Event recorder bij hartritmestoornis
Een event recorder wordt ingezet bij een hartritmestoornis en wanneer blijkt dat een eerder onderzoek met een holter (holteronderzoek) niet voldoende gegevens heeft opgeleverd. Deze recorder wordt gedurende minstens een week gedragen, soms zelfs een maand of nog langer indien dit nodig is. Er zijn verschillende event recorders zoals een soort polshorloge, een implanteerbare recorder of een kastje. De gegevens worden veelal via een mobiele telefoon direct naar het ziekenhuis verzonden.Hartritmestoornis
Wanneer iemand een hartritmestoornis heeft of wanneer hier een vermoeden voor bestaat, is er nader onderzoek nodig. Een hartritmestoornis hoeft niet direct ernstig te zijn maar kan op de lange duur wel nare gevolgen hebben. Een hartritmestoornis kan uiteindelijk zelfs leiden tot een hartinfarct oftewel een hartaanval. Daarom is het belangrijk om te onderzoeken wat er precies aan de hand is. Een hartritmestoornis is door de patiënt te herkennen aan een kloppend hart in de keel, een snelle of trage hartslag, een fladderend hart, benauwdheid en/of kortademigheid.Event recorder en holteronderzoek
Allereerst zal er een holteronderzoek plaatsvinden. Hierbij wordt een ECG (hartfilmpje) gemaakt gedurende 24 tot 48 uur. De patiënt draagt hierbij een kastje met 4 tot 7 elektroden die op de borst zijn geplakt. Vaak is er nog een inspanningstest (fietstest) en echo nodig. Niet altijd wordt de hartritmestoornis gedurende deze 24 tot 28 uur geregistreerd. Dit heeft te maken met het feit dat hartritmestoornissen heel onregelmatig voor kunnen komen en vaak op de meest onverwachte momenten plaatsvinden.Wanneer dit het geval is kan overgegaan worden tot een event recorder, ook wel als eventrecorder geschreven. Een eventrecorder registreert het hartritme gedurende langere periode. Vaak is dit voor een week of langer indien nodig. Er zijn meerdere soorten eventrecorders.
Kastje en elektroden
De meest gebruikte eventrecorder is een apparaat (of eventclip) dat ook voor een holteronderzoek wordt gebruikt, maar dan met een iets ander functie. Een kastje is verbonden aan elektroden die op de borst worden geplakt. De borst wordt schoongemaakt en er wordt gel op de plakkers aangebracht. Het vastplakken van de elektroden is pijnloos, de draden worden vastgeklikt aan de plakkers. Het kastje registreert het hartritme, maar niet continue. Pas wanneer er klachten optreden kan er een knop worden ingedrukt. Het hartritme wordt op dat moment geregistreerd gedurende een kwartier na, maar ook een kwartier voor de klachten. Hierdoor kan er terug gekeken worden in de tijd. Dit is handig wanneer mensen even wegraken tijdens klachten en pas later de knop indrukken.Een andere manier is een soort horloge die om de linkerpols wordt gedragen. Ook dit apparaat registreert het hartritme op het moment van klachten. Hierbij hoeft er geen knop ingedrukt te worden maar wordt de andere hand op het horloge gelegd. Het apparaat start dan de registratie.
Er is ook nog een implanteerbare hartmonitor. Onder plaatselijke verdoving wordt deze aangebracht. Deze is 6 cm lang en 2 cm hoog en minder dan 1 cm dik. Het apparaatje wordt net onder de huid van de borst geïmplanteerd. Uitwendige kabeltjes zijn niet nodig, dit maakt het makkelijk. Het registreert volledig automatisch afwijkende hartritmen, maar de patiënt kan ook de afstandsbediening gebruiken om een ritmestoornis te laten registreren. Het verwijderen van het apparaat moet ook onder plaatselijke verdoving gebeuren.