InfoNu.nl > Mens en Gezondheid > Kinderen > Invloeden op nachtmerries bij kinderen

Invloeden op nachtmerries bij kinderen

Er wordt al jaren onderzoek gedaan naar het effect van televisieprogramma’s en computerspelletjes op nachtmerries bij kinderen. Kinderen die meer televisie kijken slapen slechter (Owens et al, 1991). Ook videogames blijken voor slechte slaap te zorgen (Tazawa & Okada, 2001). Door veel mensen wordt de televisie gebruikt als een slaapmiddel, terwijl televisiekijken voorafgaand aan slapen een averechts effect heeft. Iets dat als slaaphulp gebruikt wordt, zou geen nachtmerries mogen veroorzaken.

Eerder onderzoek

Uit onderzoek blijkt dat er een verband bestaat tussen horrorfilms en posttraumatische stress symptomen (Simons & Silveira, 1994). Ruim twintig jaar geleden bleek uit een onderzoek dat veel ouders de televisie de schuld van nachtmerries gaven (Fisher & Wilson, 1987). Veel nachtmerries bevatten beelden uit televisieprogramma’s (Owens et al, 1999; Van den Bulck 2004). Gebleken is dat er een verband bestaat tussen de televisieprogramma’s die kinderen kijken en het aantal nachtmerries dat zij hebben. Ook de kinderen zelf gaven aan enge dromen te hebben over dingen die zij kort daarvoor op televisie gezien hadden. (Muris, Merckelbach, Gadet, & Moulaert, 2000). Uit onderzoek over nachtmerries van kinderen (Schredl and Pallmer, 1997) bleek dat de inhoud van nachtmerries met de tijd veranderd. In de twintiger jaren gingen zij onder andere over ‘the bogey man’ (Kimmins, 1973/1931), in de vijftiger/zestiger jaren over geesten, duivels en heksen (Grempel, 1962) en in de negentiger jaren over televisie- of filmfiguren (Schredl & Pallmer, 1998). Al deze onderzoeken gaven aanleiding om een nieuw onderzoek uit te voeren.

Het huidige onderzoek

Dit onderzoek was een correlationeel onderzoek waarin het verband tussen de ene variabele, het geslacht, en de andere variabele, het aantal nachtmerries, werd onderzocht bij kinderen uit de leeftijdsgroep 8 tot 12 jaar oud. Voor dit onderzoek was gekozen omdat nog niet eerder door andere onderzoekers een soortgelijk onderzoek was gedaan. De doelstelling van dit onderzoek was er achter te komen of er een verband bestaat tussen deze twee variabelen.

De hoofdvraag luidde: Hebben jongens van 8 tot 12 jaar oud meer last van nachtmerries door het kijken naar televisieprogramma’s en het spelen van computerspelletjes dan meisjes uit dezelfde leeftijdsgroep?

De hypothese was: Jongens met een leeftijd van 8 tot 12 jaar hebben meer nachtmerries door het kijken van televisieprogramma's en het spelen van computerspelletjes dan meisjes uit dezelfde leeftijdsgroep. Voor dit onderzoek waren er drie verwachtingen. Ten eerste werd verwacht dat jongens van 8 tot 12 jaar meer televisie met gewelddadige/enge inhoud kijken dan meisjes uit dezelfde leeftijdsgroep. De tweede verwachting was dat jongens van 8 tot 12 jaar meer gewelddadige/eng computerspelletjes spelen dan meisjes uit dezelfde leeftijdsgroep. Dit werd verwacht omdat dit aannemelijk is. Hier kwam de derde verwachting uit voort, namelijk dat jongens van 8 tot 12 jaar meer nachtmerries hebben dan meisjes uit dezelfde leeftijdsgroep.

Methode

Proefpersonen

De proefpersonen die gebruikt werden voor het onderzoek zijn 10 jongens en 10 meisjes tussen de 8 en 12 jaar oud en komen uit Zaanstad. Zij werden verdeeld in twee groepen gebaseerd op geslacht. Groep 1 bestond uit 10 meisjes en groep 2 bestond uit 10 jongens. De gemiddelde leeftijd van de jongens was 9,7 jaar oud en van de gemiddelde leeftijd van de meisjes was 10,1 jaar oud. De proefpersonen waren niet random gekozen omdat zij door de onderzoekers zelf werden benaderd. Hierbij is er geen rekening gehouden met de achtergrond van de proefpersonen, alleen met hun leeftijd. Er is niet gekeken naar scholing, geloof en nationaliteit van de proefpersonen omdat verwacht werd dat dit geen invloed zou hebben op de variabelen. De oudste proefpersoon was 12 jaar oud en de jongste was 8 jaar oud. De proefpersonen kregen geen beloning voor het deelnemen aan het experiment zodat een mogelijk effect hiervan uitgesloten kon worden. Er werd vanuit gegaan dat de proefpersonen representatief waren voor de algemene populatie: kinderen met een leeftijd tussen de 8 en 12 jaar.

