EHBO bij een astma-aanval (chronische longaandoening)
Astma is een chronische longaandoening waarbij de luchtwegen in de longen vernauwen en ontstoken zijn. Astma veroorzaakt terugkerende perioden van een piepende ademhaling, een beklemmend gevoel op de borst, kortademigheid en hoesten. Allergie, koude, rook, verf, stress, dierlijke eiwitten, een lichamelijke inspanning of een ontsteking zijn slechts enkele uitlokkende factoren voor astma. Patiënten krijgen een ondersteunende behandeling die bestaat uit therapieën en hulpmiddelen. Soms treedt bij een patiënt met deze niet te genezen longziekte plots een astma-aanval op waardoor hij geen adem meer krijgt. Een hulpverlener reageert kalm en zorgt ervoor dat de patiënt zijn medicatie inneemt. Dankzij enkele andere adviezen voorkomt een hulpverlener het overlijden van de patiënt door zuurstoftekort.
Epidemiologie van astma
Astma is een van de meest voorkomende chronische longaandoeningen wereldwijd. Anno augustus 2024 lijden ongeveer 339 miljoen mensen wereldwijd aan astma. In Nederland heeft circa 5-10% van de bevolking astma. De aandoening komt voor bij zowel kinderen als volwassenen, hoewel het vaker begint in de kinderjaren. Astma komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en lijkt ook etnische verschillen te vertonen, waarbij bepaalde groepen een hoger risico hebben.
Oorzaken en risicofactoren van astma
Astma is een complex samenspel van genetische en omgevingsfactoren. Erfelijkheid speelt een grote rol; kinderen van ouders met astma hebben een verhoogd risico. Omgevingsfactoren zoals blootstelling aan allergenen (bijvoorbeeld pollen, stofmijten), tabaksrook, luchtvervuiling en chemische irriterende stoffen (zoals verf en schoonmaakmiddelen) kunnen astma uitlokken of verergeren. Andere risicofactoren zijn een voorgeschiedenis van luchtweginfecties in de kindertijd, obesitas, en het hebben van allergieën.
Symptomen van astma
Astma veroorzaakt terugkerende perioden van een piepende ademhaling (
stridor), een beklemmend gevoel op de borst,
kortademigheid en
hoesten. Deze symptomen kunnen verergeren door factoren zoals koude lucht, lichamelijke inspanning, of blootstelling aan allergenen en irriterende stoffen. Bij kinderen kan een hardnekkige hoest het enige symptoom zijn. De ernst van de symptomen varieert van persoon tot persoon en kan van mild tot levensbedreigend zijn.
Alarmsymptomen
Ernstige symptomen die onmiddellijke medische aandacht vereisen, zijn onder meer moeite met praten of lopen als gevolg van kortademigheid, een blauwe verkleuring van de lippen en/of vingernagels (
cyanose), en flauwvallen (
flauwvallen) door zuurstoftekort. Een patiënt kan tijdens een ernstige aanval ook slaperig worden of stoppen met ademhalen (apneu).
Diagnose en onderzoeken bij astma
De diagnose astma wordt gesteld op basis van het klachtenpatroon, een lichamelijk onderzoek, en aanvullende onderzoeken zoals een longfunctieonderzoek. Spirometrie is de meest gebruikte test om de longfunctie te meten en kan aantonen hoe goed de luchtwegen werken. Daarnaast kunnen allergietesten en een piekstroommeter worden gebruikt om astma te diagnosticeren en te monitoren. Beeldvormende technieken zoals een röntgenfoto van de borstkas (
thoraxfoto) worden soms gebruikt om andere aandoeningen uit te sluiten.
Behandeling van astma
De behandeling van astma richt zich op het onder controle houden van de symptomen en het voorkomen van exacerbaties. Inhalatiemedicatie, zoals luchtwegverwijders en ontstekingsremmers, vormt de hoeksteen van de behandeling. Luchtwegverwijders (bronchodilatoren) zoals salbutamol worden gebruikt om acute symptomen te verlichten, terwijl ontstekingsremmers zoals inhalatiecorticosteroïden (bijvoorbeeld fluticason) langdurige ontsteking onder controle houden. Voor sommige patiënten kunnen aanvullende behandelingen, zoals langdurige luchtwegverwijders, leukotrieenreceptorantagonisten of biologische therapieën, nodig zijn. Educatie over het vermijden van triggers en een goede inhalatietechniek zijn ook cruciale onderdelen van de behandeling.
