Help, mijn kind heeft de bof!
Er zijn talloze virussen waar mensen ziek van kunnen worden. Dat geldt met name voor de meest kwetsbaren, dus vooral kleine kinderen. Kinderen kunnen, als ze nog jong zijn, met verschillende kinderziekten te maken krijgen. Eén van die kinderziekten is de 'bof'. Wat is het en wat kun je tegen de bof doen?
De bof
De bof is een op zich meestal onschuldige kinderziekte, die wordt veroorzaakt door een virus uit de groep van
paramyxovirussen. De ziekte wordt ook wel dikoor genoemd, of met de moeilijke naam:
parotitus epidemica.
Herkennen van de bof
Misschien wel het meest kenmerkende en in het oog springende bij de bof is de dikke wang. Dit wordt veroorzaakt doordat de bijoorspeekselklier ontstoken raakt (vandaar dat de bof ook wel 'dikoor' wordt genoemd). De mond kan minder ver geopend worden dan normaal. Slikken is pijnlijk, eten en drinken daardoor dus ook. Kinderen met de bof hebben, veroorzaakt door de ontsteking, ook verhoging en een droge mond. Het is mogelijk dat de gewrichten pijnlijk worden.
Besmetting
Je kunt besmet raken met de bof door minuscule druppeltjes in de lucht, veroorzaakt door het hoesten van iemand die al besmet is. Je loopt gevaar op besmetting van zes dagen vóór tot negen dagen nadat de zwellingen van de wang(en) zijn begonnen. Ben je eenmaal besmet, dan kan het twee tot drie weken duren voor je zelf ook ziek wordt.
Behandeling van de bof
Omdat de bof door een virus wordt veroorzaakt, kun je met medicijnen (antibiotica) niets doen. Het lichaam moet zelf de nodige antistoffen aanmaken, waarna ook bescherming tegen nieuwe infecties met dit virus optreedt. Natuurlijk kun je wel de eventuele pijn bestrijden, veel rusten en veel drinken.
Complicaties
In zeldzame gevallen kan een infectie met de bof in de kinderjaren ook andere infecties tot gevolg hebben en tot complicaties leiden. In minder dan 1 % van de gevallen kan hersenvliesontsteking (meningitis) optreden. In nog veel zeldzamere gevallen kunnen complicaties optreden als hersenontsteking, ontsteking van eileider of testikels, ontsteking van de alvleesklier, blindheid en doofheid. De dus al zeldzaam voorkomende complicaties leiden vervolgens zelden tot blijvende problemen.
De bof bij volwassenen
Als je de bof krijgt na je puberteit, dus als volwassene, dan is de kans op complicaties groter. Zo krijgt 25% van de volwassenen mannen, die besmet raken met de bof, ook last van teelbalontsteking. Hoewel bij het grote publiek het idee bestaat dat dit altijd leidt tot onvruchtbaarheid, blijkt in de praktijk uit onderzoeken dat dit erg meevalt. Het blijkt dat steriliteit bij mannen zelden door de bof wordt veroorzaakt.
Vaccinatie en bescherming
Tot 1987 kwam de bof in Nederland veel voor. In dat jaar werd het
BMR-vaccin geïntroduceerd, dan een bescherming moest bieden tegen de bof, de mazelen en rodehond. Kinderen krijgen deze vaccinatie twee keer, als ze veertien maanden oud zijn en als ze negen jaar oud zijn (in België wordt de tweede BMR gegeven als kinderen tussen tien en dertien jaar oud zijn). De tweede vaccinatie is nodig, omdat in 5% van de gevallen de eerste vaccinatie onvoldoende bescherming biedt. En dan nog, besmetting met de bof blijkt in een klein aantal van de gevallen nog steeds mogelijk. Wie de bof eenmaal gehad heeft, is beter beschermd tegen nieuwe besmettingen dan het vaccin kan doen.
En als je zwanger bent?
Bij volwassenen is de kans op complicaties groter, en dat geldt dus ook voor zwangeren. Ben je niet gevaccineerd tegen de bof en heb je de bof zelf nooit gehad, dan leidt besmetting in de eerste drie maanden van je zwangerschap in veel gevallen tot een miskraam. Je kunt, ook later in je zwangerschap, van de bof flink ziek zijn. Het is dus zaak besmetting met de bof te voorkomen. Inenting tijdens de zwangerschap mag niet, omdat je gebruik maakt van het virus zelf, wat juist tot de ongewenste complicaties zou leiden.
Voor zwangeren: Voorkom de bof
Ga, als je gezinsuitbreiding plant, goed na of je tegen de bof bent ingeënt. In de meeste gevallen, als je na 1987 in Nederland of België bent geboren, zal het antwoord hierop 'ja' zijn. Aangetekend moet worden, dat sommige ouders uit geloofsoverwegingen vaccinaties bij hun kinderen hebben geweigerd.
Huisarts
Heb je vragen over de bof, over het verloop van de ziekte bij je kind? Weet je niet zeker of de verdikking van de wang wel op de bof duidt? Neem bij twijfel altijd contact op met je huisarts. Deze kan de juiste diagnose stellen en je bovendien goede adviezen geven.