Materialen

Voor dit onderzoek is er gebruik gemaakt van een enquête en computers. De enquête bestond uit vijf vragen. Er was voor gekozen deze enquête zo kort mogelijk te houden zodat deze makkelijk door de proefpersonen ingevuld zouden kunnen worden en zij, vanwege hun jonge leeftijd en daardoor minder goede concentratie, niet vroegtijdig afgeleid zouden worden. Verder was geprobeerd de vraagstelling zo duidelijk mogelijk weer te geven zodat er geen verwarring zou kunnen ontstaan. Eerst moesten de leeftijd en het geslacht ingevuld worden. Bij de eerste vraag konden de proefpersonen aangeven wat voor genre televisieprogramma’s zij kijken. Zij konden kiezen uit de volgende genres: actie, spannend, griezelig, humor, drama, avontuur en sport. De tweede vraag ging over het aantal uur dat de proefpersonen televisie kijken. Hier was geen schaal voor. De proefpersonen moesten zelf een getal invullen, afgerond op halve uren. De derde en vierde vraag werden op de zelfde manier gesteld als de eerste en de tweede, maar gingen over computerspelletjes in plaats van televisieprogramma’s. De computerspelletjes waaruit gekozen konden worden waren: vecht/schietspellen, racespellen, avontuurspellen, simulatiespellen en overige spellen. Bij de vijfde vraag konden de proefpersonen aangeven hoe vaak zij last hadden van nachtmerries. Hier kon gekozen worden uit de volgende antwoord mogelijkheden: zelden, één keer per maand, één keer per twee weken, elke week of vaker per week.

Procedure

In het onderzoek is er geen gebruik gemaakt van een controle groep omdat dit niet efficiënt was. Er waren immers geen variabelen die wij voor de controle groep en de experimentele groep konden variëren. De proefpersonen werden door de onderzoeker voorafgaande aan de mondelinge enquête geïnformeerd over het onderzoek. Verwacht werd dat dit geen invloed zou hebben op de betrouwbaarheid van de antwoorden. De proefpersonen werden los van elkaar geënquêteerd. De afname van de enquête vond voor elke proefpersoon plaats in een andere ruimte, meestal in het huis van de proefpersonen zelf. De verwachting was dat dit de minste invloed op de antwoorden van de proefpersonen zou hebben. Elke proefpersoon werd op een ander tijdstip geënquêteerd, maar wel allemaal door dezelfde onderzoeker. De proefpersonen kenden deze onderzoeker. Hierdoor werd verwacht dat zij haar in vertrouwen konden nemen. De onderzoeker die de enquête afnam, probeerde de proefpersoon zo min mogelijk te beïnvloeden door objectief te blijven. Door zo veel mogelijk variabelen constant te houden, probeerden wij zo min mogelijk invloed uit te oefenen op de antwoorden van de proefpersonen.

Resultaten

De enquêtes zijn gebruikt om te kijken hoeveel procent van de jongens en hoeveel procent van de meisjes naar een bepaald soort genre van televisieprogramma’s kijkt of een bepaald soort computerspel speelt. Verder was per genre televisieprogramma en soort computerspel bekeken hoe vaak de proefpersonen nachtmerries kregen. Dit werd overzichtelijk weergegeven in vier tabellen: twee voor het kijken naar televisieprogramma’s, waarvan één voor jongens (zie tabel 1) en één voor meisjes (zie tabel 2), en twee voor het spelen van computerspelletjes, waarvan één voor jongens (zie tabel 3) en één voor meisjes (zie tabel 4). De eerste kolom van tabel 1 gaf de verschillende genres aan. De tweede kolom gaf het percentage jongens aan die naar televisieprogramma’s van het betreffende genre keek. De laatste 5 kolommen gaven het percentage jongens aan, van het percentage uit kolom twee, die hiervan nachtmerries hadden. De antwoorden konden zijn: 1. Zelden, 2. Eén keer per maand, 3. Eén keer per twee weken, 4. Elke week of 5. Vaker. De tabellen voor computerspelletjes moeten op dezelfde manier gelezen worden.