Prognose van astma
De prognose voor astma varieert sterk. Veel kinderen "groeien over" hun astma heen, terwijl anderen gedurende hun hele leven symptomen blijven ervaren. Met de juiste behandeling en monitoring kunnen de meeste mensen met astma een normaal, actief leven leiden. Ongecontroleerde astma kan echter leiden tot chronische longproblemen en een verminderde kwaliteit van leven.
Complicaties van astma: wanneer het ernstig wordt
Astma is vaak goed te beheren, maar wanneer het niet goed wordt behandeld of wanneer er regelmatig astma-aanvallen optreden, kunnen er complicaties ontstaan. Complicaties kunnen het ademhalingsvermogen van de patiënt aanzienlijk verminderen en leiden tot ziekenhuisopnames.
Ernstige astma-aanvallen
Een van de grootste risico's van astma is de mogelijkheid van een ernstige aanval die niet snel reageert op medicatie. Dit kan leiden tot ziekenhuisopnames of zelfs tot overlijden als er onvoldoende zuurstof naar het lichaam wordt getransporteerd.
Longbeschadiging
Chronisch onbeheersbare astma kan leiden tot beschadiging van de longen en hun functie, wat op lange termijn het ademhalingsvermogen kan verminderen. Dit wordt vaak aangeduid als "longremodeling", wat het risico op verdere ademhalingsproblemen verhoogt.
Psychosociale gevolgen
Astma kan ook gevolgen hebben voor het dagelijks leven van de patiënt, wat leidt tot stress, angst en beperkingen in fysieke activiteit. Dit kan de kwaliteit van leven beïnvloeden, vooral als astma-aanvallen frequent of ernstig zijn. Psychologische ondersteuning kan nuttig zijn om hiermee om te gaan.
Preventie van astma
Preventie van astma-aanvallen richt zich op het vermijden van bekende triggers, zoals rook, allergenen en luchtvervuiling. Vroege interventie bij symptomen en regelmatige monitoring van de longfunctie zijn essentieel. Voor mensen met allergieën kan het gebruik van antihistaminica en het vermijden van allergenen helpen om astmasymptomen te verminderen. Educatie over het gebruik van inhalers en het opstellen van een persoonlijk astma-actieplan zijn eveneens belangrijk om exacerbaties te voorkomen.
Symptomen chronische longaandoening
Symptomen van een plotse aanval van
astma zijn onder meer moeite met praten of lopen als gevolg van
kortademigheid wat gepaard gaat met
hoesten en/of een piepende ademhaling (
stridor). Meestal is het hoofd licht achterovergebogen en ademt de patiënt met opgetrokken schouders om zoveel mogelijk zuurstof binnen te krijgen. Daarnaast treedt een blauwverkleuring van de lippen en/of vingernagels (
cyanose) en/of rond de neus op door een tekort aan zuurstof in de weefsels. Door zuurstoftekort valt de patiënt mogelijk ook flauw (
flauwvallen).
Eerste hulp bij een astma-aanval
De hulpverlener zorgt voor een rustige omgeving en stuurt kijklustigen weg. Indien hij exacte informatie heeft over de toediening van de astmamedicatie van de patiënt, volgt hij de richtlijnen op. Daarna zoekt hij medische hulp op. Heeft de hulpverlener geen informatie over de astmarichtlijnen van de patiënt, dan laat hij de patiënt comfortabel rechtop zitten. Hij doet vervolgens alle strakke kledij uit bij de patiënt, vooral rond de hals. Dit vergemakkelijkt de ademhaling. Wanneer de patiënt voorover leunt en steunt op de armen, is het ademen vaak iets makkelijker. De hulpverlener is rustig en kalmeert eveneens de patiënt om rustig te ademen. Als een patiënt astmamedicijnen zoals een inhalator op zak heeft, helpt de hulpverlener de patiënt in het gebruik van de inhalator. Heeft de patiënt geen medicatie bij, dan gebruikt hij een inhalator uit een EHBO-doos of leent hij indien mogelijk een inhalator van een andere persoon met een
longaandoening.
Inhalator met tussenstuk
Het gebruik van een inhalator met tussenstuk geniet de voorkeur. De hulpverlener verwijdert de dop en schudt vervolgens de inhalator goed door elkaar. Daarna stopt hij de inhalator in het tussenstuk. De hulpverlener laat nu de patiënt uitademen en zet dan de mond stevig rond het mondtussenstuk van de inhalator. Daarna drukt hij eenmalig op de inhalator om een pufje trekje te genereren. De patiënt moet nu langzaam door de mond ademen en de adem gedurende tien seconden inhouden. De hulpverlener geeft op deze manier de patiënt in totaal vier pufjes, telkens met een minuut tussenpauze.
