Neuspoliepen: Goedaardige gezwellen in neus of sinussen
Neuspoliepen (polyposis nasi) zijn vaak voorkomende, goedaardige traan- of druifvormige gezwellen die zich in de neus of sinussen (neusbijholten) vormen. Vaak treden deze poliepen in de neus op als gevolg van chronische rinitis (ontsteking van het neusslijmvlies), al zijn ook andere aandoeningen en omgevingsfactoren bekend die resulteren in deze poliepen. Niezen, smaakverlies en geurverlies zijn enkele symptomen die gepaard gaan met neuspoliepen, al komen niet altijd klachten voor. Deze pijnloze gezwellen zijn meestal goed te behandelen met medicijnen of chirurgie, al komen ze soms wel terug.- Poliepvorming
- Epidemiologie
- Mechanisme
- Oorzaken neuspoliepen
- Aandoeningen
- Risicofactoren
- Risicogroepen
- Symptomen: Niezen, geurverlies en smaakverlies
- Alarmsymptomen
- Diagnose en onderzoeken
- Behandeling van neuspoliepen
- Prognose van goedaardige gezwellen in neus en sinussen
- Complicaties
- Preventie van neuspoliepen
- Praktische tips voor het leven met neuspoliepen
- Beheer allergieën en sinusproblemen
- Gebruik een zoutoplossing voor neusspray
- Voorkom verstopte neus door stomen
- Raadpleeg een arts voor medicijnen of steroïden
- Zorg voor een gezonde leefomgeving
- Zorg voor voldoende hydratatie
- Pas je slaaphouding aan voor betere ademhaling
- Overweeg chirurgische opties bij ernstige gevallen
- Misvattingen rond neuspoliepen
- Neuspoliepen komen alleen voor bij mensen met allergieën
- Neuspoliepen zijn onschuldig en vereisen geen behandeling
- Neuspoliepen verdwijnen vanzelf
- Neuspoliepen veroorzaken altijd ernstige symptomen
- Neuspoliepen kunnen alleen door chirurgie worden behandeld
- Neuspoliepen komen alleen voor bij volwassenen
- Neuspoliepen zijn altijd zichtbaar zonder hulpmiddelen
Poliepvorming
Poliepen komen op diverse plaatsen in het lichaam tot stand. Mogelijk verschijnen ze in de neus, maar ook op andere plaatsen zijn ze soms nog aanwezig:- de baarmoeder (baarmoederpoliepen)
- de blaas (blaaspoliepen)de dikke darm (darmpoliepen)
- de galblaas (galblaaspoliepen)
- de keel / het strottenhoofd (keelpoliepen)
- de maag (maagpoliepen)
- het oor (oorpoliepen)
Epidemiologie
Neuspoliepen zijn goedaardige zwellingen die ontstaan uit het slijmvlies van de neusholtes of bijholten. Ze komen voor bij ongeveer 1-4% van de algemene bevolking, met een hogere prevalentie bij volwassenen tussen de 30 en 60 jaar. Ze worden vaker aangetroffen bij mensen met chronische ontstekingen van de neus of bijholten, zoals chronische rhinosinusitis.Prevalentie en incidentie
Ongeveer 4% van de volwassenen in de westerse wereld wordt getroffen door neuspoliepen. De aandoening komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, met een man-vrouw ratio van ongeveer 2:1. Neuspoliepen worden zelden aangetroffen bij kinderen, maar kunnen zich ontwikkelen in de kindertijd bij patiënten met erfelijke aandoeningen zoals cystische fibrose.
Leeftijd en geslacht
Neuspoliepen komen het meest voor bij volwassenen tussen de 30 en 60 jaar, maar ze kunnen op elke leeftijd optreden. Ze zijn twee keer zo vaak aanwezig bij mannen als bij vrouwen.
