Hypodermoclyse (subcutane vochttoediening) werkwijze
Hypodermoclyse wil zeggen het toedienen van vocht in het onderhuids bindweefsel, ofwel subcutaan. Deze methode wordt gebruikt bij lichte tot matige dehydratie (uitdroging) en als orale vochtopname niet mogelijk of niet wenselijk is. Toen het intraveneus infuus opgang maakte, is de hypodermoclyse tijdelijk in onbruik geraakt. De subcutane vochttoediening is echter in de geriatrie, de thuiszorg en in de palliatieve zorg een eenvoudige, veilige en doelmatige methode bij parenterale rehydratie wanneer intraveneuze vochttoediening om allerlei redenen niet mogelijk is. Overigens wordt deze werkwijze in de ziekenhuizen niet meer toegepast. De hypodermoclyse kan op relatief eenvoudige wijze worden ingebracht met een vlindernaald en is ideaal voor bedlegerige en relatief onrustige patiënten.
Inhoud
Wat is een hypodermoclyse?
Het woord hypodermoclyse is afkomstig uit het Latijn, zoals veel medische termen. Het woord is afgeleid van
hypo (onder),
derma (huid) en
clysis (reiniging). Hierbij wordt via het onderhuids bindweefsel (subcutaan) vocht toegediend met een zeer dunne naald. Dit gebeurt doorgaans in beide bovenbenen of via de buik. Het
infuus bestaat uit fysiologisch zout (0,9%) of een glucoseoplossing. Ook kunnen er eventueel medicijnen aan worden toegevoegd. De vloeistof verspreidt zich via het onderhuids bindweefsel en wordt opgenomen in het
bloed.
Infuuszakjes /
Bron: Harmid, Wikimedia Commons (Publiek domein)Beproefde methode
In de vorige eeuw werd de hypodermoclyse vaak voorgeschreven. Het is een aloude methode om vochttekort bij patiënten op te heffen. Met de brede intrede van het intraveneus infuus is de methode eind vorige eeuw geleidelijk in onbruik geraakt, in elk geval in de ziekenhuizen. In de moderne geneeskunde heeft de
hypodermoclyse een herwaardering doorgemaakt maar was feitelijk nooit echt verdwenen, aangezien het een veilige, doelmatige en eenvoudige rehydratiemethode is wanneer orale vochttoediening (tijdelijk) niet tot de mogelijkheden behoort. Het infuus kan ook door verzorgenden/verpleegkundigen in de thuiszorg, de verpleeg- en verzorgingstehuizen (geriatrie) en in de palliatieve zorg worden ingebracht voor de behandeling van licht tot matig vochttekort (dehydratie).
Toepassingen van de hypodermoclyse
Subcutane vochttoediening is een methode om lichte tot matige uitdroging in alle andere gevallen wordt voor het intraveneus infuus gekozen te behandelen indien de patiënt dat vocht niet oraal tot zich kan nemen en intraveneuze toediening niet mogelijk, onpraktisch of zelfs onwenselijk is. Ook kunnen met behulp van de hypodermoclyse
voedingsstoffen worden toegediend, zoals natriumchloride, aminozuren, glucose en
vitaminen (in beperkte mate). Resumerend zijn de belangrijkste indicaties:
- Bij dreigend vochttekort, indien de patiënt vaak moet braken en bij diarree.
- Als orale vochttoediening niet mogelijk is.
- Bij lichte tot matige dehydratie (uitdroging).
- Bij dorstgevoel door te hoog natriumgehalte in het bloed.
- Behandeling van symptomen van dehydratie of een verstoorde elektrolytenbalans. Deze symptomen zijn onder andere: algehele malaise, verwardheid, versuffing.
- Bij patiënten in de palliatieve zorg. Hypodermoclyse is ook geschikt bij algehele malaise door vochttekort als gevolg van ouderdom waarbij intraveneuze toediening van vocht onpraktisch en in veel gevallen te belastend is voor de patiënt.
