InfoNu.nl > Mens en Gezondheid > Diversen > Zelfvertrouwen, de invloed van genen en wat er aan te doen

Zelfvertrouwen, de invloed van genen en wat er aan te doen

Zelfvertrouwen, de invloed van genen en wat er aan te doen Hoe komt het dat sommigen veel en anderen weinig vertrouwen hebben in hun eigen mogelijkheden? Onderzoek toont aan dat genen, hierbij een rol spelen. Zij hebben invloed op hersenprocessen. Maar omdat hersenen plastisch en maakbaar zijn, kan een ieder met zelfinzicht eraan werken om het zelfvertrouwen te vergroten. Positieve self talk blijkt hierbij een belangrijke pijler.

Wat wordt verstaan onder zelfvertrouwen?

Zelfvertrouwen wordt over het algemeen gedefinieerd als het zekere gevoel dat je de taak die je zou willen of wilt aanpakken ook aan kan. (1) Dit zekere gevoel wordt gekarakteriseerd als het absolute geloof in je eigen mogelijkheid. Door zelfvertrouwen kom je in actie. Door angst, dat het niet zal lukken, wordt het zelfvertrouwen ondermijnd. Actie om de taak aan te pakken zal dan niet of beperkt plaatsvinden.

Synoniemen van zelfvertrouwen zijn: zelfverzekerdheid en vastberadenheid. Begrippen als faalangst, minderwaardigheidsgevoelens en nervositeit hangen ermee samen.

Speelt zelfvertrouwen in alle situaties een rol?

Dat hoeft niet. Als je ergens heel goed in bent dan kun je op dat gebied zelfvertrouwen hebben ontwikkeld en op een ander gebied niet. Je kunt echter ook in het algemeen weinig zelfvertrouwen hebben, ook op gebieden waarin je wel goed bent. Er is dan sprake van een gegeneraliseerd probleem. In ernstige situaties wordt gesproken van een gegeneraliseerde stoornis.

In hoeverre spelen genen een rol bij zelfvertrouwen?

Onderzocht is, door tweelingenstudies, in hoeverre zelfvertrouwen genetisch wordt bepaald. Eeneiige tweelingen, waarvan de een werd opgevoed in een stressvolle omgeving en de ander niet, bleken beiden in dezelfde mate last te hebben van onzekerheid. Omdat bij eeneiige tweelingen de genen overeenkomen kan de conclusie worden getrokken dat genen wel degelijk een rol spelen bij zelfvertrouwen. (2,3) Men vermoedt dat de invloed van genen op het zelfvertrouwen 30 tot 40 procent is. De onderzoekster Volman c.s. noemt zelfs 50 procent. (4)

In de jaren 60 werden de eeneiige tweeling Beth en Amy in verschillende gezinnen opgevoed. Beth kwam in een gezin terecht dat erg stimulerend was en Amy in een gezin dat weinig stimulerend was. Toen de meisjes groot waren bleek dat ze ondanks de verschillen opvoedingspatronen vrijwel dezelfde persoonlijkheidseigenschappen hadden.(5)

In hoeverre speelt de omgeving een rol bij zelfvertrouwen?

Als genen 30 tot 50 procent invloed hebben dan betekent het dat er 70 tot 50 procent invloed van de omgeving is. Mensen met aanleg voor weinig zelfvertrouwen leren nog minder zelfvertrouwen te hebben als hun omgeving hen negatief benadert. Een omgeving die stimulerend werkt, kan echter niet wegnemen dat er weinig zelfvertrouwen is, maar wel helpen om er beter mee om te gaan.(6) Mensen die door aanleg weinig problemen hebben met zelfvertrouwen kunnen in een veeleisende, bestraffende of overbezorgde omgeving er wel problemen mee krijgen. Het kan bij hen zelfs leiden tot aangeleerde hulpeloosheid.

