Ovariumcyste: een (goedaardig) gezwel in de eierstokken
Een ovariumcyste is een met vocht gevuld blaasje in of aan de eierstok. Het is een vrij vaak voorkomende aandoening, die vooral bij meisjes en vrouwen in de vruchtbare leeftijd wordt gezien. Verreweg de meeste cysten zijn goedaardig en verdwijnen vanzelf weer. Een kleine cyste geeft bijna nooit klachten. Grotere cysten kunnen vage buikpijn, bekkenpijn of problemen met de menstruatie veroorzaken. Bepaalde aandoeningen verhogen het risico op de vorming van eierstokcysten.De eierstokken (ovaria) bevinden zich in de onderbuik van de vrouw, links en rechts van de baarmoeder. Ze zijn amandelvormig, hebben een lengte van 2 tot 4 cm en een breedte van 1,5 tot 2 cm. De afmetingen zijn vooral afhankelijk van de leeftijd van de vrouw; een vrouw van 25 tot 30 jaar heeft de grootste eierstokken. In de eierstokken liggen de follikels (eiblaasjes), waarin de eitjes groeien en rijp worden. Bij vruchtbare vrouwen wordt eens per maand, bij de ovulatie, een rijp eitje afgescheiden. Via de eileider wordt dit eitje naar de baarmoeder vervoerd, waar het eventueel door een zaadcel bevrucht kan worden. Een niet bevruchte eicel wordt tijdens de menstruatie, samen met bloed en baarmoederslijmvlies, uit het lichaam verwijderd. De eierstokken produceren ook verschillende (vrouwelijke) hormonen, onder meer oestrogeen en progesteron, die van invloed zijn op de menstruatiecyclus.
Een ovariumcyste of cyste van de eierstok, is een holte in de eierstok waar vocht in zit. De eierstok is hierdoor meestal groter dan normaal. Het vocht dat in de cyste zit varieert van helder, dun en waterig tot troebel, dik en stroperig. De afmetingen van de cyste lopen uiteen van een kleine boon tot een flinke meloen. Zowel het soort vocht als de afmetingen zijn afhankelijk van het soort cyste. Een ovariumcyste is vrijwel altijd goedaardig. Een kwaadaardige cyste, die eierstokkanker veroorzaakt, komt slechts zeer zelden voor en wordt vooral gezien bij vrouwen die ouder zijn dan 40 jaar.
Follikelcyste: de meest voorkomende cyste in de eierstok
Minder vaak voorkomende cysten in of aan de eierstok
In tegenstelling tot de meeste ovariumcysten, ontstaat een cystadenoom vanuit cellen die de buitenkant van de eierstok bedekken. De cyste is meestal met een steeltje aan de eierstok verbonden en kan, omdat hij vrij in de buikholte ligt, erg groot worden. De cystadenoom kan gevuld zijn met een dunne vloeistof (sereuze cystadenoom) of een dikke, slijmachtige tot stroperige vloeistof (mucineuze cystadenoom). Dit soort cysten verdwijnt over het algemeen niet vanzelf, maar blijft in verreweg de meeste gevallen wel altijd goedaardig. Een cystadenoom komt vaker voor bij vrouwen die ouder zijn dan 40 jaar.Nadat een rijp eitje uit de follikel (eiblaasje in de eierstok) is gekomen, verandert de follikel in het corpus luteum (gele lichaam). Wordt het eitje bevrucht, dan vormt het gele lichaam hormonen (progesteron) die helpen bij de zwangerschap. Blijft het eitje onbevrucht, dan krimpt het gele lichaam en wordt het afgestoten. Soms gebeurt dit laatste echter niet en blijft het gele lichaam bestaan. Het kan zich dan vullen met vocht of bloed. Dit wordt een corpus luteum cyste genoemd. Een corpus luteum cyste kan zo'n 6 centimeter groot worden, maar verdwijnt meestal binnen een paar maanden vanzelf weer.
Naast bovengenoemde ovariumcysten, bestaan er nog een paar (zeer) zeldzame soorten cysten in de eierstok.
