InfoNu.nl > Mens en Gezondheid > Aandoeningen > Kortedarmsyndroom: te weinig (functionerende) dunne darm

Kortedarmsyndroom: te weinig (functionerende) dunne darm

Kortedarmsyndroom: te weinig (functionerende) dunne darm Een volwassene heeft een dunne darm van zo'n vijf meter lang. In de dunne darm wordt het grootste deel van de benodigde voedingsstoffen door ons lichaam opgenomen. Bij het kortedarmsyndroom is een aanzienlijk deel van deze darm afwezig of functioneert niet goed. Hierdoor ontstaan spijsverteringsproblemen, met klachten als gewichtsverlies, vetdiarree en vermoeidheid tot gevolg. Op termijn ontstaan ernstiger klachten door een chronisch gebrek aan belangrijke voedingsstoffen. Het spijsverteringsproces start zodra er voedsel in je mond komt. Tijdens het kauwen, beginnen de enzymen in het speeksel al met het verteren van bepaalde voedingsstoffen. Je eten wordt vervolgens via je slokdarm naar de maag vervoerd. Met behulp van het maagsap, dat door de maag wordt aangemaakt, gaat de vertering van het voedsel hier verder. In het maagsap zitten onder andere maagzuur en spijsverteringsenzymen, die het eten zodanig afbreken dat het later door de darmwand kan worden opgenomen.
Het spijsverteringsstelsel: 1=slokdarm, 2=maag, 3=dunne darm, 4=appendix, 5=blindedarm, 6=dikke darm, 7=endeldarm, 8=anus / Bron: Edelhart Kempeneers, Wikimedia Commons (Publiek domein)Het spijsverteringsstelsel: 1=slokdarm, 2=maag, 3=dunne darm, 4=appendix, 5=blindedarm, 6=dikke darm, 7=endeldarm, 8=anus / Bron: Edelhart Kempeneers, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Na ongeveer drie uur verlaat het voedsel de maag en gaat naar de dunne darm.

Belangrijke rol dunne darm bij de spijsvertering

Het belangrijkste deel van de spijsvertering vindt in de dunne darm plaats. Hier worden voedingsstoffen als eiwitten, vetten, mineralen en vitaminen via de darmwand aan het bloed afgegeven. We hebben deze voedingsstoffen nodig als bouwstoffen (om bijvoorbeeld te groeien) en om ons lichaam van energie te voorzien. Vetten zijn daarnaast van belang voor de goede opname van vetoplosbare vitamines A, D, E en K.

Als de dunne darm goed functioneert, blijft er van het voedsel niet meer over dan een dunne brij van onverteerbare voedselresten. Deze brij wordt naar de, ruim één meter lange, dikke darm vervoerd. Hier worden vocht, zouten en (de resterende) mineralen uit de brij gehaald en aan het bloed afgegeven. Wat rest is ingedikte ontlasting, die via de endeldarm en anus ons lichaam verlaat.

Te weinig (functionerende) dunne darm aanwezig

Bij het kortedarmsyndroom, ook wel short bowel syndroom genoemd, is er nog maar twee meter of minder van de dunne darm aanwezig of functioneert slechts twee meter of minder van de darm(wand) goed. Als nog de helft of meer van de dunne darm aanwezig is, treden er doorgaans nauwelijks of geen klachten op. De dunne darm heeft namelijk een enorme reservecapaciteit. Daarnaast hebben onze darmen een groot aanpassingsvermogen, waardoor de dikke darm tot op bepaalde hoogte functies van de dunne darm kan overnemen. Bij kinderen is dit aanpassingsvermogen groter dan bij volwassenen. Zij kunnen zelfs met een dunne darm van minder dan twee meter nog goed groeien.

