InfoNu.nl > Mens en Gezondheid > Diversen > Furosemide en andere diuretica

Furosemide en andere diuretica

Furosemide is een van de diuretische stoffen die in de (dier)geneeskunde worden gebruikt om de urine productie te stimuleren. Dit kan zijn om de bloeddruk te verlagen, omdat de nieren het niet doen, en een tal van andere redenen.

Furosemide en andere diuretica

Diuretica zijn stoffen die het lichaam stimuleren tot een hogere urine productie. Diuretica worden gebruikt ter behandeling van oedemen (bijvoorbeeld bij hartfalen) en bij hypertensie, primaire nierstoornissen die leiden tot onvoldoende diurese, en in combinatie met een infuus ter bevordering van het uitscheiden van vergiften.

Het meest gebruikte diureticum is Furosemide. Behalve furosemide zijn er ook nog andere diuretica. Deze zijn echter minder potent dan furosemide, omdat furosemide de interstitiumgradient van het merg doet afnemen. Deze interstiumgradient is de belangrijkste reden dat de nier zoveel water kan terugresorberen.

Osmotisch werkzame diuretica

Onder deze groep vallen mannitol, isosorbide, en glycerine. Meestal wordt mannitol gebruikt. De mannitol wordt langzaam intraveneus toegediend. Zo wordt de concentratie in het plasma hoog, en ook de concentratie in de pre-urine door dat mannitol wordt meegefiltreerd. Mannitol is osmotisch werkzaam en trekt dus water naar de tubulus toe. Het gevolg is dat het urinevolume toeneemt. Mannitol wordt vaak gebruikt bij hersenoedeem en acuut glaucoom. Mannitol is namelijk ook osmotisch actief in het plasma, en trekt zo vocht uit de ECF van o.a. hersenen en oogbol.

Het is belangrijk om mannitol niet te gebruiken bij hartfalen. Door de osmotische zuigkracht neemt het bloedvolume namelijk toe, wat leidt tot een extra belasting van het hart.

Koolzuuranhydrase-remmers

Onder deze groep vallen acetazolamide en dorzolamide. Zij remmen het enzym koolzuuranhydrase. HCO3- en H+ worden zo niet meer omgezet in H2O en CO2. Hierdoor diffunderen zij niet meer de cel in, maar blijven in de pre-urine. Aan de basolaterale zijde vindt er dus ook minder cotransport van HCO3- en Na+ plaats. Deze concentraties zullen dus toenemen in de pre-urine, ten koste van die in het plasma. Dit kan leiden tot een metabole acidose. Dit is dan ook een reden waarom koolzuuranhydraseremmers in de diergeneeskunde niet meer gebruikt worden bij nier problemen.

Inhibitoren van de Na+, K+ en 2 Cl- symporttransporter

Onder deze groep, ook wel lisdiuretica genoemd vanwege hun plaats van werking, valt furosemide.
Furosemide remt de Na+, K+ en 2 Cl- symporttransporter. Hierdoor wordt de interstitiumgradient, verantwoordelijk voor waterresorptie, onvoldoende opgebouwd.

Je moet oppassen met het gebruik van furosemide bij dieren met een hypokaliemie, omdat er meer K+ wordt uitgescheiden. Ook moet je erg oppassen wanneer je furosemide samen met digoxine wilt geven. Door furosemide verlaagt het kaliumgehalte in je bloed, waardoor digoxine beter werkt. Digoxine heeft al een smalle veiligheidsmarge. Het kan dus snel toxisch worden.
Bij een verminderde GFR is het oppassen dat je de afvalstoffen in het plasma niet nog verder concentreert

Inhibitoren van de Na+, Cl- symporttransporter

Onder deze groep vallen de thiaziden, zoals hydrochoorthiazide. Deze middelen remmen de Na+, Cl- symporttransporter in de distale tubulus. Hierdoor blijft er dus meer natrium in de tubulus achter, dat water met zich meeneemt. Het urinevolume neemt dus toe.

Bij deze middelen vindt ook verhoogde uitscheiding van kalium (en magnesium) plaats. Met deze middelen moet je dus ook uitkijken als de patiënt ook digoxine krijgt.


