normaal leven leiden
Synoniemen van 22q11.2-deletiesyndroom
Het 22q11.2-deletiesyndroom staat ook bekend onder verschillende andere namen, waaronder:- 22q11.2DS
- Autosomaal dominante Opitz G/BBB-syndroom
- CATCH22
- Conotruncale anomalie gezichtssyndroom (CTAF)
- Cayler cardiofaciaal syndroom
- Conotruncaal syndroom
- Deletie 22q11.2-syndroom
- DiGeorge-syndroom
- Sedlackova-syndroom
- Shprintzen-syndroom
- Velo-cardio-faciaal syndroom
- Velocardiofaciaal syndroom (VCFS)
Epidemiologie van het 22q11.2-deletiesyndroom
Het 22q11.2 deletiesyndroom is een genetische aandoening die wordt gekarakteriseerd door een deletie op chromosoom 22. Deze aandoening komt relatief vaak voor, met een geschatte incidentie van 1 op 4.000 tot 1 op 6.000 geboorten. Het syndroom heeft verschillende klinische manifestaties, variërend van mild tot ernstig, en kan zowel lichamelijke als psychologische gevolgen hebben.Incidentie en prevalentie
De prevalentie van het 22q11.2 deletiesyndroom is wereldwijd vrij consistent, met een incidentie van ongeveer 1 op 4.000 tot 1 op 6.000. Het syndroom is de op één na meest voorkomende genetische oorzaak van aangeboren hartafwijkingen en heeft een breed scala aan symptomen die van invloed zijn op verschillende orgaansystemen, waaronder het immuunsysteem, het zenuwstelsel en de spieren.Leeftijd en geslacht
Het 22q11.2 deletiesyndroom komt zowel bij mannen als vrouwen voor, hoewel er geen significant verschil is in de frequentie van de aandoening tussen de geslachten. De meeste gevallen worden op jonge leeftijd gediagnosticeerd, hoewel milde gevallen soms pas op latere leeftijd worden ontdekt.Geografische spreiding
Dit syndroom komt wereldwijd voor, maar er zijn geen specifieke geografische variaties in de prevalentie. De genetische basis van het 22q11.2 deletiesyndroom is universeel, wat betekent dat het in alle etnische groepen voorkomt.Mechanisme
Het 22q11.2 deletiesyndroom wordt veroorzaakt door een deletie van een specifiek segment van chromosoom 22, dat belangrijke genen bevat die betrokken zijn bij de ontwikkeling van verschillende organen en systemen. De deletie leidt tot een aantal lichamelijke en neurologische afwijkingen.Genetische basis
De genetische oorzaak van het 22q11.2 deletiesyndroom is een microdeletie op het lange arm van chromosoom 22 (22q11.2). Deze deletie verwijdert een aantal genen die essentieel zijn voor de ontwikkeling van het hart, het immuunsysteem, het zenuwstelsel en andere organen. Het verlies van deze genen verstoort de normale ontwikkeling en functie van de betrokken systemen.Invloed op genexpressie
De deletie van specifieke genen op chromosoom 22 beïnvloedt de genexpressie, wat leidt tot de brede variëteit van symptomen die gepaard gaan met het syndroom. Dit kan variëren van hartafwijkingen tot neurologische aandoeningen en psychologische symptomen zoals een verhoogd risico op psychose en autismespectrumstoornissen.Verstoringen in embryonale ontwikkeling
De deletie op chromosoom 22 beïnvloedt de embryonale ontwikkeling, vooral de ontwikkeling van structuren zoals het hart, de nieren, de gezichtsstructuren en de thymus. Dit veroorzaakt een breed scala aan fysieke en immunologische symptomen, evenals een verhoogd risico op psychische aandoeningen.Oorzaken: Willekeurige deletie van chromosoom 22
Het 22q11.2-deletiesyndroom wordt veroorzaakt door een deletie van een klein segment op chromosoom 22 (22q11.2), waarbij 30 tot 40 genen verloren gaan. Deze deletie gebeurt vaak willekeurig tijdens de bevruchting, zowel aan de kant van de moeder als de vader. Hierdoor kunnen verschillende lichaamssystemen zich abnormaal ontwikkelen. In zeldzame gevallen is de aandoening erfelijk, en ongeveer 10% van de patiënten erft het via een autosomaal dominant patroon.Risicofactoren
Er zijn verschillende risicofactoren die de kans op het ontwikkelen van het 22q11.2 deletiesyndroom verhogen, hoewel het voornamelijk een genetische aandoening is. Sommige factoren kunnen de expressie van het syndroom beïnvloeden, zoals omgevings- en gezondheidsfactoren.Genetische oorzaken
