Kortedarmsyndroom: te weinig (functionerende) dunne darm
Een volwassene heeft een dunne darm van zo'n vijf meter lang. In de dunne darm wordt het grootste deel van de benodigde voedingsstoffen door ons lichaam opgenomen. Bij het kortedarmsyndroom is een aanzienlijk deel van deze darm afwezig of functioneert niet goed. Hierdoor ontstaan spijsverteringsproblemen, met klachten als gewichtsverlies, vetdiarree en vermoeidheid tot gevolg. Op termijn ontstaan ernstiger klachten door een chronisch gebrek aan belangrijke voedingsstoffen.Het spijsverteringsproces start zodra er voedsel in je mond komt. Tijdens het kauwen, beginnen de enzymen in het speeksel al met het verteren van bepaalde voedingsstoffen. Je eten wordt vervolgens via je slokdarm naar de maag vervoerd. Met behulp van het maagsap, dat door de maag wordt aangemaakt, gaat de vertering van het voedsel hier verder. In het maagsap zitten onder andere maagzuur en spijsverteringsenzymen, die het eten zodanig afbreken dat het later door de darmwand kan worden opgenomen.
Belangrijke rol dunne darm bij de spijsvertering
Het belangrijkste deel van de spijsvertering vindt in de dunne darm plaats. Hier worden voedingsstoffen als eiwitten, vetten, mineralen en vitaminen via de darmwand aan het bloed afgegeven. We hebben deze voedingsstoffen nodig als bouwstoffen (om bijvoorbeeld te groeien) en om ons lichaam van energie te voorzien. Vetten zijn daarnaast van belang voor de goede opname van vetoplosbare vitamines A, D, E en K.Als de dunne darm goed functioneert, blijft er van het voedsel niet meer over dan een dunne brij van onverteerbare voedselresten. Deze brij wordt naar de, ruim één meter lange, dikke darm vervoerd. Hier worden vocht, zouten en (de resterende) mineralen uit de brij gehaald en aan het bloed afgegeven. Wat rest is ingedikte ontlasting, die via de endeldarm en anus ons lichaam verlaat.
Te weinig (functionerende) dunne darm aanwezig
Bij het kortedarmsyndroom, ook wel short bowel syndroom genoemd, is er nog maar twee meter of minder van de dunne darm aanwezig of functioneert slechts twee meter of minder van de darm(wand) goed. Als nog de helft of meer van de dunne darm aanwezig is, treden er doorgaans nauwelijks of geen klachten op. De dunne darm heeft namelijk een enorme reservecapaciteit. Daarnaast hebben onze darmen een groot aanpassingsvermogen, waardoor de dikke darm tot op bepaalde hoogte functies van de dunne darm kan overnemen. Bij kinderen is dit aanpassingsvermogen groter dan bij volwassenen. Zij kunnen zelfs met een dunne darm van minder dan twee meter nog goed groeien.Ernstige klachten door malabsorptie
De klachten bij het kortedarmsyndroom ontstaan vooral door malabsorptie; een verminderde opname van belangrijke voedingsstoffen. Hoe kleiner het deel van de dunne darm dat resteert of goed functioneert, hoe erger de klachten. In eerste instantie ontstaan klachten als gewichtsverlies, (vet)diarree en vermoeidheid. De vetdiarree wordt veroorzaakt door de te grote hoeveelheid vetten die in de ontlasting achterblijven. Hierdoor ontstaat een dunne, vettige en plakkerige brij. Normaliter worden de vetten uit het voedsel via de wand van de dunne darm opgenomen in het bloed. Hier zijn ze ondermeer van belang voor de goede opname van vetoplosbare vitamines A, D, E en K. Als het vet niet of onvoldoende wordt opgenomen, verdwijnt het weer uit het lichaam. Samen met de vetoplosbare vitamines. Bij het kortedarmsyndroom verdwijnen daarnaast ook andere belangrijke voedingsstoffen, zoals eiwitten en mineralen, met de ontlasting uit ons lichaam. Langdurige malabsorptie leidt op den duur dan ook tot een (ernstig) tekort aan eiwitten, mineralen en vitaminen, met tal van klachten tot gevolg.Eiwitten zijn ondermeer van groot belang voor de groei en voor de instandhouding en het herstel van cellen in ons lichaam (spieren, huid, skelet, haren, tanden). Daarnaast spelen ze een rol in het immuunsysteem en bij de aanmaak van hormonen. Een tekort aan eiwitten leidt in het begin vooral tot het breken van de nagels en het minder snel genezen van wondjes. Uiteindelijk kunnen bloedarmoede, kortademigheid, groeiachterstand, spierafname en een sterk verhoogde vatbaarheid voor bacteriële en virale infecties optreden. Een tekort aan vitaminen en mineralen kan ondermeer zorgen voor een gebrekkige conditie van de haren (dof) en de huid (droog en schilferig) en voor ernstige huidontstekingen. Ook kunnen problemen met de botten (pijn, ontkalking) en spieren (slapte, krampen) ontstaan en in ernstiger gevallen nachtblindheid, bloedarmoede, een vertraagde bloedstolling en bloedingen.