Lotte (nu 25 jaar) : “ Mijn moeder was altijd veeleisend en bezorgd om mij. Als ik iets wilde gaan doen dan vertelde ze me altijd eerst waarop ik vooral op moest letten en wat er allemaal fout kon gaan en hoe ik alles het beste kon aanpakken. Thuis werd er altijd gesproken over de successen die mijn ouders hadden. Succesvol zijn en geen fouten maken werd er met de paplepel ingegoten. Keuzes maken leerde ik niet, dat werd voor me gedaan. Ik ondernam zelf weinig” (7)

Welke hersengebieden zijn belangrijk voor het zelfvertrouwen?

Er zijn meerdere hersengebieden betrokken bij zelfvertrouwen. Twee hersengebieden worden in verschillende onderzoeken als belangrijk gezien. Het zijn de amygdala en prefrontale cortex Het hersengebied van de amygdala is het centrum van het gevoelsleven. Het gebied is bij angst, onzekerheid, erg actief. De prefrontale cortex, dat zich in het voorste deel van de hersenen bevindt, moet deze angst onder controle houden. Hier zetelt het zogenaamde 'emotiecontrolemechanisme' (8) Bij angst om een bepaalde taak uit te voeren werkt dit mechanisme niet goed. Angst wordt niet of onvoldoende afgeremd met als gevolg dat het zelfvertrouwen daalt.

Waardoor werken de hersengebieden niet goed bij mensen met weinig zelfvertrouwen?

Tussen de amygdala en prefrontale cortex worden boodschappen via neuronen (zenuwdraden) overgebracht door bepaalde hersenstofjes. (9)Een belangrijk stofje is serotonine. Door een genvariant blijkt dat het vervoer van serotonine bij sommige mensen minder goed verloopt. Hierdoor is er heel veel activiteit in de amygdala maar juist weinig in de prefrontale cortex. Hun hersenen hebben hierdoor een minder goed werkend 'emotiecontrolemechanisme' dan mensen zonder deze genvariant. Hierdoor hebben deze mensen meer last hebben van stress en weinig zelfvertrouwen. (10). Ook door beschadiging van de prefrontale cortex kunnen er problemen zijn met het emotiecontrolemechanisme

Is er verschil in zelfvertrouwen tussen mannen en vrouwen?

De Amerikaanse onderzoeksters Claire Shipman en Katty Kay deden onderzoek naar het verschil tussen zelfvertrouwen tussen mannen en vrouwen. Zij richten het onderzoek vooral op carrièremogelijkheden. Hun conclusie is dat vrouwen meer last hebben van onzekerheid dan mannen. Het belemmert hen in hun carrièremogelijkheden. Uit een onderzoek onder 3000 vrouwelijk en mannelijke managers bleek een duidelijk verschil in carrièreverwachting tussen beide seksen (ongeveer een derde van de jonge mannelijke managers dacht een directiefunctie te krijgen tegen 15 procent van de vrouwen) en bovendien een opvallend verschil in zelfvertrouwen (11). Volgens Nederlands onderzoek van onder 600 vrouwen laat zo’n 60 procent zich in haar carrière remmen door onzekerheid. (12)
De verklaring kan zijn dat de amygdala van vrouwen in moeilijke (stress) situaties actiever is dan dat van mannen. Vrouwen maken minder serotonine aan. Het vervoer van serotonine naar de prefrontale cortex is bij vrouwen dan ook lager dan bij mannen. (13) Het emotiecontrolemechanisme in de prefrontale cortex, om angst af te remmen, is minder actief dan bij mannen.

Kun je je zelfvertrouwen vergroten?

Dat kan omdat hersenen deels maakbaar zijn (14). Hierbij moet wel aangetekend worden dat mensen met het genvariant dat zorgt voor minder vervoer van serotonine, meer problemen met hun zelfvertrouwen zullen houden dan mensen die deze variant niet hebben. Zij kunnen wel hun zelfvertrouwen vergroten, maar in bepaalde situaties er toch problemen mee hebben. Ze zullen strategieën, technieken moeten ontwikkelen om er mee te kunnen omgaan. (15). Goeroes die beweren dat gebrek aan zelfvertrouwen bij een ieder volledig kan worden overwonnen geven valse hoop.

Hoe kun je je zelfvertrouwen vergroten?