Verhoogd risico op de ontwikkeling van ovariumcysten
Bepaalde aandoeningen geven een verhoogd risico op de ontwikkeling van eierstokcysten. Bij het Polycysteus ovarium syndroom (PCOS) is het evenwicht tussen de verschillende hormonen die door de eierstokken geproduceerd worden veranderd. Polycysteus betekent ‘meerdere cysten’. Vrouwen die lijden aan PCOS hebben een sterk verhoogd risico op de ontwikkeling van veel kleine, goedaardige cysten in de eierstokken. Omdat bij PCOS de eicellen niet of onregelmatig groeien en er daardoor geen of een erg onregelmatige eisprong optreedt, ontstaan er bij deze aandoening ook problemen met de menstruatie (onregelmatige, erg lichte of geen menstruatie) en de vruchtbaarheid. PCOS is één van de belangrijkste oorzaken van onvruchtbaarheid. Daarnaast zorgt een teveel aan testosteron (mannelijk hormoon) vaak voor overmatige haargroei in het gezicht, de onderbuik en op de borstkas, voor minder haar op het hoofd en voor acne. Ook lijden veel vrouwen met PCOS aan obesitas. De aandoening komt vaak voor; naar schatting heeft tien tot vijftien procent van de vouwen PCOS. De oorzaak is niet precies bekend. Waarschijnlijk spelen insulineresistentie en erfelijke factoren een rol. PCOS is niet te genezen. De symptomen kunnen (deels) wel behandeld worden.Klachten door ovariumcysten
Kleine cysten geven meestal geen klachten. Grotere cysten kunnen leiden tot vage buikpijn en een doffe pijn in het bekken (meestal aan één kant) of pijn tijdens de geslachtsgemeenschap. Bij een corpus luteum cyste kan de normale werking van het gele lichaam verstoord raken, waardoor de menstruatie onregelmatig wordt of wegblijft. Ook een lichtere of juist hevigere menstruatie of vaginaal bloedverlies na de menopauze, kan door bepaalde cysten veroorzaakt worden. Grote cysten kunnen druk uitoefenen op aangrenzende organen, zoals het rectum of de blaas, waardoor plasproblemen of obstipatie kunnen ontstaan. Soms worden cysten zo groot dat de buik dikker wordt.De klachten worden heviger wanneer er in de cyste een bloeding ontstaat, de cyste openbarst en de inhoud in de buikholte terechtkomt of wanneer de cyste om zijn as draait. Ook de eierstok zelf kan, wanneer hij door de cyste erg vergroot is, zich ronddraaien. De bloedtoevoer neemt hierdoor af. Dergelijke complicaties zorgen voor een acute, hevige en stekende buikpijn, die soms gepaard gaat met misselijkheid en koorts. Een spoedoperatie is dan noodzakelijk.
Diagnose en behandeling van ovariumcysten
Op basis van de klachten en de medische voorgeschiedenis zal de huisarts of gynaecoloog een inwendig onderzoek uitvoeren. Een vergrote eierstok of een cyste aan de buitenkant van de eierstok is meestal vrij goed te voelen. Als een afwijking wordt geconstateerd, zal aanvullend een echografie gemaakt worden. Hiermee kan de grootte van de cyste en het aantal cysten worden vastgesteld. Ook het soort cyste wordt met een echografie meestal duidelijk. De cyste kan eventueel ook worden aangeprikt (punctie), om de inhoud (het vocht) te onderzoeken. Als de echografie geen uitsluitsel geeft of als er een vermoeden is op een kwaadaardige afwijking, wordt een CT-scan van de buik en het kleine bekken of een laparoscopie (kijkoperatie van de buik) uitgevoerd.Kleine, goedaardige cysten hoeven in principe niet te worden behandeld. Wel wordt in dat geval meestal een regelmatige controle door de gynaecoloog geadviseerd. Bij twijfel over de soort cyste of wanneer de cyste groter is dan 7 cm in doorsnede, wordt de cyste operatief verwijderd. Bij vrouwen ouder dan 50 jaar worden soms ook kleinere cysten verwijderd, omdat de kans op een kwaadaardige verandering wat groter is. Een dermoïdcyste wordt, vanwege de complicaties die hij kan geven, altijd verwijderd. Soms wordt ook de door de cyste aangetaste eierstok verwijderd. Kwaadaardige cysten worden samen met de desbetreffende eierstok en eileider verwijderd.