Contra-indicaties
Hypodermoclyse is een langzame toediening van
vocht. Het spreekt vanzelf dat deze methode ongeschikt is in acute situaties, waarbij de patiënt snel veel
vocht moet hebben, zoals bij bepaalde vormen van
shock. Dat geldt om mogelijk andere redenen overigens ook voor patiënten met
oedeem, bloedstoilingsproblemen en bij
hartaandoeningen, waaronder hartfalen (
decompensatio cordis), en bij een slechte nierfunctie (nierinsufficiëntie). Samenvattend zijn de contra-indicaties onder andere:
- Indien er sprake is van ernstig vochttekort (ernstige uitdroging).
- Bij shock (laag bloedvolume).
- Hartfalen.
- Nierinsufficiëntie of nierfalen.
- Stollingsproblemen.
- Ernstige stoornissen in de elektrolytenbalans.
Bron: DarkoStojanovic, Pixabay Complicaties
Zoals elke medische ingreep kent ook de hypodernoclyse risicos. Ze zijn echter gering en wegen niet op tegen de voordelen in de palliatieve zorg in de thuissituatie. In de verpleeg- en verzorgingstehuizen zijn de positieve aspecten vaak groter en in elk geval veel minder belastend dan een intraveneus infuus. Er treden bijvoorbeeld minder
pijnklachten op bij de insteekplaats. Een complicatie is dat de infuusvloeistof die zich in het onderhuids bindweefsel bevindt slecht wordt opgenomen. Er treedt dan
oedeem op rond de insteekplaats, zichtbaar aan lokaal een blekere
huid. Doorgaans is de inloopsnelheid dan te hoog ingesteld. Soms ontstaan
ontstekingsverschijnselen bij de insteekplaats, zoals roodheid.
Infuusnaald (canule) voor de hypodermoclyse
Vroeger werden metalen naalden gebruikt. Ze waren dikwijls pijnlijk voor de patiënt. Canules van kunststof, zoals de dunne vlindernaald, bewegen mee met het onderhuids bindweefsel en hebben dat nadeel niet. De meest courante canules zijn 20-24 G. Hoe dunner de canule, hoe minder klachten hoewel het risico op verstopping van de naald toeneemt door fibrinevorming. Een
plastic canule kan ongeveer drie dagen blijven zitten, maar moet uiteraard eerder worden verwijderd indien de insteekplaats rood en pijnlijk (ontstekingsverschijnselen) wordt.
Insteekplaats
De naald van een hypodermoclyse moet onder een relatief groot huidoppervlak met veel losmazig bindweefsel worden ingebracht. Verder is het van belang dat de insteekplaats het
comfort van de patiënt zo min mogelijk belemmert. In de meeste gevallen worden om die redenen beide bovenbenen gebruikt voor de hypodermoclyse, waarbij de insteekplaats zich 10-15 centimeter boven de knie bevindt. Andere geschikte plaatsen zijn de buik (navelgebied), tussen de schouderbladen en de bovenarmen. De bovenbenen verdienen echter de voorkeur.
Infuusvloeistof en inloopsnelheid
Voor een hypodermoclyse wordt een fysiologische zoutoplossing (0,9%) of een glucoseoplossing gebruikt. In sommige gevallen worden er medicijnen en voedingsstoffen aan toegevoegd. Het spreekt vanzelf dat de
infuusvloeistof steriel, pyrogeenvrij en isotonisch moet zijn. De arts bepaalt de aard, hoeveelheid en inloopsnelheid. De hoeveelheid is afhankelijk van de leeftijd, het lichaamsgewicht en de conditie van de patiënt.
Infuuspomp
Voor een volwassene geldt in het algemeen een maximale toediening van 500 tot 1500 ml per 24 uur. Bij gebruik van meer dan één canule wordt de
hoeveelheid verdeeld over de infusieplaatsen. De inloopsnelheid is afhankelijk van het absorptievermogen van het onderhuids bindweefsel en de benodigde hoeveelheid vocht die de patiënt dient te krijgen. Hoe gezetter iemand is, hoe langzamer het vocht wordt opgenomen in de
bloedbaan. Dat geldt zeker ook voor oedemateus weefsel.
