Incarnaties van Vishnu – Matsya, de mythische vis
Vishnu is naast Brahma en Shiva de belangrijkste god in het hindoeïsme. Samen vormen ze de drie aspecten – drie-eenheid – van het Absolute (God), ofwel de schepping, de bescherming ervan en de teloorgang van het geschapene. Vishnu onderhoudt, beschermt en verzorgt het universum, en dus ook het aardse leven, en heeft zich door de geschiedenis heen in tal van aardse incarnaties (avatars) getoond om de wereld voor de ondergang te behoeden. Zijn eerste incarnatie – van in totaal tien – is Matsya, de vis die de stamvader van de mensheid redde door tijdens de zondvloed de ark op de woeste zeeën naar de droge toppen van de Himalaya te trekken.
Inhoud
Vishnu – het beschermende en onderhoudende aspect van God
Volgens het hindoeïsme is Vishnu de middelste van de drie belangrijkste goden: Brahma, de schepper, Vishnu de onderhouder en Shiva de vernietiger. Vishnu is het beschermende, zorgzame aspect van God, wiens
avatar of incarnatie telkens op aarde verschijnt zodra de wereld op een fundamentele crisis afstevent. Hij incarneert om het goede te beschermen, het kwade te vernietigen en het recht te doen zegevieren, zoals in de Bhagavad Gita (4: 7-8) is beschreven.
Matsya Avatara, tekening in het Amar Mahal Palace Museum, India /
Bron: Nvvchar, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)Tien incarnaties
Conform de hindoeïstische mythologie komt Vishnu tien keer op aarde om de wereld van het kwade te
verlossen, ofwel in tien belichamingen (avatars). Volgens dit wereldbeeld is hij inmiddels negen keer verschenen, achtereenvolgens als:
- Matsya, de vis die Manu (stamvader van de mensheid) redde van de zondvloed.
- Kurma, de schildpad op wiens rug de goden de berg Mandara plaatsten om de oceanen te karnen en er het onsterfelijkheidsnectar uit te maken.
- Varaha, het wilde zwijn dat de aarde uit de Kosmische Oceaan redde, waar een demon de planeet had ingegooid.
- Narasimha, de leeuwenman die de demon Hiranyakashipu doodde.
- Vamana, de dwerg die voor de demon Bali verscheen.
- Parasurama, de reusachtige krijger die het opnam tegen de kshatria's, die de macht wilden grijpen.
- Rama, koning van Ayodhya en held uit het Ramayana-epos.
- Krishna, de fluitspelende herdersjongen, wagenmenner van Arjuna.
- Boeddha, die zelf de weg naar verlossing vond, stichter van het boeddhisme.
- Kalki, de laatste avatar of incarnatie van Vishnu, de metaforische ruiter op het witte paard die in de toekomst aan de basis zal staan van een betere wereld.
Matsya – de mythische vis
In het hindoeïsme wordt de periode tussen twee scheppingscycli de nacht van Brahma genoemd. Het is een era die in het teken staat van duisternis. Een verstilling die 4300 miljoen aardse jaren duurt. In die periode vóór de huidige
schepping stal de demon Hayagriva de Veda's. Voor Brahma was dat een probleem, want zonder deze heilige boeken met de universele wetten kon hij geen nieuwe wereld scheppen. Vishnu verscheen in de vorm van een vis die in de kosmische zondvloed op zoek ging naar de demon, hem vond en versloeg.
Nieuwe scheppingscyclus
Vishnu overhandigde Brahma de
Veda's, waarna een nieuwe scheppingscyclus een aanvang nam. Deze religieus-mythische voorstelling van de scheppingscyclus is in tal van sculpturen aanschouwelijk gemaakt en te bewonderen in veel Indiase tempels en musea. Ook in
hatha-yoga is een houding gewijd aan Matsya (
matsyasana).
Matsya Avatara, Chennakeshava Temple, Somnathpur, India /
Bron: Injamaven, Wikimedia Commons (CC BY-3.0)Vishnu en de zondvloed
Matsya is de eerste incarnatie van Vishnu. Manu was vóór de
zondvloed al door de
goden voorbestemd om als enige overlevende van de zondvloed de stamvader van alle mensen te worden. Manu ving een vis, verzorgde hem, waarna de uiteindelijk grote vis zich ontpopte als Matsya, avatar van Vishnu, die tijdens de zondvloed de boot van Manu – vergelijkbaar met de christelijke ark van Noach – naar een veilig oord sleepte, ofwel de toppen van de Himalaya. Daar bad Manu als enige overlevende tot de
goden om hem een vrouw te schenken. Vishnu willigde zijn wens in, waarna Manu de stamvader van de mensheid werd.
Avatars of bewustzijnsniveaus
Vishnu wordt doorgaans afgebeeld met een adelaar (Garuda) en in gezelschap van zijn vrouw Lakshmi, godin van de liefde. In sculpturen en gravures is
Vishnu te zien met vier armen, een schelp, een discus en een stok. De hindoeïstische mythologie is zo kleurrijk als de Griekse. Het verloop van de zondvloed, waarin Matsya een cruciale rol speelde, komt in alle culturen voor. Van het wereldbeeld van de Maya's tot het christendom en de Filistijnen. Al deze zondvloedverhalen hebben een duidelijke link met het begin van de menselijke geschiedenis, in een periode dat de oorspronkelijke zeeën de basis vormden van de zondvloedmythe.
Licht en duisternis
De negen incarnaties waarin Vishnu zich op aarde manifesteerde kunnen worden beschouwd als mythische vertellingen over de neergedaalde goddelijke kracht die de uit evenwicht geraakte (goddelijke) aardse orde herstelde. Aanvankelijk vocht Vishnu tegen demonen, later tegen de hoogmoed van de mens. De ontaarding in bepaalde tijdspannen tijdens de evolutionair bereikte
bewustzijnsniveaus wordt telkens door Vishnu gecorrigeerd, waarna de reis van het bewustzijn, of beter gezegd de verruiming ervan, weer doorgang kan vinden. De mythische vertellingen gaan met andere woorden over de strijd tussen licht en duisternis, tussen ontstaan en vernietiging en over de reis van het halfbewuste sluimerbestaan naar het ontwaken van datzelfde slapende bewustzijn.
Genetische herinneringen uit vervlogen tijden
Er zijn tal van wetenschappers die geprobeerd hebben de vergane tijdperken te koppelen aan de zogenaamde 'genetische herinnering'. Een van hen was de Duitse natuurfilosoof
Edgar Dacqué (1878-1945). Het betreft dus onder andere de periode dat de mens in evolutionair opzicht nog een vis was. Maar er zijn meer parallellen denkbaar, zoals de zienswijze dat de schepping zich altijd in de duisternis voltrekt. Duisternis die chaos verzinnebeeldt maar die de kiem van de schepping in zich draagt. Dit zich nog niet gemanifesteerde 'zijn' weerspiegelt zich in de
dromen en fantasieën van de mens, waaruit weer mythen ontstaan.
Spirituele bestemming
In de duisternis bevindt zich ook de kennis en in het verlengde daarvan de zingeving van de schepping en het leven, gesymboliseerd door de heilige geschriften, zoals de Veda's, de Bijbel, de Thora en de Koran, ofwel de opgeslagen kennis omtrent de spirituele bestemming van de mensheid. In de scheppingsmythen komt tot uiting dat het belangrijk is dat deze schat geborgen wordt, opdat de mensheid met behulp van de
heilige geschriften altijd koers kan houden. In het hindoeïsme wordt dat gezien als een voorwaarde om de scheppingsreis, of evolutie, te laten beginnen.
Lees verder