Artrose en het gebruik van Scutellaria en Acacia catechu
Uit onderzoeken blijkt dat een combinatie van 2 planten Scutellaria baicalensis en Acacia catechu pijnstillend en ontstekingswerend werkt bij artrose en andere chronische gewrichtklachten.Van alle gewrichtsaandoeningen is artrose de meest voorkomende. Artrose wordt door velen, ook door artsen, nog steeds een slijtage- of verouderingsaandoening genoemd. Reumatoïde artritis wordt dan 'ontstekingsreuma' of 'echte reuma' genoemd, terwijl artrose wordt aangeduid met 'slijtagereuma'. Dit leidt dan ook nogal eens tot het professionele advies dat men er maar mee moet leren leven. In de internationale literatuur wordt artrose vaak osteoarthritis genoemd. Met de uitgang -itis geeft men aan dat er wel degelijk sprake is van een ontsteking.
Artrose is een langzaam verlies van gewrichtskraakbeen. Het tempo waarin het kraakbeen verdwijnt, verschilt per patiënt en per gewricht. Daarnaast wordt het ziekteproces gekenmerkt door versterkte stofwisseling in het onderliggende bot. Door prikkeling van het gewrichtsvlies, de synoviale membraan, ontstaat een gewrichtsontsteking. Patiënten krijgen last van pijn, stijfheid en ten slotte ook van functieverlies.
Scutellaria baicalensis
Scutellaria baicalensis of te wel glidkruid, wordt gerekend tot de familie van de lamiaceae (lipbloemigen). Deze plant groeit in Japan, Korea, Mongolie en Rusland, op zonnige hellingen, op droge zandgrond. De gedroogde wortel wordt al meer dan 2000 jaar in de traditionele Chinese geneeskunde gebruikt om koorts, hypertensie, hoesten, urineweg problemen, ontstekingen, allergieën, hyperlipidemie en atherosclerose te behandelen (heet en dorstig). In 'the British Herbal Pharmacopeia' wordt Scutellaria baicalensis, Baical skullcap geïndiceerd als sedativum.Het hier gebruikte extract van de wortel van Scutellaria baicalensis bevat 82,2% baicaline en bevat verder nog andere zogenaamde vrije-B-ring flavonoiden: wogonine-7-O-G-glucuronide, oroxylin A 7-OG-glucuronide en baicaleine. Baicaleine wordt ook door de darmflora gevormd uit baicaline
Acacia catechu
Acacia catechu, in het Nederlands Catechuboom genoemd, wordt gerekend tot de familie van de Fabaceae (vlinderbloemigen). Deze doornige boom die tot 15 meter hoog kan worden, komt voor in Azië, China, India, en in het gebied van de Indische oceaan. Hij wordt ook wel Catechu, Cachou of Black Cutch genoemd. De bast bevat sterke antioxidanten met adstringerende, ontstekingsremmende, antibacteriële en anti-mycotische kwaliteiten. Het extract van de bast wordt gebruikt bij keelpijn en diarree. Extract van het kernhout wordt gebruikt als kleurstof, looimiddel en conserveermiddel. De belangrijkste component in het extract van de bast en het kernhout is Catechine, met daarnaast een geringe hoeveelheid van het catechine enantiomeer epicatechine en van andere flavanen.Acacia en Scutellaria samen werkzaam tegen artrose
Een combinatiepreparaat Sculacia werd door Burnett et al 2007 onderzocht in een ontstekingsmodel bij muizen. Anderen (Levy et al 2007) vergeleken de effectiviteit en bijwerkingen van Sculacia met die van Naproxen bij patiënten met artrose van de knie.In dit laatste onderzoek (Levy et al 2007) kregen 103 patiënten met graad 2-3 artrose van de knie gedurende 4 weken in een dubbelblinde vergelijkende studie twee maal per dag 500 mg Sculacia of 500 mg Naproxen. Als parameters voor de effectiviteit werden de WOMAC (Western Ontario and McMaster Universities Osteoarthritis Index) score en VAS (Visual Analogue Scale) voor ongemak en globale respons ingevuld door de patiënten, en werd de VAS voor globale respons ingevuld door de artsen. Sculacia en Naproxen bleken na 4 weken even effectief in het verbeteren van de klachten. Ook bleken ze, in deze korte periode van 4 weken, even veilig. Wel vertoonde de Naproxen groep een sterkere trend tot het ontwikkelen van oedeem en niet specifieke klachten van het bewegingsapparaat.