Hyason
Automatische
druppelregelaars (infuuspomp) berekenen zelf de inloopsnelheid per minuut aan de hand van de totale hoeveelheid infusievocht per 24 uur. Een voorbeeld: 500 ml/24 uur wil zeggen 21 ml per uur ofwel 7 druppels per minuut. Soms wordt het medicijn hyason aan het toedieningssysteem toegevoegd om het onderhuids bindweefsel optimaal toegankelijk en permeabeler te maken. Het middel wordt vóór de infuusvloeistof ingespoten en werkt ter plaatse in op het weefsel.
Toediening van een hypodermoclyse
Het inbrengen van een hypodermoclyse door een verzorgende/verpleegkundige gebeurt conform de BIG-wet in opdracht van een arts. Eerst dient men de algemene
voorbereidingen te treffen, zoals het verzamelen van het materiaal waaronder de canule, de infuusvloeistof en de infuusstandaard. Een behaarde huid dient eerst geschoren te worden. Zorg ervoor dat de patient zo comfortabel mogelijk zit of ligt.
Werkwijze
Scherm eerst het bed af. Was de handen of
desinfecteer ze. Plaats het materiaal zodanig dat u overal makkelijk bij kunt. Leg eventueel een onderlegger onder het been of de benen om te voorkomen dat het beddengoed wellicht wat nat wordt. Ga daarna als volgt te werk:
- Controleer de gegevens van de patiënt en het toe te dienen infuus (voorgeschreven infuusvloeistof, tijdstip, inloopsnelheid, enz.).
- Giet wat alcohol op enkele gaasjes.
- Hang het infuus aan de standaard. Regel is dat de infuuszak ongeveer 90 centimeter boven het bed dient te hangen.
- Maak de infuuszak gereed, desinfecteer de insteekplaats (van de infuuszak) met alcohol (gaasje).
- Koppel het toedieningssysteem aan de infuuszak.
- Verwijder de lucht uit het bovenste deel van de toedieningsslang door de druppelkamer eerst ondersteboven onder de infuusslang te houden. Nadat die enigermate is volgelopen, ontlucht u de onderste slang met behulp van de rolregelklem. Houd de slang boven een nierbekkentje om de ontluchtingsvloeistof op te vangen. Sluit bij volledige ontluchting de rolregelklem.
- Desinfecteer de insteekplaats (huid) eveneens met alcohol.
- Pak nu met uw linkerhand een stevige huidplooi van het bovenbeen beet, 10 tot 15 cm boven de knie. Breng de naald aan de basis van de huidplooi in, onder een hoek van 30 tot 45 graden. Let op dat de naald heen en weer moet kunnen bewegen in het losmazig bindweefsel.
- Bevestig de canule met een pleister op de huid. Weet dat een correct ingebrachte canule amper pijnklachten geeft.
- Regel de inloopsnelheid, conform het voorschrift van de arts. Spuit indien nodig hyason in het toevoersysteem vóór de infuusvloeistof.
Rolregelklem voor infuus /
Bron: Harmid, Wikimedia Commons (Publiek domein)Toezicht
Blijf tijdens de inloopperiode in de buurt van de patiënt. Vaak is in het begin niet te overzien of de inloopsnelheid van het infuus is aangepast aan de opnamecapaciteit van de weefsels. Bij onverwachte bewegingen van de
patiënt kan de naald zich verplaatsen of losschieten. Let dus op een correcte fixatie van de canule. Een hypodermoclyse wordt vaak 's nachts gegeven.
Reacties van de patiënt
Let op oedeemvorming of als de huid rond de insteekplaats verbleekt. Het is een teken dat de infuusvloeistof niet goed wordt opgenomen. De inloopsnelheid kan dan te hoog zijn of de naald zit niet goed meer. Let ook op of de insteekplaats na verloop van tijd rood wordt. Dit duidt op
ontstekingsverschijnselen. Observeer regelmatig de reacties en toestand van de patiënt na het inbrengen en tijdens het inlopen van de
hypodermoclyse.
Lees verder