Ernstige klachten door malabsorptie

De klachten bij het kortedarmsyndroom ontstaan vooral door malabsorptie; een verminderde opname van belangrijke voedingsstoffen. Hoe kleiner het deel van de dunne darm dat resteert of goed functioneert, hoe erger de klachten. In eerste instantie ontstaan klachten als gewichtsverlies, (vet)diarree en vermoeidheid. De vetdiarree wordt veroorzaakt door de te grote hoeveelheid vetten die in de ontlasting achterblijven. Hierdoor ontstaat een dunne, vettige en plakkerige brij. Normaliter worden de vetten uit het voedsel via de wand van de dunne darm opgenomen in het bloed. Hier zijn ze ondermeer van belang voor de goede opname van vetoplosbare vitamines A, D, E en K. Als het vet niet of onvoldoende wordt opgenomen, verdwijnt het weer uit het lichaam. Samen met de vetoplosbare vitamines. Bij het kortedarmsyndroom verdwijnen daarnaast ook andere belangrijke voedingsstoffen, zoals eiwitten en mineralen, met de ontlasting uit ons lichaam. Langdurige malabsorptie leidt op den duur dan ook tot een (ernstig) tekort aan eiwitten, mineralen en vitaminen, met tal van klachten tot gevolg.

Eiwitten zijn ondermeer van groot belang voor de groei en voor de instandhouding en het herstel van cellen in ons lichaam (spieren, huid, skelet, haren, tanden). Daarnaast spelen ze een rol in het immuunsysteem en bij de aanmaak van hormonen. Een tekort aan eiwitten leidt in het begin vooral tot het breken van de nagels en het minder snel genezen van wondjes. Uiteindelijk kunnen bloedarmoede, kortademigheid, groeiachterstand, spierafname en een sterk verhoogde vatbaarheid voor bacteriële en virale infecties optreden. Een tekort aan vitaminen en mineralen kan ondermeer zorgen voor een gebrekkige conditie van de haren (dof) en de huid (droog en schilferig) en voor ernstige huidontstekingen. Ook kunnen problemen met de botten (pijn, ontkalking) en spieren (slapte, krampen) ontstaan en in ernstiger gevallen nachtblindheid, bloedarmoede, een vertraagde bloedstolling en bloedingen.

Verergering klachten bij verwijderen (deel) dikke darm

De klachten nemen toe als ook een deel van de dikke darm verwijderd wordt. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat de dikke darm gedeeltelijk de functies van de dunne darm overneemt. Dit aanpassingsvermogen vermindert als de dikke darm niet meer volledig is. Daarnaast wordt bij een (gedeeltelijke) verwijdering van de dikke darm ook vaak de klep van Bauhin verwijderd. Deze klep zit tussen de dunne en de dikke darm en zorgt ervoor dat de inhoud en de bacteriën van de dikke darm niet naar de dunne darm kunnen (terug)stromen. Als de klep verwijderd wordt, kunnen bacteriën uit de dikke darm in de dunne darm terechtkomen en zorgen voor extra vetdiarree en verlies van vocht en mineralen.

Grotere kans op nierstenen en galstenen

Een niersteen / Bron: Robert R. Wal, Wikimedia Commons (Publiek domein)Een niersteen / Bron: Robert R. Wal, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Mensen die lijden aan het kortedarmsyndroom hebben een groter risico op het ontstaan van nierstenen en galstenen. Nierstenen worden gevormd wanneer er in de urine overmatig veel afvalstoffen aanwezig zijn. Uit deze afvalstoffen kunnen kristallen ontstaan. Als de kristallen groot genoeg zijn, kunnen ze vast komen te zitten in bijvoorbeeld de urineleider en voor uiteenlopende klachten zorgen: pijn in de onderrug, pijn aan de zijkant van de buik, misselijkheid, braken, bloed in de urine en vaker moeten plassen. Bij mensen met het kortedarmsyndroom bestaat een grotere kans dat er stoffen in de urine zitten die daar niet thuishoren of dat de gangbare afvalstoffen in hogere concentraties voorkomen. Het verliezen van te veel vocht door het slecht functioneren van de dunne darm speelt hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol.