De belangrijkste risicofactor voor het 22q11.2 deletiesyndroom is het erfelijk dragen van de genetische deletie op chromosoom 22. In veel gevallen wordt het syndroom overgeërfd van een ouder die de deletie draagt, hoewel het ook kan optreden door een de novo mutatie (zonder dat het van de ouder afkomstig is).Erfelijkheid en genetische variabiliteit
Het 22q11.2 deletiesyndroom heeft een autosomaal dominante overervingswijze. Dit betekent dat één kopie van het gemuteerde gen in een van de ouders voldoende is om het syndroom te veroorzaken. Echter, niet alle familieleden van een getroffen persoon vertonen dezelfde ernst of het volledige spectrum van symptomen, wat wijst op genetische variabiliteit.Omgevingsfactoren en externe invloeden
Hoewel het syndroom genetisch wordt bepaald, kunnen omgevingsfactoren zoals voeding, infecties of blootstelling aan toxines tijdens de zwangerschap de ernst van de symptomen beïnvloeden. Er is echter weinig bekend over hoe deze omgevingsfactoren de klinische presentatie van het syndroom precies beïnvloeden.Risicogroepen
Mensen die risico lopen op het 22q11.2 deletiesyndroom zijn vaak degenen die familieleden hebben die drager zijn van de genetische deletie of mensen die al een kind met het syndroom hebben. De aandoening komt echter in alle bevolkingsgroepen voor.Gezinnen met een voorgeschiedenis van het syndroom
Gezinnen waarin eerder een kind met het 22q11.2 deletiesyndroom is geboren, lopen een verhoogd risico om opnieuw een kind met dezelfde aandoening te krijgen. Draagsters van de genetische deletie kunnen deze aan hun kinderen doorgeven.Draagsters van de genetische deletie
Mensen die drager zijn van de deletie, kunnen zelf milde of asymptomatische gevallen hebben, maar het risico op het krijgen van een kind met het 22q11.2 deletiesyndroom is verhoogd. Genetisch advies kan nuttig zijn voor gezinnen met een positieve familiegeschiedenis.Vrouwen die zwanger zijn na bepaalde leeftijd
Hoewel het syndroom niet specifiek leeftijdsgebonden is, kan het risico op genetische afwijkingen toenemen met de leeftijd van de moeder. Dit verhoogt de kans op chromosomale afwijkingen, zoals het 22q11.2 deletiesyndroom.Symptomen
De symptomen van het 22q11.2-deletiesyndroom variëren sterk, afhankelijk van de aangetaste organen en systemen. Deze symptomen kunnen mild tot ernstig zijn en zijn vaak al vanaf de geboorte aanwezig, hoewel ze soms pas later duidelijk worden. De kenmerkende gezichtskenmerken van deze aandoening zijn vaak subtieler of zelfs afwezig bij mensen van niet-blanke afkomst.Mogelijke symptomen zijn onder andere:
- Abnormale gelaatstrekken zoals een lang gezicht, micrognathie (onderontwikkelde kin), kleine tanden, neerwaartse mondhoeken, laag aangezette en misvormde oren, en oculair hypertelorisme (ver uit elkaar staande ogen)
- Ademhalingsproblemen
- Auto-immuunziekten zoals idiopathische trombocytopenie purpura, auto-immune hemolytische anemie, auto-immune artritis, en schildklierafwijkingen
- Bijschildklierafwijkingen, waaronder hypoparathyreoïdie (verminderde activiteit van de bijschildklier) met mogelijk hypocalciëmie (laag calciumgehalte in het bloed) en toevallen
- Cyanose (blauwkleuring van de huid) door hartafwijkingen zoals een ventrikelseptumdefect, truncus arteriosus en tetralogie van Fallot
- Gespleten gehemelte of andere gehemeltestoornissen, die kunnen leiden tot voedingsproblemen
- Vertraagde groei en ontwikkeling, inclusief spraak- en andere ontwikkelingsstoornissen
- Frequente infecties door een slecht werkend immuunsysteem
- Gedragsproblemen zoals ADHD en autismespectrumstoornissen
- Gehoorverlies
- Oogproblemen zoals coloboom, cataract, strabismus (scheelzien), ptosis (hangend ooglid), amblyopie (lui oog), en sclerocornea (verharding van het hoornvlies)
- Problemen met de ontwikkeling van het strottenhoofd, de luchtpijp en de slokdarm (laryngotracheo-oesofageale anomalieën)
- Psychische stoornissen zoals schizofrenie, depressie, angst, en bipolaire stoornissen
- Skeletafwijkingen zoals extra vingers of tenen, wigvormige ruggengraatbotten, craniosynostose (vroegtijdige fusie van de schedelnaden), en scoliose (zijwaartse kromming van de wervelkolom)
- Thymusklierafwijkingen zoals een T-lymfocytentekort, wat kan leiden tot ernstige infecties
- Verhoogd risico op vormen van kanker zoals hepatoblastoom, niercelcarcinoom en Wilms-tumor (nierkanker bij kinderen)