Inhalator zonder tussenstuk
De hulpverlener verwijdert eerst de dop van de inhalator en schudt het apparaat goed door elkaar. Daarna laat hij de patiënt lang uitademen. De patiënt sluit daarna de lippen stevig rond het mondstuk van de inhalator. De hulpverlener drukt éénmalig op de inhalator als de patiënt langzaam begint te ademen. De patiënt moet zo langzaam en diep mogelijk ademen gedurende vijf à zeven seconden en daarna de ademhaling gedurende tien seconden inhouden. In het totaal mag de patiënt vier pufjes krijgen met een tussenpauze van één minuut tussen elk pufje.
Na het gebruik van de inhalator wacht de hulpverlener vier minuten. Heeft de patiënt nog steeds
ademhalingsproblemen, dan geeft hij nog eens vier pufjes met telkens een tussenpauze van één minuut. Treedt er dan nog steeds weinig of geen verbetering op, dan geeft de hulpverlener elke vier minuten vier pufjes totdat de ambulance arriveert. Als de patiënt een ernstige aanval heeft, mag de hulpverlener elke vijf minuten maximaal zes tot acht pufjes.
De hulpverlener blijft de vitale functies van de patiënt controleren. Slaperigheid en geen piepende ademhaling meer horen zijn geen tekenen van een verbetering van de symptomen. Stopt de patiënt met ademhalen (apneu), of zakt de patiënt ineen, dan start de hulpverlener met reanimatie.
EHBO: Zeker niet doen
De hulpverlener schiet niet in paniek bij een patiënt die moeilijk kan ademen, want dit verergert mogelijk de aanval. Bovendien moet de hulpverlener ervoor zorgen dat de patiënt zijn energie gebruikt voor de ademhaling en dus niet te veel praat. De patiënt mag zeker niet gaan liggen of blijven liggen op de grond wanneer hij een astma-aanval heeft. De hulpverlener plaatst hem rechtop zodat hij makkelijker kan ademen. De hulpverlener mag tot slot niet zelf de astmamedicatie verhogen of aanpassen wanneer de patiënt nog steeds ademhalingsproblemen vertoont. Hij raadpleegt hiervoor steeds een arts.
Praktische tips voor EHBO bij een astma-aanval
Een astma-aanval kan plotseling optreden en vereist snelle actie om de ademhaling van het slachtoffer te verbeteren. Het is belangrijk om te weten hoe je
EHBO kunt toepassen tijdens een astma-aanval om de situatie onder controle te krijgen totdat professionele medische hulp beschikbaar is.
Herken de symptomen van een astma-aanval
Tijdens een astma-aanval kunnen de symptomen snel verergeren. Let op de volgende tekenen: kortademigheid of moeite met ademhalen, piepend geluid bij het ademhalen, vooral bij het uitademen, een gevoel van benauwdheid op de borst, en hoesten, vooral 's nachts of in de vroege ochtend. Als je deze symptomen bij jezelf of bij iemand anders opmerkt, neem dan onmiddellijk actie.
Gebruik een inhalator met medicatie
Als het slachtoffer een inhalator heeft, geef deze dan direct. De inhalator bevat
medicatie die helpt om de luchtwegen te openen. Het is belangrijk om het slachtoffer rustig te houden, zodat de
medicatie effectief kan werken. Als de inhalator geen effect heeft, herhaal de dosis volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Blijf kalm en zorg voor een rustige omgeving
Probeer het slachtoffer gerust te stellen. Angst kan de symptomen verergeren, dus het is belangrijk om kalm te blijven. Zet het slachtoffer rechtop om de ademhaling te vergemakkelijken. Zorg voor een rustige en goed geventileerde omgeving, zodat het slachtoffer gemakkelijker kan ademen.
Zoek onmiddellijk medische hulp
Als de symptomen niet verbeteren na het gebruik van de inhalator of als het slachtoffer moeilijk blijft ademen, bel dan onmiddellijk de hulpdiensten. Het is belangrijk om medische hulp in te schakelen als de aanval ernstig is of als het slachtoffer het gevoel heeft dat de ademhalingsproblemen niet onder controle te krijgen zijn.