Galstenen worden meestal gevormd in de galblaas. Over de oorzaak van het ontstaan van galstenen is nog niet veel bekend. De samenstelling van de galvloeistof speelt hierbij waarschijnlijk een rol. Galvloeistof bestaat ondermeer uit water, cholesterol, vetten, galzouten en bilirubine. Als de samenstelling van deze vloeistof verstoord raakt (mogelijk onder invloed van het kortedarmsyndroom), kunnen er kristallen (galstenen) gevormd worden. Wanneer de galstenen blijven groeien, kunnen ze vast komen te zitten in de dunne buisjes die van de gal naar de dunne darm lopen. Dit kan leiden tot ernstige pijn in de bovenbuik, misselijkheid, braken, geelzucht en ontkleurde ontlasting.

Oorzaken kortedarmsyndroom

Het kortedarmsyndroom wordt veroorzaakt doordat een groot deel van de dunne darm verdwenen is of niet goed functioneert. Het verwijderen van een deel van de dunne darm kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn na een ernstig ongeval of bij de ziekte van Crohn (een chronische darmontsteking) of een andere (chronische) darmaandoening. Een kronkel in de dunne darm (volvulus) kan ertoe leiden dat een deel van de dunne darm afknelt en uiteindelijk afsterft. Door de plotselinge draaiing van de darm, kan het voedsel niet meer goed door de darm heen. Blijft de draaiing langer bestaan, dan belemmert dit de bloedtoevoer naar het afgeknelde deel van de darm. Dit kan daardoor afsterven, waardoor een levensbedreigende situatie kan ontstaan. Ook een bloedstolsel in de slagader van de dunne darm (trombose) kan de doorbloeding van de darm ernstig belemmeren. Uiteindelijk kan dit leiden tot het afsterven van een deel van de dunne darm.

Diagnose kortedarmsyndroom

Bij aanhoudende darmklachten zal de huisarts je doorverwijzen naar het ziekenhuis. Zeker wanneer bij een eerdere operatie een (groot) deel van de dunne darm is verwijderd, zal snel de link worden gelegd met het kortedarmsyndroom. Aan de hand van bloedonderzoek, urineonderzoek en ontlastingonderzoek kan bekeken worden of je een tekort hebt aan belangrijke voedingsstoffen. Door de lengte van de dunne darm te meten, kan de diagnose met zekerheid gesteld worden.

Een goede behandeling is per persoon verschillend en hangt af van de lengte van de dunne darm die nog aanwezig is of goed functioneert, de ernst van de klachten en het tekort aan belangrijke voedingsstoffen.

Vermindering klachten door verhoogde voedselinname

In de eerste plaats wordt, in samenwerking met een diëtist, een dieetadvies gegeven. Wanneer de klachten niet al te erg zijn, is een verhoogde voedselinname over het algemeen voldoende: vaker kleine maaltijden, energierijke tussendoortjes, voedingssupplementen en eventueel extra sondevoeding. Om de darmen te ontzien is het verstandig om voeding te gebruiken die lactose- en vetarm is. Lactose en vetten leiden bij mensen met het kortedarmsyndroom namelijk vaak tot diarree. De darmen kunnen daarnaast te grote hoeveelheden voedsel niet goed verwerken. Door zes tot acht keer per dag kleine maaltijden te eten, help je je darmen bij de opname van voedingsstoffen. Om uitdroging te voorkomen is het tot slot belangrijk om voldoende te drinken. Mensen met het kortedarmsyndroom verliezen (door diarree) relatief veel vocht. Dit moet aangevuld worden. In ernstiger gevallen kan er, ondanks de verhoogde voedselinname, toch een tekort aan voedingsstoffen blijven bestaan. Er wordt dan gekozen voor zogenaamde parenterale voeding. De voedingsstoffen worden dan via een katheter direct in de bloedbaan gebracht. Meestal is het voldoende om periodiek op deze wijze voedsel te krijgen toegediend. Sommige mensen met het kortedarmsyndroom zijn echter volledig afhankelijk van parenterale voeding.