Inhibitoren van de Na+ kanalen

Dit zijn kaliumsparende diuretica. Werkzame stoffen zijn tramtereen en amiloride. Deze grijpen aan op het distale deel van de distale tubulus. Transport via het epitheliale natriumkanaal wordt geremd. Hierdoor daalt de actieve reabsorptie van natrium en daalt de uitscheiding van kalium. Deze groep heeft een licht diuretisch effect en wordt vaak in combinatie met furosemide/thiaziden gegeven.

Inhibitoren van de mineralcorticoidreceptor

Het werkzame middel spironolacton is een competitieve antagonist van alsdosteron op de mineralcorticoidreceptor. Hierdoor kan aldosteron zijn effect minder uitoefenen, wat leidt tot verminderde natriumretentie en kaliumsecretie. Verder is spironolacton ook vasodilatatief.

Spironolacton moet niet gebruikt worden bij hyperkaliemie. Bovendien verlengt spironolacton de halfwaardetijd van digoxine (ze maken gebruik van hetzelfde afbreekmechanisme). Ook is er een kruis-reactie bij de TDM test. Het is dus niet aan te raden deze middelen samen te geven.

Effect van furosemide op elektrolyten in het bloed

Bij het gebruik van furosemide blijven de plasma-elektrolytenconcentraties rond de normaal waarde. Furosemide remt het Na+/K+/Cl- symportsysteem in het dikke ascenderende deel van de lus van Henle, waardoor er meer Na+, K+ en Cl- wordt uitgescheiden. Daardoor zit er minder Na+ (en K+) in het bloed. Dit wordt echter gecompenseerd door mechanismen in het lichaam. Door een dalend bloedvolume zal ANP stijgen, zullen de drukreceptoren hun sympatische uitstroom verhogen, zal de GFR dalen, en zal het RAAS geactiveerd worden. Dit leidt tot natriumretentie. De kaliumconcentratie wordt op peil gehouden door de uitwisseling met waterstof.

De chloorconcentratie kan echter niet altijd op peil gehouden worden. Dit heeft te maken met de stochiometrie van de Na+/K+/Cl- transporter. Stochiometrie is de verhouding waarin chemische verbindingen met elkaar reageren en de verhouding tussen de uitgangsstoffen en de reactanten van een chemische reactie. De Na+/K+/Cl- transporter transporteert 4 ionen tegelijk: een Na, een K, en 2 Cl-. Het lichaam verliest dus 2x zoveel chloride als natrium. Een iets verhoogde natriumresorptie elders in de tubuli kan al dit chloride niet meenemen. Bovendien is er geen regulatiesysteem met hormonen dat de Cl- concentraties op peil houdt. Het is dan logisch dat de grootste veranderingen in de Cl- concentratie en RAAS worden gevonden in de groep met NaCl-arm dieet en furosemide. Furosemide zorgt voor het verlies van chloor, en in deze groep wordt dit verlies het minst aangevuld d.m.v. de orale opname van Cl-.

Diuretica bij hartfalen

Hartfalen veroorzaakt verschillende symptomen. Die symptomen zijn afhankelijk van welke kant van het hart is aangetast.
Bij linker hartfalen kan het linker hart het bloed uit de longen onvoldoende wegpompen de aorta in. Hierdoor ontstaat congestie in de longen. De hydrostatische druk wordt zo hoog dat het interstitiumvocht onvoldoende wordt geresorbeerd in de vaten. Dit leidt tot oedeem. Longoedeem uit zich in dyspneu (benauwdheid).

Bij rechter hartfalen kan het rechter hart het veneuze bloed uit het lichaam onvoldoende wegpompen naar de longen. Hierdoor ontstaat veneuze stuwing. Dit zie je als hepatomegalie, splenomegalie en ascitis (vocht in de buikholte).