Mechanisme
Neuspoliepen ontstaan wanneer het slijmvlies van de neus of bijholten zwelt en vergroot, wat resulteert in het uitsteken van een goedaardige massa. Dit proces is meestal het gevolg van een chronische ontsteking, die kan worden veroorzaakt door infecties, allergieën of een overmatige immuunrespons.Ontsteking en zwelling
Bij mensen met chronische rhinosinusitis is er langdurige ontsteking van de neusholten en bijholten. Deze ontsteking leidt tot het overmatig vrijkomen van ontstekingsstoffen, die de zwelling van het slijmvlies bevorderen en uiteindelijk de vorming van poliepen veroorzaken.
Afwijkingen in het immuunsysteem
Neuspoliepen worden vaak geassocieerd met een overreactie van het immuunsysteem, zoals het geval is bij allergieën of astma. Het afweersysteem reageert op bepaalde stoffen (bijvoorbeeld allergenen) door ontstekingsstoffen vrij te geven, wat leidt tot zwelling van het slijmvlies en de vorming van poliepen.
Oorzaken neuspoliepen
Het mechanisme van de poliepvorming is niet volledig begrepen. Vaak is de precieze oorzaak van neuspoliepen onbekend. Neuspoliepen komen echter voor bij een aantal aandoeningen en omgevingsfactoren.Aandoeningen
Volgende aandoeningen leiden sneller tot neuspoliepen:- astma (chronische ontsteking van de luchtwegen in de longen)
- frequente sinusinfecties en andere acute of chronische infecties
- het Cornelia de Lange-syndroom (ontwikkelingsstoornis)
- het Churg-Strauss syndroom (een auto-immuunziekte die resulteert in een ontsteking van de bloedvaten)
- het Kartagener-syndroom (afwijkingen aan luchtwegen en organen)
- het Peutz-Jeghers syndroom (symptomen in dunne darm en aan huid)
- mucoviscidose (een chronische ziekte die organen, zoals de lever, de longen, het pancreas en de darmen aantast)
- rinitis (zeer vaak): Patiënten met zowel allergische als vasomotorische rinitis (rhinitis) waarbij de symptomen meer dan twaalf weken aanhouden, lopen meer risico op het ontwikkelen van neuspoliepen.
Omgevingsfactoren
Poliepen in de neus verschijnen ook door een aantal omgevingsfactoren:
- een allergie voor aspirine: patiënten met een allergische reactie op aspirine of andere NSAID's (niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen) hebben meer kans op het ontwikkelen van poliepen.
- een vreemd voorwerp in de neus
- genetica: Patiënten waarvan de ouders ook kampen met neuspoliepen, hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van neuspoliepen.
Risicofactoren
Er zijn verschillende factoren die het risico op het ontwikkelen van neuspoliepen verhogen.Chronische rhinosinusitis
De belangrijkste risicofactor voor het ontwikkelen van neuspoliepen is chronische rhinosinusitis, een langdurige ontsteking van de neusholten en bijholten. Patiënten met deze aandoening hebben een veel groter risico op het ontwikkelen van poliepen.
Allergieën
Allergische reacties kunnen bijdragen aan de ontsteking van het slijmvlies in de neus en bijholten, wat het risico op neuspoliepen verhoogt. Mensen met allergische rhinitis (hooikoorts) lopen dus een groter risico.
Astma en andere longaandoeningen
Er is een sterke associatie tussen neuspoliepen en astma. Ongeveer de helft van de mensen met ernstige astma ontwikkelt ook neuspoliepen, vooral als ze een allergische component hebben.
Cystische fibrose
Cystische fibrose is een erfelijke aandoening die de slijmvliezen in het lichaam beïnvloedt, en het komt vaak voor bij mensen met neuspoliepen. Bij deze aandoening is de slijmproductie in de luchtwegen abnormaal, wat het risico op chronische sinusitis en neuspoliepen vergroot.