Observeer het slachtoffer en blijf kalm
Het is belangrijk om het slachtoffer goed in de gaten te houden terwijl je wacht op medische hulp. Als het slachtoffer bewusteloos raakt of niet meer reageert, begin dan onmiddellijk met reanimatie als je daartoe getraind bent, en blijf de
EHBO toepassen totdat hulp arriveert.
Misvattingen rond EHBO bij een astma-aanval (chronische longaandoening)
Astma is een chronische longaandoening die wordt gekarakteriseerd door verergering van de luchtwegvernauwing, wat kan leiden tot benauwdheid, hoesten en piepende ademhaling. Bij een astma-aanval is het belangrijk om snel en adequaat in te grijpen, maar er bestaan verschillende misvattingen over hoe je de aanval het beste kunt behandelen. Hieronder worden enkele van de meest voorkomende misvattingen besproken.
Een astma-aanval kan worden verholpen door simpelweg rustig te blijven
Veel mensen denken dat het belangrijkste tijdens een astma-aanval is om rustig te blijven. Hoewel kalm blijven belangrijk is, is dit niet voldoende om de aanval daadwerkelijk te stoppen. Het gebruik van de juiste medicatie, zoals een
relaxerende medicatie (bronchodilatator), is cruciaal om de luchtwegen te openen en de symptomen effectief te verlichten. Alleen rust nemen zal de aanval niet stoppen.
De inhalator is altijd voldoende om een astma-aanval te stoppen
Er wordt vaak gedacht dat een inhalator altijd effectief genoeg is om een astma-aanval volledig te stoppen. Dit is echter niet altijd het geval. Bij ernstige astma-aanvallen kan het nodig zijn om extra medische hulp in te schakelen, zoals het gebruik van orale corticosteroïden of zelfs een ziekenhuisopname. Een inhalator is een essentieel hulpmiddel, maar het kan niet altijd het enige antwoord zijn.
Bij een astma-aanval moet je de patiënt niet aanmoedigen om te ademen
Sommige mensen denken dat ze de patiënt niet mogen aanmoedigen om door te ademen bij een astma-aanval, omdat dit extra stress kan veroorzaken. Dit is een misvatting. Het is juist belangrijk om de persoon gerust te stellen en hem of haar aan te moedigen rustig en gelijkmatig door de mond te ademen om de benauwdheid te verlichten en de luchtwegen te openen. Het gebrek aan ademhalen kan de situatie verergeren.
Astma-aanvallen kunnen altijd worden voorkomen door medicijnen te nemen
Hoewel medicatie een belangrijke rol speelt bij het beheersen van astma, kunnen aanvallen niet altijd volledig worden voorkomen, zelfs met medicatie. Er zijn vaak triggers zoals allergieën,
allergieën voor huisstofmijt of bepaalde geuren, of blootstelling aan koude lucht, die een aanval kunnen uitlokken, zelfs bij mensen die hun medicatie regelmatig gebruiken. Het is essentieel om de omgeving zo veel mogelijk te controleren, maar aanvallen kunnen soms onvermijdelijk zijn.
Bij een astma-aanval moet je geen mentale gezondheid overwegingen meenemen
Sommige mensen denken dat psychologische factoren geen rol spelen bij een astma-aanval. Dit is niet juist. Stress en angst kunnen de symptomen verergeren en de aanval intensiveren. Het is belangrijk om zowel fysieke als mentale gezondheid aan te pakken en de patiënt gerust te stellen door kalmerende technieken toe te passen.
Alleen ouderen hebben risico op een astma-aanval
Er bestaat de misvatting dat alleen ouderen met astma een aanval kunnen krijgen. Dit is onjuist. Astma kan mensen van alle leeftijden treffen, van jonge kinderen tot ouderen. De symptomen kunnen variëren, maar iedereen die astma heeft, kan een aanval krijgen, afhankelijk van de omstandigheden en triggers. Het is belangrijk om astma bij alle leeftijden serieus te nemen en de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen.
Je moet altijd wachten tot de aanval voorbij is voordat je hulp zoekt
Sommige mensen denken dat het beter is om te wachten tot de astma-aanval vanzelf overgaat voordat ze hulp zoeken. Dit is riskant. Als de aanval niet snel verbetert na het gebruik van een inhalator, moet je onmiddellijk medische hulp inroepen. Astma-aanvallen kunnen snel verergeren en levensbedreigend worden als ze niet adequaat worden behandeld.
Door deze misvattingen te begrijpen en de juiste procedures te volgen, kun je de symptomen van een astma-aanval beter beheersen en sneller de juiste hulp inroepen.
Lees verder