Verergering klachten bij verwijderen (deel) dikke darm
De klachten nemen toe als ook een deel van de dikke darm verwijderd wordt. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat de dikke darm gedeeltelijk de functies van de dunne darm overneemt. Dit aanpassingsvermogen vermindert als de dikke darm niet meer volledig is. Daarnaast wordt bij een (gedeeltelijke) verwijdering van de dikke darm ook vaak de klep van Bauhin verwijderd. Deze klep zit tussen de dunne en de dikke darm en zorgt ervoor dat de inhoud en de bacteriën van de dikke darm niet naar de dunne darm kunnen (terug)stromen. Als de klep verwijderd wordt, kunnen bacteriën uit de dikke darm in de dunne darm terechtkomen en zorgen voor extra vetdiarree en verlies van vocht en mineralen.Grotere kans op nierstenen en galstenen
Galstenen worden meestal gevormd in de galblaas. Over de oorzaak van het ontstaan van galstenen is nog niet veel bekend. De samenstelling van de galvloeistof speelt hierbij waarschijnlijk een rol. Galvloeistof bestaat ondermeer uit water, cholesterol, vetten, galzouten en bilirubine. Als de samenstelling van deze vloeistof verstoord raakt (mogelijk onder invloed van het kortedarmsyndroom), kunnen er kristallen (galstenen) gevormd worden. Wanneer de galstenen blijven groeien, kunnen ze vast komen te zitten in de dunne buisjes die van de gal naar de dunne darm lopen. Dit kan leiden tot ernstige pijn in de bovenbuik, misselijkheid, braken, geelzucht en ontkleurde ontlasting.
Oorzaken kortedarmsyndroom
Het kortedarmsyndroom wordt veroorzaakt doordat een groot deel van de dunne darm verdwenen is of niet goed functioneert. Het verwijderen van een deel van de dunne darm kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn na een ernstig ongeval of bij de ziekte van Crohn (een chronische darmontsteking) of een andere (chronische) darmaandoening. Een kronkel in de dunne darm (volvulus) kan ertoe leiden dat een deel van de dunne darm afknelt en uiteindelijk afsterft. Door de plotselinge draaiing van de darm, kan het voedsel niet meer goed door de darm heen. Blijft de draaiing langer bestaan, dan belemmert dit de bloedtoevoer naar het afgeknelde deel van de darm. Dit kan daardoor afsterven, waardoor een levensbedreigende situatie kan ontstaan. Ook een bloedstolsel in de slagader van de dunne darm (trombose) kan de doorbloeding van de darm ernstig belemmeren. Uiteindelijk kan dit leiden tot het afsterven van een deel van de dunne darm.Diagnose kortedarmsyndroom
Bij aanhoudende darmklachten zal de huisarts je doorverwijzen naar het ziekenhuis. Zeker wanneer bij een eerdere operatie een (groot) deel van de dunne darm is verwijderd, zal snel de link worden gelegd met het kortedarmsyndroom. Aan de hand van bloedonderzoek, urineonderzoek en ontlastingonderzoek kan bekeken worden of je een tekort hebt aan belangrijke voedingsstoffen. Door de lengte van de dunne darm te meten, kan de diagnose met zekerheid gesteld worden.Een goede behandeling is per persoon verschillend en hangt af van de lengte van de dunne darm die nog aanwezig is of goed functioneert, de ernst van de klachten en het tekort aan belangrijke voedingsstoffen.