Risicogroepen
Bepaalde groepen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van neuspoliepen.Mensen met chronische rhinosinusitis
Personen die lijden aan chronische rhinosinusitis, vooral die met langdurige ontstekingen die moeilijk te behandelen zijn, lopen een hoger risico op het ontwikkelen van neuspoliepen.
Mensen met allergieën en astma
Individuen die last hebben van allergieën of astma, vooral ernstige vormen, hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van neuspoliepen. Dit komt door de aanhoudende ontsteking van de luchtwegen.
Mensen met cystische fibrose
Patiënten met cystische fibrose hebben een verhoogde viscositeit van het slijm, wat bijdraagt aan chronische sinusitis en het ontstaan van neuspoliepen.
Symptomen: Niezen, geurverlies en smaakverlies
AlgemeenNeuspoliepen verschijnen meestal bij de openingen naar de sinussen (in de neusgang); ze ontstaan echter mogelijk overal door de neusgangen of sinussen. Neuspoliepen zijn ronde, gladde, zachte, halfdoorzichtige, vlezige, glinsterende structuren die vastgehecht zijn aan het slijmvlies van de sinus. Deze bleke, gele tot roze gezwellen zijn bevestigd aan de sinus met een relatief smalle stengel of pedikel. Ze hebben een traanvormig tot druifvormig uiterlijk. Eén of meer kleine of grote poliepen zijn mogelijk in één of beide neusgaten (meestal beide kanten). Kleine neuspoliepen veroorzaken niet altijd klachten.
Grotere neuspoliepen blokkeren mogelijk de normale afvoer van de sinussen. Wanneer zich veel slijm (sputum) opbouwt in de sinussen, raken de sinussen mogelijk geïnfecteerd. Volgende klachten komen voor bij neuspoliepen:
- ademhalingsproblemen
- door de mond ademen
- een loopneus
- een nasale obstructie (verstopte neus, neusverstopping)
- geurverlies (hyposmie) of volledig verlies van de geur (anosmie) (bij ongeveer 75% van de patiënten)
- hoofdpijn en ochtendhoofdpijn
- jeuk rond de ogen
- neuszweren
- niezen
- pijn aan het gezicht en neuspijn
- postnasaal druppelen: een gevoel van slijm dat steeds aan de achterkant van de keel loopt
- smaakverlies of een metaalachtige smaak in de mond
- snurken
Alarmsymptomen
De symptomen van neuspoliepen kunnen variëren afhankelijk van de grootte van de poliepen en de ernst van de ontsteking.Verstopte neus en verstoorde ademhaling
Een van de meest voorkomende symptomen is verstopte neus, die kan leiden tot moeilijkheden met ademhalen door de neus. Dit komt door de verstopping van de neusholtes door de poliepen.
Verminderde reukzin
Mensen met neuspoliepen ervaren vaak een verminderde of volledig verlies van hun reukvermogen (anosmie). Dit kan een belangrijk symptoom zijn dat erop wijst dat poliepen aanwezig zijn.
Gezichtsdruk en hoofdpijn
Patiënten kunnen ook last hebben van gezichtsdruk of hoofdpijn, vooral rond de ogen of in het voorhoofd, vanwege de druk die de poliepen uitoefenen op de bijholten.
Chronische sinuspijn en infecties
Verstopte bijholten kunnen leiden tot chronische sinuspijn of frequente sinusinfecties (sinusitis), wat pijn in de neus, wangen, oren of boven de ogen kan veroorzaken.
