Probleem of stoornis: Pavor nocturnus en slaapwandelen
De pavor nocturnus ofwel nachtschrik is een beangstigende ervaring die zich voordoet tijdens de slaap en, anders dan een nachtmerrie, niets met dromen te maken heeft.Hierbij is de betrokkene verzonken in een diepe fase 4 slaap waar hij plotseling in grote ontzetting uit ontwaakt, wat dikwijls vergezeld gaat van gillen, huilen, een snelle ademhaling en zweten. Hij kan zich actief tegen kalmeringspogingen van anderen verzetten door te trappen en om zich heen te slaan als om een denkbeeldig kwaad af te weren.
Meestal wordt hij niet volledig wakker, maar gaat weer onder zeil zonder zich de volgende morgen iets van de episode te herinneren. Als u tijdens de pavor nocturnus wél wakker wordt zult u zich verward en gedesoriënteerd voelen.
Een pavor nocturnus zal zich voornamelijk voordoen aan het begin van de nacht, wanneer men het diepste slaapt. Gewoonlijk bestaat er geen verband met een of andere droominhoud of een nachtmerrie. Het vaakst doet dit verschijnsel zich voor bij kinderen 6% van alle kinderen heeft er weleens last van, vergeleken met nog geen 1% van de volwassenen. Het probleem begint gewoonlijk tussen het vierde en twaalfde jaar en verdwijnt tijdens de adolescentie vanzelf.
Diagnose volgens DSM IV
- Volgens het diagnostisch handboek hebt u een reëel probleem met pavor nocturnus als sprake is van het volgende:
- Het gebeurt dikwijls dat u plotseling wakker schiet met een schreeuw en diverse tekenen van enorme angst (zoals een jagende pols, een hijgende ademhaling en zweten).
- Anders dan bij nachtmerries, herinnert u zich bij het wakker worden geen akelige droom en u bent het voorval de volgende morgen vergeten.
- U (of uw familie) vindt deze episodes zo akelig dat u professionele hulp inroept.
Slaapwandelen
Bij slaapwandelen gaat het om herhaaldelijk optredende episodes — gewoonlijk van enkele minuten tot een half uur — waarin de betrokkene slapend en wel rondloopt, ergens gaat zitten, wat praat of iets eet. Een slaapwandelaar schijnt zich niet van zijn omgeving bewust te zijn, heeft de blik op oneindig en reageert niet op pogingen van anderen om hem te wekken. Het kan zijn dat u uit bed komt, naar beneden gaat, iets eet, het toilet bezoekt of zelfs het huis uit gaat.De patient praat slecht gearticuleerd en is moeilijk te verstaan. Ofschoon er tijdens het slaapwandelen gewoonlijk alleen simpele handelingen worden verricht, worden er soms ook ingewikkelde bezigheden uitgevoerd zoals het besturen van een auto of bedienen van machines.
Ook gebeuren daarbij weleens gekke dingen: men doet bijvoorbeeld een plas in de keuken of kruipt in andermans bed. Soms kan de slaapwandelaar de indruk wekken ergens voor weg te lopen, alsof hij een naderend gevaar ontvlucht.
Als men hem wakker krijgt (wat bijzonder moeilijk is), is hij eventjes de kluts kwijt en bereikt dan weer een normale wakende toestand. Als hij daarna weer naar bed gaat en verder slaapt, weet hij ‘s morgens soms niets meer van het gebeurde.
Dit kan vervelend zijn als u ergens anders wakker wordt dan waar u zich oorspronkelijk te slapen heeft gelegd, terwijl u geen idee heeft hoe of waarom u daar terecht gekomen bent. Het slaapwandelen treedt gewoonlijk op in fase 3 of van de REM slaap, meestal vroeg in de nacht. Zulke episodes kunnen in de hand worden gewerkt door alcohol- of middelengebruik bij iemand die daar vatbaar voor is.
In de kindertijd komt slaapwandelen veel voor zo’n 20 tot 30% van de kinderen heeft minstens én keer geslaapwandeld. Maar bij een kleine 5% komt het vaker voor. Het begint normaliter tussen het vierde en achtste jaar en verdwijnt tijdens de adolescentie vanzelf. Een kind dat slaapwandelt, wil uit gêne over dit probleem dikwijls niet bij vriendjes logeren of op een kamp gaan.