Door het hartfalen is er een verlaagde cardiac output, waardoor het lijkt alsof er hypovolemie heerst. Deze hypovolemie wordt gedetecteerd door de macula densa in de niertubuli, daar stroomt namelijk minder NaCl langs. RAAS wordt geactiveerd om het bloedvolume weer op pijl te brengen. Dit wordt bewerkstelligd door een verhoogd angiotensine II en een verhoogd aldosteron. Angiotensine II zorgt voor perifere vasoconstrictie, waardoor het vaatbed beter gevuld blijft en de weefselperfusie op peil blijft. Deze vasoconstrictie leidt echter ook tot een toename van de afterload. Aldosteron zorgt voor de retentie van natrium, wat weer leidt tot het vasthouden van vocht. Er komt meer vocht in het veneuze systeem, wat leidt tot een verhoogde preload.

Een gezond hart kan prima met een verhoogde preload en afterload omgaan. Door de verhoogde preload neemt de vulling van het hart toe, wat leidt tot een verhoogde C.O. Het hart moet wel tegen de verhoogde afterload inpompen, maar kan dit prima aan. Dit in tegenstelling tot het falende hart, dat deze extra belasting niet aankan. Hierdoor neemt de C.O. weer af. Ook heeft de preload nadelige gevolgen voor het falende hart. Door de extra belasting ontstaat een Dilating CardioMyopathy. Dit kan zich uiten in atriumfibrillatie door het ontstaan van re-entry, en ook neemt de contractiekracht van het hart af. Hierdoor zal de C.O. dalen.

De activatie van RAAS is dus nadelig bij hartfalen, omdat vanwege bovenbeschreven mechanismen de hartbelasting nog verder toe zal nemen, en de hartfunctie verder afneemt; er is sprake van decompensatie. Dieren met hartfalen zullen dus duidelijk baat hebben bij het uitschakelen van het RAAS-systeem.Daarom is het aan te raden naast furosemide en een Na-arm dieet ook ACE-remmers te geven. ACE-remmers inhiberen het Angiotensin Converting Enzyme. Dit enzym zorgt van de omzetting van Angiotensine I in Angiotensine II. Het voorkomt zo de vorming van Ag II en aldosteron. Het RAAS-systeem wordt uitgeschakeld.

Verder is het goed om bij de behandeling regelmatig het gewicht van het dier te meten en de veneuze druk in de gaten te houden. Bij het vasthouden van vocht en dus toename van het circulerend volume zal het gewicht van de hond namelijk toenemen (en vice versa). D.m.v. de veneuze druk kan ook de vaatvulling bepaald worden (tensie), hiermee kun je dus hypo/normo/hypervolemie bepalen.
© 2011 - 2020 Airborn, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
Diuretica: Vochtafdrijvende geneesmiddelen (plaspillen)Diuretica: Vochtafdrijvende geneesmiddelen (plaspillen)Diuretica behoren zijn geneesmiddelen waardoor bij inname een hogere uitscheiding van vocht en zout gebeurt door het lic…
Furosemide: een sterk werkend plasmiddelFurosemide: een sterk werkend plasmiddelAls het nodig is om in een korte tijd vocht uit het lichaam weg te werken, bijvoorbeeld als er vocht achter de longen zi…
Hartfalen: Symptomen, diagnose, BNP en behandelingHartfalen is een aandoening, waarbij je hart er niet meer in slaagt om het lichaam tijdig te kunnen voorzien van genoeg…
Last van hartfalen: klachten, oorzaken en behandelingenLast van hartfalen: klachten, oorzaken en behandelingenHartfalen is een vervelende aandoening waarbij de pompfunctie van het hart verminderd is. We kennen twee soorten hartfal…
Urinewegstelsel; regulatie van de bloeddruk op lange termijnHet lichaam heeft enkele zeer krachtige systemen die op korte termijn de bloeddruk kunnen beïnvloeden. Deze systemen heb…

Reageer op het artikel "Furosemide en andere diuretica"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Gerda Nijland, 10-07-2016 21:05 #1
Ik slik Furosemide, ik word hier erg moe van en heb het soms erg benauwd. Zijn er andere plastabletten die ik beter kan gebruiken? Hopelijk is er een ander middel.
Groetjes Gerda Nijland 75 jaar.

Infoteur: Airborn
Gepubliceerd: 02-06-2011
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Diversen
Reacties: 1
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!