Horen als wereldwonder met een cochleair implantaat
Een cochleair implantaat is een elektronisch apparaatje voor doven en zeer slechthorenden. Een cochleair implantaat zet geluid om in elektrische pulsen die de gehoorzenuw stimuleren. Mensen die nog maar zeer beperkt horen of zelfs helemaal niets horen kunnen met een cochleair implantaat klanken, geluiden en spraak waarnemen.Terwijl ze voorheen wellicht niet of nauwelijks meer konden deelnemen aan het sociale leven opent het hebben van een cochleair implanrtaat weer veel mogelijkheden.Drie onderdelen van een cochleair implantaat
Een cochleair implantaat bestaat uit drie onderdelen. Een uitwendige spraakprocessor met microfoon, een inwendige (geïmplanteerde) ontvanger en een uitwendige zendspoel. De microfoon van het uitwendige gedeelte vangt de geluiden op en zendt de informatie naar de spraakprocessor. Die processor zet het geluidssignaal om in elektrische pulsen. Deze pulsen worden via een snoertje overgebracht naar een zendspoel, die via een magneet contact maakt met de ontvanger onder de huid op de schedel. De ontvanger vangt de door de zendspoel uitgezonden FM-signalen op.Anders dan een hoorapparaat
Aan deze ontvanger zijn elektroden verbonden die in het slakkenhuis van het oor worden aangebracht. De elektroden geven elektrische signalen (stroompulsjes) af in de vloeistof van de cochlea die door de nabijgelegen zenuwen worden opgevangen. De zenuwen geven op hun beurt het signaal door via de gehoorzenuw naar de hersenen. Een cochleair implantaat werkt dus heel anders dan een gewoon hoortoestel. Bij een gewoon hoortoestel worden de geluiden versterkt. Afhankelijk van het merk en type implantaat worden er maximaal 24 elektroden in de cochlea geplaatst. Een goedhorende ontvangt de signalen van ongeveer 16.000 haarcellen. Het effect van het implantaatsysteem is daarom onvergelijkbaar maar er worden zeer goede resultaten mee bereikt voor mensen die anders niets of nagenoeg niets horen.Nederland telt acht implantatiecentra die alle verbonden zijn aan een academisch ziekenhuis:
- Universitair Medisch Centrum Utrecht
- Universitair Medisch Centrum St.Radboud NijmegenAcademisch Ziekenhuis Groningen
- Leids Universitair Medisch Centrum
- Academisch Ziekenhuis Maastricht
- Erasmus Medisch Centrum Rotterdam
- Academisch Medisch Centrum Amsterdam
- VU Medisch Centrum Amsterdam
Motivatie voor rehabilitatie
Patiënten die in aanmerking komen voor een cochleair implantaat worden eerst uitgebreid geïnformeerd en er wordt gekeken wat er eventueel al met hoortoestellen is bereikt. Na uitgebreide tests op het audiologisch centrum volgen gesprekken met een psycholoog, maatschappelijk werker, logopedist en KNO-arts. Het gesprek met de psycholoog is bedoeld om te bepalen of de patiënt voldoende gemotiveerd is om het rehabilitatie traject in te gaan.Training van hersenen
De operatie kan twee tot drie uur duren en voor het herstel van de operatie moet drie tot zes weken worden gerekend. Daarna pas kan de audioloog de zendspoel (magnetisch) aansluiten aan het implantaat en de spraakprocessor programmeren. Er wordt daarbij nagegaan welke geluiden de patiënt hoort en de patiënt leert tevens om te gaan met zijn nieuwe apparatuur.Het opnieuw of juist voor het eerst leren spreken, horen en verstaan vergt een groot aantal trainingsessies. De hersenen moeten leren omgaan met de nieuwe informatie.