Allereerst moet je inzicht hebben in hoe hersenprocessen werken en weten dat het zelfvertrouwen ook deels een genenkwestie is. Hierdoor weet je dat, als je problemen hebt met je zelfvertrouwen, het niet volledig is weg te werken. Acceptatie is nodig. Het is de basis van waaruit je mogelijkheden kunt zoeken om er goed mee om te gaan en waar mogelijk te verbeteren. Enkele mogelijkheden worden nu toegelicht.

Medicijnen, voeding

Het verhogen van het serotonineniveau kan bijdragen tot het beter werken van het emotiecontrolemechanisme van de prefrontale cortex.
Door medicijnen kan het serotonineniveau worden verhoogd. Het zijn medicijnen die ook gebruikt worden bij depressie.
Maar ook bepaalde voeding kan het serotonineniveau verhogen. Serotonine zit onder andere in: volle granen, peulvruchten, kalkoen, bananen, zonnebloempitten, noten, melk.

Zelfanalyse

  • • Wat kan ik?
  • • Wat wil ik?
  • • Hoe doe ik het?

Wat kan ik?

Als je weinig zelfvertrouwen hebt, dan ben je vaak beter in het ontdekken van wat je niet kunt dan wat je wel kunt. Je richt je aandacht te veel op je gebreken en te weinig op je talenten of sterkten. Vaak doe je dit door je te vergelijken met anderen die je beter vindt (althans dat denk je). Zinniger is om na te gaan wat je zelf kunt en waar je zelf goed in bent.
Besteed aandacht aan wat je doet. Dat kan door dagelijks dezelfde vraag te beantwoorden: ‘Wat voor nuttigs of aangenaams heb ik vandaag gedaan?’ Ga bij jezelf na wat je sterkten zijn.
Iedere stap, hoe klein ook telt. Wanneer het antwoord op deze vraag ‘niets’ blijkt te zijn, betekent dit dat je de lat te hoog legt. Dan moet je op nog kleinere dingen in zoemen. Probeer dit wel een aantal weken vol te houden. Iedereen, ook jij, doet dagelijks dingen die zinvol zijn, ook al denk je van niet.

Wat wil ik?

Mensen met weinig zelfvertrouwen laten activiteit vaak aan anderen over. Ze nemen een houding van hulpeloosheid aan. Hersenen raken daaraan gewend. Maar hersenen zijn grotendeels maakbaar. Je kunt je hersenen opnieuw activeren en trainen. Dat kan door lange termijndoelen die je opdeelt in korte termijndoelen te stellen. Deze doelen moeten voor jou wel haalbaar, realistisch, zijn.

Hoe doe ik het?


Door actief te worden. Als je weinig zelfvertrouwen hebt blijf je vaak in je eigen comfortzone zitten, dat is immers je veilige omgeving. Je moet proberen die veilige omgeving te vergroten. Dat kan stukje voor stukje. Durfde je bijv. wel te praten met bijv. 4 mensen maar niet in een groep van 6, dan zou je jezelf kunnen dwingen om dit wel eens uit te proberen. Lukt het dan kun je het ook in een groep van 10 proberen etc.

Pas bij bovenstaande stappen positieve self talk toe

Door positieve self talk maak je in je hersenen een stofje (dopamine) aan dat je een prettig gevoel geeft. Je zegt tegen jezelf: “Ik kan het”, “Ik doe het”, “Het zal me lukken als ik me ervoor inzet”. (16) Je vergroot hiermee je zelfvertrouwen. Mooie voorbeelden hiervan zien we bij sporters (17):

Bokser: ik heb vuisten als staal
Basketballer: het gaat alleen tussen mij en de basket
Judoka: ik ben zo sterk als een os
Voetballer (aanvaller): ik benut iedere kans

Wanneer kies ik verantwoord voor een aanpak die me verder kan helpen?

Er zijn - indien nodig- tal van cursussen en methoden die je kunnen helpen om je zelfvertrouwen te vergroten.. De basis moet zijn: hoe werken hersenprocessen bij zelfvertrouwen in het algemeen en hoe specifiek bij mij (zelfanalyse). Deze basis moet het uitgangspunt zijn om voor verantwoorde aanpak te kiezen. De aanpak moet bij jou passen.