Behandeling met medicijnen

In aanvulling op een goed dieet, kan de arts medicijnen voorschrijven om de klachten te verminderen. Maagzuurremmers zijn vaak noodzakelijk, omdat de maag meer maagzuur gaat produceren wanneer een groot deel van de dunne darm is verwijderd. Daarnaast zijn er antidiarree medicijnen beschikbaar die de beweging van de darm vertragen. Vocht en zouten worden dan beter door de darm opgenomen en de ontlasting wordt meer ingedikt. Ook medicijnen die galzouten in de ontlasting binden worden vaak voorgeschreven. Galvloeistof (met daarin galzouten) wordt vanuit de gal naar de dunne darm vervoerd en is daar nodig voor de vertering van vetten. De galzouten worden bij een gezonde dunne darm weer door de darmwand opnieuw in het lichaam opgenomen. Bij mensen met het kortedarmsyndroom is deze opname verstoord en komen er teveel galzouten in de ontlasting terecht, waardoor diarree ontstaat. Met de juiste medicijnen kan deze vorm van diarree worden verminderd. Tot slot kan het nodig zijn om antibiotica te krijgen toegediend. Soms ontstaan er door de veranderingen in de dunne darm extra veel bacteriën in de darm. Bij een verwijdering van de klep van Bauhin, die op de overgang van de dunne naar de dikke darm zit, is dit zeker het geval. Zonder deze klep, kunnen bacteriën uit de dikke darm gemakkelijk in de dunne darm terechtkomen. De bacteriën zorgen voor extra klachten als (vet)diarree, buikpijn en gewichtsverlies. Veel mensen met het kortedarmsyndroom krijgen periodiek een antibioticakuur voorgeschreven.

Behandeling met een operatie of dunnedarmtransplantatie

Als de behandeling met aangepaste voeding en medicijnen niet of onvoldoende werkt, kan bij kinderen soms een operatie worden uitgevoerd, waarmee het functionerende darmoppervlak wordt vergroot. Bij volwassenen is zo'n operatie niet mogelijk. Een ingrijpende en moeilijke transplantatie van de dunne darm is dan een mogelijkheid. Een dergelijke transplantatie kan uitgevoerd worden bij volwassenen en kinderen als parenterale voeding geen of niet langer een optie is (door bijvoorbeeld het ontstaan van leverschade, ernstige infecties, slecht toegankelijke bloedbaan of slechte kwaliteit van leven). Er zijn wereldwijd nog geen 2.000 mensen die een dunnedarmtransplantatie hebben ondergaan.

Lees verder

© 2011 - 2019 Tamira, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
Het Kortedarmsyndroom (Short Bowel Syndroom)Het Kortedarmsyndroom (Short Bowel Syndroom)Een patiënt met het kortedarmsyndroom, ook wel het Short Bowel Syndroom (SBS) genoemd, heeft een tekort aan goed functio…
Kortedarmsyndroom: symptomen, oorzaak en behandelingKortedarmsyndroom: symptomen, oorzaak en behandelingHet kortedarmsyndroom is een aandoening die mensen treft van wie een groot deel van de dunne darm operatief is verwijder…
Wat te doen bij spastische darmen?Wat te doen bij spastische darmen?Een spastische darm wordt ook wel een prikkelbare darm genoemd. Met een prikkelbare darm heb je wekenlang buikpijn. Met…
Spijsvertering van eiwit, vet en koolhydratenSpijsvertering van eiwit, vet en koolhydratenSpijsvertering van voedsel gebeurt met de hulp van enzymen. Uit eiwitten worden enzymen gemaakt door het lichaam zelf. E…
Motoriek in maag en darm (spijsverteringskanaal)Motoriek in maag en darm (spijsverteringskanaal)In het spijsverteringskanaal zijn verschillende contractiepatronen te onderscheiden. Het begint al in de slokdarm met pe…
Bronnen en referenties
  • www.mlds.nl
  • www.gezondenzo.net
  • www.gezondheidsnet.nl
  • http://commons.wikimedia.org
  • Afbeelding bron 1: Edelhart Kempeneers, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: Robert R. Wal, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Kortedarmsyndroom: te weinig (functionerende) dunne darm"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Tamira
Gepubliceerd: 13-12-2011
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Aandoeningen
Bronnen en referenties: 6
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!