Tabel 1. Televisieprogramma’s Jongens
GenreKijkers (%)
12345
Actie5060202000
Spannend9066112200
Griezelig306633000
Humor1001000000
Drama101000000
Avontuur907723000
Sport301000000

Tabel 2. Televisieprogramma’s Meisjes
GenreKijkers (%)
12345
Actie100000100
Spannend9044.411.122.211.111.1
Griezelig000000
Humor805012,512,512,512,5
Drama50402002020
Avontuur5060002020
Sport300033,333,333,3

Tabel 3. Computerspelletjes Jongens
SoortSpelers (%)
12345
Vecht-/schietspellen7057291400
Racespellen508002000
Avontuurspellen907702300
Simulatiespellen301000000
Overige000000

Tabel 4. Computerspelletjes Meisjes
SoortSpelers (%)
12345
Vecht-/schietspellen000000
Racespellen40252525250
Avontuurspellen4002525500
Simulatiespellen50402002020
Overige7057,114,514,314,30

Discussie

Jongens specifiek

Een deel van de jongens die spannende televisieprogramma’s en televisieprogramma’s met veel actie kijken hadden last van nachtmerries. Een kleiner deel van de jongens die griezelig programma’s kijken, gaven aan last te hebben van nachtmerries. Er leek een klein verband te bestaan tussen het aantal nachtmerries en het kijken van programma’s met veel avontuur. Er kon geen verband ontdekt worden tussen de televisieprogramma’s met de genres humor, sport en drama en het aantal nachtmerries. Bij jongens werd ontdekt dat er een verband bestaat tussen het aantal nachtmerries en het spelen van vecht/schietspellen. Een groot deel van de jongens die dit soort computerspellen speelde gaf aan last te hebben van nachtmerries. De jongens die racespellen en avontuurspellen speelden gaven ook aan last te hebben van nachtmerries, maar minder dan bij vecht/schietspellen. De jongens die simulatiespellen speelden hadden geen last van nachtmerries.

Meisjes specifiek

Alle meisjes die naar televisieprogramma’s met veel actie keken, hadden vaker dan één keer per week last van nachtmerries. Verder hadden ook meisjes die televisieprogramma’s met spanning en drama keken, last van nachtmerries. Bij de meisjes veroorzaakten vooral simulatiespellen vaker dan één keer per week nachtmerries. Het merendeel van de meisjes dat aangaf avontuurspellen te spelen, had minstens één keer per week last van nachtmerries. Bij beide groepen jongens en meisjes werd verwacht dat televisieprogramma’s met humor en sport geen nachtmerries zouden veroorzaken.

Algemeen

Over het algemeen bleken de meisjes meer last te hebben van nachtmerries dan jongens, terwijl de jongens meer televisie keken en videogames speelden. Ook onder de meisjes is gebleken dat over het algemeen de meisjes die vaker televisie keken en computerspelletjes speelden, ook vaker nachtmerries hadden dan de meisjes die dit niet deden. Daarentegen zat er onder de jongens geen verschil in de verhouding aantal nachtmerries en aantal uur dat zij televisieprogramma’s keken en computerspelletjes speelden.

Als onze hoofdvraag op basis van deze conclusies beantwoord zou moeten worden dan zou het antwoord zijn: Nee, jongens van 8 tot 12 jaar hebben niet meer last van nachtmerries door het kijken naar televisieprogramma’s en het spelen van computerspelletjes dan meisjes uit dezelfde leeftijdsgroep. De hypothese in dit onderzoek was: Jongens in de leeftijd van 8 tot 12 hebben meer nachtmerries door het kijken van televisieprogramma's en spelen van computerspelletjes dan meisjes uit dezelfde leeftijdsgroep. De hypothese moet aan de hand van het huidige onderzoek verworpen worden.

Discussie

Er kan echter geen causaal verband gelegd worden tussen het geslacht en het aantal nachtmerries dat men heeft omdat de kans bestaat dat een derde variabele de geobserveerde resultaten heeft bepaald. Er was dus sprake van verwarring (confounding) van variabelen. De nachtmerries die de proefpersonen hadden, konden ook door andere oorzaken dan televisieprogramma’s of computerspelletjes veroorzaakt worden. Doordat er niet gesproken kan worden over een causaal verband is het niet mogelijk het huidige onderzoek te vergelijken met eerder onderzoek. Er lijkt een verband te bestaan, maar het bewijzen hiervan is niet gelukt in dit onderzoek. Uit dit onderzoek kan geen conclusie getrokken worden. Hierdoor kunnen er geen bevindingen vergeleken worden met eerder onderzoek.