Slot

Bij zelfvertrouwen speelt een genvariant een belangrijke rol. Deze heeft invloed op hersenprocessen. Vooral het hersenstofje serotonine blijkt belangrijk voor het transport tussen belangrijke hersengebieden. Acceptatie en zelfanalyse, maar ook voeding en zo nodig medicijnen kunnen bijdragen om het zelfvertrouwen te vergroten.
© 2015 - 2019 J-dewilde, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
11 Faalangst tips11 Faalangst tipsFaalangst overwinnen is lastig, maar een aantal goede faalangst tips kunnen jou hierbij helpen. Omgaan met faalangst is…
Wat is faalangst precies?Een op de vijf eindexamenkandidaten heeft last van faalangst. Van de ruim 200.000 leerlingen die examen doen hebben 40.0…
Wat is faalangst?Op de basisschool heeft op de twaalf kinderen last van faalangst. Faalangst is een angst, bij die angst ben je bang om t…
Faalangst, hoe ga je er mee om?Faalangst, hoe ga je er mee om?Faalangst kan diverse oorzaken hebben. Het wordt pas echt een probleem wanneer faalangst een verlammend effect op iemand…
Homeopathische middelen tegen faalangstHomeopathische middelen tegen faalangstFaalangst is een bijzonder verlammende vorm van angst die voorkomt wanneer iemand een nieuwe of belangrijke gebeurtenis…
Bronnen en referenties
  • 1. Mackenzie B. (2008) Self Confidence Available from: http://www.brianmac.co.uk/selfcon.htm Accessed 1/4/2015
  • 2.Hettema, J. M., Neale, M. C., & Kendler, K. S. (2001). A review and meta-analysis of the genetic epidemiology of anxiety disorders. American Journal of Psychiatry, 158, 1568-1578.
  • 3.Pauls, D. L. (2008). The genetics of obsessive compulsive disorder: a review of the evidence. Am.J.Med.Genet.C.Semin.Med.Genet., 148, 133-139.
  • 4. Volman, I., Roelofs, K. , Koch, S., Verhagen, L., Toni, I. (2011) Anterior Prefrontal Cortex Inhibition Impairs Control over Social Emotional Actions. Current Biology
  • 4. Wright, L. (1999) Twins: And what hey tel us about who we are, Wiley & Sons US
  • 5. Seligman, M.E.P. (1975). Helplessness: On Depression, Development, and Death. San Francisco: W.H. Freeman
  • 6. Prinsen, H. (2010) Faalangst/examenvrees van (t)huis uit in: Help! Mijn kind heeft faalangst pp 23-41 Bohn Stafleu van Loghum, Houten
  • 7. zie 4: Volman e.a.
  • 8. Strug, L. J., Suresh, R., Fyer, A. J., Talati, A., Adams, P. B., Li, W. et al. (2010). Panic disorder is associated with the serotonin transporter gene (SLC6A4) but not the promoter region (5-HTTLPR). Mol.Psychiatry, 15, 166-176.
  • 9. Zie 4: Volman e.a.
  • 10. Kay, K., Shipman, C.(2014) The Confidence Code: The Science and Art of Self-Assurance---What Women Should Know Harper Collins, New York
  • 11. Stadelmaier, V. (2014) F*ck die onzekerheid Nederlands Prometheus Bert Bakker, Amsterdam
  • 12. Jovanovic, H., e.a. (2008)Sex differences in the serotonin 1A receptor and serotonin transporter binding in the human brain measured by PET Neurorimage 39
  • 13. Sitskoorn, M. (2008) Het maakbare brein Prometheus Bert Bakker, Amsterdam
  • 14. Wilde, J. de (2015) Stress weg,, hoe kom je aan stress en hoe komt je er van af, uitg..Brevier, Kampen
  • 15. Dweck, C.S. (2010) Mind sets and equitable educatio. Principal Leadership
  • 16. Karageorghis, C. (2007) Self Confidence in Sport - make your ego work for you. Peak Performance, 249, p. 1-4

Reageer op het artikel "Zelfvertrouwen, de invloed van genen en wat er aan te doen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: J-dewilde
Gepubliceerd: 03-04-2015
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Diversen
Bronnen en referenties: 17
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!