Diagnose en onderzoeken
De arts bevraagt de patiënt over de mogelijk allergische factoren die rinitis veroorzaken. Een neusendoscopie (inwendig kijkonderzoek van de neus- en sinusholtes) is nodig om een gedetailleerd beeld van de neus en sinussen te krijgen. Soms is een biopsie van de neuspoliep nodig, waarbij de arts een stukje weefsel van de poliep microscopisch laat analyseren in een laboratorium. De laborant ontdekt dat een poliep mastcellen, eosinofielen en mononucleaire cellen in grote aantallen bevat. Een CT-scan is daarnaast nuttig voor het identificeren van de neuspoliepen en andere afwijkingen die gekoppeld zijn aan de chronische ontsteking. Ook andere verstoppingen bemerkt de arts met behulp van een CT-scan. Wanneer allergieën mogelijk een rol spelen in de aanwezigheid van neuspoliepen, voert de arts een huidprikallergietest uit.Behandeling van neuspoliepen
Kleine poliepen veroorzaken niet altijd klachten en behoeven bijgevolg ook niet altijd een behandeling. In andere gevallen behandelt de arts rinitis, de onderliggende oorzaak van de neuspoliepen.Zelfzorg
Rinitis is te genezen door allergenen te vermijden zoals pollen, huisstofmijt, haren van huisdieren, chemicaliën, enz. Regelmatig grondig de handen wassen vermindert het risico op een bacteriële of virale infectie, wat resulteert in minder gevallen van ontsteking van de sinussen en neusopeningen. Tot slot is het nuttig om een luchtbevochtiger in huis te installeren bij droge lucht (droge lucht leidt sneller tot luchtwegproblemen).
De arts zet vaak volgende medicijnen in om rinitis te behandelen:
- antihistaminica
- anti-inflammatoire geneesmiddelen
- corticosteroïden (krachtige ontstekingsremmers)
- decongestiva (zwelling van slijmvliezen in neus verminderen)
- immunotherapie (allergie-injecties voor behandeling allergie)
- leukotriene-antagonisten
Een chirurgische ingreep (polypectomie) is nodig bij zeer grote poliepen of bij poliepen die niet reageren op medicijnen.
Prognose van goedaardige gezwellen in neus en sinussen
Neuspoliepen zijn goedaardig en zijn niet gerelateerd aan darmpoliepen (goedaardige gezwellen, soms wel een voorloper van darmkanker) of baarmoederpoliepen (gezwellen in baarmoederwand). Wel blijven ze snel terugkeren als de irritatie, allergie of infectie aanhoudt of terugkeert. De arts zet bijgevolg vaak corticosteroïden (via een spray) in in combinatie met regelmatig een inwendig kijkonderzoek van de neus (neusendoscopie) om de neus- en sinusstructuren te beoordelen.Complicaties
Neuspoliepen verhogen de kans op chronische sinusitis (chronische ontsteking van de neusbijholte). Een grote neuspoliep kan zelfs de vorm van de neus veranderen. Daarnaast veroorzaken neuspoliepen soms slaapapneu of andere slaapstoornissen. In ernstige gevallen komt ook dubbelzien (diplopie) tot stand. Dit gebeurt voornamelijk bij patiënten met allergische schimmel sinusitis of mucoviscidose. Patiënten met mucoviscidose presenteren zich mogelijk met grotere ogen door een gewijzigde structuur van het gezicht. Zeer zelden ontaardt een neuspoliep in neuskanker.Preventie van neuspoliepen
Hoewel het niet altijd mogelijk is om neuspoliepen te voorkomen, kunnen bepaalde maatregelen helpen het risico te verminderen.Behandeling van allergieën en astma
Een effectieve behandeling van allergieën en astma kan helpen ontstekingen te verminderen en het risico op de ontwikkeling van neuspoliepen te verlagen. Het naleven van een behandelplan voor allergieën kan essentieel zijn.
Vermijden van irriterende stoffen
Vermijden van irriterende stoffen zoals sigarettenrook en luchtvervuiling kan ook helpen ontstekingen in de luchtwegen te voorkomen en het risico op neuspoliepen te verminderen.
Gezond voedingspatroon
Een evenwichtig voedingspatroon dat rijk is aan antioxidanten en anti-inflammatoire stoffen kan helpen het immuunsysteem te versterken en ontstekingen in de luchtwegen te verminderen.