Infauste prognose, ongunstig
Bij een ziekte hoort een diagnose en een prognose. De diagnose wordt gesteld aan de hand van onderzoeken en testresultaten: om welke ziekte gaat het? De prognose is de verwachting en de kans op genezing. Een infauste prognose betekent een ongunstige prognose. Voor levensbedreigende ziekten betekent dit dat hier vaak ook een overlevingskans aan vast hangt: hoe lang leeft de gemiddelde patiënt met deze ziekte? Een infauste prognose is in sommige gevallen onterecht gesteld doordat de resultaten of de diagnose verkeerd is gesteld. Ook en foetale infauste prognose komt voor: het ongeboren kind heeft weinig overlevingskansen.Infauste prognose: betekenis
Infaust betekent ongunstig. In de medische wereld gebruiken we de term infauste prognose om aan te duiden dat de kans op genezing zeer klein is. Vaak wordt dit gebruikt bij ernstige ziekten zoals bij kanker of aids. Toch kunnen ook minder ernstige ziekten een infauste prognose hebben. De kans op genezing is dan klein maar de ziekte zelf is niet levensbedreigend. We spreken dan van een chronische ziekte.Ongunstig
Een ziekte of afwijking is altijd ongunstig. Of het nou gaat om een milde ziekte of om een ernstige en levensbedreigende ziekte. Niemand zit immers te wachten op een ziekte die het leven beïnvloed. De term infaust betekent ongunstig en wordt bij ziekte gebruikt. Maar omdat iedere ziekte ongunstig is zouden we ook ieder ziekte infaust kunnen noemen. Om verwarring te voorkomen spreken we daarom van een infauste prognose. Deze prognose wordt gesteld na het afnemen van testen en onderzoeken. Hieruit volgt een diagnose en een prognose. Bij een infauste prognose zal er sprake zijn van een palliatieve behandeling. Deze behandeling is niet gericht op genezing van de ziekte maar op het draaglijk maken van de ziekte.Levensverwachting
Bij de meeste ziekten volgt een prognose: hoe groot is de kans op genezing. In de meeste gevallen ziet de prognose er gunstig uit. Een infauste prognose is een ongunstige prognose, de kans op genezing is zeer klein. Bij levensbedreigende ziekten volgt naast de infauste prognose ook de levensverwachting. De levensverwachting wordt berekend door een groep mensen met dezelfde ziekte in een zelfde stadium met elkaar te vergelijken. Hoeveel procent van deze groep is na een aantal jaar nog in leven? Hier wordt een gemiddelde van genomen en dat geeft de levensverwachting. Bij de meeste ziekten wordt de vijfjaars of de tienjaarsoverleving gebruikt, zoals bij kanker.Bij kanker wordt vaak de vijfjaarsoverleving gebruikt. Deze kan heel erg verschillen. Zo heeft placentakanker een vijfjaarsoverleving van 95 procent. Huidkanker scoort 87 tot 93 procent. Borstkanker, een veel voorkomende kanker, scoort tegenwoordig 83 tot 85 procent. Nierkanker 58 procent, hersentumor 22 procent en alvleesklierkanker scoort het laagst: slechts 5 procent.
In de jaren '90 was de prognose voor mensen met aids slecht. Aids is het ziektebeeld dat ontstaat wanneer iemand besmet raakt met het HIV (virus). Het virus kan 10 tot 20 jaar sluimeren maar kan plots omslaan in de ziekte aids. Halverwege de jaren '90 leefde iemand met aids nog slecht 1 tot 2 jaar. Tegenwoordig is de overleving gestegen naar ruim 30 jaar. Toch blijft een ziekte als aids, ondanks een hogere levensverwachting dan vroeger, een infauste prognose hebben. De kans op genezing is bij aids vrijwel nihil. Voor sommige vormen van kanker geldt dat ze een gunstige prognose hebben (huidkanker of placentakanker), terwijl andere vormen van kanker een infauste prognose hebben (alvleesklierkanker en longkanker).