Er zijn een aantal kritiekpunten bij het huidige onderzoek:
  • Het aantal proefpersonen was te klein en dus is het onderzoek niet representatief voor de algemene populatie. Ook was er niet gekeken naar de achtergrond, omdat verwacht werd dat dit geen invloed zou hebben op de resultaten. De proefpersonen kwamen allemaal uit dezelfde omgeving. Er was niet gekeken naar scholing, opvoeding (veel of weinig televisiekijken/computerspelletjes spelen) of geloof. Verder was geen rekening gehouden met de relatie tussen de proefpersonen.
  • De proefpersonen kenden de onderzoeker die de enquête bij hen afnam dus was er sprake van beïnvloeding op de antwoorden die zij gaven. Het kon zo zijn geweest dat zij haar beter vertrouwden dan wanneer een onbekende onderzoeker de enquête bij hen zou afnemen.
  • Er worden veel nachtmerries vergeten en hierdoor waren de antwoorden van de proefpersonen over het aantal nachtmerries dat zij hadden niet betrouwbaar.
  • De tijd van de enquête was ook belangrijk. Het kon zo zijn geweest dat enkele proefpersonen net een periode met meer nachtmerries dan normaal achter de rug hebben. Hierdoor zullen zij geantwoord hebben vaak last te hebben nachtmerries. Het hoeft echter niet te betekenen dat dit de rest van het jaar ook zo was. Dit kon ook andersom het geval zijn.

Alternatieve verklaring

Een alternatieve verklaring voor de uitkomsten van dit onderzoek kan zijn dat meisjes minder goed tegen impulsen via televisie of computer kunnen dan jongens. Hiermee wordt bedoelt dat meisjes eerder nachtmerries krijgen doordat zij gevoeliger zijn voor de impulsen die televisie en computer uitzenden. Verder kan het zo zijn geweest dat de proefpersonen niet eerlijk of impulsief antwoordden (zonder goed na te denken). Ook worden nachtmerries snel vergeten en kon het zo zijn geweest dat onze proefpersonen minder nachtmerries dachten te hebben dan zij daadwerkelijk hadden.

Vervolgonderzoek

Voor vervolgonderzoek wordt experimenteel onderzoek aangeraden. Er zou per televisieprogramma en computerspel gekeken moeten worden naar wat de invloed daarvan is op de nachtmerries van kinderen. Men zou een controlegroep en een experimentele groep moeten nemen. Verder moet zoveel mogelijk geprobeerd worden de overige variabelen constant te houden. Er moet gebruik gemaakt worden van een grotere groep proefpersonen, verdeeld over heel Nederland. Ook is het gebruik van een elektro-encefalogram (EEG) aan te raden zodat onderzoekers zelf kunnen beoordelen of de proefpersoon wel of niet droomt. Het is belangrijk voor ouders om te weten wat voor invloed televisieprogramma’s en computerspelletjes hebben op hun kinderen en in dit geval wat voor invloed dit heeft op de nachtrust van hun kinderen. Daarom is onderzoek op dit gebied erg belangrijk, alhoewel dit niet eenvoudig is.
© 2011 - 2019 Cst1991, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden. Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Gerelateerde artikelen
Kinderpsychiatrie: Slaapstoornissen bij kinderenZowel bij de volwassenenpsychiatrie als bij de kinderpsychiatrie, komen veel verschillende aandoeningen voor. De soort a…
Nachtmerrie: oorzaak, voorkomen en de betekenisNachtmerrie: oorzaak, voorkomen en de betekenisEen nachtmerrie is een benauwende, angstaanjagende droom. Vaak is er het gevoel dat men bezwijkt onder een drukkende las…
Last van nachtmerries? Oorzaken & tips tegen slechte dromenLast van nachtmerries? Oorzaken & tips tegen slechte dromenBadend in het zweet wakker worden, trillen en opgelucht zijn dat het "maar een slechte droom" was: het zijn typische ver…
Slaapproblemen door nachtmerriesDoor een vervelende nachtmerrie kan je niet meer in slaap komen. Je bent vermoeid, schiet eerder in de stress en je hume…
Alles over nachtmerriesAlles over nachtmerriesEen nachtmerrie is een vervelende ervaring. Je schrikt wakker, je ogen staan wagenwijd open en een druppel zweet loopt l…
Bronnen en referenties
  • Schredl, M., Anders, A., Hellriegel, S., & Rehm, A. (2008). TV Viewing, Computer Game Playing and Nightmares in School Children. American Psychological Association, 18 (2), 69-76 Van den Bulck, J. (2004). Media Use and Dreaming: The Relationship Among Television Viewing, Computer Game Play, and Nightmares or Pleasant Dreams. Dreaming, 14 (1), 43-49 Van den Bulck, J. (2004). Nodding off or switching off? The use of popular media as a sleep aid in secondary-school children. Journal of Paediatrics and Child Health, 42 (7-8), 428-433

Reageer op het artikel "Invloeden op nachtmerries bij kinderen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Cst1991
Laatste update: 15-02-2011
Rubriek: Mens en Gezondheid
Subrubriek: Kinderen
Bronnen en referenties: 1
Medische informatie…
Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij medische problemen en/of vragen altijd een arts.
Schrijf mee!